De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De G.O.S. 1984 en het schriftgezag (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De G.O.S. 1984 en het schriftgezag (2)

9 minuten leestijd

Het Rapport legt nu zo'n eenzijdige nadruk op de menselijke kant van de Bijbel en op de tijd- en cultuurgebondenheid van de bijbelschrijvers, dat het de deur openzet voor een ernstige misvatting (...)

Geruststellend?

Eén van de 'advisory committees', van de werkgroepen dus die met adviezen tot de voltallige synode moesten komen teneinde zo de besluitvorming te vergemakkelijken, hield zich uitsluitend bezig met de problematiek van de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN). Hoezeer de kwestie van de GKN centraal stond in Chigago bleek uit het gegeven dat deze werkgroep minstens twee keer zo groot was als de andere werkgroepen en dat hierbinnen ook de meest direkte konfrontatie plaatsvond. De nederlandse deelnemers binnen deze werkgroep waren dr. H. J. Kouwenhoven en dr. J. Vlaardingerbroek (beide GKN), ds. G. v. d. Brink (nederlands gereformeerd), ds. J. Westerink (christelijk gereformeerd) en ondergetekende. Aan Kouwenhoven en Vlaardingerbroek werden een aantal pittige vragen voorgelegd als aanzet tot verdere discussie, die echter wegens tijdgebrek al te zeer beperkt moest blijven.

Vlaardingerbroek nam hierbij een duidelijke positie in. Hij stelde dat de GKN nog altijd tenvolle kunnen instemmen met artikel 2 van de grondslag van de G.O.S., waarin beleden wordt dat de Schriften in hun geheel zowel als in elk van hun onderdelen het onfeilbare en altijd blijvende Woord van God zijn en dan ook absoluut gezaghebbend in alle zaken van geloof en leven. In de GKN wordt niet gemeend dat God in onze tijd nieuwe openbaringen geeft of nog zal geven. De Bijbel is het volle evangelie. Het onderscheid tussen inspiratie en illuminatie wordt uitdrukkelijk gehandhaafd: bij 'inspiratie' bevinden we ons op het terrein van de revelatie, de openbaring van de levende God, waarbij mensen worden ingeschakeld om deze openbaring te verwoorden en op schrift te stellen. Bij 'illuminatie' gaat het om de verlichting van alle gelovigen om de Schriften te verstaan en te geloven. De GKN aanvaarden het Woord van God als het feitelijke (werkelijkheidsgetrouwe) verslag van Gods wonderdaden in de geschiedenis. Vlaardingerbroek vroeg zich met verbazing af hoe ook maar enige twijfel daaraan zou kunnen opkomen! Volgens hem zou niemand in het rapport 'God met ons' ook maar één zin kunnen aanwijzen die met dit belijden in strijd zou zijn. Het grote gebod van de liefde zou andere geboden alleen in heel bepaalde omstandigheden buiten spel zetten, bijvoorbeeld in een oorlogssituatie wanneer het negende gebod niet in strikte zin gehoorzaamd kan worden uit liefde voor mensen in nood. Het zou dus zéker niet waar zijn dat het relationele waarheidsbegrip dat in het Rapport gehanteerd wordt noodzakerlijkerwijs moet leiden tot een 'situatie-ethiek', waarbij de normen uiteindelijk aan de gegeven omstandigheden worden ontleend en afgelezen. Ook zou de gedachte ongegrond zijn dat het zedelijk besef en gedrag van de mens de uiteindelijke maatstaf voor de waarheid wordt wanneer het Rapport wordt gevolgd. Niets van dat alles is aan de orde! Het rapport 'God met ons' zegt in feite niets anders dan wat al in de N.G.B, en bij H. Bavinck (organische inspiratieleer) te vinden is. Alle verdenkingen dat het Rapport een geheel andere visie op de Schrift zou introduceren dan de klassiek gereformeerde, berusten op een jammerlijk misverstand of het zijn verdachtmakingen van ketterjagers. Op deze wijze zocht Vlaardingerbroek ons gerust te stellen. Ik moet zeggen dat ik geen ogenblik twijfel aan zijn subjectieve oprechtheid en dat ik me zeer met hem verbonden voel in zijn stellingname ten aanzien van de Schrift zoals hij die in Chicago verwoordde. Maar toch was de werkgroep zomaar niet gerust ten aanzien van de wezenlijke intenties én van de werkelijke effekten van 'God met ons'. Uiteindelijk stelde de werkgroep zich achter de bedenkingen en kritische vragen die door het interim-kommité van de G.O.S. op schrift waren gesteld (zie het vorige artikel). Persoonlijk kon ik mij geheel in deze kritiek op het rapport vinden. De twee wezenlijke punten van deze kritiek wil ik hier nader formuleren.

Inspiratie-illuminatie

Waarom is het zo belangrijk het onderscheid tussen inspiratie en illuminatie haarscherp aan te geven? Bij de illuminatie, de verlichting door de Heilige Geest, krijgt de gelovige geestelijke kennis, een inzicht in de weg van het heil, een uitzicht op de Christus, een beginsel van ware Godskennis, Christuskennis en zelfkennis. Maar dit alles is nog maar ten dele. De gelovige kan verkeerde opvattingen hebben, hij of zij kan bepaalde schriftgedeelten onjuist uitleggen, in de levenspraktijk verkeerde beslissingen nemen. Soms heel goed bedoeld, maar toch niet zoals het eigenlijk in het licht van de Schrift moest! Men kan in het geloofsleven echt werkzaam zijn zonder recht werkzaam te zijn. Bij de inspiratie ligt dit echter fundamenteel anders. Wanneer we luisteren naar het zelfgetuigenis van de Schrift en wanneer we overwegen hoe over de overmacht van de Geest over profeten en apostelen gesproken wordt, dan blijkt er wél ruimte voor allerlei menselijke aktiviteiten, maar niet voor menselijke fouten, misvattingen en tekortkomingen. David als kind van God kon na en ondanks ontvangen genade in zonde vallen en zich zelfs een tijdlang verharden in het kwaad. Maar David als psalmdichter kon geen leugens of dwaasheden aan het papier toevertrouwen. Want al zijn de psalmen door Davids hart heengegaan, ze zijn geen bedenksels, geen produkten van zijn eigen hart, geen expressies van authentieke religieuze ervaringen en daarmee uit. Het zijn openbaringswoorden, ze komen 'van boven', de muziek en tekst zijn door de Geest geschreven en daarna getokkeld op de snaren van Davids hart. Zo is David er met hart en ziel bij betrokken, terwijl hij toch alleen maar weergeeft wat hij 'van de andere kant' heeft ontvangen!

Het Rapport legt nu zo'n eenzijdige nadruk op de menselijke kant van de Bijbel en op de tijd- en cultuurgebondenheid van de bijbelschrijvers, dat het de deur openzet voor een ernstige misvatting, namelijk dat openbaring gelijkgesteld wordt met religieuze ervaring. Uiteindelijk wordt dan de bijbel een boek met menselijke gedachten over God, in plaats van het boek van de eeuwige Gods-gedachten geopenbaard aan de mens! We moeten vasthouden dat er bij de inspiratie van de Schrift noch van konkurrentie noch van kompagnonschap tussen de werkzaamheid van de Geest en de menselijke aktiviteit sprake is. De bijbelschrijvers werden voluit als mensen door de Geest in dienst genomen. Dat gebeurt echter door een breuklijn heen, zodat de menselijke aktiviteit en bijdrage als het ware eerst moet worden 'ingeleverd'. De openbaringsgetuigen zijn pas dienstbaar aan de Geest als mensen die, in zichzélf geoordeeld en uitgeschakeld, uit genade vrijgesproken en door de Geest vernieuwd zijn. Zo is de menselijke aktiviteit van de bijbelschrijvers onbekrompen en onbekommerd te erkennen, maar tevens is duidelijk dat deze op geen enkel punt tekort zal kunnen doen aan het karakter van de Schrift als Gods Woord, namelijk als betrouwbare en door de Geest geautoriseerde boekstaving van de openbaring.

Dr. Vlaardingerboek zal misschien zeggen: maar we hebben nooit iets anders willen beweren dan dat! Prachtig! Laat het Rapport in deze zin herschreven (zo u wilt: verduidelijkt) worden. Tweeërlei reaktie is dan voorspelbaar: enerzijds grote dankbaarheid bij allen binnen en buiten de G.O.S. die vast willen houden aan het authentieke gereformeerde Schrift-geloof. Anderzijds teleurstelling en verbittering bij allen die hebben gemeend in 'God met ons' een vrijbrief te ontvangen voor hun liberale of zelfs uitgesproken vrijzinnige bijbelbeschouwing.

De Bijbel als norm voor het leven

Dit is het twééde beslissende punt waarop het Rapport heroverweging en herschrijving behoeft. Heeft elke vermaning en opwekking in de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament moreel gezag voor mij of mag ik mij terugtrekken op het liefdegebod, terwijl ik bijvoorbeeld de tien geboden slechts een illustratieve (dus niet rechtstreeks normatieve) betekenis toeken? Mag ik binnen de Schriften gaan selekteren tussen wat wél en wat niet bij mij 'klikt', waar ik wel of niet wat mee kan in mijn situatie, wat mij wel of niet aanspreekt? Deze houding doet geen recht aan het bijzondere gezag van héél de Schrift over het leven van de gelovigen. Een christen kent een voortdurend moreel beraad. Hoe moet ik handelen, wat is de wil van God in mijn leven? Dit moreel beraad voltrekt zich in de ruimte van de gemeenschap der heiligen, in verbondenheid met de kerk van alle tijden en plaatsen, dus in historisch en oecumenisch besef. Voorts voltrekt dit beraad zich temidden van eigen situatie en ervaring, zodat we met heel bepaalde vraagstellingen naderen tot de Schrift en voortdurend het gevaar lopen de Bijbel te laten buikspreken of ons te beperken tot onze eigen selektie geliefkoosde teksten, onder verwaarlozing van even zovele andere teksten. Het moet de gelovige te doen zijn om de leiding die hij of zij ontvangt vanuit de gehele Bijbel. Zo wordt de betrokkenheid op het schriftgeworden Woord ook geen ogenblik losge­maakt van de verbondenheid met het vleesgeworden Woord, Christus. Door het leven met Christus leert de Geest mij onderscheiden waar het op aankomt. Bij dit alles ligt echter het beslissende uitgangspunt in de onderwerping aan het autoritieve Woord Gods. Hoewel elk afzonderlijk bijbelwoord op een bepaalde en gedateerde situatie teruggaat, bezit het tevens een geldingskracht die deze situatie overstijgt. Er is geen gemakkelijke formule om even gauw aan te geven hoe we aan elk tekstwoord gebonden zijn. We zullen de aard van deze binding moeten aflezen aan de strukturen van de Schrift! De Geest zal de Kerk leiden in een al dieper inzicht om hierin de verantwoorde weg te vinden, mits de kerk zich niet eigenzinnig boven de Schrift verheft. En gebeurt dat niet wanneer de kerk bijvoorbeeld ten aanzien van homoseksuele praxis uitspreekt dat zij zich niet langer gebonden acht aan het doorgaande getuigenis van Oude en Nieuwe Testament? Het is wel te betreuren dat tijdens het debat over de GKN tijdens de G.O.S. er een eenzijdige toespitsing plaatsvond op het punt van de homofilie. Wanneer er over homofilie gesproken wordt, dan graag in een andere sfeer, waarbij de pastorale aspekten voluit aan bod komen en de mensen om wie het gaat niet uit het oog worden verloren! Het was echter wel te begrijpen dat het zo ging: in het pastoraal advies inzake homofilie van de GKN komt in de praktische konsekwenties openbaar hoezeer de normatieve kracht van de Schriften is losgelaten!

Ir. J. van der Graaf heeft de besluiten van Chicago - ook ten aanzien van het schriftgezag - reeds in extenso weergegeven. Ze zijn voor geen tweeërlei uitleg vatbaar. Er is een appèl gedaan op het hart van de GKN. Moge dit appèl niet wegsterven als een stem des roependen in de woestijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De G.O.S. 1984 en het schriftgezag (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's