Globaal bekeken
In het kerkblad van de Gereformeerde Gemeenten in de classis Goes was een kadertje opgenomen met een wel zeer boude uitspraak van wijlen ds. G. H. Kersten over Spurgeon.
'Een zekere X had gehoord, dat Spurgeon niet zuiver was in de leer en vroeg aan ds. Kersten om nader bescheid, waarop deze antwoordde: "Spurgeon was in zijn tijd een machtige volksredenaar en heeft vele geschriften nagelaten. In een levensbeschrijving van hem is echter opgemerkt, dat hij voor allen iets had en daarom voor Gods volk niets! Hij behoort dan ook niet tot de aanbevolen schrijvers in onze kringen".'
***
Ik trof een boekje, getiteld 'Bancket-werck van goede gedachten door mr Johan de Brune' (uitgave 1943 van de Wereldbibliotheek-Vereeniging te Amsterdam). Wie De Brune was schrijft dr. P. J. Meertens in een voorwoord:
'Johan de Brune, de oude, of zoals hij in tegenstelling tot zijn neef, de schrijver van de "Wetsteen der vernuften", wordt genoemd, behoort met Cats, Huygensen Beaumont tot die hoge magistraatspersonen uit onze Gouden Eeuw, die er zich in hun vrije uren op toelegden om een meer verzorgd en aesthetisch proza te schrijven dan waartoe de vergaderzaal van land, gewest of stad hun de gelegenheid bood. Sinds zijn zesenveertigste jaar tot de regentenstand behorende, de laatste negen jaar van zijn leven als raadpensionaris van Zeeland, heeft deze Middelburger in een aantal geschriften uiting gegeven aan het calvinistisch-humanistische standpunt, dat ook hij als zovelen van zijn land-en tijdgenoten Innam.'
Hier volgen twee van de 'goede gedachten', over 'vriendschap'.
* 'De vriendschap is een daghelijcks brood, dat wel smaeckt, zoo langh het versch is, en de korstjens noch kraecken; maer als 't door ouderdom, begint te muffen, en te marbelen *, wert het hoender-kost, ofmestingh voor de verekens. Men placht te prijzen een vriend van hondert jaer; maer daer isser nu qualick een van hondert weken te vinden. Om d' oude koe is weynigh rouw; en noch min om een verjaerde vriend, die gheen vet meer heeft, om den as te smeeren, en 't wiel glad en wacker te doen gaen. Men zoeckt aen geen krancke muyr te leunen, noch zijn mantel aen een zwacke spye * te hangen, 't Is verloren, van deughd en plicht te spreken: als 't diep verloopt, verzet-men de bakens.'
* marbelen: door schimmel op marmer gaan gelijken, dus: beschimmelen. * spye: spie.
* 'Valsche vrienden zijn gebonden, en overtrocken met een omslagh van gheveynstheyd, en bedrogh: teghenspoed is de toetse daer van; die kanze ontmaskeren, en in haer rechte wezen thoonen. Dan ziet-men wie de zomer-vogels zijn, die tegen de winter wegh vliegen, en weicke met ons koud en onghemack willen uytstaen, zonder ons te begheven: 't zijn de beste, die ghelijck de lichtwormen verduystert zijn, in den dagh van voorspoed: maer die zijn zoo dun ghezaeyt, en zoo schaers, als de bakens in zee, die zoo wijd van malkanderen staen, dat d'een buyten 't gezicht van d'ander is. Het meerendeel zijn de cameleons gelijck, die allerley couleuren verthoonen, behalven 't witte: en dat is de blancke oprechtigheyd, wie op een goede keur, een keurlick * vriend ghetroffen heeft, die heeft zijn staet verrijckt, en zijn leven verlenght. De mensch is alle zoetheyd quyt. Die zonder vriend zijn leven slyt. Geen kostelicker pand. Als een goed vriend bij d'hand.'
* keurlick: uitgelezen, voortreffelijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's