Levi geroepen
En voorbijgaande zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En Hij opstaande, volgde Hem. Marcus 2 : 14
Levi, de tollenaar! Als we van zijn naam uitgaan en met name ook de toevoeging, de zoon van Alfeüs, dan kunnen we op grond van verdere Schriftgegevens wel concluderen, dat Levi niet alleen uit een Joodse familie stamde, maar ook uit een zeer godsdienstig gezin.
Onwillekeurig rijst dan de vraag: Hoe komt hij dan in het tolhuis. Temeer, daar tollenaars door de meeste Joden veracht en versmaad werden. En maar al te vaak werden zij met heidenen op één lijn gesteld. Hoe hij in het tolhuis terecht gekomen is, wordt ons niet vermeld, maar zou de geldgierigheid niet de oorzaak geweest kunnen zijn? Spreekt de Schrift niet over de geldgierigheid, als de wortel van alle kwaad?
Trouwens zien we het niet om ons heen? Wat een onrecht en geweld vindt er niet plaats terwille van het geld? En laten we maar nooit denken: Zoiets zullen mijn kinderen nooit doen. Immers in de beste families komen wel eens dergelijke situaties voor. En wat kunnen we dan vaak hard oordelen over hen. Hard en liefdeloos. Zodat zij meer voorwerp zijn van onze laster, dan van ons gebed. Gelukkig maar, dat de Heere Jezus anders oordeelt. Hij zoekt juist het verlorene en afgedrevene op en is met innerlijke ontferming over hen bewogen. Hij, Die niet gekomen is om rechtvaardigen, maar om zondaars te roepen tot bekering.
Ook hier: En voorbijgaande zag Hij Levi zitten in het tolhuis. Jezus ziet hem zitten. Hebt u zich wel eens ingedacht: Wat zou u gedaan hebben? Mogelijk zulke afgedwaalden maar veilig uit de weg te blijven? Wij schrijven zo gemakkelijk af, die door Jezus wordt opgezocht. Jezus ziet hem. Neen, dat is maar niet even een vluchtige blik op hem werpen. Dit is een zien met ogen, die hem doorgronden tot op de bodem van zijn ziel. Het is die Wik, waarvan wij lezen in de geschiedenis van Petrus, dat de Heere hem aanzag. En dan staat er zo: En Petrus naar buiten gaande weende bitter.
Het is die blik, waarmede de Heere een mens ontdekt aan zijn zonde en verlorenheid. Een blik, waarvoor de mens zich wel zou willen verbergen, want wie kan bestaan voor Zijn heilige ogen? Zie, dan komen we te staan in onze naaktheid voor God. Dan vallen al onze verontschuldigingen weg en is het alleen maar: Heere, ik ben een groot beest bij U (ps. 73). Op zich een pijnlijke ontdekking, als alles, waar wij eventueel een grond van gemaakt hadden, al onze deugden en werken wegvallen, en we als zondaar staan voor Hem, maar ook een heilzame ontdekking: Voor dezulken staat de deur der genade wagenwijd open.
Volg Mij, zo klinkt het uit de mond van de Heiland. Een kort, maar veelzeggend woord. Een woord vol van macht en majesteit. Jezus roept! Hij Die maar te spreken heeft en het is er en te gebieden en het staat er. Hebben wij zo we eens Zijn stem gehoord, dat die stem ons niet meer losliet en ons uitdreef naar Hem?
Volg Mij. Mogelijk, dat we denken: Gaat dit alles zo maar? Gaat dit niet al te gemakkelijk? Het wil nog al wat zeggen: Openbaar als zondaar bekend te staan en dan nu: Volg Mij. Niet eens een woord van verwijt over zijn verleden. Geen woord van schuldbelijdenis of van berouw, zoals we dit nog lezen bij Zacheus.
Wij hebben vaak zo onze regels, waaraan een toebrenging van de zondaar moet beantwoorden. En als het niet helemaal langs die regels verloopt, hebben we onze twijfels. Zouden we niet beter doen het maar aan de Heere over te laten. Staat er van de Heilige Geest niet: De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, vanwaar hij komt en waar hij heengaat; alzo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is. In de leerschool van de Heilige Geest is hij heus wel onderwezen in de stukken van ellende, verlossing en dankbaarheid. Ook al staat het er alles niet zo uitdrukkelijk vermeld. Laten we dit maar aan de Heere over.
Volg Mij! Het lijkt zo eenvoudig en in wezen is het zo moeilijk. Van en uit onszelf kunnen we het niet. Maar, Gode zij dank. Hij, Die roept is ook Degene, Die door Zijn Geest ons hiertoe bekwaam maakt, zodat we nooit te verontschuldigen zijn. Volg Mij. Dat is niet de Heere voor de voet lopen, ook niet naast Hem gaan, maar achter Hem aan door de diepte naar de hoogte, langs het kruis naar de kroon, door de dood tot het Leven.
En dan lezen we zo: En Levi opstaande, volgde Hem.
Zie, waar Jezus zo roept als Machthebbende, ja, dat is maar één weg: Opstaan en volgen. Zijn Woord is een levend en levendwekkend Woord. Zie, wat dit Woord door de Heilige Geest vermag in het leven van Levi. Ongetwijfeld zal hij menigmaal door zijn ouders aangesproken zijn, en nu: Eén Woord van Jezus is voldoende. Hij staat op en volgt Hem, ja straks behoort Hij tot de kring van de twaalven. De tollenaar, de zondaar, maar nu gerechtvaardigd, vrijgesproken en een gewillig werktuig in de Hand des Heeren. Waarlijk: 'Wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet'.
Er is een breuk gekomen in zijn leven. Een radicale breuk met het zondig verleden. Maar hier is niets bij van Levi. Integendeel, het leeft in zijn hart: Uit U, en door U en tot U zijn alle dingen. U zij de lof, en de dank.
En hij opstaande, volgde Jezus. Dat betekent voor u en voor mij, dat wij geleerd hebben, dat de enige troost niet is in ons of bij wie dan ook op aarde, maar alleen in het kennen en liefhebben van de Heere Jezus, en het volgen van Hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's