De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkeraden beraad grote en middelgrote Steden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkeraden beraad grote en middelgrote Steden

10 minuten leestijd

De wereld is meer en meer leeg van God geworden.

Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond belegde afgelopen zaterdag, 8 september, te Nijkerk een bijeenkomst voor hervormd-gereformeerde kerkeraden in grote en middelgrote steden. Daarvoor waren gericht uitnodigingen verstuurd. Gerefereerd werd door dr. S. Meyers te Leiden over 'de secularisatie en de gevolgen daarvan voor de grote stad' en door ds. C. v. d. Bergh te Barneveld over 'de verhouding der modaliteiten in de stadsgemeente'. We laten hier een impressie volgen van wat die dag aan de orde kwam.

Betoog van dr. S. Meyers

Dr. Meyers begon met op te merken dat secularisatie (letterlijk verwereldlijking) de grote los-van-God beweging is. Hij gaf allereerst een doorkijkje in de geschiedenis. Het christendom heeft op allerlei terreinen vaak een 'startfunctie' gehad maar later kon de wereld het alleen wel (af). Thans is het zo dat al wat bovennatuurlijk is niet meer functioneert. Of God er is doet er voor velen niet meer toe. 'God is dood' - een alweer wat vergeten term betekent niet dat er geen God is, maar 'als Hij er is dan heeft dat geen betekenis voor het stadse leven!' Mensen - ook kerkmensen - leven alsof God er niet meer is.

In de loop der geschiedenis zijn de dingen meer en meer onder de handen van de kerk uitgegaan. Het is overigens al zo dat waar het Scheppingsgeloof in de harten van mensen komt de natuur wordt ontgoddelijkt. Maar wel is de natuur Gods schepping. Wat betreft het uit handen geven van dingen door de kerk noemde dr. Meyers de tijd dat godsdienst staatsgodsdienst was (b.v. ten tijde van Constantijn de Grote). Ook noemde hij de tijd van de kruistochten toen de kerk contact kreeg met de godsdiensten in het midden-oosten en daarvan de invloeden onderging. Ook de Reformatie was een moment in de ontwikkeling omdat de mens direct in eigen verantwoordelijkheid werd gesteld voor God en gebroken werd met de kerkelijke macht. Maar dr. Meyers noemde vooral de Renaissance ('ik orden de wereld door mijn verstand, God werkt via mijn verstand') en de situatie in de vorige eeuw toen God vooral leefde in het 'gemoed' of in het geweten der mensen. Maar intussen: de wereld is meer en meer leeg van God geworden. De buitenwereld wordt 'materiaal voor onze plicht(sbetrachting)'. Saecularisatie is dan ook meer dat de wereld God-loos dan Goddeloos is.

Aspecten

Dr. Meyers noemde de volgende aspecten van de saecularisatie.

1. God, mens en wereld worden niet meer in één zedelijke orde bijeen gehouden.

2. Vroeger ging de wetenschap op vaststaande wetten terug (zelfs nog bij Darwin die de evolutietheorie ontwierp, als theorie). Thans heerst de relativiteit. Ook biologisch zijn er geen wetten meer.

3. Denken is voor de mensen een vorm van voelen geworden. Ze rechtvaardigen hun voelen als denken. Zoals zij zelf de (buiten)wereld beleven, zo is het ook.

4. De mens maakt zichzelf tot zingever van de dingen. 'Ik vind dat nu eenmaal zo!' De zin die ik geef wordt een geloofsdaad. Er zijn geen dingen die van buiten (van Boven) op mij afkomen. Het gevolg is dat mensen die gelijk voelen elkaar opzoeken. Het wemelt van de groepjes, niet alleen in de wereld, ook in de kerk. Veel jongeren reageren op het voorhouden van normen (van buitenaf) met: waarde-loos. Er zijn ook oecumenische verbonden waar ieder bij het avondmaal of de eucharistie maar in moet vullen wat hij zelf denkt.

5. Er is een saecularisatie van de religie. Mensen zeggen: religie kun je doorstrepen; in ieder geval niet aan anderen opleggen.

Er is tenslotte de saecularisatie van de geschiedenis. Tijd is niet meer Gods tijd maar onze tijd. 'Wat ik met mijn tijd doe is mijn zaak; u met uw vroeger.' Alleen het heden is werkelijkheid.

Wat te doen

Het huidige levensgevoel is zo niet eerder voorgekomen, aldus dr. Meyers. Dit is uniek. Wat staat ons te doen?

1. Geen groepsvorming van mensen van gelijk gevoelen. Dan bestrijden we de saecularisatie met de saecularisatie.

2. We moeten zelf, als christenen, leren te worden bevraagd.

3. Het mag niet gaan om een theologie der vertwijfeling, of van de vereenzaming. De toekomst is aan God.

4. Het gaat er voor de christen om integer te zijn, door te gaan met preken en om uithoudingsvermogen.

5. We moeten beseffen - met Psalm 32 - dat in een cultuur, die God negeert, God kan gaan zwijgen. In dat zwijgen Gods gaan dan de oordelen van God over de wereld. Een mens moet dan ook leren zwijgen. Evenwel is er een 'totdat'.

Referaat ds. C. v. d. Bergh

Ds. C. V. d. Bergh sprak over 'de verhouding der modaliteiten in de (stads)gemeente'. Hij begon met te zeggen, dat niemand de plaats waar hij staat en dienen mag zelf heeft gekozen. Toch heeft ieder ja gezegd op de vraag van het bevestigingsformulier: 'gevoelt gij in uw hart dat gij wettelijk van Gods gemeente en mitsdien van God zelf tot deze heilige dienst geroepen zijt? ' De opstelling in het geheel van de gemeente m.b.t. de modaliteiten staat niet los van onze plaats in de kerk. Maar in een gemeente, waar geen modaliteiten zijn, kan men nog wel eens wegkruipen, onderduiken of een blinddoek voordoen. In een modaliteitsgemeente is dat onmogelijk, 'gelukkig onmogelijk'. De idee van de modus-vivendi is dan overigens vaak harde werkelijkheid. Je moet zoeken naar een modus om met elkaar te leven. Meestal komt het neer op twee modaliteiten, een meerderheid en een minderheid, zeg vaak de Geref. Bondsrichting. In de meeste gevallen is er voor die minderheid toch een gewone wijkgemeente maar met mogelijkheid van pastorale bearbeiding over de wijkgrenzen heen. Wat we dan overigens enerzijds afwijzen - in een G.B. gemeente waar een deelgemeente is - aanvaarden we dan dankbaar als oplossing. Daarom past ons ootmoed en bescheidenheid en kunnen we niet zeggen dat wij de enige dienaren van het Goddelijk Woord zijn of de Waarheid bezitten. Anderzijds behoeven we ons het Evangelie niet te schamen zoals we dat verkondigen in de prediking en uitdragen in het pastoraat. En de vraag mag aan bod komen wie er recht heeft de naam van dienaar de Woords te dragen. Verantwoording mag worden gevraagd en afgelegd als verantwoording van het geloof. We zijn dan niet kerkpolitiek bezig maar religieus. De vraag is of we wel altijd de religieus met elkaar bezig zijn. We laten ons vaak - bij de strijd om een bepaalde plaats te behouden - meer leiden door wantrouwen en vrees dan door geloof en vertrouwen. 'We zijn vaak meer bezig als een schaker in plaats van als een getuige'. 'We praten niet met elkaar maar handelen". Toch mogen we daarbij nooit vergeten, dat de kerk en de gemeente ruimer is dan wat 'bij ons hoort'. Daarom is het onjuist te spreken van een Gereformeerde Bonds(wijk)gemeente. We zullen ook met het geheel van de centrale gemeente bezig moeten zijn. Want de kerk behoort niet aan de modaliteiten, maar aan Christus. We mogen geen gemeente binnen de gemeente zijn, ook al kunnen we niet met alles meedoen wat centraal georganiseerd wordt. Soms worden we ook in een isolement gedrongen. Ds. V. d. Bergh citeert letterlijk een kerkbodebericht: 'In onze wijkkerk worden er in het vervolg naast de gewone hervormde diensten ook nog G.B. diensten gehouden. Maar die een gewone hervormde dienst willen meemaken kunnen (op die en die tijd daar en daar) terecht'. Toch zullen we de plaats die we innemen waar moeten maken (ook in financieel opzicht) door niet afgescheiden te leven.

Niet schipperen

Ds. V. d. Bergh zei vervolgens letterlijk: 'Niets doet meer afbreuk aan de zaak van de gemeente waarvoor wij gesteld zijn, dan geschipper en compromissen. Dan liever iets minder vrijheid en minder ruimte dan dat het in meer of minder belangrijke zaken op een akkoordje gegooid moet worden. Daar wordt de gemeente door in verwarring gebracht. Dat wil niet zeggen dat er op elke slak zout moet worden gelegd. Het gaat wel om een consistent beleid, zowel naar binnen voor eigen wijk als naar buiten voor geheel de gemeente. Binnen eigen kerkeraad als in C.K. Men moet weten wat men aan ons heeft. Enerzijds moeten we het aandurven bepaalde besluiten of beloften in het verleden gedaan, uit te voeren, ook al valt dit niet bij ieder van de achterban (om dit woord eens te gebruiken) even prettig. Als zoiets maar niet ingaat tegen Gods Woord en de belijdenis van de kerk. Anderzijds mag men de centrale gemeente houden aan beloften die er gegeven zijn, ook al staan ze niet zwart op wit. Hun en ons ja zij ja en neen zij neen. Laten wij herkenbaar zijn binnen de modaliteiten aan onze trouw en eerlijkheid en openheid in de omgang met elkaar. We kunnen in de confrontatie met de andere richtingen nog zulke duidelijke en zwaarwegende stukken uit de belijdenis aandragen als we willen om gelijk te krijgen, maar we kunnen beter thuis blijven als ons ontbreekt wat Paulus zegt: 'Een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren en die het kwade kan verdragen'.

De ene keer past het gebed: 'Zet, Heer, een wacht voor mijne lippen', een andere keer: 'Verlos mij Heer, van 's mensen overlast'. En dan gaat het niet om hen, die ons tegenstaan, want dat hebben we soms nog verdiend ook. Maar het gaat om het tegen staan van het Woord. Dat is veel erger dan dat ons eens een dienst of wat geld wordt afgesnoept. We mogen dan vrijmoedig getuigen en het voor het Woord opnemen. Dat is geen tolerantie, maar roeping.'

Vragen

Er volgde op beide referaten een uitgebreide en indringende gedachtenwisseling, toegesneden op de praktijk in de stadsgemeenten. Hoe moeten we het zwijgen van God verstaan? God spreekt toch altijd door Zijn Woord? Het antwoord van dr. Meyers was dat de Bijbel zelf over het zwijgen van God spreekt (b.v. in Psalm 27) maar dat er dan sprake is van oordeel.

Is er niet een afstand tussen de 'geschiedenis van de saecularisatie en de praktijk van het Evangelisatiewerk? Toch moeten we naar de achtergrond peilen, waarom mensen niet meer aanspreekbaar zijn. Wat betreft het brengen van de boodschap gaat het dan om de meest eenvoudige bewoordingen. Vragen die verder aan de orde kwamen en verdere doordenking verdienen waren:

1. Krijgen we met Samen op Weg niet de situatie dat zich een nieuwe wijkgemeente van de Gereformeerde Kerken erbij voegt?

2. Moet voorrang gegeven worden aan pastoraat of aan gebouwen?

3. Is het niet geboden dat gemeenten voor de stadsgemeenten verantwoordelijkheid gaan dragen,

4. Is het bouwen van dure kerken of het treffen van dure voorzieningen verantwoord als er vlakbij grote financiële nood is?

5. Moeten niet meer evangelisten worden aangesteld?

6. Moet er niet een alternatief komen voor de nota van het Grote Steden Beraad van de synode?

7. Wat te doen als er een mentale wijkgemeente van G. B. signatuur is en men, wanneer men naar een gewone wijkgemeente wil, ten antwoord krijgt: waar maak je je druk om, de mentale wijkgemeente is de wijkgemeente van de toekomst.

8. Waarom duren de vacatures in de steden vaak zo lang en is er dan soms zelfs sprake van waarschuwen om 'daar heen' te gaan?

9. Waarom bereiken soms evangelicals de mensen evangelisatorisch beter dan wij?

Besloten werd een grote-steden-beraad op gang te brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerkeraden beraad grote en middelgrote Steden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's