Mogelijkheid van averij niet onderschatten
Samen op Weg en de gemeenten
Ongetwijfeld is in de afgelopen tijd door de onderscheiden werkgroepen een respectabel stuk werk verricht en is ook intensief geworsteld met de vraag van het belijdend karakter van een herenigde kerk.
Pet op, pet af, dat kan eigenlijk niet. Zélf lid van de Raad van Deputaten 'Samen op Weg' is mij gevraagd vanuit mijn functie binnen de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk mijn visie te geven op de stukken zoals die nu openbaar gemaakt zijn voor de komende Combisynode. Het feit dat ik als lid van de Raad van Deputaten 'Samen op Weg' zelf een minderheidsbrief opstelde, gericht aan de leden van de Combisynode, geeft mij echter de vrijmoedigheid hier een artikel te schrijven. Ieder lid van de Raad van Deputaten is vrij naar buiten zijn visie kenbaar te maken. Voor de juiste beeldvorming voor de Combisynode, die aanstaande is, is het gewenst dat alle stemmen gehoord worden. Van pet op, pet af is derhalve geen sprake, omdat wat ik vanuit de Gereformeerde Bond hieronder verwoord parallel loopt met wat in genoemde minderheidsbrief staat.
Elkaar gevonden inzake het belijden?
Ongetwijfeld is in de afgelopen tijd door de onderscheiden werkgroepen een respectabel stuk werk verricht en is ook intensief - met name ook in 'de werkgroep kernen van belijden' - geworsteld met de vraag van het belijdend karakter van een herenigde kerk.
In de nu voorliggende stukken is daarvan de neerslag te vinden. De vraag is echter of een eventueel herenigde kerk inderdaad een gereformeerde kerk zal zijn.
Daarover kan, gezien de inhoud van de stukken, ernstige twijfel zijn. Ik verstout mij te zeggen dat dit niet het geval is. De kwestie zit in de visie die naar voren komt op de belijdenis, in concreto de belijdenisgeschriften van de kerk der Reformatie.
Een gereformeerde kerk is (her)kenbaar aan binding aan die belijdenis als spreekregel van de kerk, weliswaar volstrekt en altijd weer ondergeschikt aan de Schrift, maar toch als aan die Schrift genormeerde norm voor kerkelijk beleid en kerkelijk spreken naar binnen en naar buiten. Van zulk een binding is in de stukken geen sprake. Weliswaar spreekt de 'verklaring van overeenstemming' over het duurzame karakter van het belijden (niet van de gereformeerde belijdenis, v. d. G.) en concentreert dit dan op het belijden van 'de drieënige God' (met de kerk van alle eeuwen) maar tegelijkertijd wordt het 'bewegelijke' van dit belijden zó benadrukt, dat de plaats, die de gereformeerde confessie in de herenigde kerk zal hebben, volstrekt onduidelijk is.
Geschiedenis
Beide kerken hebben als het hierover gaat hun eigen geschiedenis. De Nederlandse Hervormde Kerk kwam, uit het diepe dal van volstrekte machteloosheid gedurende meer dan een eeuw om belijdende kerk te zijn in 1951, toen de nieuwe kerkorde tot stand kwam, weer zover dat de kerk belijdende kerk werd, naar binnen en naar buiten. Zonder twijfel was het een hoogtepunt na honderd jaar strijd om kerkherstel - geflankeerd door enkele grote aderlatingen tijdens Afscheiding en Doleantie - dat uitgesproken werd dat de kerk zou belijden 'in gemeenschap met de belijdenis der vaderen'. Maar de overeenstemming over deze formulering was in 1951 verre van algemeen. Gevreesd werd door met name de gereformeerde sector binnen de Hervormde Kerk dat de uitdrukking 'in gemeenschap met de belijdenis' onvoldoende zou garanderen dat het kerkelijk leven zich ook zou ontwikkelen naar de belijdenis, 'in overeenstemming' daarmee. De praktijk heeft dit bevestigd, zó zelfs dat dr. K. H. E. Gravemeyer, zélf in de jaren na de oorlog als secretaris van de Hervormde Kerk nauw betrokken bij de opstelling van de kerkorde, aan het eind van zijn leven zei dat de reorganisatie geen reformatie had gebracht. Ondanks de uitdrukking 'in gemeenschap' is echte tuchtoefening - en ik bedoel het warempel niet alleen juridisch maar allereerst medisch - uitgebleven.
Welnu, de Nederlandse Hervormde Kerk brengt deze erfenis, die van de 'gemeenschap met de belijdenis' en alle onwerkbaarheid daarvan, mee in 'Samen op Weg'.
De Gereformeerde Kerken komen van een andere zijde binnen. Om de gereformeerde belijdenis ging men in 1886 heen, kwam er de breuk met de Hervormde Kerk. Lange tijd functioneerde binnen deze Kerken de binding aan de belijdenis - mijnentwege wel eens te veel formeel-juridisch en te weinig naar de religieuze, de bevindelijke zijde - maar de laatste tientallen jaren is in de kortste keren een niet te stuiten proces van dé-confessionalisering op gang gekomen. Dat betekent dat men de stukken moest herzien. Men heeft daarop gevonden de uitdrukking 'dynamische binding aan de belijdenis'.
Wat onder een dynamische binding moet worden verstaan ontgaat mij. Maar wel is duidelijk dat deze uitdrukking in feite de onmacht (of onwil) om nog gereformeerde kerk te zijn, in de zin van: naar de inhoud van de belijdenis, illustreert.
De Hervormde Kerk groeide in een lange worsteling toe naar een maximale formulering inzake het belijden, te weten 'overeenstemming' met de belijdenis, de Gereformeerde Kerken vielen na een korte maar hevige ontwikkeling terug naar een minimum inzake het belijden, te weten 'dynamische binding'.
En zo vinden de kerken elkaar vandaag in een belijden, dat duurzaam èn bewegelijk is, maar waarvan nergens een acte is, een norm ter toetsing. Of het moet het stuk van de werkgroep kernen van belijden zélf zijn. Maar dat kan toch moeilijk als een belijdenis worden aangemerkt. Bovendien bevat dit stuk zelf een concentratie - zeg een reductie - op slechts vier kernzaken: de rechtvaardiging van de 'zondaar', 'de kerk is Lichaam van Christus', 'Gods openbaring is de waarheid' en 'de kerk staat in dienst van het komende Rijk'.
Alles goed en wel, maar de gereformeerde belijdenis omvat veel meer en belijdt stringenter.
Kerkscheidend en gemeentescheidend
'De verschillen, die er nog tussen onze kerken zijn, hebben niet een kerkscheidende betekenis', zegt het stuk van de 'werkgroep kernen van belijden'. Men vindt elkaar in het genoemde, zeg nu maar 'dynamische belijden'. Maar laten we dan niet vergeten dat er binnen de kerken zelf grote tegenstellingen aan het licht treden als het gaat om het zicht op het belijdende karakter van de kerk. Met één verschil tussen beide kerken, en ik besef dat ik het nu scherp moet formuleren: de Hervormde Kerk wil daarvan wéten en de Gereformeerde Kerken willen daarvan niét weten.
In de Hervormde Kerk worstelt men al tijden lang met het vraagstuk van de modaliteiten. Daar is de sector van de Gereformeerde Bond, die toch aan de uitdrukking 'in gemeenschap met de belijdenis', in prediking en kerkelijk beleid, de interpretatie 'in overeenstemming' geeft. En we geven elkaar - op gevaar af dat de nood een deugd wordt - de ruimte, in ieder geval de ruimte van de confrontatie, de ontmoeting, het gesprek, zelfs het formuleren van een minderheidsvisie als dat nodig is. De Gereformeerde Kerken zijn altijd samen gereformeerd geweest en men wil het - althans zo ervaar ik het - ook vandaag zo helemaal samen zijn, maar dan op de wijze van vandaag, met de bevrijdende verworvenheden van de 'gereformeerde theologie' in eigen huis. En met de dynamiek van die nieuwe verworvenheden treedt men thans in de beweging Samen op Weg. Samen zó op weg, op de nieuwe gereformeerde wijze.
Telkens valt te constateren hoe bitter weinig begrip voor wezenlijke verscheidenheid er bestaat binnen de Gereformeerde Kerken. Het is een kwestie van mentaliteit, om met het (terecht omstreden) woord van dr. R. J. Mooy te spreken, een kwestie van 'kerkgevoel'. Maar wie voor die verscheidenheid, met name binnen de oude 'vaderlandse kerk' (een term die gereformeerden gewoon niet nemen), geen begrip heeft - van binnen uit - die zal bemerken dat het kerkelijke schip in de kortste keren averij oploopt. Te vrezen is dat in vele gemeenten de Gereformeerde Kerken een nieuwe modaliteit zullen vormen naast de hervormde gemeente van-wèlke-modaliteit-dan-óók.
Het hart van de zaak
Samen op weg móét! Dat zal ieder moeten beamen wie de eenheid der kerk ter harte gaat en die beseft dat beide kerken tot dezelfde wortel te herleiden zijn. Maar hoe? Het hart van de kerk klopt altijd nog in de gemeente en het hart van de gemeente klopt in de prediking. Daar wordt het belijden der kerk ten diepste manifest. Daar zal blijken of er inderdaad geen kerkscheidende factoren meer zijn.
Het zal tot voorzichtigheid moeten stemmen als bedacht wordt in hoe weinig gemeenten in feite nog slechts gestalte is gegeven aan Samen op Weg. Wórdt Samen op Weg nu van bovenaf doorgezet dan is averij van het schip van de kerk te vrezen. Op snijpunten in de kerkgeschiedenis - en me dunkt dat we thans zo'n snijpunt naderen - heeft niemand 'het volk' onder controle.
Dan zal de 'mondigheid der gemeente' blijken. Daarom is behoedzaamheid méér dan geboden. Als zodanig is het feit dat naast de drie fungerende werkgroepen (kernen van belijden, kerkordelijkè aangelegenheden en organisatie en financiën) op korte termijn nog een werkgroep 'toekomstige vormgeving' in het leven moest worden geroepen, die in veel te kort bestek verregaande belijdende en beleidsmatige voorstellen doet, een teken aan de wand. Alles moet kennelijk snel. Dan is averij te vrezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's