Stukken voor de Combi-synode
Het hervormd weekbulletin gaf de volgende samenvatting van de stukken die op de komende Combi-synode aan de orde komen.
Het hervormd weekbulletin gaf de volgende samenvatting van de stukken die op de komende Combi-synode aan de orde komen
Op 15 september hebben de leden van de hervormde en gereformeerde synode in een vijftal regionale bijeenkomsten voorbereidende gesprekken gevoerd met het oog op de gemeenschappelijke synodevergaderingen van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland, die zullen plaatsvinden op 5 en 6 november en op 7 december. Een aantal van de stukken die tijdens deze synodevergaderingen op tafel komen, zijn tijdens deze regionale bijeenkomsten aan de orde geweest. Deze stukken zijn op 18 september tijdens een persconferentie aan de pers gepresenteerd.
Het gaat hierbij om het werkverslag over de periode november 1982 tot juni 1984 van de Raad van Deputaten Samen op Weg, en de daarbij horende bijlagen 'Voorlopige schets van de toekomstige vormgeving der herenigde kerk', 'Verklaring van overeenstemming ten aanzien van het samen kerk zijn' en de concept-intentieverklaring ten aanzien van Samen op weg van de hervormde en gereformeerde synoden.
Van de betreffende stukken volgen hieronder samenvattingen in de vorm van afzonderlijke berichten.
Redaktie Weekbulletin
SAMEN OP WEG: VOORAL FEDERATIEF
Het werkverslag van de Raad van Deputaten is een weergave van hetgeen op het terrein van het samen-op-weg-gaan van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken is gebeurd, sedert de laatste gecombineerde synodevergadering in november 1982. Een vergadering die nogal wat stof deed opwaaien door de voorstellen die het hervormde moderamen bij monde van secretaris-generaal dr. R. J. Mooi deed om de tijdsdruk weg te nemen en het samen-op-weg-proces niet op te hangen aan jaartallen en streefdata.
In het werkverslag zegt de Raad van Deputaten dat de bezinning ten aanzien van de vormgeving van de toekomstige herenigde kerk in fasen zal moeten verlopen. Er zullen voorlopige regelingen getroffen moeten worden voor gemeenten die op dit moment samen op weg zijn en aan de hand daarvan kan bezien worden hoe verschillende zaken definitief kerkordelijk geregeld kunnen worden. Verder is het zo, aldus de Raad van Deputaten, dat het gaat om een toekomstige hereniging van beide kerken, maar dat op de weg daarheen het herenigingsgebeuren 'sterk federatieve trekken' zal vertonen. Lange tijd nog zullen er een Hervormde Kerk en Gereformeerde Kerken blijven bestaan, maar op tal van punten zal men steeds meer komen tot een inhoudelijke samenwerking.
Synodaal niveau
Over de samenwerking op synodaal niveau in de afgelopen periode wordt opgemerkt dat deze over het algemeen vrij beperkt is geweest. In het werkverslag valt daarover te lezen: 'Hoewel vermeden moet worden dat het samen-op-weg-zijn ertoe zou leiden dat met een zekere krampachtigheid aan gezamenlijk optreden gewerkt zou worden en er bepaald alle ruimte mag blijven voor eigen initiatieven, vraagt de raad zich toch af of het niet past bij de huidige fase van het samen-op-weg-zijn, dat gezocht wordt naar een meer gemeenschappelijk naar voren treden van de synoden.'
Omdat het moeilijk is om alle zaken door de beide voltallige synoden te laten bespreken, wordt in het verslag gepleit voor een gezamenlijk beleidsorgaan. Een van de werkgroepen van de Raad van Deputaten, de werkgroep organisatie en financiën, is een voorstel hiertoe aan het uitwerken. Om tot een dergelijk orgaan te komen, is het nodig dat eerst de taken van de brede moderamina van beide synoden op elkaar worden afgestemd, omdat een dergelijk orgaan in feite de rol van een gezamenlijk breed moderamen gaat vervullen. Op dit moment liggen taken en bevoegdheden van de moderamina van beide synoden nogal uiteen. Als een dergelijk gezamenlijk orgaan ingesteld zou kunnen worden, dan zouden daaraan bepaalde zaken gedelegeerd kunnen worden. De gezamenlijke synoden kunnen zich dan meer wijden aan de grote lijnen van het beleid en aan onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor beide kerken.
Niet opgelegd
In het werkverslag wordt verder nog melding gemaakt van een voorstel dat aan de beide synoden zal worden voorgelegd om de Evangelisch Lutherse Kerk uit te nodigen als waarnemer deel te nemen aan het werk van de Raad van Deputaten.
Ten aanzien van de kerkordelijke regelingen die in het kader van Samen op Weg worden opgesteld, wordt in het werkverslag tenslotte nog opgemerkt dat dit regelingen zijn ten dienste van gemeenten die 'hun samen-op-weg-zijn op verantwoorde wijze gestalte willen geven'. Er is, zo wordt nadrukkelijk gesteld, geen sprake van dat deze regelingen worden opgelegd aan gemeenten die daar nog niet aan toe zijn. De raad vraagt zich overigens af of het niet gewenst zou zijn dat in navolging van de Hervormde Kerk ook de Gereformeerde Kerken hun classicale vergaderingen de gelegenheid geven een oordeel uit te spreken over deze kerkordelijke regelingen.
Het werkverslag van de raad bevat tevens de afzonderlijke werkverslagen van de verschillende werkgroepen die onder de raad ressorteren. Behalve de werkgroep organisatie en financiën zijn dat de werkgroep 'Kernen van belijden', de werkgroep kerkordelijke aangelegenheden en de werkgroep samenwerking plaatselijk vlak.
TOEKOMSTIGE VORMGEVING: BELANGRIJKE PLAATS VOOR CLASSIS
De belangrijke rol die is weggelegd voor de classicale vergaderingen en de mogelijkheden voor het vormen van gemeenten van 'gelijkgezinden', dat zijn een paar punten uit de 'Voorlopige schets van de toekomstige vormgeving der herenigde kerk'.
De schets begint met de opmerking dat het samen-op-weg-proces dient voort te komen 'uit een luisteren naar het gebed en gebod van Christus!. De kerk, aldus dé schets, is niet een bezit van, maar een geschenk aan gelovigen, een geschenk dat verankerd ligt in het genadeverbond van God met Zijn volk. Daarom 'hebben wij elkaar niet als partijen of tegenspelers over "waarheden" te zien, maar als elkaars gegevenen om der wille van de waarheid in Christus'.
Daaruit volgt dat de bereidheid moet bestaan afstand te nemen van groepsdenken en 'kerkcultuur'.
Presbyteriaal-synodaal
Uitgegaan wordt van een presbyteriaal-synodaal model voor de toekomstige herenigde kerk. Dat beide kerken zonder meer zouden kunnen worden geïntegreerd is echter een illusie, aldus de schets, daarvoor is het verschil in 'kerkgevoel' te groot. Voor de Hervormde Kerk is wezenlijk het besef van een reformatorische kerk als geestelijke vernieuwing en planting in het Nederlandse volk. Het accent bij de inrichting van de kerk ligt daardoor meer landelijk. Voor de gereformeerden is wezenlijk het besef van een gemeenschap van kerken op confessionele basis, het één-zijn door het samen eens te zijn in getuigenis en dienst. Bij de kerkinrichting ligt het accent daardoor meer op het plaatselijke aspect, op de zelfstandigheid van de plaatselijke kerken en op het delegeren van het 'algemeen belang' naar christelijke organisaties. Beide kerken worstelen overigens ten aanzien van deze verschillende opvattingen met problemen. Zowel de volkskerk-benadering als de belijdeniskerk-benadering staan onder druk, aldus de schets. Getracht moet daarom worden het goede van beide kerkvormen mee te nemen. Concreet kan dat betekenen dat de hoofdlijn van de hervormde structuur van kerkinrichting, zoals die gestalte kreeg in de kerkorde van 1951, als model zal dienen voor de herenigde kerk. Onder dit 'overkoepelend dak' zal de gereformeerde kerkorde worden ondergebracht.
Ruggegraat
De 'ruggegraat' van het model voor de nieuwe herenigde kerk wordt, aldus de schets, gevormd door de ambtelijke vergaderingen: de kerkeraad, de classis en de synode. Aan de classicale vergaderingen wordt een belangrijker plaats toegekend dan tot nu toe binnen de Hervormde Kerk het geval was. De classis wordt voorgesteld als ontmoetingsplaats voor de gemeenten en als platform van waaruit beleidsvoorstellen worden aangereikt. De provinciale vergaderingen of synodes worden gezien als ondersteunende samenwerkingsverbanden van de classicale vergaderingen.
Vanuit de classes worden twee ambtsdragers naar de synode afgevaardigd. De classis is daarmee het 'ambtelijke centrum' tussen gemeente en synode. Om 'wegstemmen' van belangrijke delen van de kerk te voorkomen, kan overwogen worden dat, zolang dit van betekenis blijft, een hervormde en een gereformeerde afgevaardigde naar de synode worden aangewezen.
Hoofdtaak van de classis is het 'bevorderen van de kerkgemeenschap binnen haar ressort'. Daarom zal de verantwoordelijkheid voor opzicht over de ambtsdragers en visitatie van de gemeenten primair bij de classis berusten. Verder zal in geval van belangrijke verschillen tussen de gemeenten voor wat betreft hun financiële situatie, ook een onderlinge lastenverdeling tot de taken van de classis behoren.
Plaatselijke gemeenten
De integriteit en geestkracht van de verschillende 'dwarslagen' in de kerk mogen niet worden opgeofferd aan de eenheid van een geforceerde geografische gemeente, zo wordt in de schets gesteld. 'Hoewel samen wordt opgetrokken, dient er ruimte te zijn voor verschillen in geloofsbeleving. Is het naast elkaar bestaan van verschillende 'gekleurde' gemeenten in één ambtelijk kerkverband niet een minder 'kwaad' dan het naast elkaar bestaan van verschillende reformatorische kerkverbanden in één plaats?', aldus de schets, waarin tevens gesteld wordt: 'Hiermee blijft de eenheid van de geografische gemeente, ook in organisatorische zin, als ideaal gesteld. Tegelijkertijd wordt echter ruimte geboden voor een andere vormgeving, voor het geval dat ideaal (nog) niet bereikbaar is. De eenheid moet dan in het grotere verband van de classis worden beleefd.' Startpunt zal dan ook zijn dat men lid blijft van de (wijk)gemeente waar men geografisch toe behoort. Desgewenst kan men echter overgaan tot een andere gemeente in dezelfde classis.
De centrale kerkeraad zoals hervormde gemeenten die nu kennen, kan gedurende een ruime overgangsperiode als ambtelijke vergadering blijven functioneren, evenals de gereformeerde kerkeraad algemene zaken. De afvaardiging naar de classis vindt echter plaats vanuit de (wijk)gemeenten. ledere gemeente is voorts, aldus de schets, verantwoordelijk voor haar eigen ledenregistratie, 'al dan niet met inschakeling van landelijke of regionale registratie-organen, waarbij de classis een coördinerende rol kan spelen'.
Ten slotte wordt over de plaatselijke gemeente nog opgemerkt: 'ledere plaatselijke gemeente is - ieder op haar eigen wijze - een volledige openbaring van het Lichaam van Christus. Zij heeft een eigen geestelijke zelfstandigheid en dient in haar integriteit te worden aanvaard. Een plaatselijk Samen op Weg mag niet worden opgedrongen. ledere gemeente heeft rechtspersoonlijkheid' .
Synode
Over de synode wordt gezegd dat deze zich in haaf arbeid beperkt tot de grote beleidszaken: confessie, ethiek, kerkorde, dienstboek, het 'spreken van de kerk' etc. Onder algemene verantwoordelijkheid aan de synode fungeert een 'stevig' breed moderamen als 'bevoegd gezag' voor de verschillende raden van bijstand/deputaatschappen. De synode bestaat uit vertegenwoordigers van de classicale vergaderingen en eventueel uit vertegenwoordigers van de provinciale vergaderingen. Dit laatste is nog in overweging. De afvaardiging van predikanten, ouderlingen en diakenen dient te geschieden in een verhouding 1:1:1.
Over het spreken van de kerk wordt ten slotte nog opgemerkt dat dit is voorbehouden aan de generale synode, eventueel gedelegeerd aan het breed moderamen.
Dit breed moderamen zou moeten bestaan uit ongeveer dertig ambtsdragers.
GEEN ARGUMENTEN VOOR BLIJVENDE SCHEIDING TUSSEN HERVORMDE KERK EN GEREFORMEERDE KERKEN
Tussen de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland bestaan geen vragen die kerkscheidend van aard zijn en ook zijn er geen vragen die vooraf opgelost moeten worden, vóór men kan komen tot hereniging van beide kerken.
Tot deze conclusie is de werkgroep 'Kernen van Belijden' van de Raad van Deputaten Samen op Weg gekomen en deze conclusie is het uitgangspunt geworden van een door de werkgroep opgestelde 'Verklaring van overeenstemming ten aanzien van het samen kerk zijn'.
In de inleiding van de verklaring valt te lezen dat beide kerken ten nauwste met elkaar verbonden zijn door hun gemeenschappelijke oorsprong in de Reformatie. Deze gemeenschappelijkheid brengt een verplichting met zich mee waaraan beide kerken zich niet langer mogen onttrekken. Bovendien zijn de verschillende wegen die beide kerken in de afgelopen honderd jaar gegaan zijn, elkaar in de praktijk de laatste jaren zo dicht genaderd, dat het gaan van een gemeenschappelijke weg in de toekomst mogelijk wordt.
De gescheidenheid van beide kerken weerspreekt het belijden van de kerk, aldus de verklaring en behoort dus bij datgene 'dat wij zeggen te willen weren'. Dit inzicht moet beide kerken brengen tot een gezamenlijke erkenning van schuld tegenover God, elkaar en 'ons volk'. Niemand kan echter als hoofdschuldige worden aangewezen: 'Het past ons niet te oordelen over de gewetens der vaderen. Ondanks al het kleinmenselijke dat niemand vreemd is, leefden en handelden zij bij het licht dat hun geschonken was, in gespannen en vaak ondoorzichtige situaties. Dit geldt zowel voor hen die bleven als voor hen die buiten de Nederlandse Hervormde Kerk kwamen te staan. Onze generatie moet in ieder geval erkennen dat wij de schuld groter zouden maken door in de huidige gescheidenheid te berusten.'
Vier kernen
De werkgroep 'Kernen van belijden' heeft zich bezig gehouden met een viertal kernen van het belijden die een krachtige motivatie vormen Voor de eenheid van de kerken. Deze kernen zijn: de rechtvaardiging van de goddeloze; de kerk is het lichaam van Christus; de waarheid is ondeelbaar en de gelovigen zijn het licht der wereld.
Spanningsvelden
De gecombineerde hervormde en gereformeerde synodevergadering van november 1982 gaf aan de Raad van Deputaten de opdracht bijzondere aandacht te schenken aan spanningsvelden tussen beide kerken. Daarbij werd gedacht aan de uitoefening van de kerkelijke tucht, het omgaan met pluraliteit binnen de kerken, het vraagstuk van de geboorteleden, de verhouding tussen de plaatselijke gemeenten en de landelijke kerk en de kwestie van het spreken van de Kerk. Het gaat hierbij, aldus de verklaring, om gemeenschappelijke vragen, die vooral betrekking hebben op de grenzen van de kerk. De verschillende visies daarop die binnen beide kerken in de loop der jaren zijn ontwikkeld, hebben geleid tot verschillende 'kerkgevoelens' of 'kerkbesef en'. De grenzen lopen hier overigens niet tussen de kerken door, maar dwars door de kerken heen. 'Het bestaan van zulke gevoelens is een uitdaging en een test: is er inderdaad de echte wil om samen op weg te gaan?'
Over het punt van de kerkelijke tucht wordt o.a. in de verklaring gezegd dat de afzonderlijke kerken de vraag naar de kerkelijke tucht niet op bevredigende wijze hebben beantwoord. Zij moeten het dus zien als een gezamenlijke opdracht om dit antwoord te vinden, aldus de verklaring.
Pluraliteit
Over pluraliteit wordt opgemerkt dat deze binnen beide kerken te vinden is. Als pluraliteit er de oorzaak van is dat de onderlinge betrokkenheid verdwijnt en de eenheid verscheurd wordt, dan vormt zij een bedreiging. Daarbij kan dan o.a. gedacht worden aan de verschillen in inzicht met betrekking tot politieke vraagstukken. Een zekere pluraliteit wordt in de kerk echter altijd gevonden en ook in de Bijbel is daarvan sprake. 'De waarheid waarvan de grote getuigen spreken, is te groot en te samengesteld om in één getuigenis te worden samengevat', aldus de verklaring, die er op wijst dat de gemeenschap der heiligen niet is een gemeenschap in opvattingen, gevoelens en positiekeuzen, maar 'een gemeenschap die ontstaat door de genademiddelen, het Woord, de doop en het heilig avondmaal. De erkenning dat de ander door hetzelfde Woord is geroepen, door dezelfde doop in Christus is ingelijfd en de aanvaarding van de ander als mede-gast aan de tafel van de Heer zijn voorwaarden om met pluraliteit om te gaan'.
In ditzelfde kader wordt de vraag opgeworpen of er wellicht ruimte gecreëerd moet worden voor gemeenten die niet volgens geografische grenzen zijn samengesteld, maar volgens andere criteria.
Geboorteleden
Over het probleem van de geboorteleden wordt gezegd: 'Het is duidelijk dat een registratie van hen die uit christelijke ouders geboren zijn, alleen zin heeft, indien er ten aanzien van deze geregistreerden pastoraal of apostolair werk geschiedt.' De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de gemeente. Er is dus niet alleen een probleem van de gemeenteleden, maar ook van de draagkracht en de inzet van de gemeenten.
Voor wat betreft de verhouding tussen de plaatselijke gemeente en de landelijke kerk wordt opgemerkt dat het goed zou zijn als elk van de twee kerken iets van de organisatiestructuur van de andere kerk zou aanvaarden. Bij de gereformeerden dus wat meer aandacht voor het landelijk aspect én bij de hervormden voor de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeenten.
Over het spreken van de kerk zegt de verklaring dat binnen de Hervormde Kerk een theocratische neiging valt waar te nemen: ambtelijk stelt de kerk zich als gezaghebbende instantie op tegenover overheid en volk. Bij de Gereformeerde Kerken wordt meer de nadruk gelegd op de persoonlijke verantwoordelijkheid van de kerkleden als leden van ons volk. Dit verschil in accentuering is echter geen motief om te volharden in de kerkelijke gescheidenheid.
In de conclusie van de verklaring wordt ten slotte o.a. gezegd: 'In onze tijd wordt van ons iets gevraagd wat anders en wellicht meer is dan wat onze kerken tot nu toe aan belijdende antwoorden hebben opgebracht. Allen in onze kerken roepen wij op zich af te vragen: kunnen wij het nog verantwoorden dat wij als twee kerken, die als geen andere in de wereld zo dicht bij elkaar staan in belijdenis en in een gemeenschappelijk nationaal verleden, onze krachten verdoen in een eindeloos elkander aftasten zonder werkelijk onze krachten te bundelen en zo samen te zoeken naar een gezamenlijk getuigenis van geloven en leven in de volkssamenleving van vandaag?'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's