De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

We namen in deze rubriek enkele malen iets op uit de boeken van S. Ulfers ('Oostloorn' en 'Harro Walter'). Dezer dagen troffen we een boekje door hem vertaald en ingeleid van T. de Witt Talmage, een volksprediker in Amerika die - naar Ulfers in zijn voorwoord zegt - in Brooklyn 's zondags voor 6000 mensen preekte en wiens preken 'overgeseind' werden naar alle delen van de wereld. Ulfers geeft in dit boekje, dat de titel Spranken draagt (uitgave C. H. W. Breijer, Utrecht, 1892), een aantal 'losse gedachten uit de toespraken preken en geschriften' van deze prediker. Hier volgen twee van deze gedachten.

'Indien wij hadden moeten zorgen voor het schrijven van de Bijbel, zouden wij gezegd hebben: "Laat een man hem schrijven; als dertig man een gedicht moeten maken, of een marmeren beeld moeten beitelen, of een geschiedenis moeten schrijven, of een ingewikkeld vraagstuk moeten uitleggen, dan zal er van de zaak niet veel terecht komen". Maar God zegt: "Eén man niet, maar veertig zullen het doen!" En zij deden het, genoeg van elkander verschillende om te tonen dat er geen afspraak geweest was, maar toch elkander niet tegensprekende op enig punt van aanbelang, terwijl zij allen schreven uit hun eigen gezichtspunt, en in hun eigen gemoedsstemming; zodat de staatsman zijn Mozes heeft; de fantast zijn Ezechiël; de puntdichter zijn Salomo; de krijgsman zijn Jozua; de zeeman zijn Jona; de gevoelvolle zijn Johannes; de denker zijn Paulus. In plaats van deze Bijbel - een Bijbel, die een kind met zich naar school kan dragen, en die een zeeman bij zich steekt in zijn buis, als hij weer zee kiest - als het aan de mensen was overgelaten om hem te schrijven, o! het zou een boek van duizend delen geworden zijn, te oordelen naar het vele getwist en geschrijf, dat over de godsdienst heerst, en heeft geheerst. Gods weg is verreweg de beste.'

'Thomas Carlyle trachtte in de laatste twintig jaren van zijn leven met de pen goed te maken, wat hij gedurende het leven van zijn vrouw aan haar verzuimd of misdreven had. Zij had veel invloed gehad op zijn levensloop; en veel had hij aan haar te danken. Maar hij had het niet gewaardeerd. Zij had om zijnentwil een liefelijk tehuis en een schitterende stand verlaten, maar hij had haar het leven van een kluizenaar doen leiden; en hij schold haar bovendien met een taal, zoals alleen genieën met een slechte spijsvertering bij machte zijn te spreken, totdat zij, reeds lang aan een kwaal lijdende, op zekere dag, door Hyde-Park rijdende, voor haar ogen haar lievelingshond zag overrijden, en enige ogenblikken later dood aan een beroerte door de koetsier in het rijtuig gevonden werd. Toen ontwaakte de letterkundige reus uit zijn echtelijk onrecht, en hij schreef toen de klaagtonen van Craigen-Pattock en Cheyne Row. De sierlijke en uitbundige opschriften, die mannen op de grafstenen hunner vrouwen schrijven zijn dikwijls een poging om nog de lieve woorden te zeggen in de oren van de dode, die zij verzuimd hebben in de oren van de levende te spreken. De dode vrouw heeft minder aan al de opschriften en loftuitingen van het gehele kerkhof, dan de levende vrouw heeft aan één enkel hartelijk woord, zoals Tom Hood aan zijn vrouw schreef: "Ik was nooit iets, totdat ik u leerde kennen".'

***

In 1878 schreef ene mr. C. A. Nairac een boekje, getiteld 'Een oud hoekje der Veluwe'. Het werd opgedragen aan de nagedachtenis van Jan Hendrik Baron van Zuylen van Nievelt van de Schaffelaer, lid van de raad te Barneveld. In dit boekje, waarin hij tal van interessante trekjes van Veluwse dorpen, als b.v. Barneveld, Garderen en Kootwijkerbroek laat zien en veel wetenswaardigs doorgeeft uit de geschiedenis van die streek, geeft hij ook een 'kenschets van de Veluwenaar, waarvoor niet geheel wordt ingestaan'. Gezien de laatste toevoeging is het best aardig iets uit deze kenschets door te geven, zonder dat betrokkenen behoeven te denken dat het allemaal écht zó is.

'Men wil dat de grond die wij bewonen, invloed op ons heeft; welke invloed oefenden dan de schrale gronden der Veluwe? De Veluwenaar is geen trekvogel, maar zeer gehecht aan de voorouderlijke stee; hetzelfde geslacht bewoonde soms twee eeuwen dezelfde boerderij. Mocht door uiteengaan van 't gezin verplaatsing onvermijdelijk zijn, zelden - en dan nog met weerzin - worden de grenzen der gemeente overgetrokken; de geboorteplaats blijft hem lief! Wij kunnen dus aannemen dat, indien de grond invloed op de mens heeft, dit althans bij den Veluwenaar moet blijken. 

Het echt Veluws karakter bestaat zuiverder op de Over-Veluwe dan te Barneveld, waarde vreemdeling zich allengs met de bevolking heeft vermengd. Garderen en Kootwijk behielden meer oorspronkelijkheid; invloeden van buiten werden daar niet gevoeld.

Wij zullen de Veluwenaar trachten gade te slaan: Zie de herder daar op de heide met zijn kluitschop, waarop hij steunt met kin, maag of rug. Als onbeweeglijk staat hij te turen; brandende zon, wind noch regen brengen daarin verandering; wijd en zijd lopen de schapen verspreid; naast hem ligt de hond te slapen of zit met de tong uit de bek te hijgen. En als de zon ter kimme daalt, drijft de "sjeper" de kudde naar het "sjot", om die de volgende morgen weer naar de heide te voeren en te zamen het leven van de vorige dag te vervolgen. (...)

Het gedwongen verkeer in de stille natuur, bijna vreemd aan maatschappelijke omgang; in het zweet des aanschijns verdienen van even dagelijks brood, zonder vooruitzicht op betere tijden; - dit alles moet noodwendig invloed uitoefenen op karaktervorming en handelingen.

Zou dat voortdurend verkeer in Gods schone schepping afhankelijkheidsgevoel en dankbaarheid aankweken jegens Hem, die de graankorrels groeikracht, het grasscheutje wasdom geeft, onder Wiens hoede huis en stal en graanbergen staan? Of tuurde het oog werktuigelijk in het rond, en was de geest alleen bezig met te overleggen, wat men doen of laten, zeggen of zwijgen zal? Is de schraalheid van 't plaggeveld ook in het hart overgegaan, of heeft de lieve bloem der donkere heide milder indrukken ontwikkeld?

Maakte het gevoel van afhankelijkheid en dankbaarheid de Veluwenaar kerks? (wat onze kustbewoners ook kenmerkt) maar, de preek van de eigen leraar vindt zelden genade, tenzij het leerstuk der eeuwige verkiezing, bijzondere verzoening, onmacht des harten tot geloof enz... boven twijfel worden gesteld. Gelukkig zijn er nog velen die in gemoede van deze verborgenheden getuigen: Ik dank U Vader, Heer des Hemels een der aarde, dat gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en dezelve de kinderkens geopenbaard. (...) Zijn karakter is eerder ernstig dan luchthartig, zijn handelen en denken wellicht traag; maar - als een haasje zijn kool af knabbelt - dan is hij er kloek bij met 't geweer! Hij is goedgeefs, ook voor de bedelaar; is dit uit angst voor de rode, haan? Maar als de diaken met de "buul" komt, offert hij nogmaals; is dit dan ook een waarachtige milde offergave? En toch wordt de uitdrukking nog al eens gehoord "hij is sjaarp". Komt dat scherp wellicht overeen met hoog zuinig?

Hij vraagt raad aan velen en volgt zijn eigen zin. Is dat bewijs van vertrouwen of van rijp overleg? Heeft hij echter dat vertrouwen eenmaal geschonken, dan is dit onbeperkt, soms te zorgeloos wellicht.

Gastvrij is hij ontegenzeggelijk. Gij zijt zijn "heerd" pas binnen, of hij wijst u een stoel in 't beste hoekje der ruime stookplaats en nodigt u, op te steken. De vrouw maakt intussen de tafel schoon al is ze niet vuil, en zet koffie met brood en "besjuut" op. De boer haalt de fles uit de kast en houdt die schuins tegen 't licht of er nog "een drupje'' in mocht zitten; middelerwijl zegent de goede vrouw uw beschuitjes dik met suiker, en houdt uw kopje en schoteltje in voortdurende koffie en melkoverstroming. Beiden, zij en de man, overladen u met noden om toch toe te tasten. Wie niét oppast, loopt gevaar, dat zijn maag 't slachtoffer der gastvrijheid wordt. "Zult ge 't eens spoedig hervatten?" is hun afscheid, nadat zij u met welgevallen hoeve, haaf en hof hebben doen bewonderen. (...).

En nu onze vrouwen: "Ehret die Frauen! Sie flechten und weben Himmlische Rosen ins irdische Leben." De vrouwen der Veluwe bezitten alle deugden, en gene der gebreken van de Veluwenaar.

Kan het antwoord op onze vraag dan zijn: de Veluwenaars houden er geen apart karakter op na, de schrale bodem maakte hen kerks, ernstig, voorzichtig, huiselijk, zuinig, arbeidzaam, goedhartig. We zullen het hierbij laten, want hoe gaarne ook. Engelen (Angelen) kunnen wij niet van hen maken, en 't ging er waarlijk al druk op aan. Het grootste deel van mijn leven bracht ik onder hen door, met dankbare waardering, van het vele goede, dat de Veluwenaar kenmerkt. Sela!'

***

De Christian Reformed Church in Amerika gaf in 1983 een eigentijds getuigenis uit, getiteld 'Our world belongs to God', onze wereld behoort aan God. De synode van die kerken beval het geschrift aan voor gebruik in eredienst, onderwijs en op andere terreinen.

Het geschrift eindigt met een stuk over de nieuwe schepping, dat we hier laten volgen.

'Onze hoop op een nieuwe aarde is niet gebonden aan wat mensen kunnen doen, want wij geloven dat op een dag iedere tegenstand tegen Gods wet en elk verzet tegen zijn wil vernietigd zal worden. We verlangen naar die dag, waarop Jezus weer zal komen als triumferende Koning, als de graven geopend zullen worden, de zee haar doden weer zal geven en alle mensen voor Zijn gericht zullen staan. We zien die dag tegemoet zonder vrees want de Rechter is onze Redder. Ons dagelijks leven van dienstbetoon richt zich op het moment dat Gods Zoons het Boek des Levens zal openen en Zijn volk aan de Vader zal voorstellen; als allen die aan de kant des Heeren waren geëerd zullen worden, de vruchten van onze kleine daden van gehoorzaamheid getoond zullen worden, de moed der martelaren geloofd zal worden, maar de daden van tyrannen en verdrukkers, van ketters en vijanden van de waarheid verdoemd zullen worden. Met de hele schepping wachten we op het louterende vuur van het gericht. Want we zullen de Vader zien van aangezicht tot aangezicht. Hij zal onze wonden helen, onze oorlogen beëindigen, en het gekrookte oprichten. Dan zullen we ons zonder smet verenigen in het nieuwe lied van het Lam, die ons maakte tot een koninklijk priesterdom. God zal zijn alles in allen, gerechtigheid en vrede zullen bloeien, alles zal nieuw worden gemaakt en elk oog zal uiteindelijk zien dat onze wereld behoort aan God.'

Vertroostende en bemoedigende woorden voor de kerk in het strijdperk van dit leven! Veel lezen is vermoeiing des vleses. Het lezen van veel kranten zeker ook, omdat een mens nu eenmaal innerlijk reageert - instemmend, afkeurend - op wat hij leest. Hier volgen twee persoonlijke expressies. Het Nederlands Dagblad gaf een complete Variant (wekelijkse bijlage) uit over 'De Afscheiding 1834-1984'. Alle gescheiden kerken kwamen, met name in een vraaggesprek, aan het woord. De redactie zegt:

'Op onze vragen reageren ds. A. H. Algra te Maassluis (ned. geref.), ds. A. C. Louwerse te Velp (Vrije Evangelische Gemeenten), ds. A. Moerkerken te Nieuw-Beijerland (Geref. Gemeenten), de heer L. M. P. Scholtèn te Capelle a/d IJssel (Geref. Gem. in Nederland), drs. H. van Veen (vrijg.) geref predikant te Loenen-Abcoude, dr B. Wentsel, (syn.) geref. predikant te 's Gravenhage-West en ds. H. U. Westerterp te Drogeham (chr. geref.).'

Een beschamend groot gezelschap. Eén stem ontbrak... van iemand die vindt dat men ook nog gereformeerd kan zijn zónder afscheiding.

Het Reformatorische Dagblad liet weten - althans zo stelde de kop van een artikel het - dat een belangrijk deel van de Gereformeerde Gezindte het af liet weten op de boekenbeurs van het Christelijk Lektuur Kontakt in Ede. Bedoeld werden de uitgevers Kool te Veenendaal en Den Hertog te Houten. Wie dan intussen leest welke uitgevers er wèl op die boekenbeurs waren moet constateren dat zo'n kop tendentieus was. En koppen 'maken' nu eenmaal de artikelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's