De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vos en Kuyper over de kerk (I)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vos en Kuyper over de kerk (I)

10 minuten leestijd

In dit artikel gaat het over dr. Gerrit Jan Vos Azn. Hij was van 1875 tot 1912 hervormd predikant te Amsterdam.

In dit artikel gaat het over dr. Gerrit Jan Vos Azn. Hij was van 1875 tot 1912 hervormd predikant te Amsterdam. In zijn tijd was hij een van de vooraanstaande dominees in ons land. Vele boeken staan op zijn naam, vooral op het gebied van de vaderlandse kerkgeschiedenis en het kerkrecht. Hij heeft vooral bekendheid gekregen door de rol die hij speelde in de dagen van de Doleantie. Hij verzette zich fel tegen de kerkpolitiek van Kuyper en de zijnen in de kerkeraad van Amsterdam. Hij was daarbij in de bijzondere positie dat hij ook scriba van de classis Amsterdam was. Het classicaal bestuur was bevoegd eventueel tuchtmaatregelen te nemen. Dat werd eind 1885 begin 1886 naar het inzicht van Vos bittere noodzaak. Toen tachtig kerkeraadsleden, onder wie ook dr. Abraham Kuyper, besloten dat de kerkelijke goederen bij een scheiding zouden behoren aan hen die om wille van de belijdenis zich van de Hervormde Kerk zouden losmaken, achtte het bestuur van de classis Amsterdam de maat vol. De tachtig werden provisorisch geschorst omdat ze gestemd hadden voor een besluit dat in strijd was met de Algemene Reglementen van de kerk. De reactie van de kant van de geschorsten was de organisatie van de Doleantie die in 1887 een duidelijk landelijk karakter aannam.

Het rommelde in de vorige eeuw in de kerk al heel lang. De leergeschillen waren vele, maar we stellen vast dat de tachtig niet geschorst werden om dogmatische afwijkingen, maar om een ethische. Ze werden om een foutieve handeling buiten spel gezet, het is wellicht goed dit nog even helder te stellen. Je kunt natuurlijk zeggen dat een leergeschil in de 19de eeuw in de Hervormde Kerk nauwelijks aan de orde kon komen, er was immers praktisch leervrijheid, toch kan het nu zijn nut hebben vast te stellen dat de kerk Kuyper en de zijnen niet heeft veroordeeld wegens afwijken van de belijdenis. Dat werpt een bepaald licht op het conflict. Als we ons nu gaan richten op de beginselen van Vos en Kuyper aangaande de kerk, kan dat betekenen dat ze in dogmatisch opzicht helemaal niet zo verschillend zijn. Een feit is dat beiden hartstochtelijke voorstanders waren van de handhaving van de gereformeerde belijdenis in de kerk.

Er is me nog iets bijzonder opgevallen. Vos heeft Kuyper nooit aangevallen op het punt van de veronderstelde wedergeboorte. Ik heb altijd gehoord dat dat toch het kwalijke punt is in de leer van Kuyper, maar ik heb het niet van Vos geleerd, integendeel, hij hing die leer ook zelf aan, al heeft hij zijn eigen formuleringen daarover. Ze staan dus in dit opzicht niet ver van elkaar. Ze horen in één kerk gelijk ze van één kerk waren, maar de wijze waarop de kerk zich moest herstellen van haar dwalingen zagen zij zeer verschillend. Beiden gereformeerd van belijdenis, kijken ze toch elk op eigen manier tegen de feitelijke situatie van de kerkelijke toestand aan en komen zo tegenover elkaar te staan. Het is te vergelijken met twee dokters die een zieke behandelen. Ze zijn beiden eens dat patiënt ziek is, ze verschillen in diagnose en therapie. De een vindt eigenlijk amputatie noodzakelijk, de ander wil het lichaam heel houden en door goede medicijn de ziekte verdrijven. Het is een triest feit dat een maatregel die bedoeld was om scheiding te voorkomen, juist geleid heeft tot een amputatie die zó ook niet in de bedoeling lag. Kuyper had het zich anders voorgesteld.

We willen nu nader kennis maken met de geloofsleer over de kerk zoals Vos die heeft ontwikkeld en die vergelijken met uitspraken van Kuyper. Daar het tussen deze twee tot een conflict over de Hervormde Kerk is gekomen, zullen we ook in het kort proberen aan te geven, hoe ze stonden tegenover het instituut kerk zoals zij dat in de Hervormde Kerk ondervonden.

De kerk bij Vos

We raadplegen het Handboek voor het onderwijs in den christelijken godsdienst, dat Vos in 1898 uitgaf. Hij voert in dit boek geen polemiek, ook niet tegen Kuyper. Verschillen moeten we dus op grond van andere geschriften vaststellen, als ze zich voordoen. We gaan toch van dit boek uit omdat we rustig willen horen hoe hij spreekt over de kerk des Heeren.

Geloofsleer

De leer over de kerk is een onderdeel van de christelijke geloofsleer of dogmatiek. Vos spreekt over de geloofsleer als over de stelselmatige uiteenzetting van wat niet alleen de christen, maar alle volk en ieder mens volgens het onderwijs van Christus voor godsdienstige waarheid te houden heeft. Of korter gezegd, van de kennis van God, zoals Hij zich volgens Christus openbaarde. Zo wil Vos ook stelselmatig over de kerk spreken. Het heeft dan belang waar hij, op welk punt, hij de kerk in het gehele stelsel van de geloofsleer, ter sprake brengt. Christus staat in het centrum van zijn geloofsleer. Hij onderscheidt drie gedeelten: 1. Wat de mensen zijn, voor wie Christus als verlosser kwam, gedacht buiten persoonlijke betrekking tot Hem. 2. Wat Christus, op aarde zijnde, verricht heeft tot verlossing van mensen. 3. Wat Christus vanuit de hemel ter toepassing van zijn verlossingsarbeid doet. De kerk komt in alle drie delen ter sprake. Dat kan ook niet anders. In de kerk gaat het om mensen die God in Christus leren kennen en in alle drie delen is het zo te zien dat het steeds gaat om Christus en de mensen. Zo komt in deel 1, wat de mensen zijn buiten persoonlijke betrekking tot Christus die voor hen kwam, aan de orde wat wij zijn als geboren leden van de christelijke kerk. Hier horen we achtereenvolgens over het verbond der genade, de doop, de kerk en het Woord Gods.

De gedachtengang is: door het verbond en de doop zijn we in de kerk een onder het Woord. Deel 2 handelt over de persoon en het werk van Christus als verlosser en daar komt de kerk opnieuw ter sprake, maar nu in het bijzonder in de betrekking die God tot haar heeft. We leren God kennen in het licht van Jezus' openbaring, ook in betrekking tot zijn Kerk. Hier komt de uitverkiezing ter sprake en de uitvoering van het voornemen Gods. Deel 3 zet in met de doop en het geloof, en vervolgt met wedergeboorte door het woord der waarheid, en de bekering tot Christus. Het gaat hier dus om het geestelijk leven van de leden van de kerk. We zien dus dat de leer over de kerk bij Vos geheel is opgenomen in het stelselmatig nadenken over relatie van God (Christus) en mens. Je zou ook kunnen spreken van een theologische anthropologie of leer aangaande de mens; wat de mens is in het licht van de openbaring is voortdu­rend aan de orde, ook de mens die als lid van de christelijke kerk geboren wordt. En daar Christus het licht der mensen is dat hier overal uitstraalt, kunnen we dit werk van Vos met recht een christelijke anthropologie noemen. Dat is het raamwerk van zijn boek. Het is een uitgebreide catechismus, die Vos geeft. Het is dan ook voor het onderwijs geschreven. Het is nog steeds een goed paedagogisch didactisch uitgangspunt om in het onderwijs te starten in de leefwereld van het kind. Daarom vangt Vos zijn onderwijs over de kerk een en andermaal aan met de doop. Zijn beschouwingen worden gedragen door het geloof dat God ons met onze kinderen in zijn verbond heeft opgenomen. Van kindsaf zijn we opgenomen in Gods Kerk. We zijn mensenkind, schepsel van God, zedelijke wezens, geboren leden van de christelijke kerk. We zijn van Godswege zó en daar geboren. En dat laat Vos wegen.

Wat wij zijn als geboren leden van de christelijke kerk

We zijn in zonde ontvangen en geboren. Buiten Gods genade zijn we onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. God kan ons straffen met tijdelijke en eeuwige straffen. Toch zijn we als mensen voorwerp gebleven van Gods welwillende gezindheid. We zijn leden van een mensheid die hoopt op een Verlosser. We zijn leden van de Kerk, waarin het genadeverbond met al de daarmee verbonden genademiddelen zich bevindt. Door dat verbond nu heeft God zelf de menselijke hoop op verlossing, op de Verlosser, bevestigd door zijn beloften, die in Hem ja, en in Hem amen zijn. Zo komen we als leden van de mensheid de kerk binnen. Is de gemeenschap van de kerk de nieuwe mensheid, zoals Kuyper daarover sprak? Laten we nog even met het antwoord wachten.

Het verbond der genade

Vos beschrijft het verbond der genade als een testamentaire beschikking. Daardoor zegt hij uit vrije genade met een onveranderlijk voornemen het leven toe, dat door de eerste zonde verloren ging. Hij schenkt dat leven door de overwinnaar van de zonde en door Hem ontvangen we het ook. Voor het begin van het verbond worden we verwezen naar Gen. 3. Vos wijst erop dat de aanvaarding van de verbondsbelofte door Adam betekent dat het Evangelie van de gerechtigheid die God schenkt tot al zijn nakomelingen komt. Zo herhaalt zich dit bij Noach en ook bij Abram. In de ene is steeds de nakomelingschap begrepen. Zo wil de Heere het. In het Oude Verbond was de besnijdenis er het teken van en de beloofde Verlosser uit Abraham geboren, was er de Borg van. De wet van de Tien Geboden is er de grondwet van. Zij moest het volk opleiden tot de Beloofde, als de gerechtigheid voor God. Het verbond van de Sinai versmalt de betekenis van het verbond niet tot een nationale. Het is Gods verbintenis met de kerk van het Oude Testament om door de wet de belofte te doen begeren en op de Beloofde te vertrouwen, opdat het genadeverbond geheel uitgevoerd en in de volheid der tijden onder alle volken gesticht zou worden. Het genadeverbond heeft bij Vos van het begin af een duidelijke universele betekenis. We zullen afwachten hoe dit zich verhoudt met de leer van de verkiezing. Dat vraagt Vos zich hier nog niet af. Wel merkt hij kernachtig op dat de blijde boodschap van het heil dat tot de kerk van het Oude Verbond kwam op het moment van de overgang naar het Nieuwe niet anders was dan 'U komt de belofte toe én uw kinderen'.

De doop

Vóór de kerk wordt eerst de doop aan de orde gesteld. De doop is in de plaats van de besnijdenis gekomen. Het is het teken van het verbond in zijn nieuwe huishouding. De ouders zijn er met hun kinderen in opgenomen. Daarom moeten ook de kinderen gedoopt worden. Vos geeft de volgende interpretatie van de 'kinderen der gelovigen': 'De "Kinderen der gelovigen", dergenen die naar het Woord Gods horen, moeten, als uit zulke ouders geboren, in wie de Heilige Geest door het Woord werkt, beschouwd worden als voorzien van de geloofskiem, als uit God geborenen'. Dus kortweg: ze moeten als wedergeboren beschouwd worden. Dit is hetzelfde als de veronderstelde wedergeboorte. Hij kan het niet van Kuyper geleerd hebben, die ontwikkelde deze visie op de kinderdoop ook pas in de negentiger jaren. En in die tijd las Vos de werken van Kuyper niet meer! Vos tekent er verder bij aan: 'Dien tengevolge worden zij gedoopt, niet als rechthebbende tegenover God op zijn genade-goederen, maar omdat God recht op hen heeft als gekochten door Christus' bloed; zij worden ook niet, omdat zij als wedergeborenen door de dienende macht worden aangemerkt, van dat Sacrament voorzien, maar omdat Christus het alzo verordineerd heeft. Tot bekering en vertrouwen worden zij ook niet vemaand, omdat zij dat uit kracht van de wedergeboorte zouden kunnen, maar omdat zij daartoe van Godswege verplicht zijn. Evenwel behoeven we niet te zeggen, dat die ideale beschouwing wel eens door latere ervaring op een harde proef gesteld wordt'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vos en Kuyper over de kerk (I)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's