De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijke levensregels (2)

Bekijk het origineel

Geestelijke levensregels (2)

9 minuten leestijd

Ligt in de uitdrukking 'geestelijke levensregels' niet een innerlijke tegenspraak?

DISCIPLINE

De vraag mag terecht worden gesteld: ligt in de uitdrukking 'geestelijke levensregels' niet een innerlijke tegenspraak? Wanneer er heden ten dage nog een leven uit de Geest bestaat, wat heeft dat dan nog met regels van doen? Het is inderdaad waar: alle regels van enigerlei aard, vooral zodanige die zich manifesteren bij de vorming van ons leven, zijn thans meestal uitdrukking van machten, die tegenovergesteld zijn aan de kracht en de werking van de Geest. Zo is het verstaanbaar, dat ons het begrip van 'regel' als iets ongeestelijks voorkomt. Daarbij moeten wij niet verzuimen op te merken, dat juist de moderne mens vastgeklemd zit in een veelheid van plichten, belevenissen, indrukken en eisen. Hij kan zich in zijn bestaan, in zijn innerlijke evenwicht in het geheel niet ontplooien zonder het gebruik van regels.

Tragiek

Juist het feit, dat ons de regels en de regelmaat zowel tot nood geworden is als tot noodzaak, betekent op een bijzondere manier de tragiek van ons moderne leven, vooral ten aanzien van onze beroepsarbeid. Vele mensen kunnen alleen nog maar zichzelf zijn door de begrenzing van de dagindeling van hun beroep op dienst. Verliezen ze door werkeloosheid, ziekte, ouderdom of wat dan ook het dagelijks rhythme, dan kunnen ze het leven nauwelijks meer verdragen. Wij zien daaruit, dat ze feitelijk helemaal niet meer hun eigen ik bezitten, maar verloren zijn aan machten, die buiten hun persoonlijk leven staan. Het indrukwekkende Woord van Jezus, dat wij de wereld gewinnen, maar schade lijden aan onze ziel wordt waarheid voor een gehele generatie ten opzichte van de vervulling van zijn plicht. Het laat zich dus denken, dat wij bij geestelijke levensontplooiing als vanzelf gekant zijn tegen iedere levensregel. Het leven uit de Geest betekent in een bepaald opzicht juist het voorrecht om tot zich zelf te komen. Zich zelf terug te vinden temidden van het dreigend verlies van onze persoonlijkheid. Het komt ons voor als een genade onze oorspronkelijke zelfstandigheid terug te vinden. Niet uit het beroepsethos te leven, niet uit de dienst, niet uit de sport of de eros, noch uit enige aardse grootheid, maar alleen uit het Woord Gods, uit de werkelijkheden van de goddelijke wereld, dat schijnt ons de hoogste vrijheid toe. En geldt niet van zulk een leven: de Geest waait, waarheen hij wil? Is daarvoor werkelijk een uiterlijke hulp of steun nodig. Doen wij niet veel beter om maar spontaan uit innerlijke impulsen te leven? Geleid te worden door invallen? Zou niet iedere poging iedere poging het werken van de Geest in levensregels vast te leggen schadelijk zijn of kunnen doden? Wij geven deze vragen maar dóór om aan te duiden onze instinctieve afkeer van alle regels. Ja, wij denken hier zo maar, zonder controle of onze opvatting van evangelische vrijheid wel juist is.

Daemonie

Intussen zal het blijken, dat ons gewoonlijke denken over deze zaken op zijn minst aan grove misverstanden onderhevig is. De macht van alle daemonische regels in de moderne samenleving kan niet worden gebroken door regelloosheid. Chaotische onderwerping aan complexe verbanden wordt niet opgeheven door bandeloosheid. De ware vrijheid luistert altijd naar wetten. Het gaat er alleen maar om dat wij aan ordeningen worden gebonden, die stammen uit een ander bereik dan deze wereld. Wij behoeven een leven gekenmerkt door een geestelijke orde.

Een ongeordend leven belemmert het werken van de Geest evenzeer als een leven dat alleen in wereldse zin door orde wordt gedragen. Het leven der genade verdraagt evenmin chaos als elk ander leven. Veronderstel, dat een bestaan onophoudelijk door uiterlijke of innerlijke onrust zou worden voortgedreven - het zou nimmer de goddelijke stem in een hart laten doordringen. Natuurlijk kan God u ook door donderslagen uit uw valse opwekken, maar moeten wij daarop wachten? Het komt er alleen op aan de roep en de stem te horen, die langzaam en schuchter ons nadert.

Strijd

Komt het eventueel tot een luisteren naar de stem van God door Woord en Geest, dan ontstaat in zulk een leven niet alleen een wondervolle droom of glanzende heerlijkheid. Neen - overal waar eindelijk gehoor wordt gegeven aan het Woord, daar komt strijd. De waarheid wordt doorleefd van het Nieuwtestamentisch woord: het vlees begeert tegen de Geest en de Geest het vlees; deze staan tegen elkander. Zulk een strijd mag ons aanbevolen zijn. Ook hier geldt: wandelt door de Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet. Dit wandelen door de Geest is echter heel wat anders dan zo nu en dan bewogen worden door de Geest. Ook heel wat anders dan een verlangen naar de werktuigen van de Geest, dat af en toe opkomt. Neen, het is een zaak van trouw, van bestendigheid. Het is vermoedelijk één van de grootste misvattingen op het kerkelijk erf, wanneer wij de arbeid van Gods Geest vereenzelvigen met al wat abnormaal is. Telkens treden er weer personen en partijen op, die aan buitengewone verschijnselen, aan openbaringen en wonderen grote waarde hechten dan aan de werkzaamheid des Geestes in wedergeboorte, bekering en vernieuwing des levens. Het abnormale trekt de aandacht en het normale blijft onopgemerkt. Men dweept met het impulsieve; het plotselinge, de zielsvervoeringen en opzienbarende buitensporigheden, en sluit voor de langzame en gestadige voortgang van het Koninkrijk Gods het oog. Juist het gestage en bestendige bouwt op. De grilligheid en wispelturigheid daarentegen breken af. Ons wordt daarom als taak aangewezen in voortdurende waakzaamheid te staan naar een vaste ordening van het leven. Gaan wij tot staving van dit gezegde na, hoe dat toegaat in het leven van vele geheiligde persoonlijkheden, welnu, dan valt ons bij de groten in het Koninkrijk Gods juist op de orde, de regelmaat, de tucht over hun uitwendig en inwendig leven. Een stipte verdeling van de dag, een welomschreven arbeidsuur en een beperking van het werkterrein.

Nog op een ander misverstand moet worden gewezen. Geestelijke levensordening is geen morele wet. Geen wettelijkheid of wetticisme, dat toch geen werkelijke hulp is voor de innerlijke vernieuwing van ons leven. Geestelijke ordening komt van binnen uit. Men moet wel het risico nemen dat buitenstaanders het verschil niet zien tussen wetticisme en geestelijke discipline. Voor het blote oog is er ook dikwijls geen onderscheid op te merken. Wij zullen aan bespotting blootstaan. Wij zullen wetschrijvers worden genoemd. ledere levensontplooiing overeenkomstig de Heilige Geest staat open voor hevige vijandschap. Wat is de organisatie van de gemeente van Geneve onder Calvijns leiding hevig gehaat door de libertijnen! Deze dingen behoren tot de moeilijkheden, die overwonnen moeten worden. Een gedurig verkeer met Christus door Woord en Geest geeft in deze volharding en loutering.

Gelofte

Het is hier wellicht de beste plaats de aandacht te vestigen op een bijbels gegeven, dat welhaast geheel uit het geloofsleven verdwenen is. Wij denken aan de gelofte. Onmiddellijk doemt dan voor ons op de barre idee van de kloostergelofte. Maar - wat een geestelijke werkelijkheid ligt achter dit woord verborgen. Vooreerst horen wij daarin het inzicht in de betekenis van een besluit. Ook dat is een gebeuren, dat vreemd is aan onze huidige gewoonten. De moderne mens meent zijn vrijheid alleen daardoor te handhaven, dat hij zich zijn beslissingen voorbehoudt voor iedere willekeurige situatie, of ze nu van tijdelijke waarde zijn of eeuwigheidsbetekenis hebben. Daarmee wordt hij echter de slaaf van de omstandigheden om hem heen. Hij wordt onderworpen aan geestelijke machten, die om hem heen gonzen. Bovenal wordt hij de slaaf van zijn eigen stemmingen. Het besluit, dat voor Gods aangezicht wordt genomen, heft daarentegen ons eigen leven uit boven al deze gevaren en bergt het in de hand van Hem, die over het gehele leven Heere is. Daaruit komt voort houvast in de storm, geleide op de weg, herinnering aan de goede weg bij het dwalen, wijdheid van blik en vrijheid van ziel. Ja, het schijnt tegenstrijdig, maar het is waarheid: alleen in de gelofte is vrijheid.

Periodiek

Een gelofte behoeft niet voor de duur van het gehele leven gedaan te zijn. Reeds de gelofte, afgelegd voor een begrensde periode, maakt de weg vrij in de ziel voor een volheid van geestelijke krachten. Zonder een gelofte in de een of andere vorm is de geestelijke ordening van het leven in het geheel niet mogelijk. Wie niet bereid is tot een voor Gods aangezicht genomen besluit en wie niet trouw wil blijven aan dit besluit door alle moeilijkheden heen, die moet van het doel afzien zijn leven een geestelijke zin te verlenen. Velen verontschuldigen de innerlijke onbestendigheid van hun leven met het excuus van de leiding van God. Dit gebeurt dikwijls in onkunde van de geestelijke wetten en is vaak een teken van gebrek aan moed. Onze tijd behoeft christenen, die God hun leven toevertrouwen, zich plechtig tot iets durven te verbinden en deze belofte houden door alle stormen heen.

Er is een valse bescheidenheid, die zich zelfs de schijn van ootmoed geeft, die niet durft pal te staan voor de diepste ervaringen uit louter vrees voor andere mensen of voor het eigen hart.

Op deze manier een gelofte afleggen vraagt het geheim van stilte en overgave. Wij menen zelfs dat het goed is iemand - zij het dan ook maar zeer weinigen - deelgenoot te maken van uw voornemen. Hier opent zich de mogelijkheid van hulp van de zielzorg. Wij behoeven daarbij niet direct aan ambtelijke zielzorg te denken. Het kan ook beperkt blijven tot een goede vriend of vriendin. Waar het om gaat is dit: het komt er op aan, dat iemand weet van ons voornemen. Het stuwend begeleidt en meemaakt. Ook weet te corrigeren en bij te sturen. Juist hier kan een gezin van grote hulp zijn.

Verbintenis

Het trof ons dat in de Redelijke Godsdienst van Willem à Brakel van de gelofte wordt gehandeld. Een gelofte is een verbintenis. Deze moet alleen aan God beloofd worden en ze moet zijn over een goede zaak, die wij in de natuur en omstandigheden kennen en waarvan wij zeker zijn, dat wij ze mogen en kunnen doen. Men moet een gelofte doen ten aanzien van een zaak, die in onze macht ligt. Nooit kan men zich verplichten bijvoorbeeld zijn gehele leven nooit meer zonde te zullen doen. Bovendien moet een gelofte alleen worden gedaan in rust en trouw. De gelofte vraagt levensvastheid en bestendigheid.

Toen in de vorige eeuw Van Oosterzee zijn promotie had gedaan, bracht hij de belofte voor Gods aangezicht wetenschappelijk vruchtbaar te blijven. In diepe trouw legt hij verantwoording af van zijn voornemen. Hij mocht ook deze gelofte gestand doen. Ziedaar, een weg om het leven met Gods hulp lijn en richting te geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geestelijke levensregels (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's