De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Afscheiding herdacht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Afscheiding herdacht

9 minuten leestijd

Breuken slaan is een klein kunstje, breuken helen is bijkans onmogelijk. En toch is het, in een geval als dit, naar Schrift en Belijdenis, onze opdracht.

Ulrum 1834

Op 14 oktober 1834 tekenden in de Hervormde gemeente te Ulrum 137 personen, onder wie 75 lidmaten, een door hun predikant, Hendrik de Cock, opgestelde Acte van Afscheiding en Wederkeer. Hiermee was de teerling geworpen. De eerste grote Afscheiding van de Hervormde Kerk in de 19e eeuw was een voldongen feit. Heden wordt zij herdacht, omdat het 150 jaar geleden is. De Afscheiding van 1834 was niet de eerste afscheiding van de Hervormde Kerk sinds die kerk in 1816 een nieuwe kerkorde ontvangen had in de vorm van een Reglementenbundel van de hand van koning Willem I en zijn ambtenaren. Zeven jaar nadat de nieuwe ordening van het kerkelijke leven de oude kerk was opgelegd, nl. in 1823, scheidde Jan Willem Vijgeboom, oefenaar in het land van Axel, zich van de Hervormde Kerk af. Dat had enig opzien gebaard, maar het viel in het niet bij hetgeen in 1834 gebeurde.

Klimaat

Wel tekende de afscheiding van Vijgeboom het klimaat waarin men in die tijd leefde. Het thema van een 'afscheiding' was in 1834 niet nieuw. Zelfs de overigens goed Hervormde ds. D. Molenaar had er al eens zijn gedachten over laten gaan. En ook De Cock zélf. Het is niet waar dat pas Scholte hem op het idee van een eventuele afscheiding zou hebben gebracht. Al in zijn befaamde en beruchte boekje over de Schaapskooi van Christus, aangetast door twee wolven, in 1833 uitgegeven, had De Cock op een afscheiding gezinspeeld. Scholte kan hem in dit opzicht alleen maar op deze weg voortgestuwd hebben. Bovendien, het klimaat waarin De Cock leefde, maakte hem als het ware rijp voor een afscheiding. Hij had veel contact met conventikelmensen, die de Hervormde Kerk niet altijd een bepaald goed hart toedroegen. Een enkel geschriftje dat van leiders van deze mensen is bewaard gebleven, bewijst het overvloedig. Maar nu viel dan de slag!

Voortaan zou er naast de Hervormde Kerk in ons land zich een andere kerk ontwikkelen, die eveneens op de naam Gereformeerd aanspraak maakte en zelfs meende beter Gereformeerd te zijn dan de Hervormde Kerk, of eigenlijk gezegd in de Hervormde Kerk, zoals in de Acte staat, niet anders zag dan een valse kerk, ja zoals De Cock het later formuleerde een antichristelijk rijk.

Geen viering

Als wij na anderhalve eeuw daarop terugzien, betreuren wij de gang van zaken in hoge mate. Ik meen dan ook, dat er zeker geen reden is om de Afscheiding zo te herdenken dat zij 'gevierd' wordt. Over haar oorzaken is natuurlijk al veel te doen geweest. De Afscheidenen zelf hebben de Afscheiding gewaardeerd als een 'reformatie'. Heden zullen zij wat voorzichtiger geworden zijn in het gebruik van deze term. De Cock zelf heeft zichzelf meermalen vergeleken met Luther. Van Hervormde zijde is daar steeds tegenin gebracht, dat er een groot, ja hemelsbreed verschil bestaat tussen de Reformatie van de 16e eeuw en de Afscheiding van 1834. Het is niet waar, dat de Hervormde Kerk op één lijn mocht worden gesteld met de kerk van Rome, zoals De Cock heeft gedaan. In de Reformatie ging het ook niet alleen maar om kwesties als het zingen van gezangen, het dopen van kinderen van ouders die (nog) geen lidmaten waren. Er stonden veel wezenlijker zaken op het spel. Zeker, wij weten dat De Cock terecht is opgekomen tegen het oude Liberalisme van zijn tijd en tegen de zgn. Groninger richting van Hofstede de Groot, en dat hij met kracht de verdorvenheid van de mens naar voren bracht, en dat de genade Gods alleen de zondaar redt. Hierin zullen wij hem eren en willen wij hem bijvallen. Als zodanig heeft De Cock in zijn tijd de Gereformeerde religie gediend. De vraag is echter of De Cock niet wat is doorgeslagen naar de andere kant. Verschillende van zijn uitspraken doen meer aan Schortinghuis denken dan aan Calvijn en de andere reformatoren. Er staat echter tegenover dat zijn opponenten nog veel verder van Calvijn en van de Dordtse vaderen verwijderd waren.

Niet meegaan

Voor Hervormden is het dan ook op dit punt moeilijk om te kiezen. Al voelen zij zich met De Cock verwant, zij kunnen toch niet zonder meer zijn partij kiezen en zeker niet meegaan op de weg die hij tenslotte verkoos. Al in de tijd van De Cock zelf was dat het geval. Er waren getrouwe Gereformeerde predikanten die bleven. En dat niet slechts om den brode, zoals De Cock hen verweet, maar uit overtuiging. De Cock heeft hen hard aangepakt, hij noemde ze Achitofels, brooddienaren enzovoorts. Maar zij kónden niet anders. Zij meenden door te blijven waarlijk trouw te zijn aan de Belijdenis der kerk.

De personen

Ook over de personen die bij de Afscheiding in eerste instantie betrokken waren liep verschil van mening, en dat verschil is er voor een deel nog. Al menigmaal ben ik tegengekomen, dat men De Cock eerde als een hervormer der kerk, en dat men hem prees om zijn inzichten, die zo zuiver zouden zijn geweest, met name ook in zijn kerkopvatting. Anderzijds hebben heel wat Hervormden steeds moeite gehad met de figuur van De Cock. Tijdgenoten noemden hem een zeloot, een drijver. Zo stonden de partijen tegenover elkaar. Niet alleen maar de Liberalen tegenover de Afgescheidenen, maar ook de Hervormd-Gereformeerden en de Afgescheidenen en omgekeerd.

Tussen de laatste twee groeperingen waren dwarsverbindingen, en de Hervormd-Gereformeerden voelden zich met de Afgescheidenen in menig opzicht verwant, maar er gaapte niettemin tussen beide een diepe kloof.

Beroep op Gods Woord

Beide meenden zich op Gods Woord te kunnen beroepen. Brummelkamp beweerde dat hij altijd tien bijbelteksten bij de hand had om de Afscheiding te rechtvaardigen. De Hervormden daarentegen beriepen zich op de houding van Israels profeten, die wel de zonden en dwalingen van het volk bestraften maar toch niet opriepen tot afscheiding, terwijl Elia zelfs het altaar op de Karmel herstelde met 12 stenen die de 12 stammen beduidden, en dus niet een nieuw altaar oprichtte. Ja, zij beriepen zich op de houding van Jezus zelf, die wel de tempel reinigde, maar nimmer zijn volgelingen verbood de tempeldienst bij te wonen, hoezeer die ook verdorven was.

Geen verleden tijd

Dit alles lijkt nu verleden tijd. Het is zo lang geleden en er zijn zovele andere problemen op ons afgekomen. De kerken der Afscheiding hebben zich sinds lang geconsolideerd. En er zijn tussen Hervormd-Gereformeerden en afgescheiden broeders en zusters hartelijke banden ontstaan. Ik hoor niet meer dat men zegt dat de Hervormde Kerk een valse kerk is. De problemen die men in eigen huis heeft, maken dat trouwens bijkans onmogelijk. En omgekeerd, de Hervormd-Gereformeerden zullen minder dan ooit geneigd zijn het op te nemen voor het Liberalisme van het begin van de 19e eeuw en voor de opvattingen die heersten in de Groninger richting. Er is ook de nood van de tijd die beide groepen naar elkaar toegedreven heeft. Er zijn over en weer contacten gegroeid en samenwerkingsverbanden.

De oude problematiek

En toch sluimert naar ons gevoelen de oude problematiek nog steeds op de bodem van al deze contacten. In een herdenkingsjaar, als wij op het ogenblik beleven, komt dat steeds weer aan het licht. Dan voelen Hervormd-Gereformeerden zich niet onverdeeld gelukkig met al wat over de Afscheiding van 1834 en met name over de vaders van deze Afscheiding, gezegd wordt. Dan blijkt er enerzijds nl. onder de Afgescheidenen toch wel een sterke hang te zijn naar het bewaren en handhaven, ook tegenover de Hervormd-Gereformeerden, van een eigen identiteit. Dat kristalliseert zich vooral rond de figuur van De Cock. Terwijl toch een eerlijke analyse van de huidige situatie in de Christelijke Gereformeerde Kerken ons leert, dat er in allerlei opzicht een behoorlijke afstand tot De Cock is gegroeid. Ik zeg niet dat ik dat zonder meer betreur, maar het valt mij wel op, dat het zo weinig openlijk erkend wordt. Omgekeerd, de Hervormd-Gereformeerden kunnen soms zo Hervormd zijn koste-wat-het-kost, dat zij aan de afgescheiden broeders en zusters teveel voorbijgaan. Maar deze broeders en zusters zijn vlees van ons vlees en been van ons gebeente. En wat zou het een zegen zijn als zij meer nog dan nu het geval is, elkaar zouden vinden.

Samen op weg?

Als onze Synode stimuleerde een Samen-op-weg met de Christelijke Gereformeerden, dan zou dat, gesteld dat deze er positief op zouden ingaan, onder ons veel minder verzet oproepen dan nu het gaat over een Samen-op-weg met de (kerkelijk) Gereformeerden. Wellicht doen wij er goed aan, aan beide kanten, om toch niet alleen maar naar het verleden te zien, al zullen wij het ook niet geheel kunnen negeren, maar vooral naar de mogelijkheden van de gebroken eenheid.

Fouten

Ik meen, dat er in 1834 van twee kanten ernstige fouten zijn gemaakt, en dat de schuld niet eenzijdig op de een of op de ander kan worden gewenteld. Laten we wel wezen: De Hervormde Synode wilde wat graag af van een 'lastpak' als De Cock. De gretigheid waarmee de Besturen naar kerkelijke maatregelen grepen om de Afgescheidenen te schorsen en af te zetten, is beschamend. En bedroevend is ook dat zij de overheid in de verdrukking (als inkwartiering en gevangenisstraf) hebben gesteund. Maar ook de Afgescheidenen hebben ernstige fouten gemaakt. Dat De Cock kinderen doopte uit andere gemeenten, en dat zelfs stimuleerde, met als argument dat de doop van de 'lichte dominees' minder zou zijn dan zijn doop, was bepaald niet Gereformeerd. En hij had, evenals Kohlbrugge, meer lijdzaamheid kunnen betrachten. Hij is wel als predikant afgezet, maar niet als gemeentelid buiten de Hervormde Kerk gezet.

Hij had, naar mijn gevoelen, te weinig oog voor de betekenis van het genadeverbond.

Hij liet verbond en verkiezing ongeveer samenvallen. Hij sprak over de kerk als de 'vergadering der ware bekeerden'. Als gevolg daarvan hield hij, volgens dr. Keizer, twee lijsten van lidmaten er op na: één van de bekeerden en één van de onbekeerden. Het is te begrijpen dat dit alles hem het verwijt op de hals deed halen, dat hij meer labadist dan calvinist was. Later is in Afgescheiden kring dat alles heel anders geworden. Men heeft geworsteld om waarlijk kerk te zijn. En wij zijn er dankbaar voor, dat deze strijd uit de begintijd, de 'crisis der jeugd', niet tevergeefs is geweest.

Samen

Het valt Hervormden moeilijk de Afscheiding te 'herdenken', het valt hen onmogelijk de Afscheiding te 'vieren'. Het mag hen niet moeilijk vallen met de afgescheiden broeders en zusters samen op te trekken. Breuken slaan is een klein kunstje, breuken helen is bijkans onmogelijk. En toch is het, in een geval als dit, naar Schrift en Belijdenis, onze opdracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Afscheiding herdacht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's