Globaal bekeken
Berschermd door wolken van heerlijkheid is het volk van God onderweg in de woestijn, op weg naar het land der belofte. Dat is de viering van het Loofhuttenfeest.
In oktober 1944 werd Putten opgeschrikt door een meedogenloze vergeldingsactie van de Duitse bezetter. Reeds tijdens de razzia op 1 en 2 oktober 1944 werden er 7 mensen doodgeschoten. 660 Mannen werden weggevoerd. Tijdens het transport naar Amersfoort zijn er 13 mannen uit de trein gesprongen en 58 later vrijgelaten. Na de bevrijding keerden er 49 mannen terug. Van de 49 teruggekeeerden zijn er 5 kort na de terugkeer uit een concentratiekamp overleden. Zo rouwde Putten over 552 dodelijke slachtoffers. Op 2 oktober 1984 herdacht Putten in de Oude Kerk de razzia. Deze herdenkingsbijeenkomst werd op verzoek van het gemeentebestuur belegd door de plaatselijke 'Stichting Oktober 44'. Zeer velen waren in de Oude Kerk samengekomen - sommigen moesten met een staanplaats genoegen nemen, anderen konden er niet meer bij. Onder de genodigden waren de Commissaris van de Koningin in Gelderland M. de Bruijne en de predikanten pastor Richter uit Ladelund en pastor Kohier uit Neuengamme. Het woord werd gevoerd door burgemeester A. J. Berkhout, ds. L. Kievit en pastor H. Richter te Ladelund.
Ds. L. Kievit, die in de jaren 1945-1952 én 1957-1964, de Hervormde Gemeente als predikant diende, sprak als volgt:
'Wat is de zin van een samenzijn zoals van vanavond? Kweken wij kunstmatig een stemming van weemoed, van verdriet of waarvan dan ook? Zijn wij hier om herinneringen op te halen en even zo vele wonden open te reiten? Wat heeft het inderdaad voor zin. Het is immers al lang geleden! Het is al 40 jaar geleden! Men dient wel te bedenken, dat wat verleden werd daarom nog niet voorbij is. We houden het vast in onze herinnering, we dragen het mee in ons hart. De schade, die werd aangericht duurt geslachten lang. Een moeder, die plotseling voor heel de zorg van haar gezin kwam te staan, omdat zij zich haar man zag ontvallen. Of kinderen, die hun vader nog zo nodig hadden en hem vroegtijdig moesten missen.
Het gaat met de mensen mee. En afgezien daarvan, kan het soms ineens in het leven verrijzen, gestalte krijgen en is er weer de spanning van toen en is er weer die schok, zomaar ineens, en die schrik overdag, 's nachts, vooral 's nachts. Als wij dat samen bedenken, dan vlijmt de smart toch weer door onze harten heen. Dan doet het ineens weer pijn. leder hart heeft z'n eigen smart: ieder huis heeft zijn eigen kruis. Maar dit was gemeenschappelijk, dat wij verbaasd waren hoe het mogelijk was, op zo 'n grote schaal te moorden en dat op de meest afschuwelijke wijze. We waren er door verbijsterd. We dachten dat bestaat toch niet, dat gebeurt toch niet?! Maar het bestond wél en het gebeurde óók! We hoeven er dan ook niemand op aan te kijken, maar begrijpen, begrijpen deed geen mens het. In die dagen toen alles zijn beslag al gekregen had en wij hier voor de eerste maal op den 2e oktober 1945 bijeen waren als rouwende Gemeente, ging alles weer zijn eendere gang. Nee, toch niet! Er bleef vaak iets van mistroostigheid over het leven liggen. Maar het werk werd hervat, ook het werk in het midden van de christelijke gemeente. Ik doe u verslag van een bezoek. Er zou heel wat te verhalen zijn, want ook daarin heeft iedere smart z'n eigen verhaal. Het is tijd voor het huisbezoek. (Of was het rouwbezoek? Maar dat lag natuurlijk héél erg dicht bij elkaar). Toen ik een aanvang maakte, ging één der ouderlingen met mij mee. Waarom zou ik zijn naam verzwijgen? De ouderen onder u hebben hem zo goed gekend: Dirk Schuitemaker. Ik zei tegen hem, dat ik wist dat we eigenlijk huis-in, huis-uit moesten gaan en overal hetzelfde leed zouden aantreffen. Ik zei tegen hem: "Blijf maar thuis, geef maar een ander mee". Hij zei: "Nee, ik ben ouderling, en ik ga wél mee, maar ik zal niet veel zeggen''. En zo gingen wij en wij kwamen bij een weduwe. Die vrouw had haar man vlak voor de oorlog verloren. Een zoon was ver weggegaan, maar ze had nog een zoon thuis. We kwamen daar binnen en we hoorden het droeve relaas van deze vrouw aan. Ik zie nog hoe ze het vloerkleed aan de punt vatte en zei: "Kijk, hier was een stuk uitgezaagd, daar was de schuilplaats van mijn zoon. Maar op die dag, dat de ramp over Putten kwam, zeiden de moffen, dat ze het hele dorp zouden platbranden. Toen heb ik tegen m'n jongen gezegd: 'Kom d' er uit en meld je nog als het kan'. Toen zei hij: 'Moeder, ik vertrouw ze niet'. Ik zei: 'Ja wel, want als het dorp in brand gestoken wordt, dan ben je zeker het slachtoffer, kom er maar uit". Ze zei: "Ik heb hem er haast uitgetrokken en... ik heb hem nooit weer gezien". Wat zeg je dan ? Je zei wat. "Och man" zei ze: "Je bent nog zo jong en je hebt niks meegemaakt". En toen boog mijn ouderling zich wat naar voren en zei: "Vrouw, heb ik ook niks meegemaakt?". "Ja Dirk" zei ze: "Jij bent ook een jongen kwijt". "Ja, twee" zei hij toen. "En hoeveel had je er? " "Twee." "O Dirk", zei ze: "Dat is haast nog erger, twee jongens en twee kwiet, kun je dat begriepen?! "Toen zei hij: ''God had één Jongen en Hij wilde Hem kwijt voor jou en voor mij. Kun je dat begrijpen?" Ik ben dat antwoord nooit vergeten, want hij richtte zomaar het kruis op in het midden van het gesprek; in het midden van de nood en in het midden van de zorg. En dat alleen het kruis van de Heere Jezus Christus, troost en rust kan bieden. En die vrouw, die nog nooit had kunnen huilen, een jaar later nog niet, barstte in snikken uit, en zei: 'Daar heb ik niet aan gedacht'. Hebt u uw plaats al gevonden? Waar vraagt u? Nu, daar waar het kruis gepland staat! Wat een verwondering! Die moordenaar aan de rechterzijde van de Heere Jezus, die vatte het. Wat een verwondering, dat de Heere Jezus Christus daar hangt. 'Wij rechtvaardig' zegt hij: 'Er is niets tegen in te brengen, tegen het oordeel van God, maar Hij heeft niets onbehoorlijks gedaan'. Waarom hangt Hij hier, waarom moet Hij dit alles meemaken? Voor Zichzelf? Nee, nee voor anderen! En dan, dan horen wij uit de mond van Hem, Die daar hangt in eindeloze eenzaamheid; 'Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?' En dit "waarom" maakt dat onze waaroms eigenlijk in het niet zinken en dat wij daarom niet alle dingen willen begrijpen of kunnen begrijpen, maar wél dat wij Die Naam mogen aanroepen: toen en sindsdien en vandaag de dag. Het is maar een smalle slagschaduw, die het kruis werpt, maar net genoeg om een plaats te bieden aan allen die het nergens meer vinden kunnen, aan allen die door moeilijke wegen moeten gaan. Het is een toevlucht. En hoevelen hebben in die donkere omstandigheden die toevlucht gevonden, zijn ernaartoe gevlucht! Dat mag je gerust zeggen. Het is een schuilplaats en daarom gaat het niet om het begrijpen van de dingen. We konden het ook niet omvatten op deze schaal, maar het gaat er om, dat wij bij het kruis van de Heere Jezus Christus terechtkomen en dan ontdekken, dat daar antwoorden gereed liggen voor de meest brandende vragen. Van dat kruis uit lopen de lijnen naar de opstanding!
Vraag ik tenslotte: gaat het dan nóóit voorbij? Het gaat voorbij: een ver verschiet, een schoon vergezicht. Ik zal het u voorlezen - Openbaring 21:1-4 - "En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik Johannes zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel, toebereid als een bruid die voor haar man versierd is. En ik hoorde een grote stem uit de hemel, zeggende: Zie, de Tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan". Wie door kruis en opstanding heen die toekomst tegemoet gaat, die doet het zingende.
"Van hier werden zij weggevoerd", staat er op het gedenkteken. Het is niet toevallig, dat aan de buitenzijde van deze kerk dat gedenkteken staat en dat er een kruis in gebeiteld is. Hier in deze kerk werd het lied aangeheven. Ds. C. B. Holland, die in die met schrik vervulde nacht op zijn post was, stond erop om het Woord Gods te lezen en om te zingen. Hoewel het hem eerst niet werd toegestaan, kwam hij toch op deze preekstoel en zei: "We zullen hier niet vandaan gaan, voordat wij gezongen hebben". En wat zij zongen, dat willen wij nu graag ook zingen - een pelgrimszang voor mensen, die onderweg zijn - Psalm 84 : 3 en 4 -
Welzalig hij, die al zijn kracht en hulp alleen van u verwacht, die kiest de welgebaande wegen. Steekt hem de hete middagzon in 't moerbeidal. Gij zijt hun bron en stort op hen een milde regen, een regen, die hen overdekt, verkwikt en hun tot zegen strekt.
Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort, elk hunner zal in 't zalig oord van Sion haast voor God verschijnen. Let, Heer' der legerscharen, let op mijn ootmoedig smeekgebed. Ai, laat mij niet van druk verkwijnen, leen mij een toegenegen oor, o Jakobs God, geef mij gehoor'.
***
Ter gelegenheid van 'de gebedszondag voor Israël' op 7 oktober jl. liet dr. H. Vreekamp (Epe), de nieuw benoemde secretaris van de Raad voor de verhouding van Kerk en Israël zijn gedachten gaan over het loofhuttenfeest. We laten het stuk hier volgen - ter informatie van de lezers - (uit de Kerkklok, van hervormd Amersfoort).
De loofhut
'De gebedszondag voor Israël valt dit jaar op de dag nadat het joodse volk Grote Verzoendag heeft gevierd en enkele dagen voordat het zevendaagse Loofhuttenfeest begint. Dit feest van de loofhutten - Soekot - is het derde van de pelgrimsfeesten van Israël. Waarom viert de kerk, zo vragen we ons nu af, wel voluit Pasen en Pinksteren, maar niet het Loofhuttenfeest met Israël mee ? Wat is de betekenis van de loofhut, waarin het joodse volk elk jaar gedurende zeven dagen woont? Deze hut is de tent, waarin Israël onderdak vindt in de woestijn. Het kernwoord in de betekenis van dit onderkomen is: bescherming. "De loofhut drukt de afhankelijkheid uit van de mens ten opzichte van de natuur en de geschiedenis. Door een week lang in een loofhut te verblijven, ervaart de mens opnieuw zijn kwetsbaarheid en zijn behoefte aan bescherming" (E. van Voolen). Juist wanneer de oogst binnen is en het gevoel van binnen-te-zijn zich zou kunnen nestelen in het binnenste, woont Israël in de tent: volkomen afhankelijk van de bescherming van de Heilige. Hoe hebben we ons deze tent in de woestijn eigenlijk voor te stellen? Oude joodse wijzen geven ons een uitleg, waarbij de tenten in de woestijn verstaan worden als' 'wolken van heerlijkheid". Deze wolken geven bescherming in de woestijn. Zij beschutten onder meer tegen de brandende woestijnzon. Dus de hut als een wolk van bescherming: zó wil de Heilige Israels wonen bij zijn volk. En in de taal van de Schriften betekent de wolk de nabijheid van de Naam, die tegelijkertijd verborgen blijft...
Berschermd door wolken van heerlijkheid is het volk van God onderweg in de woestijn, op weg naar het land der belofte. Dat is de viering van het Loofhuttenfeest. Deze grondtoon van Soekot klink op verscheidene plaatsen in het Evangelie door. Zo zegt Johannes van het Woord, dat vlees is geworden, dat Het onder ons "zijn tent heeft opgeslagen" (Joh. 1:14). Bij het gebeuren van de verheerlijking op de berg zijn de momenten van het Loofhuttenfeest onmiskenbaar aanwezig in wolk en tent (Mat. 17:4, 5). Wanneer Jezus zichzelf als het levende water schenkt aan Gods volk onderweg, dan gebeurt dat op het Loofhuttenfeest in Jeruzalem (Joh. 7:2). En het boek van de profetie, gegeven in de openbaring aan Johannes, kunnen we als geheel spellen als een liturgie van het Loofhuttenfeest, waarbij met name het gedeelte op 7:9-17 dit feest van Israël de gemeente van Christus wil binnendringen. Dit brengt ons bij de vraag: oude gemeente het Loofhuttenfeest toch mogen en ook kunnen meevieren? Er zou veel en ook eignlijk alles voor te zeggen zijn om het Kerstfeest, als derde grote feest van de kerk, opnieuw te leren vieren in verband met Soekot. Opnieuw! In de oude kerk ontdekken we namelijk een dunne draad, waardoor het feest van Christus' geboorte, dat eigenlijk het feest van Zijn verschijning in deze wereld is, verbonden was met het Loofhuttenfeest van Israël. We zijn in onze dagen zo langzamerhand als kerk ervan overtuigd, dat de viering van het Kerstfeest te zeer bedolven is geraakt onder de cirkel van het heidendom in de meest donkere dagen van het jaar. We zouden dit jaar eens kunnen nadenken over met name twee momenten in dit verband. In de eerste plaats zouden we het Kerstfeest juist vanwege de donkere Europese winterdagen mogen vieren als "een in de winternacht naar voren gehaalde paasdag" (W. Barnard). In de tweede plaats zouden we het feest van Christus' verschijning kunnen vieren opnieuw in de lichtglans van Soekot. In de verschijning van het vleesgeworden Woord zijn immers "Wolken van heerlijkheid" tot bescherming voor Israël en de volken der wereld neergedaald uit de hoge. Met name zouden we de liturgie van het laatste bijbelboek in het holst van de winter hiertoe kunnen opslaan en meevieren. Zo wil de Heilige wonen bijzijn volk: in een wolk van heerlijkheid. En zo alleen is er een doorkomen aan het oord van woestheid en leegte waar de mensheid onderweg is... Daarom zingt de kerk in het holst van de herft, tijdens de opmaat van de adventsweken: Gezegend is Hij, die daar komt in de Naam des Heren. Immers, wanneer Hij gekomen is, op wie de wereld wacht, dan zal de heilige Israels wonen bij de mensen en zij zullen zijn volk zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afvegen... En daarom is het, dat rond de eerste zondag van oktober het Loofhuttenfeest een opklaring van vreugde te zien geeft: in de woestijn zijn tot bescherming wolken van heerlijkheid gegeven. Zou deze zevendaagse vreugde van Israël niet ook onze winternacht mogen en kunnen doorstralen tot in een ongekend nieuwe zomer?'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's