De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Landelijk Overlegorgaan 'Ph. J. Hoedemaker' en het geheel der Ned. Herv. Kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Landelijk Overlegorgaan 'Ph. J. Hoedemaker' en het geheel der Ned. Herv. Kerk

10 minuten leestijd

Het Landelijk Overlegorgaan 'Ph. J. Hoedemaker' wil in de eerste plaats een forum van overleg en gesprek zijn.

In juli 1981 werd opgericht het Landelijk Overlegorgaan 'Ph. J. Hoedemaker'. Zonder de naam 'Ph. J. Hoedemaker' bestond het al als Landelijk Overlegorgaan van Gereformeerde Theologiestudenten in de Ned. Herv. Kerk. Op het presentatiestencil is een breed samengesteld comité van aanbeveling vermeld, bestaande uit Nederlands hervormde predikanten die tevens lid zijn van de Confessionele Vereniging, de Gereformeerde Bond of van de 'Vrienden van Dr. H. F. Kohlbrugge'.

Dezelfde structuur bestaat ook in het ledenbestand van de vereniging: studerenden in de theologie aan de faculteiten van Brussel, Groningen, Leiden en Utrecht, en ook de begunstigers van de vereniging - voornamelijk predikanten en kerkeraden - komen uit bovengenoemde kringen.

Nu hoor je weleens zeggen: Hoe kun je een vereniging van gereformeerde studenten in de theologie naar Ph. J. Hoedemaker vernoemen, die immers hoe langer hoe meer inzag dat verenigingsdenken grote gevaren meebrengt voor het functioneren van de kerk als Lichaam van Christus.

De erfenis van Hoedemaker

Toch is het Landelijk Overlegorgaan 'Ph. J. Hoedemaker' niet een vereniging, geboren uit een neo-calvinistisch verenigingsdenken. Het wil in de eerste plaats zijn: een forum van overleg en gesprek. En juist het feit dat de samenstelling - van zowel de leden, de begunstigers als ook het comité van aanbeveling niet samenvalt met de grenzen van bestaande verenigingen, kan duidelijk maken dat het Landelijk Overlegorgaan 'Ph. J. Hoedemaker' in dezen de erfenis van Hoedemaker wil meedragen, als zij met hem oog en hart wil hebben voor het geheel van de Ned. Herv. Kerk.

Het is met het gebruik van de naam 'Hoedemaker' bovendien o.i. vaak wat eenzijdig gesteld. Het meest nog wordt hij in positieve zin genoemd, als zijn denken over de theocratie ter sprake komt, althans in sommige kringen. Toen in 1981 de naam van Ph. J. Hoedemaker verbonden werd aan het Landelijk Overlegorgaan voor gereformeerde studenten in de theologie, speelde déze gedachte niet op de voorgrond, maar op de achtergrond mee. De erfenis van Hoedemaker voor de studenten bestond en bestaat er o.i. voornamelijk uit om in trouwe verbondenheid met het gereformeerde belijden enerzijds kritisch te staan ten opzichte van allerlei modieuze theologie. Daarom werd binnen de vereniging teruggegrepen op het 'Getuigenis' van 1971 en verspreidden wij onder de lezers van ons Kontaktorgaan de brochure 'Pleidooi voor een kerkelijke koersverandering' (1982). Anderzijds willen wij als Landelijk Overlegorgaan seperatisme afwijzen en blijven in het spoor van Hoedemaker, die zich terecht afkeerde van de op gang komende Doleantiebeweging. Het gaat om hei geheel van de Ned. Herv. Kerk. Het geheel van de volkskerk heeft wederkeer en bekering nodig tot de Heere van de kerk èn gehoorzaamheid aan het Woord. In september 1983 publiceerde de vereniging daarom twee artikelen die dr. John. Stott en dr. J. Cochlovius voor het Kontaktorgaan schreven. Beiden praktiseren in hun (volks)kerken, respectievelijk de Anglicaanse Kerk en de Evangelisch Lutherse Kerk, wat wij als a.s. predikanten in de Ned. Herv. Kerk graag zouden willen.

Het is natuurlijk onmogelijk en gevaarlijk om één theoloog te volgen of om te proberen de erfenis van slechts één te willen meenemen in de eigen kerkelijke situatie. De kerk is niet van theologen, hoe begenadigd deze ook moge wezen. Wie erfgenaam mag zijn van het eeuwige leven kan niet als executeur-testamentair optreden van welke theoloog dan ook maar. Daarom willen wij niet blind zijn voor typische blinde vlekken in het denken van Hoedemaker noch ook voor het goede wat de Heere in H. F. Kohlbrugge schonk aan de Ned. Herv. Kerk. En dat houdt bij deze twee niet op.

Het geheel der Ned. Herv. Kerk

Wie zich af gaat vragen hoe dat geheel der Ned. Herv. Kerk er uitziet, komt spoedig uit bij de grote pluriformiteit die er binnen die kerk bestaat. Deze pluriformiteit is op zichzelf niet erg, omdat volledig 'gelijk'denken niet tot de wezenskenmerken van de kerk behoort, zoals wel de algemeenheid en de eenheid bijvoorbeeld. Zo bezien kon het Landelijk Overlegorgaan op een gegeven moment bepaalde modaliteitskwesties niet meemaken, zoals dat heet. Dit klemde temeer omdat door geschillen op ondergeschikte punten de werkelijke fronten o.i. uit het oog worden verloren. En de werkelijke fronten zijn de tijdgeest die wij zelf ook met ons meedragen of wij willen of niet, en aan de andere kant een vervlakking van de prediking door allerlei modieuze wendingen die veel hedendaagse theologen maken. Zo dreigt ook de Ned. Herv. Kerk een kerk te worden 'door dwalingen verbijsterd, door strijd uiteengerukt'.

Hoe sta je nu als aanstaande predikanten in die kerk? Hoe sta je in die kerk als Samen op Weg uiteindelijk tóch gerealiseerd zou worden? Kun je dan nog wat beginnen met wat Hoedemaker bewoog? Als studenten in de theologie kom je op de universiteiten heel duidelijk in aanraking met dezelfde vragen. Hoe sta je in één kerk samen met predikanten, die nu je medestudenten zijn, maar die een minimale binding hebben aan het oude belijden van de kerk, of wellicht helemaal geen binding meer daarmee (er)kennen? Voor ons was het in elk geval onmogelijk om de ogen voor deze vragen te sluiten, zoals o.i. te veel gebeurt als men zich alleen terugtrekt binnen het eigen, veilige bolwerk. Maar bolwerken vallen, en zijn dus helemaal niet veilig; ze suggereren heel vaak alleen maar een gevoel van veiligheid; ze kunnen zelfs een belemmering zijn om in een levende verbondenheid met de God van het Woord te staan.

Een plaats in het geheel met het oog op het geheel

Samen zijn we ziek, samen hebben we waarachtige bekering nodig om samen genezen te worden. Ziende op het geheel van de Ned. Herv. Kerk is deze gedachte van Hoedemaker bijzonder actueel. Dat de kerk door dwalingen verbijsterd is, ligt niet alléén aan degenen die de dwalingen introduceren en voorthelpen, maar niet minder aan ons die dan wellicht orthodox gebleven zijn, maar die zich zo lang om de rest niet hebben bekommerd, of die de orthodoxie als vanzelfsprekendheid misschien met krachtige woorden verdedigden zonder in de gaten te hebben dat wij niet als rechtzinnigen behouden worden, maar als zondaren door het geloof alleen.

Al te vaak wordt gekozen hetzij voor het vasthouden van de rechte leer terwijl de apostolaire roeping van de gemeente en de gelovigen wordt veronachtzaamd, hetzij voor de apostolaire taak van de kerk in woord en daad, terwijl het belijden van de kerk op de achtergrond komt. En deze tegenstelling blijkt erg polariserend te werken. Het is immers een valse tegenstelling: tot het belijden der kerk behoort wezenlijk het apostolaat, en apostolaat zonder innerlijke binding aan het belijden der kerk dreigt te verworden tot actie.

De plaats in het geheel der Ned. Herv. Kerk, in een volkskerk in het algemeen, wordt dus bepaald door het beleefd belijden van de kerk enerzijds. Daarom zijn wij zeer gehecht aan art. X van de kerkorde, omdat het een formulering bevat waaraan wij niet alleen zélf gehouden zijn, maar waaraan ook het geheel gehouden is. Een dergelijke formulering zal dan ook noodzakelijk zijn voor een nieuwe kerkorde: kerk en belijdenis zijn niet te scheiden. Anderzijds wordt die plaats bepaald door het belijden van de gezamenlijke schuld om het niet beleefd belijden van de kerk, om ook voor die zonde van ons allen verzoening te vinden in het offer van de Koning van de kerk.

Dr. J. Cochlovius wijst er in zijn artikel op hoeveel goeds er in de grote volkskerken is, dat weliswaar vaak helemaal niet functioneert, maar dat op het gebed door de Heilige Geest als het ware met het nieuwe leven wordt vervuld. Dat is ook wat Hoedemaker bedoelde: samen ziek - samen gezond. Want uiteindelijk is de kerk hier op aarde niet een doel in zichzelf; het gaat erom dat wij als gemeenten en gemeenteleden levende getuigen zijn van het heil in Christus Jezus, opdat ook velen die buiten het Evangelie om leven tot geloof en bekering zouden komen. Het is bemoedigend om te zien dat om een dergelijke vernieuwing ook daadwerkelijk gebeden wordt.

Wat betekent dat concreet?

Het gebed om vernieuwing en bekering is wel het allerbelangrijkste. Dat is ook de beste manier om hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden en binnen het Landelijk Overlegorgaan 'Ph. J. Hoedemaker' willen we dit dan ook de hoogste prioriteit geven. Met name onder studenten in Leiden werd het aanleiding het richtingengesprek op gang te brengen tussen theologische studenten van allerlei geestelijke herkomst. Als aanstaande predikanten hebben wij allen hetzelfde nodig: er worden gemeenten aan onze zorgen toevertrouwd en er is er alles aan gelegen dat wij dan alleen in gehoorzaamheid aan het Woord wezenlijk zullen lijken op de door God aangestelde wachter Ezechiël. Niet het resultaat of het te verwachten resultaat kan daarbij vooropstaan maar de roeping om in principe nu al zo'n wachter te zijn.

Rond deze gedachten cirkelen veel bijdragen in het Kontaktorgaan van het Landelijk Overlegorgaan 'Ph. J. Hoedemaker'. We noemden al de artikelen van Stott en Cochlovius. Zo ook de lezingen van mevr. mr. J. A. van Ruler-Hamelink: 'De erfenis van Ph. J. Hoedemaker voor de Ned. Herv. Kerk van nu' en van drs. A. de Reuver: 'De betekenis van Kohlbrugge's erfgoed voor onze kerk' (Ontmoetingsdag 1982), een forumdiscussie over Samen op Weg (Ontmoetingsdag 1983) óf het thema voor de Ontmoetingsdag van 1984: 'Pastoraat in een grote-stadsgemeente'.

Theologische opleidingen

Een niet onbelangrijke concretisering is ook het opkomen voor de beoefening van klassiek gereformeerde theologie aan de verschillende universiteiten. De (overigens ook sedert het naar buiten treden van het Landelijk Overlegorgaan alleen maar verslechterde) situatie op de theologische faculteiten was aanleiding voor de oprichting van ons forum van overleg.

Het lijkt wel alsof die theologische opleidingen ons nauwelijks interesseren, tenminste als je op een rijtje zou zetten hoe de gereformeerde theologie aan de rijksuniversiteiten hoe langer hoe meer teruggedrongen werd. Dat geldt niet alleen voor Leiden, maar net zo goed voor Utrecht. Soms hoor je zelfs iemand zeggen dat het voor aanstaande predikanten helemaal niet nodig is om gereformeerd denkende hoogleraren te hebben. Ons Overlegorgaan is mede opgericht om hierin zo mogelijk verandering te brengen. Als studerenden voor het kandidaats-, het kerkelijk, of doctoraal examen, en als post-doctoraal studerenden hebben wij het grootste belang bij zulke hoogleraren. Bovendien, met het oog op het geheel van de kerk is er nauwelijks iets te bedenken dat méér onze aandacht verdient dan juist de predikantsopleidingen!

Is het haalbaar?

Als je nagaat wie er allemaal medewerking verlenen aan het Overlegorgaan en daadwerkelijk meedoen door bijvoorbeeld het schrijven van artikelen, zou je je kunnen afvragen: Is dat haalbaar als bijvoorbeeld hoofdbestuursleden van zowel de Confessionele Vereniging als de Gereformeerde Bond meedoen? Het vierjarig bestaan van 'Ph. J. Hoedemaker' wijst toch duidelijk in die richting. Kennelijk zijn er velen die hoofdzaken van bijzaken willen onderscheiden om oog te hebben voor de werkelijke fronten en de werkelijke nood. Natuurlijk is het niet de bedoeling van 'Ph. J. Hoedemaker' om te proberen ten koste van bestaande verenigingen te werken binnen de kerk. Net zo min als wij in de plaats willen komen van de disputen zoals 'Voetius' in Utrecht en het werkgezelschap 'Homilia' in Leiden.

Hoe haalbaar het is, hangt o.i. in hoge mate af van de gemeenschappelijkheid van het besef wat de échte nood van de kerk is en of de nood van studenten in de éne faculteit gehoord en verstaan wordt door studenten van een andere faculteit en of zij die in de kerk mogelijkheden hebben gekregen, deze nood willen lenigen.

Hoe haalbaar het is, zal uiteindelijk afhangen van een gedurig gebed voor de Ned. Herv. Kerk. Een gebed om vernieuwing en bekering, om een doorbraak van de Heilige Geest en om terugkeer tot de God van het Woord.

C. N. van Dis jr.

A. C. Verweij

G. van Velzen

(Het adres van het Landelijk Overlegorgaan 'Ph. J. Hoedemaker' is Postbus 11130, 2301 EC Leiden)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Landelijk Overlegorgaan 'Ph. J. Hoedemaker' en het geheel der Ned. Herv. Kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's