Boekbespreking
Een kritisch onderzoek naar de Bijbel op grond van zijn ontstaansgeschiedenis.
Dr. J. Verburg, Canon of Credo. Een kritisch onderzoek naar de Bijbel op grond van zijn ontstaansgeschiedenis, Kok, Kampen 1983, 188 blz., ƒ 29, 50.
De Bijbel is niet Gods Woord, dat is de (negatieve) stelling waar dr. Verburg, Hervormd predikant te 's Gravenhage, in dit boek van uitgaat. Hij meent dat te kunnen aantonen vanuit de ontstaansgeschiedenis van de Bijbel.
De tekst van de Bijbel, zo stelt hij, is menigmaal corrupt. Conclusie: zij biedt geen reden om aan een goddelijke openbaring te denken.
De inhoud van de Bijbel dan misschien? Neen, zegt dr. Verburg, want overal in de Bijbel vindt men naden, oneffenheden, tegenstrijdigheden; en er is in de Bijbel zelf een theologische ontwikkeling merkbaar. Conclusie: Ook de inhoud van de Bijbel geeft geen enkele reden om aan een goddelijke openbaring te denken. Maar er is toch de canon? Zeker, zegt Verburg, maar die heeft eeuwenlang niet vastgestaan, er is heel wat strijd over geweest.
De Reformatie sprak over het inwendig getuigenis van de Heilige Geest in de harten der gelovigen waardoor wij deze geschriften voor goddelijk en waarachtig houden. Een verlegenheidsoplossing, zegt dr. Verburg.
De schrijver wil in het benaderen van de Bijbel een andere weg volgen. Men moet uitgaan van de bron. In het Oude Testament was dat de Uittocht, in het Nieuwe Testament de openbaring Gods in Jezus Christus. Christus is de bron der openbaring, niet de Bijbel. Pas later ontstond een inspiratietheorie, en dat wordt door Verburg negatief beoordeeld. Zo ontstond op de duur het door hem zozeer gewraakte fundamentalisme!
Het Credo van Gods openbaring in Jezus Christus stelt Verburg tegenover de canon (zie de titel van het boek). Het christelijk geloof is niet gebaseerd op een boek, maar op een persoon (156). De Bijbel wordt genoemd door Verburg een 'document van de christelijke kerk van de eerste eeuw'. De Bijbel heeft voor hem slechts relatieve waarde.
De consequenties hiervan? Verburg noemt het volgende: een open canon; vrijheid voor de Schriftcritische exegese (het christelijke geloof hangt immers niet primair van de Bijbel af); ruimte voor de (natuur)-wetenschap (het is niet belangrijk of een verhaal in de Bijbel wel of niet echt gebeurd is); vrijheid ten aanzien van de wetten en regels van de Bijbel (het komt alleen op de liefde aan); een relativering van belijdenissen, vormen van eredienst en van ambten. Hiermee is de waarde en betekenis van de Bijbel tot zeer weinig gereduceerd. Toch wil Verburg die waarde en betekenis handhaven. Want, zegt hij, de Bijbel verschaft ons kennis omtrent Gods heilshandelen; en hij biedt ons de gelegenheid om ons gedrag en onze beslissingen te toetsen aan de ethische houding van vroegere gelovigen en vooral aan de levenshouding van Jezus. Ik kan dit boek alleen maar afwijzen. En wel om de volgende redenen:
1. De ontstaansgeschiedenis van de Bijbel, waarop Verburg zich beroept, is maar ten dele zo verlopen als zij door hem geschetst wordt. Het corrupte van de tekst is maar heel beperkt. De tegenstrijdigheden in de Bijbel bestaan meer in de hoofden der Schriftcritici dan in werkelijkheid. Omtrent de canon van de Schrift heeft slechts in de marge verschil van inzicht bestaan. De inspiratieleer is niet pas een uitvinding van later.
2. In de Schrift zelf is 'de Schrift' reeds een grootheid waaraan absoluut gezag wordt toegekend. Wat Verburg bedoelt met 'fundamentalisme' dat kan hij de Bijbel zelf verwijten.
3. De Schrift zelf dient zich aan als Woord Gods, openbaring Gods. De profeten, Christus en de apostelen zeiden: Alzo spreekt de Heere!
4. Door dit alles te ontkennen of op rekening te zetten van mensen alleen (niet het getuigenis van de Heilige Geest) levert men het verstaan van de Schrift over aan pure willekeur, zodat wij voor de keus komen te staan óf Verburg geloven óf de profeten, Christus en de apostelen geloven.
5. Het oercredo, waarvan Verburg wil uitgaan, de openbaring Gods in Jezus Christus, kan door Verburg, krachtens zijn eigen methode, niet veilig worden gesteld, immers: al wat wij van Christus weten, weten wij via de bijbelschrijvers, en die kunnen volgens hem dwalen en hebben dat ook menigmaal gedaan.
6. Het is niet mogelijk Christus en de Schrift tegenover elkaar te stellen, wie dat toch doet, dreigt niet alleen de Schrift te verliezen maar ook Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's