De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijke levensregels (3)

Bekijk het origineel

Geestelijke levensregels (3)

11 minuten leestijd

Het is een belangrijke vraag, waaraan wij de maatstaven moeten ontlenen voor een geestelijke ordening van ons leven.

3. MAATSTAVEN VOOR  HET GEESTELIJKE LEVEN 

Het is een belangrijke vraag, waaraan wij de maatstaven moeten ontlenen voor een geestelijke ordening van ons leven. Het antwoord moet voor ons protestantse christenen viervoudig zijn: uit de Heilige Schrift, uit de natuur, uit de ondervindingen van de kerk en uit direkte goddelijke leiding. Op het eerste gezicht schijnen hier onderscheiden grootheden tezamen gevoegd te zijn en in zeker opzicht is dat ook zo. Maar hoe dieper wij evenwel in deze samenhang indringen, des te meer bemerken wij hoe in de werkelijkheid van het geestelijke leven elk van deze vier grootheden op de andere betrokken is en hoe allen tezamen als het ware een wonderlijk akkoord geven. Een akkoord, dat in ieder oprecht Christenleven te vinden is, hetzij nu de ene of de andere toon de leiding en de voorrang heeft. Een akkoord, dat door de geschiedenis klinkt en een weerklank vindt in de verten van de geestelijke wereld. Ja, het is een akkoord, dat eenmaal uitklinkt in de eeuwigheid.

De eerste klank van dit akkoord, dit eerste antwoord op de vraag naar de maatstaven voor de geestelijke ordening van ons leven, schijnt ons allen vanzelfsprekend te zijn en dat is het ook in zekere zin. En toch is hier nog iets bijzonders te vermelden. Het ligt in de fundamentele beleving van het Protestantisme, dat in de Bijbel voor alles de boodschap van de rechtvaardiging door het geloof wordt gevonden en uit de Bijbel onophoudelijk nieuw wordt verkondigd. Het ligt in de aard der zaak. Het is de hoofdboodschap van de Schrift. Maar door dit hoofdaccent komt evenwel gemakkelijk een andere kant tekort. Het onderricht in allerlei geestelijke inzichten voor een leven in geestelijke strijd en overwinning in de kracht van God. Het is geen toeval dat er tegenwoordig overal een hunkering merkbaar is opnieuw uit de overwinnende kracht van Christus te mogen leven. Zeker ligt bij iedere poging de woorden van het Nieuwe Testament onder het gezichtspunt van het geestelijk levensinzicht te nemen, het gevaar bij de hand, dat wij aan de protestantse oerervaring van de rechtvaardiging van de zondaar ontrouw worden. Maar dit gevaar mag ons niet weerhouden in de geestelijke nood van onze tijd de Schrift te beluisteren naar haar volledige inhoud. Het voortgaand onderzoek van de Heilige Schrift als openbaringsbron van de wonderbaarlijkste erkentenissen uit de geestelijke wereld plaatst ons voor telkens nieuwe geestelijke ontdekkingen en laat ons hier reeds ruimte voor overstelpende lof en dank. De bede van de psalmist gaan wij verstaan: ontdek mijn ogen, dat ik aanschouw de wonderen van Uw wet. Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet. Ja, het ene wonder na het andere gaat voor ons open, wanneer wij de Schrift op deze wijze beschouwen en in haar binnen drin­gen. En wanneer reeds voor de psalmist, die maar een deel van het oudtestamentisch woord bezat, het feit van zijn pelgrimschap op aarde en zijn vreemdelingschap in deze wereld, de wens naar voren bracht en het verlangen aandreef naar steeds dieper erkentenis, naar een leven uit de geopenbaarde werkelijkheid van de geestelijke wereld, hoeveel te meer geldt deze samenhang dan voor ons, wij, die de ganse volheid van de openbaring van Christus de onze mogen noemen. Het komt er op aan diep deemoedig levenslang in de Schrift te lezen.

Wanneer wij vervolgens opmerken, dat de natuur aanwijzingen bezit voor de geestelijke ordening van het leven, zo gaat het daarin vanzelfsprekend niet om de vergoddelijking van de een of andere natuurlijke aanleg. Wat uit het vlees geboren is, is vlees. Alleen - er liggen in de orde van de schepping, waarin wij geplaatst zijn, ook nu nog in de staart van de gevallen kreatuur, goddelijke geheimenissen voor onze ogen en handen, die wij alleen ten koste van groot verlies kunnen verwaarlozen. Denk met name aan de orde van het verloop van de dag, denk aan de jaar kring en aan de levensloop. Van de betekenis van de morgen en de avond voor het geestelijk leven moet op een andere plaats nog kortelijks gesproken worden. Maar ook in de opeenvolging van de verschillende levensstadia liggen zinspelingen op geestelijke waarden, waarmee wij wel bewust bezig mogen zijn. Denkt maar eens aan de peuterleeftijd, de knapenleeftijd, de jongeman, de jonge vader - elk tijdperk houdt een zekere ontwikkeling in.

In eenzelfde samenhang behoort de betekenis van de natuur voor onze gezondheid en de christelijke waardering van de gezondheid. Het gaat er niet om het lichaam voor minderwaardig te verklaren, evenmin het tot maatstaf van alle dingen te maken, maar de kwestie ligt juist in de beschouwing van het lichaam als tempel van de Heilige Geest. Alleen het denken, dat in de omgang met Gods Woord is geschoold, kan uit het leven en uit de krachten van de natuur, ook de gevallen natuur, nog het heilige zien en het verderfelijke bestrijden. Tot de vele taken, die aan de tegenwoordige generatie der Christenheid zijn gesteld, behoort ook het nieuwe, diepe doordenken en doorleven van de geheimzinnige samenhangen tussen geestelijk en lichamelijk leven, tussen genezing en heiliging. De inzichten, die hieruit voortvloeien, leiden direct tot een beschouwing van de aarde in het licht van de Heilige Schrift. Er komt een nieuwe kosmologie. In feite is deze leer zeer oud, maar men kan haar toch niet losmaken van een wetenschap omtrent de wetmatigheid van ons persoonlijk leven.

Al deze inzichten behoeven nu evenwel niet iedere maal weer opnieuw door één generatie te worden verwerkt, maar ze wor­den meegedeeld door het ene geslacht aan het andere. Het komt er verder op aan uit het verleden te willen leren. Hier treden voor protestantse christenen van onze tijd bepaalde moeilijkheden op. Het blijkt namelijk dat de rooms-katholieke kerk sommige geestelijke levensregels beter heeft bewaard dan wij dit hebben gedaan. Wij noemen bijvoorbeeld de waardering voor de retraite, het hooghouden van het meditatieve leven, het vasten en dergelijke. In de protestantse sektor is dit alles nagenoeg verdwenen. Het is daarom goed maar niet al te trots op de eigen erfenis te zijn, maar ook te willen leren van verloren schatten en disciplines.

Bovendien is er nog een zwarigheid. Alle echte geestelijke inzichten kunnen slechts in eenvoudige vorm worden uitgesproken. Ja, soms is hiervoor de omhulling van de symboliek noodzakelijk. Hier hebben wij onze gewenning aan de sensatie tegen. Willen wij derhalve de geschriften, die over deze dingen handelen, lezen en verstaan, zo behoeven wij een vernieuwing van ons denken en gevoelen. De klassieken vragen om verstaan te worden, eenvoudigheid van geest.

De ervaringen van de kerk der eeuwen komen voor ons dan alleen tot hun recht, wanneer wij ter school gaan bij de grote profetische geesten uit het verleden. Wij menen, dat oefening in de klassieke literatuur van de kerk een geheel nieuwe betekenis heeft voor het heden en zeker ook voor de komende tijden. Het gaat hier om een handreiking in innerlijke hulp in de breedste zin van het Woord. Versta daaronder nu niet dat wij alleen de allergrootsten moeten lezen. Die zijn veelal voor de meesten onzer te moeilijk zonder brede toelichting. Neen, het is ook aan te bevelen aan de geschriften van die persoonlijkheden te denken, die ten onrechte wat vergeten zijn en min of meer op zichzelf stonden. Juist het feit, dat ze nu niet altijd direkt in het brandpunt van de gebeurtenissen stonden, verleende haar een rijpheid van oordeel en een bezonkenheid, die wij bij anderen missen. Het zij daarbij opgemerkt, dat stille beschouwelijke naturen ook in het tegenwoordige leven vaak een trefzekerheid in de waardering der dingen bezitten, die wij alleen maar tot onze schade laten liggen. Als een voorbeeld uit de geschiedenis van de theologie willen wij eens wijzen op W. J. Aalders, overleden in 1945, wiens boekje 'De nood der tijd', Leiden 1934, een specimen is van een diepzinnige peiling naar de wortels van ons geestelijk en kerkelijk leven. Daarnaast verdient het aanbeveling een levensbeschrijving te noemen, geschreven door R. H. Bremmer, Herman Bavinck en zijn tijdgenoten. Kampen 1966.

In een tijd van verminderende belangstelling voor de geschiedenis is het goed te weten dat in het verleden het heden ligt. Wie de historie kent, weet hoe het in de toekomst zal gebeuren. In dit opzicht is een alomvattende beschrijving van een wereldhistorisch gebeuren of een bepaalde periode van de kerkgeschiedenis aan de hand van een biografie steeds van grote waarde. Wie kennis neemt van Bremmers biografie over Bavinck, slaat een blik in het wortelgevlecht van het ontstaan van de Gereformeerde Kerken en begrijpt dat de tegenwoordige situatie in principe toen zich al aftekende rondom bepaalde personen. De kennisname van zulke boeken verrijkt niet alleen ons weten, maar wij aarzelen niet om zelfs te zeggen dat zulke boeken ons opbouwen en stichten. Ze oefenen ons in het ontleden van een tijdsgewricht. Wij worden versterkt in het doorgeven van velerlei gevaren en dwalingen.

Niet minder denken wij ook aan een boek als Brakels Redelijke Godsdienst. Zulke boeken vragen eigenlijk geen lezers, maar voorzichtige proevers. Men moet zulke boeken langzaam en goed lezen. Er is daarvoor geduld en zelfverloochening nodig. Volstrekt onvruchtbaar is het doorjagen van de bladzijden om maar spoedig aan het einde te komen en dan weer naar iets anders te grijpen. Er blijft nagenoeg niets van hangen. Alles wat men gulzig opgeslokt heeft, is en blijft een onverteerbare massa, waaraan de geest geen bouwstof ontleent. Elk goed boek is een feestelijke maaltijd. Zet u er kalm voor neer. Proef en smaak en geniet met langzame happen wat er voorgediend wordt. Laat het rustig in uw geest bezinken. Overdenk het in de stilte, zoals Maria de woorden der herders alle tezamen bewaarde, ze overleggende in haar hart. U zult dan ervaren, dat het er minder toe doet of u veel, dan wel of u goed gelezen hebt. Ons leven wordt bedreigd door de macht van de techniek, van de haast, van het lawaai, van de verschrikking, van de zinnelijkheid en van de schijn. Maar eerst daardoor gaan wij beter verstaan wat een betekenis de profeten voor het innerlijke leven hebben. Zij hebben een zin in het plan van God met de mensheid. Door hen zijn ons bij wijze van voorzorg de geestelijke wapens toegereikt, die wij vandaag nodig hebben. Door hen zijn ons de wegen gewezen, waarop wij verder moeten gaan in onophoudelijke, telkens zich vernieuwende, oriëntatie op de Schrift.

De verdieping in de Schrift, het onderzoek van de krachten die ook na de val nog in de natuur werken en tenslotte de bearbeiding van Gods Geest, die door de geschiedenis heen werkt met zijn leidingen - dit alles maakt ons niet alleen vatbaar voor de grote algemene wetmatigheden, maar het maakt tevens ook de bedoeling Gods duidelijk met ieders individuele levensgang. Wanneer wij deze eeuwige wetten Gods zien en ondervinden in haar kracht, steekt daartegenover onmiddellijk af het geheim van de individualiteit, de ondeelbare eenheid van ons wezen. God verwaarloost één mens zelfs niet. Ieder mens staat direkt voor Zijn aangezicht. Daar zit een diepe gedachte in. Niet de mens, die leeft naar de luimen en grillen van zijn hart, ontvangt zegen. Neen, maar hij alleen die de wil Gods gehoorzaamt en in zijn inzettingen zijn vermaak zoekt. Zo heeft de Spreukendichter het al gezegd: uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden en leef! Waar dit in dagelijkse strijd wordt ervaren, worden wij een persoonlijkheid en komen tot onszelf in de beste zin van het woord. Zo alleen wordt de levenslijn openbaar, overeenkomstig welke God het plan voor een mensenleven heeft ontworpen. Dan zien wij de bestemming, de innerlijke roeping. Het behoort immers tot een levenswet, dat een mens des te vollediger zichzelf wordt naarmate hij minder aan zichzelf denkt. Wie zich dan gehoorzaam overgeeft aan zijn goddelijke roeping, groeit in de diepte. Onlangs brachten wij bij een zieke een bezoek, die ons vertelde, dat zijn diepste begeren het was, zijn levenstaak, bij de huwelijkssluiting op zich genomen, af te maken. Daar blonk nu iets in van roepingsbesef.

Nu is het wel zo, dat deze roeping veelal tot ons komt in de vorm van een diepe behoefte dit of dat te mogen doen. Een gedurige heilige prikkel zich geheel aan het een of ander te mogen geven. Deze behoefte wordt de stuwkracht tot de grootste werkkracht. Wie in gelovig luisteren naar de God van zijn leven zichzelf onderzoekt en zijn innerlijke roeping aanvaardt, ontvangt een wezenlijke vrijheid om met vreugde te mogen werken op de plaats hem aangewezen. Dan gaat er nog een gedachte oplichten: men zal bij oplettende beschouwing bemerken, dat in het leven van de meeste mensen een zeker plan is te vinden. Dit plan is door hun eigen natuur en door innerlijke levensomstandigheden waarin zij verkeren als het ware gegoten voor hen. De toestanden van hun leven mogen nog zo afwisselend en veranderlijk zijn, er vertoont zich toch aan het einde een geheel, dat voor hen geschikt bleek. Hoe grillig ook de levensloop is, zo komt toch een zekere grond en richting openbaar. Het gaat er alleen om in stille trouw en gehoorzaamheid het dagelijks werk ter hand te nemen, biddend om de zegen Gods. Maar de uitkomst laten wij aan onze Maker over.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geestelijke levensregels (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's