Vrede en vrijheid horen samen
Denken over vrede
Bij het lezen van het boek 'Wat Charta-'77 werkelijk gezegd heeft', kwam de gedachte bij mij boven: zoveel hoofden, zoveel zinnen, wanneer het over vrede gaat. In Oost-Europa heeft de staat zo haar eigen gedachten over vrede. Uitgaande van het russische begrip 'mir', beschouwt men vrede als de toestand waarin het socialisme (communisme) aan de macht is. Zo kon partijleider Honecker in de DDR tijdens een parade opmerken: 'Daar gaat onze vredesmacht'. Men ziet het leger als een middel om de socialistische vrede te bewaken tegen vijanden van binnen en buiten. De wapens kunnen zo ook gebruikt worden om deze vrede te exporteren naar andere landen of om een buurland, dat er genoeg van heeft, met geweld tot de orde te roepen. Zo bezien zijn de invallen in Hongarije en Tsjechoslowakije en het recente optreden tegenover Polen 'vredesakties'.
De officiële vredesbeweging in Oost-Europa ziet alleen de westerse wapens als een bedreiging van de vrede. Met veel publiciteit zet men zich in om die visie aan de man te brengen. In zijn boek 'Strijd om de vrede' wijst dr. Hebly aan, hoe men daarvoor in sommige landen ook de kerken probeert in te schakelen.
Bij de westerse vredesbewegingen is men lange tijd vrijwel uitsluitend gericht geweest op het streven naar ontwapening. De terechte aandacht voor de verschrikkingen van de atoomwapens werd echter dikwijls in mindering gebracht op de vraag naar de vrijheid, die mensen in een bepaald politiek systeem hebben.
Juist dat laatste aspekt hebben de dissidenten en vrije vredesbewegingen in Oost-Europa sterk benadrukt. In het boek over Charta-'77 komt dat duidelijk uit. Wie in het oosten aandacht vraagt voor de vrede en ontwapening aan beide zijden van het IJzeren Gordijn, wordt geconfronteerd met arrestaties, ontslagen, verbanning en dergelijke. In Praag worden eenvoudige oproepen om vrede op een muur in de oude stad elke nacht door de politie overgeschilderd. Omdat zij dagelijks tegen deze onvrijheid oplopen, waarschuwen dissidenten uit Oost-Europa ons in het westen voor het te gemakkelijk aannemen van vredes-oproepen uit het oosten. Wie praat over vrede, maar zijn burgers in onvrijheid onderdrukt, heeft zijn geloofwaardigheid verloren. Dat is de teneur van de brieven, die in dit boek gepubliceerd staan.
Wat heeft Charta-'77 werkelijk gezegd?
De stichting Geen Kerkgeld voor Geweld heeft in het genoemde boek enkele brieven opgenomen van de tsjechische beweging voor mensenrechten. Twee zijn gericht aan de vredesbeweging in het algemeen, een derde aan het IKV. Ook is een lange brief weergegeven van een ondertekenaar van Charta onder de titel 'Aan u die voor de vrede marcheren'. Het is goed om kennis te nemen van wat christenen en niet-christenen uit Oost-Europa over vrede schrijven. Hoe kijken zij aan tegen de massale demonstraties voor vrede in het Westen? De oost-europese media geven de geselekteerde beelden daarvan regelmatig door. De gewone man in Tsjecho-slowakije begrijpt de demonstranten niet. Hij kent de andere kant van de vrede, zoals hij die elke dag ervaart in dagelijkse onvrijheid. Daarom hameren de vertegenwoordigers van Charta voortdurend op wat zij noemen de 'ondeelbaarheid van de vrede'. Echte vrede brengt ook vrijheid met zich voor burgers van een land. Zolang het tweede ontbreekt, kan van het eerste geen sprake zijn.
Daarom is deze stem uit Oost-Europa een belangrijke bijdrage in de discussie over vrede. Charta wil ons des te meer doordringen van de grote waarde die onze vrijheid heeft en de opdracht, die dat ons geeft om anderen bij te staan, die zo'n vrijheid niet hebben. In dat licht bezien, is het goed, dat deze al wat oudere brieven opnieuw onder de aandacht gebracht zijn.
Vragen en bezwaren
Toch roept de uitgave vragen en bezwaren op. Naast de genoemde brieven is het boekje voorzien van een inleiding, enkele foto's en een aantal bijlagen. Centraal staan echter de brieven, die in twee vertalingen naast elkaar staan afgedrukt. GKvG (Geen Kerkgeld voor Geweld) meent namelijk, dat de voorlichting over Charta tot nu toe tendentieus was. Daarom plaatst men naast een vertaling door het IKV of de stichting 'Informatie over Charta' een eigen vertaling. Men wijst fouten aan in de vertaling van eerstgenoemden, signaleert weglatingen en verkeerde interpretaties.
Deze opzet maakt het boek moeilijk leesbaar. Niet ieder zal immers bladzijden lang twee vrijwel dezelfde brieven gaan vergelijken. Bovendien kunnen weinigen de tsjechische originelen lezen en is van één lange brief het origineel niet bijgevoegd. Het gevaar is dan groot, dat men alleen op zoek gaat naar de fouten en de eigenlijke tekst letterlijk over het hoofd ziet.
Ook wordt niet vermeld, wie de vertaling voor GKvG verzorgde. Het Nederlands is niet altijd even juist (bijv. blz. 36) en doet een buitenlandse vertaler vermoeden.
Belangrijker is echter, of de zaak van Charta-'77 gediend wordt met een dergelijke publikatie. Ging het alleen om Charta, dan had men immers eenvoudig de verbeterde vertaling kunnen publiceren. Het geheel van deze uitgave maakt echter duidelijk, dat GKvG door dit boek vooral de voorlichting via IKV en Informatie over Charta aan de kaak wil stellen. De geloofwaarigheid van deze organisaties wordt dan ook in twijfel getrokken. En passant krijgen de diakonale kerkelijke organen ook een veeg uit de pan, omdat de Europacommissie via de knipseldienst de gewraakte vertaling had doorgegeven. In een noot achterin het boek wordt dit nog eens nader aangescherpt.
Met zoveel woorden veronderstelt GKvG kwade trouw bij de betrokken organisaties. Er is 'geknoeid' met de vertalingen, zelfs valt het woord 'desinformatie'. Samengevat kan men zeggen: GKvG roept in dit boek zware verdenkingen op.
Niet onverhoord veroordelen...
Al lezend, vroeg ik mij af, of wij zo met elkaar moeten omgaan? Men kan vraagtekens zetten bij sommige subsidies van de Europacommissie, zoals GKvG doet. Maar tegelijk weet ik uit ervaring, dat men ook veel goed werk doet. Talrijke leden en adviseurs zijn uiterst deskundig en goed geïnformeerd over de toestand in Oost-Europa. De knipselkrant wordt samengesteld op een zo objektief mogelijke wijze. GKvG maakt dit werk ten onrechte verdacht (blz. 78).
Nergens wordt vermeld, of men ook kontakt gehad heeft met het IKV of Informatie over Charta. Ik ben geen aanhanger van het IKV, soms neem ik kennis van publikaties van Informatie over Charta. Ik heb naar aanleiding van dit boek eens geïnformeerd naar de werkwijze van laatstgenoemde stichting. Het vertaalwerk wordt voornamelijk in vrije tijd verricht door uitgeweken Tsjechen. Om de lange stukken van Charta-'77 gemakkelijker via de media in de publiciteit te brengen, worden soms gedeelten in de vertaling weggelaten. Men bedoelt allerminst om zo de woorden van Charta te verdraaien. Het is wel verkeerd, dat tot nu toe niet vermeld is, dat in de vertalingen gedeelten ontbraken. GKvG wijst dat terecht aan. Hoewel de hoofdlijn van het betoog gevolgd wordt, is met name de brief 'Aan u die voor vrede marcheren' erg ingekort. Dit had niet zonder bijschrift gepubliceerd mogen worden als een authentiek stuk.
Maar is dat een reden om uit te gaan van kwade trouw, en 'desinformatie? ' Dat laatste woord doet denken aan het werk van geheime diensten die valse voorlichting verspreiden. Wij worden geroepen iemand niet onverhoord te veroordelen, maar het goed gerucht van onze naaste te bevorderen. Dat vind ik weinig in dit boek terug. Als men het oneens is met de standpunten van het IKV — dat ben ik ook — laat men dat dan op een andere manier uiten. Ik heb de indruk, dat nu tegenstellingen worden aangescherpt en ongelukkige vertalingen te snel als grove fouten en misleiding worden gepresenteerd. Daardoor heeft dit boek een politiek karakter gekregen in plaats van een pleidooi voor de waardevolle mening van Charta te zijn. Dit verzwakt de kritiek, die GKvG op sommige onderdelen geeft.
Hernieuwde aandacht
Inmiddels lijkt er toch internationaal meer aandacht te komen voor de onafhankelijke vredesbewegingen in Oost-Europa. Tijdens de besprekingen van vredesbewegingen in Perugia en Brussel is besloten met deze vrije groepen kontakten te leggen. Het is goed, dat er meer aandacht komt voor de 'ondeelbaarheid' van vrede en vrijheid. Het geeft niet alleen een andere dimensie aan het gesprek over vrede, maar doet tegelijk recht aan de boodschap die ons vanuit Oost-Europa bereikt. In dat licht kan dit boek, ondanks mijn bezwaren tegen de wijze waarop ze gepresenteerd worden, door de weergave van de documenten van Charta goede dienst doen.
N.a.v. 'Waf Charta-'77 werkelijk gezegd heeft', uitg. Stichting Geen Kerkgeld voor Geweld; Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1984, 115 biz.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's