Vos en Kuyper over de kerk (5)
Ik zou het gereformeerd-zijn van Kuyper niet willen bestrijden, evenmin dat van Vos.
Met Christus verenigd
Vos heeft een groot crediet in de kerk als lichaam van Christus. We hebben ook gezien hoe groot hij de betekenis van het verbond der genade met de doop als teken en zegel daarvan acht. Dat alles moet de leer van de toepassing dienen. Hij maakte ernst met de woorden uit het doopsformulier dat de Heilige Geest ons toeëigent wat we in Christus hebben. Dat 'hebben' veronachtzaamt hij niet, integendeel. Maar als Calvijn in zijn Institutie wijdt ook Vos een belangrijk deel van zijn geloofsleer aan de toepassing of toeëigening. Zijn derde deel noemt hij Wat Christus vanuit de hemel ter toepassing van Zijn verlossingsarbeid doet.
We kunnen en mogen hier niet uitvoerig op ingaan, al lokt het wel. Misschien een andere keer. Een paar hoofdlijnen en dan graag enkele opmerkingen over de kerkgang. Door de doop krijgen we voorwerpelijk deel aan de heilsgoederen, die ons niet uit de werken maar uit genade toegerekend worden. Door het geloof wordt ons dat heil eigen. Dat geloof omschrijft Vos als de kinderlijke gezindheid jegens God. 'God geloven, gelijk een kind zijn moeder gelooft, dat is de gezindheid, die God verlangt en die Hij waardig is: Wat God spreekt, dat is waar, want Hij is de waarachtige, ziedaar de overtuiging van de wedergeborene ziel, ziedaar tevens het wezen van alle wenselijke zinsverandering, van de onberouwelijke metanoia (bekering). En zo komen dan de wedergeboorte door het Woord der Waarheid aan de orde en de bekering tot Christus. Hij beantwoordt de vragen hoe men in Christus is en hoe men door Christus leeft.
Hier gaat het om het ware nieuwe leven van Gods kerk. En dat is niet los te maken van de dienst van de kerk, dus van de zichtbare kerk. Want de Heere werkt door Zijn Woord, de Bijbel, de prediking, die Hij Zijn gemeente, concreet en aanwijsbaar als die is, heeft gegeven. Geen gelovige mag zich buiten de kerk houden, ieder moet zich aansluiten waar hij de onzichtbare kerk het meest meent te zien. Dat is dus waar te nemen. Vos denkt natuurlijk aan de kentekenen van de ware kerk, voor hem is die kerk de Nederlandse Hervormde Kerk, enig en alleen. Het is geen zuivere kerk, zeker geen kerk van alleen wedergeborenen, maar toch een openbaring van de onzichtbare kerk. Daarom moet ieder lid werken voor haar bloei. Dat moet elk lid voor ogen staan. Hij is er niet voor zichzelf, maar voor God en de naasten.
De kennis van God en de kerkgang
Vos laat na de geloofsleer zijn zedenleer volgen. Daarin spreekt hij over plichten en beginselen. Hij sluit dit gedeelte af met een zgn. beoefeningsleer. Daarin komen vragen aan de orde wat de gelovige te vermijden heeft, te verkrijgen heeft en te vertrouwen heeft. Terwijl ik dit alles zo opnieuw doorneem kom ik weer onder de indruk. Wat had hij alles goed op een rij!
Wat heeft de gelovige te verkrijgen? Zelfkennis en kennis van God. En bij de uitwerking hiervan komt opnieuw de kerk ter sprake. En om de gedachten van Vos over de kerk compleet te maken, laat ik hiervan een en ander volgen. Opzienbarend is het niet, maar toch wel goed om de practische kant van de kerkgang eens te bezien. De kennis van God wordt middelijkerwijs verkregen door Schrift-onderzoek, door deelneming aan de openbare godsdienstoefening en door persoonlijke omgang met God.
Over de kerkgang het volgende: geregelde kerkgang is onmisbaar om zichzelf te oefenen in de godzaligheid. Geregeld dat is iedere zondag. Wie niet ontvangt, kan niet uitdelen, en men ontvangt het meest door het gehoor te gebruiken. Ga met een open oor en hart, bewaar en overdenk, en klim op tot God. Men verbanne de meesterachtigheid, verfoeie de wispelturigheid, en dode de kittelorigheid. In biddende liefde aan de leraar gedenkend, zal men, wat fouten zijn, door haar geheimzinnige werking zien verbeteren. Men kome om samen tot God te naderen, en voor levensreis en levenstaak een zegen mee te nemen en over te brengen. Hij is er niet om te strelen, maar om te helen. Werk met het gehoorde ten behoeve van allen die God u schenkt. Wie van het water des levens drinkt, wordt zelf een fontein die de omliggende bodem besproeit. Wat je niet goedkeurt in de preek, verwerp het niet terstond, maar onderzoek het bij de Schrift, zoals de Bereëers deden bij Paulus. Bedenk dat de dominee niet steeds uw behoeften kan vervullen, u bent één van velen. Bespreek met de dominee die je op goede gronden vertrouwen geeft, uw zielsbezwaren. Samenspreking tussen prediker en hoorder kan de preek zeer ten goede komen. Het wederkerig belijden van zonden is uit God. Als we dit doen, oefenen we onszelf in ootmoed en broederlijke liefde, en blijft de kerkdienst niet beperkt tot het kerkgebouw, maar zal ook in het openbare leven zijn heilzame kracht doen blijken.
Tot zover Vos over de kerkgang van de gelovige. Wie zal deze dingen niet met hem instemmen? Kerkgang, gevat tussen het onderzoek van de bijbel en het gebed, ervaren we daarin niet dat God met ons is als onze God en Verlosser. En dat geldt niet alleen hoorders, maar de predikers even goed.
Vos en de kerk. Ik hoop dat ik er in ben geslaagd u, geduldige lezer, een indruk te geven van de gedachten over de kerk van deze Amsterdamse predikant aan het eind van de vorige eeuw..Zo preekte hij in de Hervormde Kerk. Hij wist heel goed dat de kerk praktisch leervrijheid toestond en dat het door de Reglementen heel moeilijk was, om dit te beteren. Maar het verbond van God was hem heilig, daardoor was hij gebonden om te blijven in deze kerk, zoals hij bovendien, evenals alle belijdende leden, beloofd had. De kerk heeft van Christuswege recht op de verkondiging van het Evangelie. Wie het Evangelie niet predikt, maar een andere leer brengt, doet de gemeente onrecht. Van deze prediking verwachtte Vos de genezing van de kerk. Zolang die prediking gebracht kan worden, is de kerk kerk, meer of minder zuiver, kerk des Heeren. Laten wij dat ook voor nu en de toekomst vasthouden.
Vos - Kuyper, twee gedachtenwerelden
Uit het werken en prediken van Vos in de Hervormde Kerk in Classis en Gemeente van Amsterdam, laat het zich direct verstaan dat hij en anderen niet in zijn om met die kerk te breken, hoe mis het ook is met die kerk als totaliteit, wie het dan ook is die daartoe opwekt. Zelfs niet als het een van de grootste figuren is uit de eeuw, Abraham Kuyper. Kuyper stuurde aan op een kerkreformatie en het was dan ook niet helemaal toevallig dat hij in 1883 een werk over de kerk uitgaf, een jaar voor de herdenking van Luthers geboortedag in 1484: Tractaat van de Reformatie der Kerken, aan de zonen van de Reformatie hier te lande op Luthers vierde eeuwfeest aangeboden.
Het werk is bedoeld als een uitnodiging aan anderen om hem te volgen bij het bestuderen van het vraagstuk van de kerkreformatie. Hij behandelt de beginselen van het kerkrecht, de formatie der kerken, de deformatie of misvorming van de kerk, de reformatie of hervorming. Vos spreekt erover als over een merkwaardig Tractaat dan wel van Kuypers theoretische denkkracht getuigenis aflegt, maar niemand, die Gods Woord enigermate kent, overtuigen kan dat zijn idealen daaraan ontleend zijn. Het grondbeginsel is, dat er slechts plaatselijke kerken bestaan. En deze gemeenten sluiten zich vrijwillig aaneen in een con-federatief verband. Maar de kerk is de plaatselijke kerk.
Voor Kuyper ligt het wezen van de Kerk in God als het mystieke lichaam van Christus, de onzichtbare Kerk, het geheel van uitverkorenen, dit verstaan als het organisme van de nieuwe mensheid. Dit wezen heeft het in zich zichtbaar te worden. De kerk wordt ook zichtbaar in het instituut kerk. Het instituut heeft als achtergrond het herscheppende werk van God. Het éne facet van de zichtbare kerk. In de wereld moet de kerk een eigen leven leiden, volledig zelfstandig tegenover de staat. Het heeft ook niets met het nationale te maken. Christus heeft daar een eind aan gemaakt. De volkskerk viel weg en hiermee verdween alle steun, die de kerk uit de volkseenheid van Israël had ontvangen. We zagen reeds dat Vos een meer missionaire visie op de volkskerk heeft. En dat is vanuit Matt. 28 : 19 méér aannemelijk. Ik moet hier voorbij gaan aan de vraag of de kerk heilsinstituut is of niet.
De plaatselijke kerk bij Kuyper
Een plaatselijke kerk is het eerste openbaar worden van het lichaam van Christus. Er worden mensen wedergeboren en zij komen tot bekering. Zij moeten tot kerkformatie overgaan. God werkt dat in hen en zij willen zich ook aaneensluiten en kiezen ambtsdragers. Daarom is de plaatselijke kerk voor Kuyper de eerste en eigenlijke kerkformatie waarin het wezen van de kerk als instituut volledig aanwezig is. Het kerkverband met andere kerken is voor hem niet wezenlijk. Hij wil dus niet uitgaan van een volkskerk die landelijk is. Daarom behoren de gereformeerden van de doleantie tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Kerken! Het meervoud wijst dus naar de plaatselijke kerken. Zij hebben zich vrijwillig aaneengesloten. Onzichtbare wereldkerk en zichtbare plaatselijke kerk zijn de twee polen van Kuypers kerkbegrip en tevens de scherpste tegenstelling van het onzichtbare en het zichtbare.
Daarop baseert Kuyper het kerkrecht en zijn kerkpolitiek. In feite betekende dit dat hij de gemeenten los trachtte te maken van het bestaande kerkverband van de Nederlandse Hervormde Kerk. Als aaneensluiting van kerken op vrijwillige basis geschiedt, dan behoort een breuk tot de goede mogelijkheden, als de omstandigheden dit eisen, en kan een nieuwe aaneensluiting tot stand komen.
Vandaar dat hij een voorstander is van vrije kerken. Er is een duidelijke lijn in Kuypers opvattingen. Die begint bij God die de Zijnen verkiest, particulier; deze individuen worden wedergeboren door de Geest; dat komt in hun bekering openbaar; zij sluiten zich aaneen tot kerkgemeenschap, plaatselijk; de plaatselijke kerken vormen een landelijk verband van kerken. Het deel gaat voor het geheel, de individu voor de gemeenschap, het plaatselijke voor het landelijke. Het klinkt ons niet vreemd in de oren, maar ik moet hier wel vaststellen dat Vos de accenten anders legde en dat is dan nog zwak uitgedrukt. Hij volgt de tegenstelde richting en wel principieel, hij gaat uit van de volkskerk als kerk van het verbond. Dat verbond ziet hij eerst met het geheel van de kerk gesloten en vanuit het geheel met de leden. Dat geeft vanzelfsprekend een heel ander kerkrecht en een andere kerkpolitiek dan Kuyper voorstond. In feite is dat zo, nog afgezien van de Reglementenbundel 1816. Zelfs zonder die bundel is hier tweeërlei denken te constateren. Vandaar dat Vos constateert: 'Het grondbeginsel, dat er slechts lokale 'Kerken' bestaan mogen die door geheel vrije stemming van haar Kerkeraden zichzelf een band aanleggen, is geheel in strijd met de geschiedenis der Apostolische Gemeenten. Wij behoeven hier slechts de verhouding, waarin Paulus stond tot de gemeenten, voor de aandacht te roepen, en te verwijzen naar Hand. 11 en 15' (Keerpunt, 63). Het worde ook duidelijk dat Vos een andere weg tot herstel van de kerk zag dan Kuyper. En dat hij ook anders dacht over het eigendomsrecht van kerkelijke goederen, kerken, pastorieën, enz. En daarom werd hij gedreven tot de actie die uitliep op de schorsing van hen die zich van de synodale organisatie zouden ontdoen en een nieuwe plaatselijke kerk zouden stichten. Twee gedachtenwerelden stonden tegenover elkaar.
Aan het begin van deze reeks over Vos en Kuyper stelde ik dat de visie op de kerk hen uit elkaar dreef, terwijl ze in de leer beiden gereformeerd waren. Vos zelf vond Kuyper helemaal niet gereformeerd, zeker niet in zijn denken over de kerk. In mijn proefschrift Gerrit Jan Vos Azn - Het recht van de kerk, 1978 is er meer van te lezen. Ik zou het gereformeerd-zijn van Kuyper niet willen bestrijden, evenmin dat van Vos. En dan denk ik vooral aan het feit dat beiden leren dat de kerk de gemeente Gods is in die zin dat Gods volk leeft van vrije genade in de weg van wedergeboorte en bekering door het geloof. Dat maakte ook voor gemeenteleden het toen zo moeilijk om te onderscheiden. Het kon heel goed zijn dat er in de dienst des Woords niets van verschil viel op te merken, het hing er maar van af wat er ter sprake kwam.
Toch twee gedachtenwerelden. Is dat nog zo? Hoe openbaart zich dit in Samen op Weg? Kunnen we de weg van Vos gaan en belijden dat de Hervormde Kerk toch de Kerk van het Verbond is waarin alle gereformeerden, maar dan ook allen thuis horen? In die kerk moeten we van genade leven, want zij heeft geen verdiensten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's