De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Commentaar Raad van Deputaten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Commentaar Raad van Deputaten

6 minuten leestijd

De Raad van Deputaten gaf in een aantal punten commentaar op de inhoud van de minderheidsnotitie. De punten werden voor een belangrijk deel afzonderlijk afgestemd op de notitie, voor een deel werd verwezen naar de reactie van de Raad op zaken, die vanuit de regionale vergaderingen voor synodeleden (herv. en geref.) werden aangedragen als commentaar op de stukken voor de Combi-synode. Hieronder volgt het commentaar van de Raad, waarin ingevlochten een deel van het commentaar op de opmerkingen uit de regionale vergaderingen (met name over de dynamische binding aan de belijdenis).

Eén van de leden van de Raad, ir. v. d. Graaf, verzocht de Raad een brief van hem voor te leggen aan de leden der synode. Nu zijn in verschillende vergaderingen van de Raad, waarin de heer v. d. Graaf aanwezig was, de stukken uitvoerig besproken en is bij de uiteindelijke vormgeving getracht met de opmerkingen van de heer V. d. Graaf zoveel mogelijk rekening te houden. Maar z.i. is dat toch te weinig gebeurd. Het behoeft geen betoog, dat ook andere leden nog wel bepaalde verlangens geuit hebben, waaraan niet geheel voldaan kon worden. Zij hebben zich echter in het belang van de zaak in de voorgestelde stukken kunnen stellen. De Raad meende de brief van zijn medelid v. d. Graaf alleen te kunnen doorzenden nadat deze in de kring van de Raad met de schrijver zou zijn besproken. In een eerste vergadering werd helaas op het laatste ogenblik meegedeeld dat de heer v. d. Graaf verhinderd was de vergadering bij te wonen. Een tweede vergadering, in het bijzonder voor de bedoelde bespreking van de brief samengeroepen, moest helaas vernemen, dat de heer v. d. Graaf op medisch advies gedurende een periode van zes weken zich aan allerlei kerkelijke arbeid moest onttrekken. Daarom heeft een gesprek van de Raad met de heer v. d. Graaf over zijn brief niet meer kunnen plaats hebben.

De Raad besloot deze gang van zaken aan de synodeleden mee te delen, en de brief als bijlage bij deze aanvulling van het werkverslag op te nemen, zodat ieder synodelid hiervan kennis kan nemen. Ook in de pers waren de punten van de heer v. d. Graaf gedeeltelijk bekend geworden. Bovendien wil de Raad graag rekening houden met de overmacht, waardoor de heer v. d. Graaf niet in staat was aan een bespreking van zijn brief deel te nemen. De Raad veroorlooft zich in het onderstaande wel enkele kanttekeningen te maken bij het bedoelde schrijven, die anders in een vergadering met hem ter bespreking zouden zijn ingebracht.

De Raad constateert met erkentelijkheid, dat de heer. v. d. Graaf in zijn brief respect betuigt aan het vele werk, dat in de loop der jaren door de Raad en zijn werkgroepen is verricht. Daarbij spreekt hij van 'het vele goede, dat in de stukken kan worden gevonden'. Hoewel deze vele goede dingen niet met name worden genoemd zou deze erkenning naar het oordeel van de Raad wellicht een goed uitgangspunt gevormd hebben voor een nader gesprek. Zouden de 'vele goede dingen' niet voldoende motief geweest zijn om de overblijvende vragen gezamenlijk onder ogen te zien?

De Raad kan zich niet onttrekken aan de indruk, dat de heer Van der Graaf de stukken gelezen heeft, althans geïnterpreteerd heeft op een wijze die doet denken aan het onder III. 1 (zie boven) gesignaleerde misverstand. (De status van het stuk van de cie. 'Toekomstige Vormgeving' is van minder gewicht dan de 'Verklaring van Overeenstemming', v. d. G.) Ter zake van de door de heer Van der Graaf gestelde vragen aangaande de term 'dynamische binding' verwijzen wij naar wat reeds onder III.4.o. is geschreven. Daar wordt gezegd (v.d.G.):

'De term 'dynamische binding' is afkomstig uit een rapport aangeboden aan de synode van Dordrecht 1971 van de Gereformeerde kerken in Nederland (zie Kerkinformatie september 1971). Het woord dynamisch wilde een correctie bieden op de klassiek-juridische binding (via het Dordtse ondertekeningsformulier) aan de tekst van de confessie. Bij afwijking kan alleen de weg van het gravamen worden gegaan. De term dynamische binding bedoelde niet een oeverloze vrijblijvendheid. Het gaat om de realiteit van de liefde tot het Lichaam van Christus, als de eigenlijke binding in het krachtenveld van de 'religie van de belijdenis'.

'De term 'dynamische binding' kan misschien op den duur door een beter vervangen worden in de geest van wat reeds Groen van Prinster bedoelde toen hij sprak van 'onbekrompen en ondubbelzinnig'. Maar de problematiek die in deze term wordt aangeduid zal van tijd tot tijd de aandacht vragen van élke kerk, die echt gereformeerd wil zijn en blijven. De behandelbaarheid van deze problematiek zal in hoge mate afhankelijk zijn van de richting, waarin de toekomstige vormgeving zich zal bewegen en van de beantwoording van de vraag, die bij de bespreking van de kerkelijke tucht gesteld wordt in deze woorden: 'De kritische vraag, die aan onze kerken gesteld moet worden, is deze: is er werkelijk een gemeenschap der heiligen, die de verantwoordelijkheid voor de verkondiging meedraagt?' (Verkl. p. 6)

In het licht van het bovenstaande is de vraag van de heer v. d. Graaf naar waar de norm ligt voor de dynamiek niet van toepassing. De norm ligt in de confessie. Van een beweging over de grenzen der kerk heen is dus geen sprake, omdat de confessie zelf de grenzen van de kerk aangeeft (de kerk weert wat haar belijden weerspreekt). Het zich bewegen binnen die grenzen van art. X van de kerkorde der N.H. Kerk (ook bij bepaalde de confessionele bezwaren) kan wel (?) als men bedenkt dat dit art. X het liedboek, de formulieren en de liturgie wil insluiten in het totaal (?) van confessionele trouw.

De door de heer v. d. Graaf bestreden zinsneden, inzake de zuivere prediking zijn ontleend aan een passage uit Samen Kerk zijn I, hoofdstuk 2, van het toenmalige lid van de werkgroep (?) van belijden prof. Graafland.

Ten slotte wil de Raad nog aandacht geven aan de 'klemmende vraag' waarmee de heer v. d. Graaf zijn brief besluit: 'Zal de eengeworden kerk een reformatorische dan wel een evangelisch-oecumenische kerk zijn?' De gebezigde woorden roepen wel vragen op. Is goed beschouwd, 'evangelisch' niet méér dan 'gereformeerd'? Is 'oecumenisch' niet meer dan een kerk in Nederland? Gebruikt de heer v. d. Graaf de woorden 'evangelisch en oecumenisch niet in een enigszins geringschattende zin? Maar wat de vraag betreft: de Raad is van oordeel, dat het gehele proces van Samen op weg, zoals het zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld en telkens door de synode is besproken en gestimuleerd, getuigt van het feit, dat onze beider kerken niet anders kunnen worden dan één reformatorische kerk. De zorg dat het refomata (het gereformeerd-zijn) niet het reformanda (het gereformeerd worden) zal verhinderen moge in de toekomst alle leden van de Raad, met zijn lid Van der Graaf samenbinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Commentaar Raad van Deputaten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's