De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods Woord houdt stand in eeuwigheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods Woord houdt stand in eeuwigheid

31 oktober1984

9 minuten leestijd

In deze dagen van herdenking van de kerkhervorming wordt in vele toonaarden een loflied aangeheven op de macht en de geweldige rijkdom van het Woord van God.

In deze dagen van herdenking van de kerkhervorming wordt in vele toonaarden een loflied aangeheven op de macht en de geweldige rijkdom van het Woord van God. De Reformatie heeft dat Woord van God, de Bijbel onder het stof van mensenmeningen, van het leergezag van de kerk, van pauselijke verklaringen, kortom van de zgn. traditie vandaan gehaald. Daardoor was het overwoekerd geworden. De Reformatie heeft de Bijbel weer in handen gege­ven van het volk, nadat hij eeuwenlang aan de ketting had gelegen in kloosters. Sola scriptura - door het Woord alleen. 'Dat zult gij laten staan'. 'Het zal geen duimbreed wijken.' 'Want het houdt stand in eeuwigheid.'

De Bijbel ingejaagd

Zo hebben Reformatoren als Luther en Calvijn het persoonlijk ook ervaren. Hoewel zij als nieuwlichters beschouwd zijn, za­gen zij zelf de ommekeer, die zij teweegbrachten slechts als terugkeer naar het eenvoudige getuigenis van de Schriften. Luthers geweten was gebonden in het Woord van God. Daarin ervoer hij de vrijspraak, de troost, de kracht, het uitzicht. In zijn gewetensnood werd hij op het naakte Schriftwoord teruggeworpen en omhelsde de gerechtigheid, in het Evangelie geopenbaard. Luther schrijft: 'O, het is een groot ding een christen te zijn en een verborgen leven te hebben, verborgen niet in een cel als een kluizenaar, zelfs niet in het menselijk hart. Want dat heeft ondoordringbare afgronden. Maar in de onzichtbare God Zelf. En zo te leven midden in de dingen van de wereld, maar zijn ziel te voeden met Hem, die nergens anders tot openbaring komt dan in de arme tekenen van het Woord en het horen alleen'.

Luther was doctor in de heilige Schrift. Maar zijn geleerdheid bracht hem niet tot opgeblazenheid. Het zijn zijn aanvechtingen geweest, die hem de Bijbel hebben ingejaagd. 'Mijn theologie', schrijft hij, 'heb ik niet ineens geleerd, maar ik heb er steeds dieper naar moeten graven. Daartoe hebben mijn aanvechtingen mij gebracht. Want de Heilige Schrift kan men nooit verstaan, als de aanvechtingen er niet bijkomen...'. Niet anders was het met Calvijn. De Schriftgeleerde is hij genoemd. Er is nagenoeg geen tekst in de Bijbel, of hij heeft er een verklaring van gegeven. Maar het ging hem in dat alles om het geloofsgeheim van de Schriften. 'Heere', schrijft hij aan kardinaal Sadolet, - en dan schrijft hij in de vorm van een gebed - 'ik heb niets anders begeerd dan voor de eer en heerlijkheid van Uw Christus op te komen. Ik heb geen kerksplitsing gewild, maar toen ik Uw banier omhoog hief, stootte ik op heftige tegenstand'. En dan schrijft hij verder: 'Oordeel gij, waar de schuld ligt. Ik ben zelf uit de duisternis bekeerd tot het licht van Uw Woord. Ik heb niets om mijzelf tegenover U te handhaven. Ik bid slechts: reken mij mijn vroegere afvalligheid van Uw Woord niet aan waaruit Gij mij door Uw wondere goedheid hebt gered' .

Luther en Calvijn, hoewel zij ieder op eigen wijze aan Schriftonderzoek hebben gedaan, hebben zich beiden in de Schrift op de school van de Heilige Geest geweten. Ze zijn erdoor aangegrepen tot in het diepst van hun bestaan. Ze zijn erdoor geleid als door een poolster. Zij hebben er de grote bevrijding van de vrijspraak van de goddeloze in gevonden. Ze hebben er de levende God Zelf in ontmoet. Daarom was er voor hen ook geen hoger beroep mogelijk dan op het Woord van God, de Schriften. Het was voor hen onfeilbaar, gezaghebbend, betrouwbaar, geloofwaardig. 'Als men van ons vraagt, welke stichting wij daaruit ontvangen, dan gaat het in één woord hierom, dat wij door haar leren ons vertrouwen op God te stellen en in Zijn vrees te wandelen.' Aldus Calvijn.

Babylonische spraakverwarring

Gods Woord houdt stand in eeuwigheid. Het is goed, dat wij elkaar in de Reformatieherdenkingen van deze dagen daaraan weer eens met klem herinneren. Wij beleven vandaag tijden, waarin het met het gezag van en de eerbied voor de Schrift bijster slecht is gesteld. Ds. I. Kievit heeft eens gezegd, dat als eenmaal 'de voorwal van de Schrift', de belijdenis van de kerk geslecht is, weldra de Schrift zelf aan de beurt is om geslecht te worden. We hebben het gezien, en we zien het nog maar steeds, hoe de belijdenis der Reformatie in discrediet is geraakt. Het Schriftgeloof van de artikelen 2 tot 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De prediking van zonde en genade, het centrale thema van de Reformatie. De verzoening door voldoening en de uitverkiezing, zaken waarmee de kerk staat of valt. En zoveel meer. De voorzienigheid van God (Zondag 10 van de Heidelberger). Het Godsgeloof van de vaderen, beleden in de Dortse Leerregels. En zoveel meer. Fundamentele stukken van de leer zijn op de tocht komen te staan.

Maar wat het allerergste is, is dat een beroep op de Schrift in de kerkelijke discussies bijna niet meer overkomt. De kerk is verward geraakt in een veelheid van methoden van Schriftuitleg. En een aantal van die methoden is in elk geval gebaseerd op een zogenaamd wetenschappelijk-kritisch Bijbelonderzoek. Daarin wordt gepoogd een waarheid achter de waarheid te ontdekken. Een echte historische Jezus bv., die men, als men het Nieuwe Testament ontdoet van zijn paulinische vertekening veel meer de rabbi van Nazareth, de leraar der wet was dan de Evangelieën ons doen vermoeden. Trouwens al de geschriften van de Bijbel, zijn voor velen ten diepste slechts een verzameling van geloofsmodellen uit oude tijden, produkten van 's mensen speurtocht op weg naar God. Hulpmiddelen om ons in een totaal anders geworden wereld te inspireren bij ons zoeken naar God.

Maar met dat alles is inmiddels wel elk beroep op de Schrift als het onfeilbare en geloofwaardige Woord van de levende God Zelf ter discussie komen te staan. Het beroep op de Schrift als op Christus Zelf, in het gewaad van Zijn Woord onder ons rondwandelend, de laatste en hoogste beroepsinstantie. Wij verstaan elkaar in de kerk niet meer vanwege een Babylonische spraakverwarring inzake ons beroep op de Schrift.

Vrijheid in gebondenheid

Hier ligt de bron van alle kerkelijke malaise. Bij herdenkingen van de kerkhervorming in onze dagen wordt nog al eens gewezen op het bevrijdende in de boodschap van de Reformatie. Als men dat bevrijdende van de boodschap der Reformatie dan echter maar wilde verstaan als gebondenheid aan de Schrift. Want zo verstond de Reformatie het zelf. Daartoe roepen wij elkaar dan ook in deze dagen op. Wij zijn in Nederland en in de westerse wereld in grote (gewetens)nóód geraakt. Want wij hebben helaas onze handen vrijgemaakt van het gezaghebbend en rotsvaste Getuigenis van het Woord van God. Wij hebben ons vrijheden veroorloofd, zoals geen voorgeslacht dat ooit deed. Vrijheid om over God te denken, zoals men wil. Vrijheid om over het eigen lichaam te beschikken, zoals men wil. Vrijheid om sexueel alle perken te buiten te gaan. Vrijheid om te spotten en om elkaar te vertrappen... En inmiddels wordt de wereld, waarin wij leven, met de dag benauwder, angstiger, eenzamer, ellendiger. De theologie, voorzover ze zgn. wetenschappelijk-kritisch was (bedreven aan onze theologische faculteiten) acht ik mede schuldig aan deze ontwikkelingen. En de kerk, voorzover ze haar dienaren, die de Schrift vermoordden, geen halt toe riep, acht ik mede schuldig aan deze ontwikkelingen.

Er blijft ons geen betere remedie over dan in deze (gewetens)nood weer opnieuw geworpen te worden op het naakte Woord van God, in de Schriften vervat. Gelijk dat door Gods genade geschiedde in de dagen van de Reformatie. In dat Woord van God, dat stand houdt in eeuwigheid, de vrijspraak te vernemen - God verklaart goddelozen rechtvaardig om het bloed van een Lam, Zijn Kind. En dan ze in dat Woord van God als in de school van de Heilige Geest binnengebracht te worden. En er ook tot in de finesses van ons bestaan door geleid te worden als door een 'poolster' . Er is een weg terug. Uit het doemdenken, waarin de wereld verkommert. Uit de malaise van het kerkelijk leven, waarin Babylonische spraakverwarring heerst. Sola Scriptura - door het Woord alleen. Wie erdoor gegrepen is, wie er zich gelovig aan onderwerpen mag, heeft vrede. En hij heeft tevens een boodschap voor de wereld.

Traditionalisme

Als wij bij dat alles dan maar één ding niet vergeten. Er is een gevaar, dat allen, die geestelijke nazaten van de Reformatie willen zijn en die de wacht om de belijdenis wensen te betrekken, bedreigt. Dat is het gevaar van de traditionalisme. Dat is een hooghouden van de traditie ook van de Reformatie, zonder dat de bood­schap van de Reformatie ons ondersteboven heeft geworpen en zonder dat we door de bevrijdende kracht van het Woord van God zijn losgemaakt van ons ik-zuchtig bestaan. De roep Schrift en belijdenis - een holle frase. Ons bezit van de waarheid - een hard wettisch verdedigingssysteem van dogmatische vooronderstellingen en gangen. Als 't zo doorgaat, hebben wij net zo goed de Schrift het zwijgen opgelegd als dat bij anderen het geval is.

Zijn wij niet ge-reformeerd om steeds weer gereformeerd te worden? Dat betekent ook, dat wij afgebracht worden van alle dode orthodoxie en dat we, van boven af en van binnen uit vernieuwd door Gods Geest, met de Reformatie mee midden in de Schriften terechtkomen om er ons van dag tot dag over te verwonderen, dat de hoge God het ons waardig keurt om Zijn Woord te hebben. En daarin de bevrijdende genade van Hem, Wiens verzoenend sterven het rustpunt is voor het hart.

De Kerk der Reformatie kan niet gereformeerd zijn en zij zal het ook niet worden, als zij niet in de greep verkeert van de levende Christus en van Gods bevrijdend Evangeliewoord. Zo heeft zij ook een Woord voor de wereld.

Door alles heen houdt Gods Woord stand in eeuwigheid. Het wijkt niet. Geen duimbreed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gods Woord houdt stand in eeuwigheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's