Geestelijke levensregels (5)
De moderne mens is er toe gekomen zijn levenskrachten voor het allergrootste deel uit zijn omgeving te halen.
AKTIEF LEVEN
Toen wij van de nood spraken, die onafscheidelijk verbonden is aan het huidige beroepsleven voor ieder geestelijk levend mens, memoreerden wij het feit, dat de moderne mens door de ontwikkeling er toe gekomen is zijn levenskrachten voor het allergrootste deel uit zijn omgeving te halen. Hij leeft om zo te zeggen uit zijn beroep, amusement, publieke opinie en erotiek. Dat hangt samen met wat wij in een vorig artikel bespraken. Het gaat er om een onverbiddelijke en voortdurende strijd te voeren. Een strijd om het levensrecht der ziel op zelfstandigheid, op aktiviteit. Laten wij intussen wel verstaan - het woord aktiviteit wordt daarbij niet opgevat in de zin van onze tegenwoordige drukke bedrijvigheid. Wij bedoelen daarmee een geheel innerlijke geestelijke werkzaamheid. Wij stellen vóór het woord aktiviteit op te vatten in de zin van geestelijke spankracht.
De daemonie van het moderne leven brengt met zich mee, dat de ziel bijna alleen nog passief wordt, alleen nog in staat indrukken op te nemen. Weliswaar niet tot in de laatste diepten, maar alleen tot aan de oppervlakte, vanwaar die indrukken door middel van allerlei reakties weer afgeketst worden. Onder al die indrukken, stemmingen, verstrooiingen, sensaties gaat de oorspronkelijke kracht der ziel verloren zelf iets voort te brengen en vruchtbaar te zijn. Ze kan niet meer aktief zijn, alleen maar reaktief. Ze is niet meer een licht of een bron, enkel maar een spiegel of een vat. Daarom is ook de produktiviteit van de moderne mens voor het allergrootste deel een schijnproduktiviteit, een vuurwerk dat in vonken uiteenspat. Het is een fluoresceren, het geeft licht noch warmte. Iemand, die twee maanden op reis was geweest en bij zijn thuiskomst weer eens naar de programma's van de televisie keek, zei ons: 'ik heb niets gemist. Er moet te veel geproduceerd worden'. Dat is onmogelijk!
Wat hier nu verloren gaat, dat is niet alleen een weliswaar betekenisvolle, maar toch tenslotte een ontbeerlijke zijde van onze innerlijke aanleg. Néén - hier gaat een deel van het evenbeeld Gods weg. Ja, in feite verliezen wij hier dat beeld. Dit gehele proces staat in nauwe samenhang met het angstig gebeuren van de verandering van de mens uit het beeld Gods naar een beeld van de kreatuur. Hij moet, zo wil het de boze, tot een beeld van de machine worden, tot een beeld van een dier, tot een robot. Daarom krijgt voor de ziel het Woord, dat uit de mond Gods uitgaat, een telkens grotere betekenis. Het gaat werkelijk om het pure leven van de mens. Dit leven kan niet gered, niet bewaard, niet gesterkt worden zonder het Woord. De terugkeer tot het Woord, de regelmatige, ernstige verdieping in het Woord moet daarom het fundament van alle geestelijke levensregels zijn.
Het is geen wonder, dat op de moderne mens allereerst ook het Woord Gods alleen zo werkt als iedere willekeurige andere indruk. Geen wonder, dat de ziel daartegenover zich vooreerst ook alleen maar passief gedraagt. Het intellekt eist zijn recht op, de kritiek wil in de geestelijke diskussie indringen. Het schijnt dan alsof de terugkeer tot het Woord ook niets zal helpen. Vandaar komt de ervaring, die in alle tijden en onder de verscheidenste omstandigheden is gemaakt, dat het Woord gaat spreken enkel door het lijden. Het lijden maakt plaats voor het Woord. Ruimt alle bezwaren uit de weg en plaatst onze ziel in volkomen ernst en in diepe behoefte en grote honger tegenover de gaven van het Woord. Maar zou niet de geweldige nood van iedere dag lijden genoeg bieden om aan ons het Woord duidelijk te maken? Laten wij die nood slechts zo op ons werken, zonder ze te overdrijven, zonder ze af te zwakken, gaan wij in deemoed en stilheid speuren naar de geheimenissen van de Schrift, dan zullen wij te eniger tijd wonderen beleven.
Wij zullen dan ervaren, dat ook heden nog het Woord Gods het beeld Gods opnieuw schept, opwekt, versterkt en daardoor ons gehele zijn en denken onder Goddelijk licht plaatst. Het komt er alleen op aan, het bezig zijn met het Woord Gods niet aan het toeval over te laten, niet aan een gril of een willekeurige gelegenheid. Wij moeten ons in dit opzicht tot een strenge tucht verplichten. Afzondering om zich te verdiepen in Gods Woord en gebed, al zou het slechts dagelijks een kwartier zijn, is noodzakelijk, wil onze kennis van het Woord werkelijk vruchten dragen en ons werk geen daglonerswerk worden. Men mene toch niet dat hier veel hulpmiddelen voor nodig zijn. Menigeen heeft al veel zegen ontvangen uit de kanttekeningen van de Statenvertaling. Het gaat ook niet om veel lezen. Het gaat om bedachtzaam bezig zijn met het Woord. Men late het op zich inwerken. Heel goed helpt hier het lezen met een schrift en potlood om een enkele tekst, die ons treft te noteren. Nog altijd is het schrijven het oeroude hulpmiddel om ons tot denken te bewegen. Wij zeggen niét, dat ieder dat moet doen. Wij beweren alleen dat zulks een middel is. Er zijn naturen, die niets van dat alles behoeven.
Overigens kan het voor de tijden, waarin de ziel de krachten van het Woord Gods nog niet direkt kan opnemen, een grote hulp betekenen de geestelijke waarheden van de Schrift te vernemen door de mond en door het voorbeeld van mensen, die hun leven hebben doorgebracht aan de hand van het Woord. Dat beduidt, hoeveel winst wij kunnen wegdragen uit een eenvoudige levensbeschrijving van een simpele man of vrouw. Ook kan een kleine geschiedenis uit hun dagelijkse belevenissen ons soms helder de weg wijzen. Het doet er niet toe of zulke geschiedenissen eeuwen geleden zijn gebeurd dan wel of ze recent plaatsvonden. Wij noemen in dit verband de fraaie levensbeschrijving van dr. J. H. Gunning J. Hzn., door hemzelf beschreven: 'Herinneringen uit mijn leven'. Wie zulk een boek op zich laat inwerken krijgt een schat van levenswijsheid mee.
Om nu maar niet weer namen te herhalen, die wij reeds hebben vermeld, komen wij maar eens met andere persoonlijkheden voor de dag bij wijze van voorbeeld. Denkt u eens aan de mooie biografie van Calvijn van dr. W. F. Dankbaar, 'Calvijn, zijn weg en werk'. Of aan die pittige levensbeschrijving van dr. W. J. Kooiman, 'Luther, zijn weg en werk'. Aan zulke figuren sluiten zich diverse gestalten uit de kerkgeschiedenis aan. Er zijn een menigte boeken in dat opzicht. Maar wij moeten langzamerhand weer leren lezen. Trouwens, niet alleen die beroemde figuren zijn de moeite waard. In de loop der eeuwen zijn zoveel personen opgetreden, die een lichtend spoor nalieten, dat wij alleen maar ondankbaar zijn wanneer wij op hun leven niet letten. Het gaat er niet om boeken te verslinden. Wij hebben daarvoor eenvoudig geen gelegenheid. De bedoeling is meditatief in te dringen in het beeld van zulke grootheden. Wat denkt u van Heldring, Wichern, Bodelschwing en vele anderen? Wie de moeite neemt van zulke levens kennis te nemen zal een onuitsprekelijke winst boeken voor hart en leven.
Nog twee opmerkingen voegen wij daaraan toe. Wij moeten niet menen dat wij de figuren uit de Oude Kerk moeten overslaan. Integendeel, de tekening van Augustinus in het boek van Sizoo toont maar al te zeer aan hoe modern de kerkvader nog immer aandoet. Het heeft onszelf veel impulsen gegeven voor overpeinzing. De klassieken laten ons nooit zonder vrucht. Het is waar, ze vragen tijd, maar ze geven veel en veel meer terug. Daarnaast merken wij op, dat ook het leven van een kind Gods uit onze omgeving, onbekend voor de kerk en de wereld juist dezelfde dienst kan doen. Die stille mensen - het zijn glanzende gestalten uit lang vervlogen jaren. Een karakteristiek woord, een merkwaardige gewoonte - ze blijven ons bij de jaren door. Wie op dit punt zijn herinnering eens nagaat, wordt beschaamd. Er zijn eenvoudigen, die de jaren door invloed blijven oefenen in een familie of een gemeente. Deze simpele aanwijzingen gelieve de lezer maar als wenken te beschouwen. Wenken naar datgene wat de apostel bedoelt, wanneer hij de inhoud van zijn voorbede tezamenvat in de woorden: opdat Hij u geve, naar de rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens (Ef. 3 : 16). Het allerinnigste leven van de gelovigen moet met kracht worden vervuld. Zo wil God Zijn Zoon geven door de werking van de Heilige Geest; en zo moet door het geloof Christus in hun harten wonen.
Maar die sterkte van de inwendige mens, dat is het wat ons nodig is en waarnaar wij ons bewust of onbewust alle dagen uitstrekken. Laten wij maar eens denken aan het wonderschone woord van Johannes: Al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof. Ja, het gaat er om dat wij in diepe gehoorzaamheid aan het trouwe gebruik der middelen stellen onder het geweldige Woord van Christus: Ik ben gekomen opdat zij het leven zouden hebben en overvloed hebben. In het verband spreekt Christus over de Farizeeën als dieven en verdelgers van het arme volk. Met al hun ijver voor de wet en hun eindeloze voorschriften, laten zij de kudden verhongeren en omkomen. Zelfzucht en tyrannie beheersen hun leven. Van Christus daarentegen komt vrede, rust, vertroosting, blijdschap, kennis en gewisse zekerheid. Van Hem komt moed, kracht, geduld, overwinning der wereld, voorsmaak der zaligheid, uitzicht op heerlijkheid en genot der gemeenschap met God. Maar - die gemeenschap moet door de middelen hier worden geoefend. Goede lektuur is daarbij een ontzaglijk hulpmiddel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's