De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

25 jaar IFES-Nederland

De commissie Nederland van de International Fellowship of Evangelical Students (IFES) bestaat 25 jaar. Waarom gaat het bij deze studentenbeweging? Aan het woord Niek Tramper in een interview in Centraal Weekblad van 26 okt.

'In de eerste plaats gaat het om de ontmoeting. Binnen IFES-Nederland zijn er grote schakeringen, dat varieert van gezelligheidsverenigingen tot bijbelstudiegroepen, en van orthodox-reformatorisch tot evangelisch. De ontmoeting is echt interkerkelijk.

Het tweede doel van het nationale en internationale samenwerkingsverband is de toerusting van de plaatselijke groepen. Per groep is er te weinig mankracht. Daarom zijn er landelijke stafmedewerkers. Zij houden zich onder meer bezig met toerusting voor het kringleiden en evangelisatie. De staf adviseert de besturen en geeft training. Bijbelstudiegroepen vormen het hart van IFES. Daarnaast staat de verhouding tussen de studie, geloven en de samenleving in de aandacht. En ook het evangelisatiewerk. Dat is een belast woord, maar je moet het verbinden aan het studieaspect. Het gaat er om Christus te proclameren waar je bent geroepen."

Een bijkomend doel zit in het internationale aspect: "Wij willen ook verantwoordelijk zijn voor andere landen (eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat dat ook gestimuleerd moet worden). Het gaat daarbij om pionierssituaties: Christus proclameren in gebieden die ontoegankelijk zijn voor de plaatselijke kerken, met het doel een groepje te vormen en die zelfstandig te laten functioneren. Daarvoor hebben we het echtpaar Jochemsen uitgezonden naar Paraguay. Hij doceert aan een universiteit en begeleidt tegelijkertijd christenstudentengroepen.'

De IFES wil een ontmoetingsplaats zijn tussen reformatorische en evangelische studenten. Persoonlijke geloofsbeleving en maatschappelijke betrokkenheid krijgen beide aandacht.

'Ik signaleer dat we in de loop der jaren duidelijk gericht zijn geweest op de persoonlijke omgang met God - door bijbelstudie, stille tijd en evangelisatie. Dat is één spoor waarop we werkten. Dat spoor moeten we vasthouden; dat geeft identiteit aan een groep. Maar er is ook openheid voor dat tweede spoor (hoewel dat er in de CSFR veel meer is geweest). Daarom is in 1970 het Christelijk Studiecentrum opgericht, om de relatie tussen studie en geloven en samenlevingsvragen meer gestalte te geven. Maar dat kan nog veel beter.

In dat spanningsveld zitten we. We zoeken naar een weg waarop we beide sporen kunnen vasthouden.'

Je noemde nog een ander spanningsveld, dat tussen de studie (de wetenschap) en het geloven... 'Die spanning is duidelijk - de intellectuele twijfel... Toch wordt in de wetenschappelijke wereld steeds duidelijker dat wetenschap ook met geloof is behept. Het gaat om geloof tegen geloof, om geloofsvooronderstellingen en - vooroordelen in de wetenschap te onderkennen en de dwaasheid van het christelijk geloof te aanvaarden.

Het is inderdaad zo: Wetenschap vermeerdert smart. Dat zien we ook. Maar het met-elkaar-bezig-zijn helpt enorm, niet alleen door de antwoorden, ook door de omgang met en betrokkenheid op elkaar. De twijfels komen wel, maar men wordt opgevangen door anderen.

Dat moet ik er bijzeggen: Sommigen hangen hun identiteit sterk aan de groep. Na de studie komt er dan een leeg gat, en dan hebben ze het moeilijk.

Er is een groeiende behoefte bij afgestudeerden om samen te komen en problemen door te praten. Ook voor die situatie is het studiecentrum van levensbelang. Daar klinkt ook de stem uit de praktijk, want studenten komen daar samen met afgestudeerden die in het arbeidsproces bezig zijn.'

Zaterdag 3 november was de jubileumviering. Er mag dankbaarheid zijn voor het werk van deze studentenbeweging in de wereld van universiteit en wetenschap. Moge de arbeid van de IFES ook in de toekomst velen tot zegen zijn.

***

Reïncarnatiegeloof in opkomst

In Evangelisch Commentaar van 26 oktober schrijft dr. R. Kranenborg over de toenemende belangstelling voor de gedachte aan de reïncarnatie. De gedachte van de reïncarnatie of zielsverhuizing heeft, zo schrijft J. H. Bavinck in de Chr. Encyclopedie een belangrijke plaats in de religies van India. Na de dood incarneert de ziel van de mens zich in een nieuw lichaam. Verbonden met deze gedachte is die van de kringloop der geboorten. In de anthroposofie is de reïncarnatie een evolutieproces. In allerlei gepopulariseerde vormen wint deze gedachte aanhang. Kranenborg citeert Emmy Overeem uit Elseviers Magazine van 23 juni:

'Dat is voor het volgende leven denk ik en voeg weer een probleem toe aan de lijst met onafgewerkte taken, die ik in een komende incarnatie hoop te voltooien. De reïncarnatie-gedachte redt mij menigmaal van een morele en emotionele verstikking. Hoe zou ik anders gemoed en geweten tot rust kunnen brengen, ziende hoe onvoorstelbaar veel er nog te doen is in mijn eigen bestaan en in de wereld waarin ik ben neergezet.' En even verder: 'Wat in de huidige existentie niet meer goed komt - in relaties, politieke en economische situaties enz. - kan in een volgende levensspanne weer worden opgevat en verder ontwikkeld. Die gedachte geeft de mogelijkheid om intenser in het heden te staan. De gejaagdheid die haar doelen binnen zestig of tachtig jaar en op deze plek in de wereld en historie wilt bereiken, valt van je af.'.

Deze visie op reïncarnatie is voor haar religieus gekleurd. Deze visie lijkt haar "meer in overeenstemming met de rechtvaardigheid van God en van de mens". Bovendien zit er in dit telkens terugkeren een ontwikkeling: je wordt in de loop van vele levens als het ware gevormd "totdat er tenslotte een fonkelende edelsteen te voorschijn komt". En: "Wat een gedachte dat je eeuwenlang in een golfbeweging van liefde en haat naar de uiteindelijke vereniging met de Ene toe mag groeien!".

Eigenlijk kan het niet anders dan dat reïncarnatie de beste oplossing is: "De hunkering in mensen naar het Al, het Niets, de Onzienlijke wil ook vele eeuwen duren. Wil diep worden en hoog en onvoorstelbaar heet. Hoe kan daartoe één leven voldoende zijn? Is echt verlangen niet eindeloos? "

Kranenborg is geboeid maar niet overtuigd door zo'n verhaal. Het lijkt hem geen troost te bieden. Vooral ten aanzien van de dood heeft hij zijn vragen aan de aanhangers van dit geloof.

'In de vele reïncarnatie-geloven wordt namelijk de dood gebagatelliseerd: want er komt toch weer een leven. En dan weer één. Enzovoorts. Een benauwende gedachte. Want de aaneenschakeling van levens is ook een aaneenschakeling van doden. In al die komende existenties moet ik ook weer sterven, en wordt alles weer gezet in het teken van de onvermijdelijke dood. Het probleem van de eindigheid en sterfelijkheid wordt hiermee niet opgelost. Dan vind ik het beter passen bij de rechtvaardigheid en de waardigheid van God en de mens dat we maar één keer hoeven te sterven. Die ene keer is al erg genoeg.

Ook het argument van het langzaam maar zeker toegroeien naar de Ene of naar God geeft mij geen bemoediging. "Is echt verlangen niet eindeloos?" Mijn tegenvraag is: wil echt verlangen niet zo spoedig mogelijk vervulling? Is de eenheid niet gelukzaliger dan het verlangen? Ik kan me daarom beter voorstellen dat Paulus verlangt om ontbonden te worden en één met Christus te zijn. Echte liefde, ware liefde, echt verlangen zoeken vervulling en eenheid, en het troost me allesbehalve als ik nog vele existenties door moet maken voor ik verenigd kan worden met de Ene naar wie ik verlang. Dan hoeven er na dit leven niet nog eens vele andere te volgen. Kortom: de oplossing van de reïncarnatie bevredigt me niet. Ik word er niet gelukkiger door en het biedt geen oplossing. Maar het probleem blijft daarmee nog staan: want de zaak waar het om gaat is dat voor veel mensen het een uiterst benauwende zaak is dat je alleen maar dit ene korte leven hebt, een leven waarin het bepaald niet allemaal plezier is, en waarin van alles moet gebeuren. Het probleem blijft dat je voor het leven een perspektief wilt hebben en datje graag wilt dat je nu als waardevol ervaart ook waardevol blijft.'

Het Evangelie van redding en genade

Tot dusver bewogen de gedachten zich rondom allerlei vragen die we van de mens uit kunnen stellen. Kranenborg wijst er op, dat in een tijd waarin het geloof in de hemel wegzakt en alle kaarten gezet worden op dit aardse bestaan, velen het toch benauwd krijgen bij de gedachte wat er allemaal in deze wereld gedaan moet worden. Het verstikt mensen en maakt hen wanhopig. Men zou van hieruit de vraag kunnen stellen of de hernieuwde aandacht voor het reïncarnatiegeloof ook samenhangt met de herleving van allerlei religieuze verschijnselen in onze verzakelijkte, vertechniseerde samenleving. De vragen van het hart laten zich niet wegdringen. De leegte roept om vervulling. En als de kennis van de God van Israël wegzakt, gaan andere religieuze beseffen dit gat vullen.

Harvey Cox heeft jaren geleden in zijn boekje Oostwaarts gewezen op de zuigkracht van oosterse godsdienstigheid. Vanuit het Evangelie bezien licht een ander perspectief op. Niet het geloof in de herhaling van het bestaan in een aaneenschakeling van levens. Maar het geloof in Hem Die mij kent zoals ik ben en mij aanvaardt, rechtvaardigt en door de dood heen opneemt in zijn Koninkrijk.

'In de beperktheid en eindigheid van mijn leven is één van de bevrijdende punten dat ik in het evangelie mag horen dat ik er als individu mag zijn. Niet als een schakeltje in een grote keten van individuen, nee ik ben gekend zoals ik ben, degene die ik nu ben, ik mag er zijn, ik ben uniek, onherhaalbaar, gezien door God, Gods kind. Zoiets kan ik niet rijmen met een steeds weer terugkeren op aarde.

Iets anders dat mij rust en ruimte geeft temidden van alle gejaagdheid en druk is wat we "genade" noemen. In dit verband betekent dat voor mij dat ik het niet allemaal hoeft te doen. Ik kan dat ook niet eens. Maar dat hoeft ook niet. Misschien moet ik zeggen: dat mag zelfs niet. Dat betekent niet dat ik een lui en onverschillig mens ga worden (iedereen begrijpt dat dat niet bedoeld wordt), maar dat er een rust komt in alles wat ik in dit leven moet doen. Ik mag ook rusten. Ik mag adem halen. Het hangt niet van mij af.

Ik mag het ook nog een keer overgeven. In de hoop dat anderen het overnemen en in het vertrouwen dat er ook nog een God is die onze daden niet zinloos doet zijn. Die doet mijn werk niet in mijn plaats maar bevrijdt me van die afschuwelijke last dat ik het allemaal moet presteren.

Een ander punt dat mij rust geeft is dat dit leven hier op aarde nu geborgen is in God. De persoon die ik God zij dank mag zijn mag ook bij God zijn. Eenmaal moet ik sterven, maar ook niet meer dan die ene keer. Dan geloof ik dat er een verbondenheid is met die Ene, de Enige, die alle verlangen te boven gaat en meer is dan wat mensen kunnen denken of beseffen.

Intussen ben ik wel "geloofstaal" gaan spreken. Inderdaad, maar is deze taal meer geloofstaal dan die van degenen die over reïncarnatie spreken? Want laat één ding duidelijk zijn: reïncarnatie is niet bewezen. Hoe je het ook wilt bezien: het is en blijft een geloof. Bij dat geloof worden dan allerlei zakelijke argumenten gezocht en dat is prima, want dan kun je erover praten, maar het blijft een geloof. Allerlei pretenties dat reïncarnatie op wetenschappelijke wijze bewezen zou zijn, zijn onjuist. Het enige dat gebeurt is dat men het aannemelijk maakt dat reïncarnatie waar zou kunnen zijn, en voor wie daar in gelooft is dat een flinke ondersteuning. Maar een bewijs is nog iets anders.

En tenslotte: laat niemand denken dat de oude kerk het reïncarnatie-geloof heeft beleden, maar dat concilies van autoritaire kerkleiders dit geloof verboden zouden hebben. Dat is een moderne fabel die je veel kunt horen, maar die zoals alle fabels geen enkele historische bodem heeft. De kerk heeft nooit in de reïncarnatie geloofd. Zou ze dat wel hebben gedaan dan had ze niet zo over Jezus en zijn werk kunnen spreken als ze dat vanaf het begin heeft gedaan.'

Men zou er nog aan toe kunnen voegen dat het bijbelse denken in termen van schepping tot voleinding (het lineaire denken) haaks staat op het denken in de cirkelgang. De prediking van het kruis, van Hem die gezegd heeft 'Het is volbracht' en die is opgestaan is niet te verzoenen met welke vorm van reïncarnatiegeloof ook. Overigens betekent het wel een uitdaging: Hoe brengen we aan onze zoekende tijdgenoten dit evangelie van genade, rust en toekomst? Wanneer de christelijke belijdenis aangaande de toekomst wegzakt uit het denken en beleven en alles gezet wordt op de kaart van het hier en nu, is het niet verwonderlijk dat andere stromingen beslag leggen op de mens. Want de vragen van leven en dood, heden en toekomst laten zich niet verdringen. Het moge ons als gemeente er toe dringen om zelf meer en meer te leven uit de bevrijdende kracht van het Evangelie, de genade van Christus voor nu en tot in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's