Hervormde synode vergadert op 22 en 23 november
HERVORMDE SYNODE VERGADERT OP 22 EN 23 NOVEMBER
Op donderdag 22 en vrijdag 23 november zal in centrum Hydepark in Doorn de najaarsvergadering van de hervormde synode gehouden worden. Op de agenda staan behalve benoemingen en kerkordelijke wijzigingen weer de gebruikelijke informatie met betrekking tot de stand van zaken rond Samen op Weg, de behandeling van het advies over de voortzetting van de studie voor diegenen die het hulppredikersexamen hebben afgelegd, het verslag van de Raad voor de Zending over 1982 en 1983, de jaarverslagen van de Gereformeerde Zendingsbond over dezelfde jaren en de voortgangsrapportage van het Interkerkelijk Vredesberaad. Verder zal de synode op 22 november dr. A. Brouwer, plaatsvervangend secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken, ontvangen.
Kerkorde
De kerkordelijke wijzigingen die aan de orde komen, hebben betrekking op ordinantie 2, 3, 10 en 16 en enkele overgangsbepalingen (kerkelijke attestaties), op ordinantie 6-4 (kerkgebouwen), op ordinantie 11 en 19 (tuchtmiddelen en de hulp van een raadsman), ordinantie 2, 3 en 13 (afkoop rijksuitkeringen), ordinantie 7-10 en 10a (beroepen van predikanten) en overgangsbepalingen 277 (hulppredikers).
De kerkordelijke wijzigingen met betrekking tot de kerkelijke attestaties worden in tweede lezing behandeld. Dat wil zeggen dat de synode er al eerder over gesproken heeft en dat de classicale vergaderingen over de voorstellen hun oordeel hebben uitgesproken (consideraties). De synode zal er tijdens deze vergadering een eindoordeel over uitspreken. In het kort komen de wijzigingen erop neer dat het zenden van een verhuisbericht van de 'oude' kerkelijke gemeente naar de 'nieuwe' voortaan geldt als attestatie en dat er alleen bijzondere vermelding plaats zal vinden als er een maatregel van kerkelijke tucht op iemand is toegepast. Verder wordt de kiezerslijst vervangen door een lijst van lidmaten en zal het lidmatenboek dezelfde functie krijgen als het doop-en trouwboek: er zal alleen in worden aangetekend wanneer iemand belijdenis heeft gedaan. Lidmaten die van elders overkomen, worden er niet meer in aangetekend om dubbele registratie te voorkomen.
De regel dat iemand om stemgerechtigd te zijn in de gemeente aan zijn/haar financiële verplichtingen moet hebben voldaan, blijft gehandhaafd, ook al is deze regel in de 'tussenorde' voor hervormde en gereformeerde gefedereerde gemeenten weggevallen. Eveneens in tweede lezing komt aan de orde een wijzigingsvoorstel met betrekking tot het beschikbaar stellen van kerkgebouwen. Het voorstel is erop gericht de mogelijkheden tot nevengebruik van kerkgebouwen te verruimen. De voorstellen tot wijziging van de ordinanties 11 en 19 hebben betrekking op de kerkelijke tucht en op het recht van een klager zich voortaan te laten bijstaan door een 'raadsman' in plaats van, zoals dat nu in de kerkorde geformuleerd staat, 'een lidmaat der kerk'. De Commissie voor Kerkordelijke Aangelegenheden is van mening dat het niet langer een vereiste behoeft te zijn dat iemand lidmaat van de Hervormde Kerk is om een ander bij te staan bij een kerkrechtelijke procedure. Het voorstel met betrekking tot de ordinanties 2, 3 en 13 hangt samen met de beëindiging van de financiële relatie tussen kerk en staat en houdt een wijziging in met betrekking tot datgene wat in de kerkorde vermeld wordt over rijkstraktementen en uitkeringen. Ook dit voorstel komt in eerste lezing aan de orde, evenals de voorstellen met betrekking tot de ordinanties 7-10, en 2-10a. 7-10 Heeft betrekking op het beroepen van predikanten afkomstig uit andere kerken en 2-10a op het beroepen van predikanten voor buitengewone wijkgemeenten.
Hulppredikers
Aan de orde komt tijdens deze synode een advies van een speciale commissie die zich heeft beziggehouden met de positie van hulppredikers. De commissie adviseert om diegenen die een hulppredikersdiploma hebben behaald, de mogelijkheid te bieden om door middel van de weg van ervaring in een gemeente, gecombineerd met studie, hervormd predikant te worden. Daarvoor zijn dan een paar wijzigingen van overgangsbepaling 277 noodzakelijk.
***
VOORTGANGSRAPPORTAGE IKV AAN DE ORDE BIJ HERVORMDE SYNODE
'De veelgehoorde kritiek dat het werk van het IKV "te politiek" is om nog "kerkelijk" te kunnen heten, raakt ook regelrecht aan het zelf verstaan van de Hervormde Kerk.'
Dit schrijft de Raad voor de zaken van Overheid en Samenleving in een begeleidende notitie bij de voortgangsrapportage van het IKV, die aan de orde zal komen tijdens de najaarsvergadering van de hervormde synode op 22 en 23 november. De voortgangsrapportage zelf werd reeds eerder gepubliceerd (Weekbulletin nr. 33). 'Wanneer de Hervormde Kerk nu zou zeggen: "een nauwe betrokkenheid op de politiek gaat ons te ver", dan doet zij daarmee tegelijk een uitspraak over haar eigen identiteit als kerk", aldus de ROS. Een dergelijke uitspraak zou namelijk naar de mening van de ROS strijdig zijn met "de wijze waarop onze kerk zichzelf sinds 1945 heeft verstaan".'
'Niettemin liggen ook hier grote vragen. Want wat is voor de kerk de eigen manier van omgang met de politiek? Is het bijvoorbeeld denkbaar dat er - met alle erkenning van de noodzaak van intensief contact tussen het IKV en de kerken die het IKV dragen - toch een duidelijker onderscheid moet komen tussen de eigen manier van spreken van een synode naast die van een orgaan dat tegelijk een beweging is, zoals het IKV? '
Verkettering
De ROS zegt in de notitie zich zorgen te maken over de sfeer van verkettering tussen voor-en tegenstanders van het IKV-beleid. Naar de mening van de ROS heeft het IKV de verkettering niet als middel gehanteerd, alhoewel het IKV door massale acties en door vasthoudendheid aan de eigen opvattingen, wel 'harder' is gaan overkomen.
'Het IKV heeft als landelijk orgaan er ook bij de eigen aanhang steeds voor gepleit het IKV-voorstel tot verwijdering (eenzijdig) van de kernwapens uit Nederland (als eerste stap) te zien als een politiek voorstel. Met andere woorden: het moet worden gezien als een middel om een politiek proces op gang te brengen, een middel dat in een politieke discussie op haar merites zou moeten worden beoordeeld. Daarin past geen absolutering, geen "heiligverklaring" van het eigen voorstel, want een politiek voorstel is per definitie altijd in te ruilen voor een beter voorstel.'
Overigens lijkt de sfeer van verkettering weer wat weg te ebben. De ROS zegt te constateren dat er op dit moment in de gemeenten sprake is van een verschuiving in nadruk van een kernwapendiscussie naar een discussie over het spreken van de kerk inzake politieke vraagstukken. In dit verband meldt de ROS van plan te zijn de gesprekken met het Hervormd Beraad Vredesvraagstukken en het Interkerkelijk Comité Tweezijdige Ontwapening weer te gaan aanvatten.
***
JAARVERSLAG HERVORMDE ZENDING: NOTA 'VISIE EN WERKELIJKHEID' GAF STOF TOT DISCUSSIE
'Het blijkt telkens weer nodig te zijn uit te leggen dat het woord 'evangelieverkondiging' veel meer omvat dan (s)preken. Woord en daad zijn immers niet te scheiden. Opnieuw is duidelijk geworden hoe het onTbreken van vertrouwde klanken al tot verontrusting, onzekerheid en afwijzen kan leiden.'
Dit schrijft de hervormde Raad voor de Zending in het jaarverslag over 1982 en 1983 naar aanleiding van de beleidsnota 'Visie en werkelijkheid', die in 1983 aan de synode werd aangeboden. Deze beleidsnota was stof voor veel discussie, te meer daar de visie op zending die in deze nota tot uiting kwam, ook kerkorde wijzigingen tot gevolg zou kunnen hebben. Met het noemen van eventuele kerkordewijzigingen bedoelde de raad, aldus het jaarverslag, slechts duidelijk te maken 'dat de kerkorde in artikel VIII nog uitgaat van een regionaal denken, een wereld die in twee stukken uiteenvalt. Een gekerstend en een niet-gekerstend deel'.
Het maakt uiteraard een groot verschil, zo zet de Raad voor de Zending uiteen, of men in een land woont waar het Evangelie eeuwen geleden verkondigd is en het gehele maatschappelijke en politieke leven diepgaand door het Evangelie is beïnvloed geweest of dat men in een land woont waar het Evangelie in de vorige of pas in deze eeuw is gebracht. Dat verschil is echter niet principieel, het vraagt slechts om andere 'methoden'.
Het jaarverslag van de Raad voor de Zending zal besproken worden tijdens de najaarsvergadering van de hervormde synode op 22 en 23 november. Enige jaren geleden werd met de synode afgesproken dat de zending eens per twee jaar een jaarverslag zou publiceren. In het tussenliggende jaar zou de raad dan een discussienota aan de synode aanbieden. Vorig jaar was dat 'Visie en werkelijkheid', een nota die inmiddels ook vertaald is in het Engels, Frans en Indonesisch en aan de partnerkerken overzee is voorgelegd.
Over het beeld dat men nog steeds heeft van zendingsarbeid, schrijft de raad in het jaarverslag: 'Al mag het waar zijn dat velen in het land nog met een verouderd zendingsbeeld leven, toch ontgaat het een steeds groter aantal kerkleden niet dat de wereld veranderd is en ook de vorm van het zendingswerk. Velen verheugen zich over de ontwikkeling van de zelfstandige kerken, over de grotere aandacht voor de vragen van gerechtigheid en voor de strijd tegen discriminatie. Velen achten samengaan van werelddiakonaat en zending vanzelfsprekend, evenals de voortgang van het Samen op Weg proces. Anderen - en die groep lijkt te groeien - vragen zich af waarheen de zending op weg is. In de meest eenvoudige vorm klinkt de vraag of het Evangelie nog wel verkondigd wordt. Daarbij wordt in correspondentie en gesprek alras duidelijk dat men een hele beperkte visie van het woord evangelieverkondiging heeft'.
De zending krijgt soms boze reacties van mensen die geen bijdrage aan de zending meer willen geven omdat de kerk uitspraken doet over Zuid-Afrika en over kernbewapening: 'De gehechtheid aan de oude, vertrouwde "zendings"-klanken is, lijkt het, groot', aldus het jaarverslag. 'De raad kan er niet aan voorbijgaan dat we in Nederland verschillende "talen" spreken en zal er op moeten toezien in publikaties dat de taal herkenbaar is. Uiteraard nu eens meer voor deze, dan voor die groep. Wie met leden van de zendingscommissies en leden van gemeenten in het algemeen in contact komt, wordt vanzelfsprekend ook betrokken bij alle vragen van twijfel en geloofsonzekerheid.'
Jaarverslagen GZB
Aan de orde komen ook de jaarverslagen over 1982 en 1983 van de Gereformeerde Zendingsbond in de Hervormde Kerk. Uit deze jaarverslagen blijkt dat er in de financiën weer een stijgende lijn zit. In 1982 ontving de GZB voor zijn werkzaamheden uit de gemeenten een bedrag van ƒ 5.720.000, —. Ten opzichte van 1981 betekende dat een daling van 4 procent. Deze inkomsten lagen 2 procent beneden de begroting. In 1983 ontving de GZB ƒ 5.776.000, —, 1 procent meer dan in 1982. De GZB had echter op nog meer gerekend: deze inkomsten lagen 4 procent beneden de begroting. Vanwege de hoge rentepercentages ontving men in beide jaren echter nog behoorlijke bedragen aan 'bijzondere baten', waarmee de tekorten gedekt konden worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1984
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1984
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's