Uit de pers
Een zondag in Salatiga
In het Hervormd Weekblad geeft dr. J. Haitsma enkele impressies van een bezoek aan ds. en mevr. Soedarma, studievriend uit de jaren, dat beiden studeerden aan de V.U. Soedarmo was van 1957-1978 hoogleraar te Jakarta en sinds 1978 predikant van de geref. kerk te Salatiga op Java. In het nummer van 1 nov. vertelt hij van een doopdienst in Randoeares, een dienst waarin aan 24 kinderen de doop bediend werd. In het nummer van 8 nov. geeft hij zijn indrukken weer van een zondag in Salatiga.
'De eerste zondag van ons verblijf bij de fam. dr. en mevrouw Soedarma-Aten moest onze gastheer dus preken in Randoeares en kerkten wij daar. Een machtige doopdienst maakten wij toen mee. De volgende zondag, 11 maart moest hij preken in Salatiga, in de grootste kerk aldaar. Over de diensten die we die dag meemaakten wil ik nu iets vertellen, terwijl ik om 6 uur in de morgen van 13 maart op het terras van hun huis in de zon zit te schrijven. Dat vroege uur is niets bijzonders in Java. Om half zeven bijv. gaat de jeugd in grote drommen schoolwaarts.
In die gereformeerde hoofdkerk worden elke zondag drie diensten gehouden, 's Morgens om 7 uur in het Indonesisch, om 9 uur in het Javaans en om 5 uur weer in het Indonesisch. Deze kerk is langwerpig en bestaat uit drie ruimten achter elkaar. De eerste ruimte, die een galerij heeft, wordt altijd gebruikt. Daarin staan de preekstoel, de doopvont, de avondmaalstafel en het orgel. Als er meer mensen komen dan deze ruimte bevatten kan, wordt de achterwand geopend en de tweede ruimte gebruikt. Is deze ook ook vol, dan opent men de achterwand daarvan en is de derde ruimte beschikbaar. Door geluidsinstallaties in elke ruimte zijn ook de tweede en derde gemakkelijk bespreekbaar. De eerste dienst om 7 uur is altijd overvol. Een duizend mensen komen dan wel. Wie er voorgaat, wordt niet te voren bekend gemaakt. De reden van de overvolle bezetting in deze dienst ligt o.a. in de taal die gebruikt wordt, het indonesisch. Deze kerk ligt vlak bij de christelijke universiteit en daarmee verbonden wooncomplexen en de studenten prefereren de genoemde taal. Zij vormen dan ook een groot deel der opgekomen gemeente. Verreweg het grootste deel van deze overvolle dienst is trouwens jeugd. Veel jonge mensen hebben een bijbel meegenomen en lezen daaruit mee tijdens de dienst. In deze dienst preekte onze gastheer over psalm 28. Hij knoopte ook nu weer aan bij het streven van de regering en ditmaal bij haar ijveren voor de gelijke behandeling van alle godsdiensten. Hij zei: Dat is goed. Wij moeten alle mensen beschouwen als schepselen van God en hen daarom gelijk behandelen, ja liefhebben. Alleen mogen wij geen deel nemen aan de zonden der mensen, maar die afwijzen en er ons van distantiëren. God wordt in deze psalm de HE-RE genoemd, de trouwe God van het verbond. Jezus Christus was wel solidair met de zondaren, Hij droeg het oordeel Gods maar de zonde wees Hij af. En God zal niet laten varen het verzoenend en vernieuwend werk dat Hij in Hem begon. De liturgie in deze dienst was voor ons "gewoon". 't Zingen was verhoudingsgewijs iets minder krachtig dan in Randoeares. Er werd ook langzamer gezongen dan daar. Vermoedelijk lag dat aan de jonge organist. Hij speelde alle liederen, psalmen en gezangen, of het nu lof- of klaagliederen waren, op een en dezelfde manier. Dat bevordert natuurlijk niet de juiste manier van zingen. Evenals in Randoeares werden er 4 collecten gehouden, vlak na elkaar. In de eerste, die voor de kerk is, geeft men doorgaans het meest. Aan het einde van de dienst sprak de ouderling van dienst, een vrouw, de geloofsbelijdenis uit.
De gemeente hier sprak anders dus dan in Randoeares deze niet met de mond uit; Er waren slechts enkele blanken in deze dienst. In die van 9 uur, die wij niet meemaakten, spreekt de dienstdoende predikant in het Javaans. Dan komen meer oudere mensen en kan de voorste kerkruimte het aantal kerkgangers gemakkelijk bevatten. In de avonddienst van 5 uur is opnieuw het Indonesisch de voertaal. Deze dienst is weer beter bezet. De laatstgenoemde diensten hebben wij niet bijgewoond. Wat we deze zondag wel meemaakten, was een trouwdienst die om half elf begon, dus na de tweede ochtenddienst. Ze was voor ons een bijzondere belevenis. De dienstdoende predikant was een indonesiër, docent aan de universiteit. Hij had o.a. in Leiden gestudeerd. Evenals onze gastheer preekte ook hij met bezieling en wel in het indonesisch. In deze dienst bestonden de kerkgangers voor het merendeel uit familieleden van het bruidspaar. Het begrip familie is echter zeer ruim op Java. De voorste ruimte van het kerkgebouw was vrijwel geheel bezet. De galerij werd niet gebruikt. De liturgie was vrijwel gelijk aan die bij ons in Nederland. Maar het bijzondere van deze dienst zat voor ons in de kleding van het bruidspaar en de familie. Het bruidspaar was prachtig uitgedost met (gehuurde) kleding. Werkelijk luisterrijk. De familie was nu echt Javaans gekleed. De mannen in sarong met een kris, een soort dolk, op de rug. De kris van de bruidegom was prachtig versierd. Na de preek, tijdens het lezen van het formulier, kwamen twee fotografen binnen die met blitslicht enkele foto's maakten van het bruidspaar en de naaste familieleden. Natuurlijk werd ook het geven van de zegen gefotografeerd. Na de dienst werden nog meer foto's genomen. O.a. een van het bruidspaar met de twee kleine bruidsmeisjes en 5 bruidsjonkers aan de ene kant en 5 bruidsdames aan de andere zijde. Een prachtig gezicht. Zeer plechtig schreden toen bruid en bruidegom uit de kerk naar buiten in de gereedstaande auto. Veel van de anderen gingen in een grote bus naar de receptie.
's Avonds gaf onze gastheer nog een catechisatie aan studenten.
Aan de ingang van de kerk wordt een soort kerkbode uitgedeeld. We schreven reeds dat daarin niet de voorgangers van de kerkdiensten vermeld worden, maar alleen de diensten. Verder bevat het o.a. de opbrengst van de collecten en een leesrooster. Deze zondag stonden er ook de namen in van de velen die aan het eind van de maand belijdenis zouden doen, ruim vijftig. Daarvan zouden 23 ook de doop ontvangen. Deze laatste kwamen uit islamitische gezinnen. De kerk bloeit ook hier.'
Juist deze berichten over het 'gewone' gemeente-zijn van de kerk overzee geven een goede indruk over het kerk-zijn elders. Uit Haitsma's verhaal blijkt hoe in deze diensten gebruik gemaakt werd van de onder ons bekende psalmmelodieën. De vraag kan natuurlijk gesteld worden, in hoeverre dit aansluit bij het beleven van de Indonesiër. Liturgische vormen en patronen kunnen wisselen naar gelang tijd en plaats. Belangrijker is de gemeenschap in het geloof in Christus. Uit het beknopte verslag krijgen we de indruk dat de predikers in Salatiga proberen het eeuwige Evangelie, dat aan tijd noch plaats gebonden is toch te vertolken in de actualiteit van het gemeente-zijn daar. De verkondiging vindt immers altijd plaats in een bepaalde context. Die is voor de broeders en zusters daar anders dan bij ons. Maar zij en wij mogen leven van hetzelfde Woord. Het is bemoedigend te vernemen dat de kerk daar een levende gemeenschap is en dat de Heere God voortgaat met Zijn werk.
***
Vijf jaar Evangelische Alliantie
Vijf jaar geleden namen een aantal personen en instanties het initiatief tot oprichting van de Evangelische Alliantie in Nederland. In verschillende europese landen is een Evangelische Alliantie al tientallen jaren lang een bekend verschijnsel. In Nederland bestaan vele, vele reformatorische en evangelische denominaties. Is het mogelijk, vooral op het terrein van evangelisatie, gemeentevernieuwing een en ander te bundelen, zonder te streven naar een superkerk? Is het mogelijk christenen die samen begeren te leven uit de rijkdom van het Evangelie in Christus en aan het Woord begeren vast te houden, samen te brengen in een platform van bezinning en getuigenis? Nu na vijf jaar is het goed terug te kijken. In het blad Idea geven prof. dr. ir. J. H. v. Bemmel en prof. dr. J. P. Versteeg, respectievelijk de vroegere en de huidige voorzitter, een reactie op vijf jaar E. A. Van Bemmel wijst op de bemoediging die er uitgaat van de ontdekking dat je bij alle verschil toch zoveel gemeenschappelijk hebt. Versteeg noemt twee dingen die het programma voor de komende jaren bepalen, nl. de polarisatie en de secularisatie. Hij schrijft:
'Het is onmiskenbaar, dat we overal - ook op kerkelijk terrein - tendensen van polarisatie tegenkomen. Die polarisatie hangt samen met het klimaat van denken waarin we verkeren. Reeds in het begin van de tachtiger jaren zijn die jaren getypeerd als de jaren van de 'ik-cultuur'. Hoe verder we in de tachtiger jaren komen, des te duidelijker blijkt, dat die typering - helaas - klopt met de werkelijkheid. Steeds sterker worden de mensen op zichzelf aangewezen. Steeds sterker gaan daardoor de mensen zich ook tegen anderen afzetten.
Door dit klimaat van denken kan ook de verhouding tussen evangelischen en reformatorischen verstoord worden. We zien dat inderdaad gebeuren. Tal van reformatorische kerken beschouwen de evangelische gemeenten slechts als een bedreiging. Ze krijgen te maken met de zuigkracht die zich vanuit evangelische kring in reformatorische kring doet gevoelen.
Ze weten daarop vaak slechts één antwoord te geven: het sluiten van de eigen gelederen. Dat gaat samen met een verdachtmaking en minimalisering van alles wat in evangelische kring gebeurt. Aan de andere kant wordt in evangelische kring vaak te gemakkelijk de (reformatorisch) kerk afgeschreven. Vaak is er niet de minste belangstelling voor wat er in reformatorische kring plaatsvindt, laat staan dat voor iets waardering kan worden opgebracht. Zo worden ook hier de eigen gelederen gesloten. In reformatorische kring komt daardoor de houding van evangelischen in veel opzichten als zelfvoldaan over.
De EA zal in de komende jaren deze tendensen van onderlinge polarisatie nog duidelijker dan reeds in de afgelopen jaren geschiedde moeten tegengaan. Op allerlei manier zal de EA evangelischen en reformatorischen bij elkaar moeten brengen. Twee manieren springen daarbij in het oog. Allereerst zal steeds meer gezocht moeten worden naar mogelijkheden van ontmoeting en gemeenschappelijke bezinning. Waar men het eigene van een ander leert kennen, kan ook waardering voor dat eigene groeien. Het beleggen van conferenties en consultaties op allerlei niveau - waar evangelischen en reformatorischen elkaar ontmoeten - zal hoog genoteerd moeten staan op de prioriteitenlijst van de EA. In de tweede plaats zal steeds meer gezocht moeten worden naar mogelijkheden van een gezamenlijk optrekken. Veel wat afzonderlijk, in eigen kring gebeurt zou gezamenlijk moeten gebeuren. Daardoor kan niet alleen het werk effectiever gebeuren, maar zou ook blijken, hoe verrijkend voor ieder gezamenlijke activiteiten kunnen zijn. De coördinatie van allerlei werk zal daarom niet minder hoog genoteerd moeten staan op de prioriteitenlijst van de EA.
Een ontmoeting van evangelischen en reformatorischen die steeds sterker het karakter van vrijblijvendheid verliest zal ook zegenrijk werken in eigen kring. Het is een verschrikkelijk iets, dat zowel de evangelischen als de reformatorischen op een ontstellende manier verdeeld zijn. Wat de reformatorischen betreft is even sprekend als schrijnend, dat een aantal jaren geleden een boekje kon verschijnen onder de titel "Tien keer gereformeerd". Zo'n titel is tegelijk een aanklacht. Door de ontmoeting van evangelischen en reformatorischen krijgen we meer oog voor wat verbindt dan voor wat verdeelt. Dat te zien moet uitwerking hebben ook in de eigen kring. Door de ontmoeting van evangelischen en reformatorischen moeten ook evangelischen andere evangelischen en reformatorischen andere reformatorischen weer duidelijker in het oog kunnen krijgen.'
Ik ben met Versteeg van mening dat de ontmoeting waar hij voor pleit gewenst is. Niet uit een zucht van 'eendracht maakt macht', maar wel om onderling verdiept en verrijkt te worden. Natuurlijk zullen we elkaar over en weer vragen moeten blijven stellen. De reformatorische visie op verbond en kerk wijkt af van wat vele evangelische groepen op dat punt leren. Runia heeft er in een tijdschrift van de World Evangelical Fellowship op gewezen dat de leer van de kerk in evangelische kringen weinig ontwikkeld is. Omgekeerd kunnen Evangelicals aan kerken van geref. gezindte de vraag stellen of er niet te weinig oog is voor het missionair aspect van de levensheiliging, de charismata, de bewogenheid met hen die buiten zijn? Juist met het oog op de ontwikkeling van de samenleving is dat alles van betekenis. Ik citeer nogmaals Versteeg:
'Ook de saecularisatie maakt, dat evangelischen en reformatorischen steeds sterker op elkaar aangewezen zijn. Door de saecularisatie keren steeds meer mensen het Evangelie de rug toe en neemt de ontkerkelijking steeds grotere vormen aan. In het algemeen vormen de christenen in het totaal van de samenleving al een kleiner wordende groep. Waar het dan specifiek om evangelische of reformatorische christenen gaat is de groep nog weer veel kleiner. In de situatie van de saecularisatie worden een aantal verschillen relatiever. Als evangelischen en reformatorischen worden we vandaag teruggeworpen op de laatste fundamenten van het geloof.
Terecht wijst prof. Runia in zijn voortreffelijke, juist verschenen brochure over "Evangelisch-reformatorisch-gereformeerd'' dan ook de saecularisatie aan als eerste oorzaak van de groei van de evangelische beweging in ons land in de tijd na de oorlog. Niet minder terecht wijst hij aan het eind van zijn publicatie op de saecularisatie als een van de redenen waarom samenwerking tussen evangelischen en reformatorischen geboden is.
Verschillen behoeven niet verdoezeld te worden. Ze mogen ook niet verdoezeld worden. Ze zullen wel, juist met het oog op de saeculariserende wereld om ons heen, in de juiste proporties gezien moeten worden. Steeds sterker zullen we gezamenlijk tegenover die wereld het fundamentele dat verbindt moeten laten uitkomen.
Vandaar dat in de afgelopen jaren de EA direct betrokken was bij allerlei evangelisatorische activiteiten. Dat zal ook in de komende jaren moeten blijven. Een missionaire inslag zal voortdurend voor de E A kenmerkend moeten blijven. Daarbij hoort niet minder een protest tegen ontwikkelingen die zich uit de saecularisatie laten verklaren en ingaan tegen het Evangelie. Te denken is aan protesten zoals de EA er onlangs een heeft laten horen in de nota over de individualisering. Niet impulsief en eenzijdig, maar bezonnen en evenwichtig zal de weg van het Evangelie gewezen moeten worden in een saeculariscrende samenleving. Vanuit hun eigen tradities kunnen evangelischen en reformatorischen elkaar bij het zoeken van die weg aanvullen. Het gezamenlijk wijzen van die weg kan de zeggingskracht alleen maar ten goede komen. In dit licht gezien zullen de verschillende werkgroepen van de E A die zich op tal van concrete, actuele onderwerpen bezinnen de komende jaren een steeds grotere betekenis krijgen.
In de afgelopen jaren is gebleken, dat de EA bruggen heeft weten te slaan tussen evangelischen en reformatorischen. Moge het de E A gegeven worden in de komende jaren datzelfde op een steeds meer overtuigende wijze te laten blijken!'
Van harte mee eens. Niettemin bekruipt me het gevoel dat de gedachte van de EA bij velen nauwelijks leeft. We zien hoe de E A daardoor een wat eenzame positie inneemt. Buiten de kerk'en door sommige moderne theologen wordt ze al snel beticht van conservatisme en fundamentalisme en op een hoop gegooid met extreme amerikaanse groepen. Men denke aan de hetze rondom het voorontwerp anti-discriminatie wet, waarbij met name de EA het moest ontgelden. En binnen de kerken stellen voor mijn gevoel velen in de gereformeerde gezindte, ook binnen Bond, zich zeer gedistantieerd op. Op die momenten denk je: wat is er dan nog over van het katholieke en oecumenische dat we bij Calvijn altijd zo breed en diep vinden? Juist in de ontmoeting kunnen we de vragen stellen die we menen te moeten stellen aan evangelische groeperingen. Maar dan niet vanaf een afstand als kritische buitenstaanders, maar in een hartelijke verbondenheid in het geloof in de ene Heere Jezus Christus, de Redder van zondaren. Ik meen dat dat niet alleen voor de missionaire roeping van betekenis is, maar ook voor terreinen van welzijnswerk en onderwijs. Wordt het niet de hoogste tijd dat we de krachten bundelen, nu via schaalvergroting en bezuinigingen en allerlei andere ontwikkelingen christelijke organisaties hoe langer hoe meer op de tocht komen te staan. Het zou wei eens kunnen zijn dat door onze geringe bereidheid tot samenwerking het principe 'Verdeel en heers' zich tegen ons gaat keren. Ik denk hierbij met name aan allerlei ontwikkelingen in het Hoger Beroeps Onderwijs. Op de jubileumbijeenkomst bij het tienjarig bestaan van 'De Vijverberg' is terecht gepleit voor deze contacten tussen gereformeerden en evangelischen. Juist op het terrein van welzijnswerk en hulpverlening kunnen we van het élan van allerlei evangelische stromingen veel leren. Moge het de EA gegeven worden om ook voor de toekomst een platform te zijn dat deze ontmoetingen kan stimuleren en versterken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1984
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1984
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's