De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verslag combi-synodevergadering 5 en 6 november (1)

Bekijk het origineel

Verslag combi-synodevergadering 5 en 6 november (1)

15 minuten leestijd

Het onderstaande verslag, dat overigens - men zal dat billijken - een selectieve weergave van het ter synodenvergadering verhandelde bevat, is opgebouwd rondom de besproken stukken.

Op maandag 5 en dinsdag 6 november jl. vond, bijna twee jaar na de vorige, in 'De Blije Werelt' te Lunteren opnieuw een combi-synode-vergadering van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland plaats. (Het verslag van de vorige combi-synodevergadering van 17 en 18 november 1982 kan men aantreffen in De Waarheidsvriend van 25 november 1982, blz. 674 e.v.)

Het aantal belangstellenden, buiten de kring van direct-functioneel betrokkenen, op de beide vergaderdagen was gering; slechts een handjevol. Wél was uiteraard de lange perstafel tot de laatste stoel bezet. Wie werkelijk geïnteresseerd is in het Samen op weg-gebeuren heeft via de dagbladen reeds het nodige kunnen lezen. Daarbij viel overigens op, dat de dagbladpers soms meer oog en aandacht heeft voor incidenten in de marge dan dat zij zich beijvert om een zo getrouw mogelijk verslag van het verhandelde te verzorgen. Uiteraard is generaliseren hier ongepast en zij niemand van de steeds onder tijdsdruk werkende journalisten hier te na gesproken. Niettemin is het goed dat zij zich de macht van de media en de verantwoordelijkheid die het omgaan daarmee met zich meebrengt, steeds goed bewust zijn. Wie al te zeer let op het opzien-barende dreigt te worden tot een baar in de zee van actualiteit. En dat leidt gemakkelijk tot vertekening en onjuiste beeldvorming. Overigens zij verklaard dat deze opmerkingen - vermaningen, zo men wil - gemaakt worden geheel binnen het kader van begrip voor de grenzen van de mogelijkheden en de functie van de media en derzelver nijvere werkers.

Wie een woordelijk verslag van de vergadering wenst zal nog enkele maanden geduld moeten hebben (minstens tot februari 1985); dan eerst zal, naar verwachting het proces verbaal gereed zijn. Hoe getrouw een dergelijk verslag ook moge zijn, het is nimmer in staat om de sfeer en de emotie, die het gesproken woord omringt, opnieuw op te roepen.

Ondergetekende woonde, op verzoek van het hoofdbestuur, de synoden vergadering als waarnemer bij, omdat voor de hoofdredacteur het door diverse oorzaken, o.a. het lidmaatschap van de Raad van deputaten Samen op weg, onmogelijk was om én deel te nemen aan de discussie én de verslaggeving te behartigen. Alvorens tot het eigenlijke verslag over te gaan, wijs ik, terwille van een goed overzicht van het reeds in verband met deze vergadering gepubliceerde én ter vermijding van doublures op het volgende.

In 'De Waarheidsvriend' van 20 september jl. (nr. 38, blz. 514 en 515) treft men een opiniërend artikel aan over de stukken die ter vergadering behandeld zijn van de hand van de hoofdredacteur. Tevens vindt men daar afgedrukt de concept-intentieverklaring, die in het onderstaande verslag opnieuw aan de orde komt.

In 'De Waarheidsvriend' van 27 september jl. (nr. 39, blz. 539-541) staat het door het Hervormd Persbureau uitgegeven weekbulletin, voor zover betrekking hebbend op de stukken die dienden op de combi-synode, afgedrukt. Tenslotte bevat 'De Waarheidsvriend' van 1 november jl. (nr. 44, blz. 610-611) de tekst van de door ir. Van der Graaf als lid van de Raad van deputaten Samen op weg ingediende minderheidsnota - de Raad zelf spreekt van 'een brief' - op het werkverslag van de Raad over de periode november 1982 - juni 1984. Tevens is afgedrukt het commentaar van de Raad op deze minderheidsnota, zoals dat voorkomt in de aanvulling op het werkverslag. De minderheidsnotitie plus commentaar werd door de Raad dóórgezonden naar de synodeleden en diende als stuk ter vergadering.

Het onderstaande verslag, dat overigens - men zal dat billijken - een selectieve weergave van het ter synodenvergadering verhandelde bevat, is opgebouwd rondom de besproken stukken. Daarmee wijkt het verslag af van de chronologische volgorde van de vergadering. In dat verband zij opgemerkt dat op de eerste dag 's ochtends en 's middags gesproken werd over het stuk geheten 'Verklaring van overeenstemming', terwijl 's avonds het stuk 'De verkiezing van ambtsdragers' aan de orde was. Vooraf was 's morgens nog kort gesproken over de 'Concept-spelregels bij de voorbereiding van de agenda en voor de zitting van een gemeenschappelijke vergadering van synoden'.

Op de tweede dag was 's ochtends de 'Voorlopige schets toekomstige vormgeving der herenigde kerk' onderwerp van beraadslaging. De middag stond in het teken van de intentieverklaring én van de besluitvorming ten aanzien van de besproken stukken, alsmede van de ingediende amendementen en moties. Nominaal namen 56 hervormde en 78 gereformeerde synodeleden plus enkele tientallen adviseurs en deputaten aan de beraadslagingen deel.

Vermeldenswaard is misschien nog dat de leiding van de vergadering 'eerlijk' verdeeld was tussen de preaesides van de beide afzonderlijke synoden, wisselend per dagdeel.

Tenslotte zij erop gewezen dat onderstaand verslag een beredeneerd verslag is. Van een afzonderlijke commentariërende beschouwing moge ik mij ontslagen achten.

VOORTGANG SAMEN OP WEG

Ds. D. N. Wouters, gereformeerd predikant te Amsterdam en voorzitter van de Raad van deputaten Samen op weg, ging in op de voortgang van het proces Samen op weg. Hij onderscheidde drie fasen: de onderbouw, de opbouw en de afbouw. De onderbouw (aanvang 1969) kan in 1986 afgesloten worden. De bij die afsluiting behorende stukken, met name de 'Intentieverklaring' en de 'Verklaring van overeenstemming', stonden nu ter bespreking om ze vervolgens aan kerken voor te leggen, die dan in 1985 kunnen beslissen of de eerste fase, die van de opbouw, kan worden afgesloten. Waar de synoden zich dus mee bezig hielden was de voorbereiding van de afsluiting van die eerste fase in 1986, die dan zeventien jaar zal hebben geduurd. Tegelijkertijd werd door de synoden een begin gemaakt met de tweede fase, waar bijvoorbeeld het stuk betreffende de toekomstige vormgeving betrekking op heeft. Die tweede fase - de opbouw - , waarin het geformaliseerde integratieproces zich moet voltrekken, zal, naar de verwachting van ds. Wouters, niet korter duren dan de eerste fase. Dat zou betekenen dat de tweede fase in 2003 zou kunnen worden afgesloten. Daarna zou dan de 'echte' volledige integratie zich moeten voltrekken. Misschien zou dat afbouwproces omstreeks 2020 afgesloten kunnen zijn. Met deze schets wilde ds. Wouters aantonen dat niet gezegd kan worden dat het proces van Samen op weg geforceerd wordt. Hij waarschuwde dat men zich niet door traagheid zou laten aangrijpen. Het meest belangrijke stuk vond ds. Wouters de 'Verklaring van overeenstemming' (of: van samenstemming) die als basis moet dienen voor de toekomstige vormgeving. Dit stuk bevat de kerken van belijden ten aanzien van het samen kerk zijn. Ds. Wouters meende - met een overduidelijke zinspeling op uitlatingen in het NCRV-interview met ir. Van der Graaf enkele dagen vóór de synode-vergadering -, dat deze verklaring steunde op de belijdenis der vaderen en dat er met die belijdenis niet gesjoemeld was. Het is aan het 'grondvlak' van de kerk om te beoordelen of men het met deze stelling eens is. De 'Verklaring van overeenstemming' moet - in de woorden van ds. Wouters uitgedrukt - het droogdok vormen dat het schip van Samen op weg moet dragen.

Wat de 'Intentieverklaring' betreft, merkte spreker op dat dit een stuk van de Raad is, waarvan hij aan de synoden vraagt om deze over te nemen. Het gaat dus om een verklaring van de synodes, niet van de kerken of gemeenten, maar aan de mindere vergaderingen.

SPELREGELS

De 'Spelregels' hebben betrekking op de samenwerking op synodaal niveau tijdens gemeenschappelijke vergaderingen en de voorbereiding daarvan door de beide (brede) moderamina.

Er bestaat en functioneert reeds een 'Statuut voor een gemeenschappelijke vergadering van synoden'.

Een zestal sprekers (en spreeksters) uitte nog een aantal wensen op detail-punten. Sommigen toonden zich voorstander van een strak tijdschema wat betreft de voorbereiding van de gemeenschappelijke vergaderingen.

Mevrouw mr. Eikerbout (geref. synodelid uit Rotterdam) wenste in de regels voor het 'spel' een nauwkeuriger voorschrift over de raadpleging van het 'grondvlak' via de zgn. regionale dagen van synodeleden en de verwerking van het verslag hiervan door de zgn. Commissies van Rapport in de voorbereidingsprocedure.

Ds. P. van den Heuvel, hervormd predikant te Harmelen en voorzitter van de Werkgroep kerkordelijke Aangelegenheden, benadrukte sterk dat de spelregels een proeve vormen en in een later stadium nog aangepast kunnen worden. Hij benadrukte het belang van de stukken ten behoeve van de synodenvergadering tijdig gereed zijn.

De voorzitter van dat moment, de hervormde synodepraeses ds. C. B. Roos, stelde voor om de nieuwe spelregels alvast voor deze synodenvergadering te accepteren, hetgeen ook geschiedde. De regels bewezen al spoedig hun nut. Een van de bepalingen betreft de stemming in een gemeenschappelijke vergadering van synoden en luidt als volgt: 'Indien bij een stemming het aantal tegenstemmers groter is dan de helft van het aantal leden van de synode, die het kleinste aantal leden telt, wordt bij een tweede stemming de mening van de beide synoden afzonderlijk gevraagd waarbij een voorstel slechts aanvaard is indien een gewone meerderheid van stemmen van de beide afzonderlijke synoden zich er voor verklaard heeft'.

Op deze wijze wordt voorkomen dat de ene synode de andere systematisch zou kunnen overstemmen. Zijn er dus in een gezamenlijke vergadering (nominaal 134 leden) meer dan 28 tegenstemmers (de helft van de hervormde synode) dan wordt door de synoden afzonderlijk gestemd.

Besluitvorming over de 'Spelregels' vond niet plaats: deze wordt, inclusief de stemming over het amendement van de hervormde diaken D. G. van Vliet uit Wilnis, uitgesteld tot de vervolg-vergadering DV op 7 en 8 december a.s.

VERKLARING VAN OVEREENSTEM­MING

Dr. J. M. Vlijm, gereformeerd predikant te Leiden en voorzitter van de Werkgroep Kernen van belijden, begon zijn inleiding op de Verklaring met te herinneren aan het standpunt van de 'Achttien' in 1961, 'dat de gescheidenheid niet langer kan worden geduld'. Hij weersprak de beschuldiging dat de Verklaring een reductie van het belijden der kerk is. De vier kernpunten - de rechtvaardiging van de goddeloze, de kerk is het lichaam van Christus, de waarheid is ondeelbaar, en de gelovigen zijn het licht der wereld - vormen de motivatie van het Samen op weg zijn, zei hij. Men heeft geen nieuwe belijdenis willen opstellen, maar slechts datgene willen aangeven wat uit de belijdenis aandrijft tot eenwording. Zijn stelling was dat de gescheidenheid ons belijden weerspreekt.

De Verklaring behandelt een vijftal spanningspunten, die ondanks de overeenstemming in belijden, nog tussen beide kerken blijken te bestaan: de uitoefening van de kerkelijke tucht, het omgaan met de pluraliteit in de kerken, het vraagstuk van de geboorteleden, de verhouding tussen plaatselijke gemeenten en de landelijke kerk en de kwestie van het spreken van de kerk.

Drie uitgangspunten gelden volgens dr. Vlijm bij de benadering van deze problemen. (1) Al de genoemde kwesties zijn in beide kerken op vergelijkbare wijze aanwe­zig; (2) de theologische bezinning op het kerk-zijn is altijd onderweg; al doende leert de kerk om kerk te zijn; (3) noch de hervormde, noch de gereformeerde kerk heeft een uitgewerkte leer aangaande de kerk. De vraag van de Werkgroep was of de gemeenschappelijke vragen vandaag nog kerkscheidend mogen en kunnen zijn. De werkgroep had ervaren dat deze gemeenschappelijke vragen alleen samen tot een oplossing te brengen zijn.

Het gereformeerde synodelid drs. H. C. Endedijk uit Arnhem en de rapporteur van de Commissie van Rapport voerde vervolgens het woord over de Verklaring. De Commissie van Rapport bestaat uit de vijf voorzitters van vijf regionale bijeenkomsten van synodeleden (Assen, Deventer, Amsterdam, Schiedam, Etten Leur) die op 15 september jl. vergaderd hebben over de Verklaring van overeenstemming (en de Intentieverklaring). De Commissie had dan ook een schriftelijk rapport aan de beide synoden uitgebracht. De status van dit verslag werd niet geheel duidelijk.

Drs. Endedijk sprak van een herhaling van zetten; wat op de regionale vergaderingen van synodeleden is besproken keert op de synodenvergadering terug. Hij memoreerde dat men in het algemeen wel waardering had getoond voor de Verklaring. De besprekingen hadden zich beperkt tot een viertal hoofdpunten.

Ten eerste de functie van de belijdenis der kerk. Hoe ver moet de binding in de toekomst gaan? Er was de vrees geuit dat door het benadrukken van het dynamisch karakter van de belijdenis het duurzaam karakter ervan in het gedrang zou komen. Ook het gezag van de Schrift t.o.v. de belijdenis was ter sprake geweest.

Ten tweede had de vraagstelling betreffende de grenzen van de kerk (de tucht) centraal gestaan. Wat dat betreft was van verschillen gebleken en was gesproken van ' traumatische ervaringen'.

Het derde punt, dat van de geboorteleden en de taak van de kerk, was niet tot een afgerond antwoord gebracht. Van hervormde zijde was men van oordeel geweest dat de theologische implicaties niet voldoende overwogen waren. Aan gereformeerde kant besefte men dat men - geconfronteerd met kerkverlating op vrij grote schaal - leden van de kerk zomaar niet kan schrappen.

In de vierde plaats was gesproken over het amendement-Schoep, handelend over de waardering van het verleden van beide kerken sinds de Afscheiding. Dat amendement komt hieronder nader ter sprake.

SPREKERSRONDE

Hierna meldden zich 24 sprekers, die allen maximaal 5 minuten spreektijd kregen toegewezen.

Van twee van hen, drs. R. H. Kieskamp, hervormd predikant te Leerdam (tevens moderamenlid van de hervormde synode) en ds. P. H. van Trigt, hervormd predikant te Aalst, is de bijdrage aan de discussie in dit nummer van 'De Waarheidsvriend' afgedrukt.

Eerstgenoemde had een aantal van zijn bezwaren in een tweetal amendementen verwoord, dat hieronder.

Het gereformeerde synodelid drs. A. Hekman (Beilen) drong er via een amendement op aan dat de Verklaring aangevuld zou worden met een slotalinea, waarin uitgesproken zou moeten worden dat een voort­gaande bezinning over de theologische inhoud en de kerkordelijke consequenties van het geboorteleden-vraagstuk noodzakelijk geacht werd. Dit amendement werd de volgende dag door de Raad van deputaten overgenomen en door de vergadering aanvaard.

Daarna gaf het gereformeerde synodelid en predikant van Gouda ds. B. J. F. Schoep, een toelichting op zijn amendement, dat hij op de regionale synodeledenvergadering te Schiedam had ingediend.

In de verklaring werd gesproken over de erkenning van de schuld van de gescheidenheid van beide kerken. De strekking van het amendement was om, genuanceerder dan in de Verklaring, te spreken over het verleden, waar beide kerken mee te maken hebben op weg naar elkaar toe. Ds. Schoep onderstreepte zijn diepe dankbaarheid voor de gebleken overeenstemming tussen beide kerken, al had die z.i. lang op zich laten wachten. Wat de Gereformeerde Kerken betreft deelde hij mee, dat daar sinds de Tweede Wereldoorlog - de Bijbel óp de reglementen - en na de kerkstrijd van de Vrijmaking in eigen kring, het zicht op het Hervormde Kerk was toegenomen.

Hij beklemtoonde dat het thans primair gaat om een Verklaring van overeenstemming met betrekking tot de toekomst, niet ten aanzien van het verleden. Voor verwijten is, zo gaf ds. Schoep te kennen, geen plaats. Wél meende hij dat de schuldbelijdenis in de Verklaring te weinig concreet was. Pas als die concreet is kan schuld - ook kerkelijke schuld - vergeven worden. Door het verenigen van beide kerken wordt de schuld op zichzelf niet minder. Maar wat is die schuld concreet? Volgens ds. Schoep is dat het feit van de verdeeldheid zelve; de gemeenschap is verbroken. De schuld die beleden moet worden, is de last van de verdeeldheid; men heeft aan de verdeeldheid geleden, zo zei hij.

Elk van deze opvattingen had ds. Schoep - in z'n amendement verwoord.

Doordat de Raad van deputaten de volgende dag zelf met een nieuw voorstel, kwam, waarin het amendement-Schoep goeddeels was overgenomen, kon de indiener z'n amendement intrekken. Eén zin, waarin de verwachting van de schuldvergeving werd uitgesproken, was aanvankelijk niet overgenomen. Wat betreft dat deel handhaafde de indiener z'n amendement en hij zag z'n vasthoudendheid alsnog beloond doordat in tweede termijn de Raad van deputaten ook dit deel overnam, welke geste door de vergadering algemeen aanvaard werd.

Drs. Kieskamp zag in het nieuwe voorstel van de Raad van deputaten ook enkele van zijn amendementen overgenomen. Zo kwam in de Verklaring de volgende zin te staan: 'Onze generatie moet in ieder geval erkennen dat wij schuldig staan wanneer wij in de huidige gescheidenheid berusten'. Eveneens werd op zijn initiatief een passage opgenomen waarin uitgesproken wordt dat men zich zal houden aan een binding aan de belijdenis, die 'onbekrompen en ondubbelzinnig' is. Deze aan Groen van Prinsterer ontleende formule nam de Raad van deputaten dus ook over.

Anders liep het met het voorstel-Kieskamp, dat beoogde een passage op te nemen waarin uitgedrukt zou worden dat 'de oplossing van de problemen waar we als kerken vóór staan, niet alleen gezocht wordt in Samen-op-weg-gaan, maar ook en vooral in samen terug gaan naar de ene en eeuwige God Die tot ons komt in de Heilige Schrift en Die wij belijden in de confessies der vaderen'. De voorzitter van de Werkgroep Kernen van belijden, dr. Vlijm, had aanvankelijk bezwaar gemaakt tegen het woord 'teruggaan' en wijde daarvoor lezen 'omkeren'. Toen ds. Kieskamp zich daartegen niet verzette, gaf dr. Vlijm in tweede instantie als zijn opvatting dat het woord 'omkeren' overbodig was, - een niet geheel correcte manoeuvre. Tenslotte werd dit voorstel van ds. Kieskamp verworpen, aangezien slechts 15 stemmen zich 'voor' verklaarden. Drie andere amendementen van het moderamenlid ondergingen hetzelfde lot.

Zodoende werd onder het eerste punt van samenstemming - de rechtvaardiging van de zondaar - niet opgenomen de keerzijde, nl. 'de totale verdorvenheid door de zonde van ons als natuurlijke onwedergeboren mensen'. Evenmin werd onder het tweede punt van samenstemming - dat de kerk het lichaam van Christus is - de christologische omschrijving van het kerk-zijn aangevuld met het pneumatologische van het kerkzijn, tezamen met het woordkarakter ervan, zodat ook de zgn. notae ecclesiae een plaats zou krijgen. Dr. Vlijm achtte dit voorstel misplaatst, omdat deze elementen reeds verwerkt waren in de in de combi-synode van 1982 aangenomen vervolgnota's 'Samen kerk zijn in de nabije toekomst'.

Tenslotte werd ook het voorstel verworpen om de Raad van deputaten op te dragen de Verklaring aan te vullen met een gedeelte waarin royaal en duidelijk de bereidheid zou worden uitgesproken om een kerkelijk - beleid te voeren dat geheel zou sporen met wat op grond van Schrift en Belijdenis verwacht mag worden. Dit voorstel was door de voorzitter van de Werkgroep Kernen van belijden als overbodig gekenschetst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Verslag combi-synodevergadering 5 en 6 november (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's