Drs R. H. Kieskamp over de Verklaring van overeenstemming
Het is niet moeilijk om mij persoonlijk van ganser harte vóór S.o.W. te krijgen en ik heb er behoefte aan te verklaren dat ik niets liever zou willen dan dat ik er van harte voor kón zijn.
Geachte vergadering
Het is niet moeilijk om mij persoonlijk van ganser harte vóór S.o.W. te krijgen en ik heb er behoefte aan te verklaren dat ik niets liever zou willen dan dat ik er van harte voor kón zijn. Helaas kan ik dat niet op dit moment en wel om de volgende redenen:
1. De wijze waarop in de verklaring van overeenstemming het functioneren van Schrift en Belijdenis wordt beschreven is te vaag en laat teveel ruimte open, zodat ontsporingen en ongelukken voor de toekomst gevreesd moeten worden.
2. De ontwikkelingen in onze beide kerken zijn van dien aard dat zorg en vrees eerder worden versterkt dan weggenomen. Er is veeleer een beweging die verder afvoert van Schrift en Belijdenis, dan dichter ernaar toe.
Om deze redenen kan ik mij dan ook niet vinden in het optimistische begin van de verklaring van overeenstemming waar gesteld wordt: 'In het proces van toenadering, waarin beide kerken zich sinds 1973 bevinden, zijn wij in toenemende mate de betekenis gaan zien van het feit, dat wij ten nauwste aan elkaar verbonden zijn door onze gemeenschappelijke oorsprong in de Reformatie.
Naar mijn stellige overtuiging is het beslist noodzakelijk dat in de verklaring van overeenstemming de relatie tot Schrift en Belijdenis krachtiger wordt verwoord. Indien dat gebeurt dan zal S.o.W. ook een sterker nodigend appèl doen uitgaan naar de andere kerken der reformatie die door afscheiding en doleantie uit de Ned. Herv. Kerk zijn voortgekomen. En dat is, wil S.o.W. geloofwaardig zijn en werkelijk toekomst hebben, noodzaak. Het is mijn vaste overtuiging dat die kerken, hoe kritisch ze ook, en begrijpelijk, tegenover S.o.W. staan, op den duur mee zullen komen, wanneer S.o.W. van het begin af aan een grondige oriëntatie op Schrift en Belijdenis te zien geeft.
Om dit te bereiken is naar mijn gevoelen allereerst nodig dat we de woestijn ingaan. Immers, in de woestijn wil God ons voorbereiden op de grote daden die Hij gaat doen. Vgl. Mozes, Joh. de Doper, Jezus Zelf. Wij hebben woestijnleven nodig, d.w.z. retraite, bezinning, loutering, verootmoediging, verdieping door beproeving heen. Het is nodig dat het jakkeren en haasten van S.o.W. wordt ingeruild voor diepe bezinning op de scharnierpunten van het chr. geloof en hun consequenties voor heel het christen-zijn. Het is nodig dat de S.o.W. besluiten die nog op stapel staan worden uitgewerkt en dat we dan een grote rustperiode inluiden waarin de stilte van de woestijn ons tot bezinning brengt, waarin we het pelgrim-zijn, als vreemdeling in deze wereld gaan verstaan. Dat zou ook de aanzet kunnen geven voor een zo broodnodige geestelijke opwekking, een réveil, een hernieuwde reformatie, waarin de spiritualiteit van het leven uit genade alleen als fonkelend staal aan de dag zou treden. Dat ook zou S.o.W. het élan kunnen geven dat het zo bitter nodig heeft en dat het nu zo pijnlijk mist, helaas. Dan zou de vernieuwing, die S.o.W. toch ook zelf wil, overtuigend aan de dag treden. Dan zou het werk van de Heilige Geest dat in de verklaring van overeenstemming zo schraal naar voren komt en dat in het geheel van de theologie, mede door de invloed van Barth, volkomen onderbelicht is, de plaats kunnen verkrijgen die noodzakelijk is.
Dan ook zou S.o.W. kunnen gaan worden S.o.T. nl. Samen onderweg Terug nl. in ware bekering, die hebben we toch dagelijks nodig, in ware bekering terug naar God, naar Zijn woord. Dan zouden we ons van harte kunnen vinden in het woord uit Hosea 6 : 1, nl. 'Komt en laat ons wederkeren tot de Heere, want Hij heeft ons verscheurd en Hij zal ons genezen. Hij heeft geslagen en Hij zal ons verbinden'. ...Immers, zo is het toch, dat God ons als een felle leeuw heeft verscheurd en geslagen als kerken der reformatie. En alleen in waarachtige terugkeer tot deze God kan genezing ontstaan. Genezing die we zo nodig hebben, zeker ook voor het plaatselijk vlak van het kerkzijn. Want al maken we landelijk en op synodaal niveau nog zulke mooie papieren klaar, als de vonk niet overspringt naar de plaatselijke gemeente, dan haalt het niets uit. En op plaatselijk vlak ligt het op zeer veel plaatsen nog mijlenver uit elkaar, zo ver dat er, menselijk gesproken, nog geen denken aan is dat dat voorlopig ooit iets wordt. S.o.W. dient, ook op plaatselijk vlak, zodanig confessioneel gehalte te krijgen dat spontaan de akte van wederkeer uit 1834 van stal gehaald gaat worden.
Dit alles nu overwegende maakt het onontkoombaar dat in de verklaring van overeenstemming de binding aan de confessie op meer duidelijke en overtuigende wijze onder woorden gebracht gaat worden. We dienen te weten waar we aan toe zijn. Dit mag niet opengelaten worden tot na eventueel 1986. En dat temeer niet daar het met name voor gelovigen en gemeenten die krachtig op de reformatie georiënteerd zijn er om zal gaan of ze echt mee kunnen gaan met het S.o.W. gebeuren. Persoonlijk althans zou ik het onaanvaardbaar vinden als de binding aan de confessie en in het algemeen het reformatorisch karakter van S.o.W. zodanig beneden de maat zou zijn dat zij die leven uit het hart van de reformatie zouden gaan afhaken. Dat zou dan kunnen gebeuren als S.o.W. de kant op zou gaan vaneen vlakke, kleurloze oecumene waarin het wezenlijke van wat de gereformeerde reformatie gebracht heeft verkwanseld is.
Toch, geachte vergadering, vindt mijn appèl niet de diepste motivatie in het pogen om hen die krachtig op de reformatie georiënteerd zijn te bewaren voor S.o.W. Mijn diepste motivatie ligt hierin dat wij het aan God verplicht zijn om datgene wat Hij in het planten van de kerk der reformatie aan deze lage landen bij de zee geschonken heeft, onverkort hoog te houden, te bewaren en produktief te maken voor het nageslacht. Daarom zullen er niet alleen duidelijke woorden in de verklaring van overeenstemming moeten staan, ook zal er de bereidheid dienen te zijn om het kerkelijk beleid er krachtig en onversneden op af te stemmen. Om één en ander concreet te maken wil ik straks twee moties indienen die beogen in de verklaring van overeenstemming op te nemen een duidelijke binding aan de belijdenis en het uitspreken van de bereidheid een beleid te voeren dat spoort met die duidelijke binding. Bij het omschrijven van de binding aan de belijdenis is het mijn bedoeling om zowel het herv., als het ger. model te overstijgen, in een poging om te komen tot werkelijke vernieuwing. En daar zowel het hervormde: 'in gemeenschap met de belijdenis' als de gereformeerde 'dynamische binding' hun eigen voorgeschiedenis hebben met al de gevoeligheden er omheen, lijkt het me van wezenlijk belang te komen tot een totaal nieuwe omschrijving van binding aan de belijdenis. Bovendien kunnen in een nieuwe omschrijving de vragen die er leven rond het beweeglijke en het duurzame van het belijden, waar de verklaring van overeenstemming over spreekt, beter worden ondervangen. Het beweeglijke kan toch niet betekenen dat menselijke ervaring wordt ingebouwd als breekijzer om stuk te breken wat onopgeefbaar is, en het duurzame mag toch niet tot het misverstand leiden dat de confessie een muilkorf is die de ware vrijheid belemmert. De goede pluraliteit zal immers noch het breekijzer, noch de muilkorf willen. En waar we echt gaan leven, als rechteloze zondaren uit Gods genade alleen, daar zullen we ook aan het breekijzer geen behoefte hebben en daar verdwijnt alle watervrees voor de muilkorf. Mijn in te dienen moties hebben tot doel de Raad van Deputaten op te dragen de verklaring van overeenstemming aan te vullen met een gedeelte waarin duidelijk en krachtig over de binding aan de belijdenis en het te voeren beleid dienaangaande wordt gesproken. Inzake de binding aan de belijdenis wil ik (met woorden van Groen van Prinsterer) een binding die onbekrompen en ondubbelzinnig is.
(Citaat uit 'Samen kerk zijn in de nabije toekomst', blz. 43).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1984
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1984
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's