De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijke levensregels

Bekijk het origineel

Geestelijke levensregels

Een heilig neen (7)

8 minuten leestijd

Wij moderne mensen laten ons er in vele opzichten op voorstaan, dat wij het leven aanvaarden, ja, openstaan voor de werkelijkheid, het leven en het werk.

Wij moderne mensen laten ons er in vele opzichten op voorstaan, dat wij het leven aanvaarden, ja, openstaan voor de werkelijkheid, het leven en het werk. Er is in brede kringen een gretig ingaan op, de levenslust en de levensglorie van het huidige leven. Dat komt nu wel niet immer openbaar in losbandigheden en goddeloosheden. Het openbaart zich juist in kleinigheden. Wij zouden het snoeplust naar de wereld willen noemen. Vooral wanneer wij van oorsprong zijn grootgebracht in eenvoudige omstandigheden en later in goede doen zijn gekomen, is het menigmaal zo alsof wij met begerigheid willen inhalen wat ons voorheen is ontgaan. Wij kunnen dat opmerken in vele gemeenten. De middenstand is voor een deel onkerkelijk geworden. De arbeidende stand bezet nu het ambt. Maar nu is er een omzien naar hetgeen men vroeger smartelijk miste. Van huis uit is er soberheid geweest. De welvaart kwam overweldigend. En nu verlangt het huidige geslacht ook naar meer levensveraangenaming. De volksmond spreekt daar wat smalend over: Als niet komt tot iets, kent iets zichzelf niet. Menigmaal weet men de gulden middenweg niet en vervalt dan tot grove uitersten.

Bij nauwkeurig toezien ontdekte men dan, dat zulk een verhoogde welvaart niet immer met rustig geweten wordt genoten. Bij ogenblikken overvalt ons een verschrikkelijk vermoeden, dat al onze gretige levensaanvaarding alleen tot een bepaalde grens kan gaan. Een aanvaarding, waar achter de gehele mens in ongedeelde eenheid staat, is zelden in een wereld, die tot alles ja zegt. En dat is nu juist de nood, dat er tot alles ja gezegd wordt, zonder onderscheid ja, wanneer slechts ook de anderen het maar doen. Door zulk een genivelleerde acceptatie, door zulk een bereidwillig openstaan voor alles en nog wat, krijgt de huidige mens de trek van de middelmaat. Hij wordt om zo te zeggen Jan Modaal, louter passief de doorsneemens. In de grond der zaak is hij zelf het niet meer, die alles aanvaardt, maar iets anders spreekt door hem het ja uit en beleeft dit ja in de kracht van hartstocht en van haat. Naar ons inzien is dat de weedom van de huidige christenheid: het gebrek aan imponerende, krachtige persoonlijkheden. Mensen, die een stempel zetten op hun omgeving door bewust zelf standing te denken. Die een zaak, een verschijnsel hebben doorgedacht tot in de diepste consequenties toe en daarom ergens met bloed en merg doorheen gekropen zijn. Het markante is altijd het persoonlijke. Wij lijden aan de middelmaat, wij worden beheerst door de grijsheid van de middelmoot om maar het veilige midden te houden. Wij weten wel, het kan bij het huidige collectivistische levenspatroon veelal niet anders. Maar het betekent wel een geestelijke verarming.

De beslissende fout ligt daarin dat in deze gretige levensaanvaarding geen ruimte meer is voor een bewust duidelijk néén. Geen néén uit de laatste grond en uit de heiligste werkelijkheid. Meer dan ooit heeft onze generatie behoefte aan de klare vermaning des Heeren: dit geslacht kan nergens door uitgaan, dan door bidden en vasten. Er is geen geestelijke ordening van het leven zonder een heilig neen, zonder de kracht tot een zich onthouden en verloochenen. Het zij een stilzwijgende of openbaar beleden afkeer of weigering. Dit heilig neen, dit bijbelse vasten, strekt zich uit op alle gebieden van ons leven, van eten en drinken tot de wereld van de mode en de sociale zeden, ja tot in de sexualiteit toe. Nu kan dit heilig neen verworden tot een bitter, negatief neen. Dat is evenwel niet bedoeld. Wij moeten ons hoeden voor doperse mijding. Men bedenke, dat de Heere heeft gezegd: bidden en vasten. Ook het heilig neen van de christen is naar zijn oorsprong en naar zijn doel niets negatiefs, maar gevolg en voorwaarde, keerzijde en noodzakelijke uitdrukking van het ene grote ja tot de Heere van zijn leven. De uitwerkingen van dit heilig neen op de levensvormgeving in detail kunnen niet precies vastgelegd worden van geval tot geval. Wat wij - behalve zielzorgelijke adviezen geven kunnen, dat is een geheel van geestelijke wetten, waaraan ons gehele leven moet beantwoorden. Maar het is momenteel nog niet doenlijk een rondomschreven protestantse ethiek te verwoorden. Het behoort tot de taak van de toekomst aan zulk een ethiek te arbeiden en zulks geschiedt ook allerwege.

In ieder geval staat Jezus' oproep tot bidden en vasten wel in nauw verband met zijn andere vermaning: waakt en bidt! Het vasten is de uitdrukking van innerlijke waakzaamheid, het onverbiddelijk protest tegen de beide grote vijanden van alle geestelijk leven, de grote machten der wereld, vooral van de moderne wereld: de roes en de verdoving. Maar niet alleen vasten en waken raken dicht aan elkaar, maar ook vasten en bidden en opnieuw bidden en waken. Ook het vasten, het heilige neen, is een gebed en alle gebed is een zich losmaken uit de banden van de zinnelijkheid en van het aardse. En hoezeer nu waken en bidden innerlijk tezamen hangen, dat leert ons met bijzondere ernst hetgeen in Gethsémané gebeurde. Alleen de biddende ziel is waakzaam temidden van de droom, het onbewuste, de meningen van de dag en de massahysterie.

Bovenal echter is alleen de biddende ziel bekwaam tot lijden. Lijden is in zekere zin gemakkelijker dan vasten, want het wordt ons meestal opgelegd zonder onze wil, zonder ons besluit. Aan de andere kant is lijden ook moeilijker dan vasten, want juist dit is voor de natuurlijke mens een zware eis, dat wat hem overvalt als een onafwijsbare dwang om te vormen tot een daad der vrijheid, ja zelfs dit lijden te aanvaarden met gewilligheid en als een heilig offer. En toch is juist ook hier een goed begin te vinden voor de strijd om de vrijheid der ziel. Hier kunnen wij proeven of wij leven uit de eeuwige krachten der genade en of wij zelfs ook ons aardse leven geestelijk begeren te vormen. Juist het lijden is maar al te vaak een louteringsperiode. Daar in de dalen van verdriet leren wij de psalm zo verstaan: beproef m' en zie, of mijn gemoed iets kwaads, iets onbehoorlijks voed'; en doe mij toch met vaste schreden de weg ter zaligheid betreden.

Dat brengt ons tot een volgende opmerking. De rijpheid van alle geestelijk leven wordt ook getoetst op het gehalte van het gebed. Het is één van de diepste blijken van het oprechte geloofsleven een gezond gebedsleven te hebben. Het werk der genade wordt in ons zondaren volbracht, niet zonder, maar door het gebruik van bepaalde genademiddelen, door welke de Heilige Geest het inwendig leven van het geloof werkt en versterkt. Het persoonlijk en gemeenschappelijk gebed in de naam van Jezus is niet zozeer één van die middelen, als wel de grote voorwaarde, waaraan het gezegend gebruik van allen verbonden is. Maakt derhalve uit alles een gebed. Dat is vooreerst een ietwat hooggespannen eis; maar per slot van rekening toch een uitdrukking van één van de diepste levenswetten. Zeker wordt niet alles vanzelf een gebed in ons leven. Integendeel: veel wordt eerder tot een vloek dan tot een gebed. Ook hier gaat het er om trouw te zijn. Het komt ons voor, dat wij ook in het gebed de gedurige discipline niet kunnen ontberen. Weliswaar brengt eb en vloed van het innerlijke leven met zich mee, dat de ziel niet altijd bereid en bekwaam is zich met eigen woorden op te dragen tot voor de troon van God. Wij moeten het smartelijk erkennen. Maar aan de andere kant is het schadelijk en verkeerd in zulke lege ogenblikken geheel van het gebed af te zien. Dijkwijls ligt in het formuliergebed dan een bijzondere troost en een bijzondere kracht. Want daar bidt een gehele gemeenschap. Wij denken bijvoorbeeld aan de gebeden uit het Onze Vader van de Catechismus. Daar staat de bidder juist in verwantschap met degene, die dit gebed voor het eerst gesproken heeft, maar dan voorts ook in gemeenschap met hen, die dit gebed intussen ook bidden. Het doet/ons ook denken aan die liederen uit de psalmbundel die wij wel misschien vaak in onze kerken hebben gezongen, maar die wij nu juist nooit hebben meegebeden in de diepste nood van ons leven. Soms brengt de Heere ons in omstandigheden dat wij het Woord meer dan ooit op ons persoonlijk van toepassing ondervinden.

In zulk een heilig neen ligt een oefening. Niet minder ook in een trouw gebedsleven. In beginsel worden daardoor terstond de twee grootste hinderpalen van alle waarachtig geestelijk leven bestreden: hoogmoedig zelfvertrouwen en trage lijdelijkheid. In ons leven sta op de voorgrond: niets zonder God, maar ook niets van God te verwachten dan bij nauwgezet gebruik der door Hemzelf verordende middelen. Eerst langs deze weg worden wij op de weg van het leven geleid. Maar ook zullen wij zo verzadigd worden van Gods goedertierenheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Geestelijke levensregels

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's