Barmen, Nederland en het kerkelijk verzet (5)
Menige theoloog heeft zowel aan de Amersfoorter thesen als aan het tot stand komen van Fundamenten en Perspectieven gewerkt.
Menige theoloog heeft zowel aan de Amersfoorter thesen als aan het tot stand komen van Fundamenten en Perspectieven gewerkt. Aan goede trouw valt niet te twijfelen. Natuurlijk moest dit, eventueel in alle eenzijdigheid, gezegd worden tegen Hitler en het nazisme. Maar nu... Alleen Israël, en dat is in mijn ogen pure winst, is door de Tweede Wereldoorlog in het belijden der kerk terecht gekomen. Maar wie in het kerkelijk Jeruzalem geen vreemdeling is, weet dat de Israëlvisies bepaald niet alle teruggaan op één wortel van belijden. En daarom blijft uit al het voorafgaande voor ons de vraag over: wat behoort tot de status confessionis? Wat moet in het belijden worden opgenomen en wat niet?
Wat belijden?
Het eerste antwoord op de bovenstaande vraag moet mijns inziens luiden: niet alle aktuele gebeurtenissen zijn aanleiding tot het vormen van belijdenisgeschriften of het ontwerpen van belijdenisformules. Er zijn apologieën, zgn. verdedigingsgeschriften uit de vroege kerk tot ons gekomen, die een duidelijk belijdend karakter dragen. Zo ook martelaarsakten, kerkenordeningen en zelfs brieven. Belijden is immers niet aan een bepaalde tijd of gelegenheid gebonden.
Toch is dit alles te onderscheiden van wat altijd en overal en door allen geloofd is (Vincentius van Lerinum). Te Barmen 1934 heeft men dit ook zeer wel ingezien. Men heeft wat men beleed en onderstreepte, beleden in gemeenschap met het vroegchristelijke belijden, en voor de lutheranen en gereformeerden gold daarbij nog het reformatorische belijden. Ik herinner aan de zin in de preambule (die aan de officiële tekst voorafgaat): 'Ons voegt daarbij samen de belijdenis van de ene Heere van de ene, heilige, algemene en apostolische kerk'.
Een tweede antwoord op de vraag: Wat belijden?, kan hierin gezocht worden, dat men om te belijden en dat belijden ook schriftelijk als bindend vast te leggen, verzekerd moet zijn van de grootst mogelijke eenheid en dus overeenstemming in de kerk als lichaam van Christus. En een van de redenen, waarom belijdenisgeschriften of ontwerpen daartoe in het heden, zo weinig zoden aan de dijk zetten, is mijns inziens dat die eenheid of zelfs maar het zoeken naar die eenheid ontbreekt. Dat mes snijdt met name in het vlees van degenen die zeer rechtzinnig (willen) belijden, maar zich om de bedoelde eenheid niet zozeer bekommeren. De katholiciteit van de kerk is absolute voorwaarde voor een belijdenisgeschrift en het gezag dat zo'n geschrift hebben zal.
Hiermee is verbonden het helaas ontstane verschil in gevoelen tussen theologen en gemeenteleden. Veel theologen hebben in de praktijk nauwelijks meer kontakt met het grondvlak van de kerk, met de belijdende gemeente, laat staan dat zij met die gemeente voeling houden over de inhoud van hun theologenwerk. Toen tegen de benoeming van dr. Ter Schegget als kerkelijk hoogleraar werd ingebracht, dat hij een aantal boeken had geschreven, waarin de theologie van de revolutie tot schade der kerk werd aangeprezen, kregen de klagers te horen dat zij de man in kwestie niet de gelegenheid gaven om zich waar te maken. Er werd gedaan alsof dr. Ter Schegget nog niets gepubliceerd had, nog geen uitgesproken mening in tal van zaken had en zich alsnog waar moet kunnen maken op de leerstoel voor christelijke ethiek te Leiden. Zulke verschillen en zulk wantrouwen tussen theologen en gemeenteleden maken het onmogelijk dat een theologengeschrift zonder meer status confessionis zou verkrijgen binnen de kerk.
Een derde antwoord op de vraag: Wat belijden?, is dat het sedert de dagen van het Nieuwe Testament niet de aktuele gebeurtenissen zijn, die de gemeente tot belijden hebben gebracht, maar het innerlijke leven der kerk, de Arkandisziplin ofwel de geheime leer. Die 'geheime leer', die overigens niets geheimzinnigs aan zich heeft, maar zo genoemd wordt, omdat alleen degenen die door de Geest geleid worden, verstaan wat de kerk belijdt, had en heeft betrekking op de tweenaturenleer van Christus en op de leer van de Drieëenheid. Ik wil dat de kenmerken van de apostoliciteit van de kerk noemen. Zeker, in het Nieuwe Testament zijn er niet alleen belijdenisformules te vinden, maar ook een belijden in actu, een belijden metterdaad, een voortgaand belijden. En er zullen best tijden zijn, waarin de kerk bij vernieuwing moet belijden. Maar zou het om een nieuw belijden gaan, dan moet dat nieuwe belijden gemeten worden aan de kenmerken van het apostolisch belijden. En daarbij speelt het inwendige leven van de gemeente een grote rol.
Voorzichtigheid
Hebben onze voorvaderen, die in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog móesten getuigen en spreken, bedoeld een nieuw belijden te scheppen? Of hebben zij op één punt het klassieke vroegchristelijke en reformatorische belijden toegespitst, namelijk op dit punt dat de Heere staat tegenover heerschappijen en vreemde goden? Een helder neen tegen wat niet uit God, maar uit de duivel was en is. Maar dat is principieel verschillend van de geweldige theologische uitweidingen, die men bijvoorbeeld in Fundamenten en Perspectieven tegenkomt. Gedekt door de notie van het Koninkrijk Gods, heeft de theologie zich begeven tot leringen, die geboden van mensen zijn en waar velen zwaar onder zuchten, omdat... men zich beroept op de status confessionis en diegenen die niet zo denken over kruisraketten en bewapeningswedloop, het liefst maar onder de tucht zou brengen en, zoals ergens geschiedde, hun de toegang tot ambtelijke bediening en Avondmaal zou ontzeggen.
Ik zal tenslotte één voorbeeld noemen, waaraan duidelijk wordt hoe gevaarlijk deze ontwikkelingen zijn.
De Reformatie in ons land zette in met een theokratische belijdenis inzake de staat en de verhouding van kerk en staat. Onder de druk van een valse ideologie werd de kerk rond de Tweede Wereldoorlog genoodzaakt, de staat terug te roepen tot normale proporties en de absolute staat als antichristelijk af te wijzen. In Fundamenten en Perspectieven van belijden wordt nog gesproken van een dienen van de kerk en van een dienen van de staat, zij het op onderscheiden manier, doch wel in hetzelfde plan Gods. Maar in de zestiger en zeventiger jaren komt steeds sterker het beeld van de staat als spook naar voren. Voegt men daarbij dat het in de aard van de ontwikkeling ligt, dat in onze tijd staat en kerk steeds meer gescheiden worden, dan heeft men toch wel heel weinig fantasie nodig om te bedenken waar deze scheiding van kerk en staat op uitloopt. Wanneer namelijk de grondconceptie van het geloof inzake de staat niet langer de theokratie is, maar een of ander demokratisch systeem, dan vervalt het ambt der overheid ter bescherming van de heilige dienst van God en Zijn Woord, en dan kan men er zelfs niet meer aan denken, dat de overheid ooit als taak gehad zou hebben dat zij alle afgoderij en valse godsdienst zou vernietigen en weren. Men heeft de twee Openbaringsbronnen, waar onze Nederlandse Geloofsbelijdenis mee begint, opgegeven. Men heeft de theokratie als geloofsconceptie opgegeven of gesekulariseerd. Men heeft van de staat een gevaarlijke Uebermacht gemaakt, waartegen het volk door protesten en demonstraties te hoop moet lopen. En men verbaast zich erover, dat onder deze omstandigheden de kerk qua echte belijdenis sprakeloos is.
Belijden en een belijdenisgeschrift vervaardigen zijn twee verschillende handelingen. Met name de behoefte aan aanvullingen ten opzichte van de klassieke belijdenisgeschriften was in de naoorlogse tijd grond voor het ontwerpen van nieuwe proeven van belijden. Maar men heeft vergeten, dat de twee eerste voorwaarden voor het ontwerpen én het invoeren van een belijdenisgeschrift zijn: katholiciteit en apostoliciteit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1984
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1984
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's