Verslag Combi-Synode (4-slot)
REACTIE RAAD VAN DEPUTATEN
Tussentijds - voordat alle sprekers hun zegje gedaan hadden - kreeg dr. Weijland namens de Raad van Deputaten het woord. De centrale vraag tot dusver was volgens dr. Weijland geweest: Hoe is de gedachte van de koinonia - hét motief voor Samen op weg - te combineren met de pragmatische oplossing van niet-geografische gemeenten? Staat dit niet haaks op elkaar? Bij wijze van antwoord wees.hij op de feiten van vedeeldheid en strijd. De weerzin tegen Samen op weg zou alleen versterkt worden door gemeenten bij-een te dwingen. Samen op weg moet groeien, zo stelde hij, anders zal het een fata morgana worden.
Om deze redenen is gezocht naar een 'open dak-constructie'. De ambtelijke eenheid wordt beleefd in de classis. De ontsnappingsroute, de zgn. kerkgemeenten, was in 1976 door de combi-synode afgewezen. Dr. Weijland benadrukte dat de constructie een overgangsmaatregel is. Er is nog veel mogelijk, zo zei hij. Koinonia valt nooit te forceren; men kan slechts kanalen graven om die te bereiken, zo besloot hij.
Na dit intermezzo werd de sprekerslijst afgewerkt.
Als eerste kreeg ds. R. H. Kieskamp (hervormd, Leerdam) het woord. Hij vroeg hoe de gegevens in de Schets, dat zowel de plaatselijke gemeente als de generale syno-
de rechtspersoon zijn, zich tot elkaar verhouden. Welke kerkmodel zit hierachter, zo vroeg hij. Ook had hij bezwaren tegen het accent dat op de classis gelegd wordt ten koste van de plaatselijke gemeente. Hij zag er de bedoeling achter om eerst op hoger niveau een Samen op weg-kerk te creëren en die vervolgens in de gemeenten te 'droppen'. Hij diende een reeks amendementen in, die erop gericht waren om de Schets zodanig bij te stellen dat:
1. de centrale kerkeraden/kerkeraden algemene zaken als voluit ambtelijke vergaderingen fungeren teneinde het samen kerk-zijn gestalte te geven;
2. de mentale/categoriale (wijk)gemeente slechts als uiterste noodoplossing/uitlaatklep een plaats heeft;
3. geografische wijkgemeenten, indien nodig, desnoods via een gentleman agreement, een mentale/categoriale functie kunnen gaan vervullen;
4. de verantwoordelij kheden van de classis niet ten koste gaan van de plaatselijke gemeente en van de provincie;
5. ervoor gewaakt wordt dat de hervormde kerkorde als overkoepelend dak zoveel mogelijk onverlet blijft en dat de gereformeerde inrichting en boedel zodanig worden ondergebracht dat deze geheel sporen met de hervormde kerkorde;
6. er per classis maar één afgevaardigde naar de synode gaat;
7. de verhouding tussen predikanten, ouderlingen en diakenen die afgevaardigd worden ter synode als volgt is:3:2:1;
8. de kwestie van bestuur en beheer zodanig wordt verwoord als in de toekomst dienaangaande zal worden besloten.
Later, bij de besluitvorming, adviseerde de Raad van Deputaten om geen van deze amendementen te aanvaarden. Opnieuw wees de praeses erop dat het moment van stemmen nog niet gekomen was. Hij raadde aan om de amendementen mee te geven aan de Raad van Deputaten c.q. aan de betreffende werkgroep. Met deze oplossing ging ds. Kieskamp accoord.
Na hem deelde onderlinge mevr. J. Douma-Burgersdijk (gereformeerd, Wageningen) mee dat zij het amendement-Smit-Kruize ondersteunde. Verder vond zij dat een belangrijker rol van de classis een eigen bureau zou vergen. Het principe van gebundelde deconcentratie - dat in het openbaar bestuur bekend is - vergde volgens haar een sterk 'tussenorgaan'. Tevens vroeg zij aandacht voor de praktische en psychologische aspecten.
Diaken D. G. van Vliet (hervormd, Wilnis), meende dat de centrale vraag was hoe bij de eenwording der kerken de eenheid in het geloof beleefd kan worden. Hij verklaarde moeite te hebben met het amendement-Smit-Kruize. m.n. met het woord 'dienen' daarin. Hij vroeg verder of de oplossing van de synode als appèl-instantie voor de classes wel zo'n gelukkige is, en vroeg zich af of een onafhankelijk orgaan niet beter zou zijn. Voorts bepleitte hij dat het breed moderamen bevoegdheid zou krijgen t.a.v. aan te trekken personeel en dat in de moderamen een differentiatie naar ambten toegepast zou worden.
Ds. J. Quist (hervormd, Tange Alteveer) vroeg of het kerkvolk te dom en te ongeestelijk geacht wordt om een eenheid te vormen. In de Schets stond te lezen: 'Hoe kan dit ideaal van "samen de waarheid doen" bij de huidige pluraliteit en polarisa tie over hermeneutische, ethische en politieke vragen, nog gestalte krijgen? Men mag deze worsteling niet over de rug van de gemeente uitstrijden. De geschiedenis na de hereniging van 1892 heeft - over heel wat onschuldiger zaken! - bewezen, dat deze last niet in het keurslijf van één plaatselijke kerk kan worden gedragen'. Men gaat er kennelijk vanuit dat de pluraliteit zó groot is dat in de plaatselijke gemeenschap geen eenheidsbeleving mogelijk is. Ds. Quist concludeerde dat Samen op weg blijkbaar op plaatselijk vlak niet wil. De mentale gemeente noemde hij geen oplossing voor Samen op weg. De plaatselijke eenheid wordt opgeofferd aan de landelijke eenheid, zo meende ds. Quist. Een stuk onwaarachtigheid noemde hij het. De classis was in zijn ogen een vrijblijvend gespreksforum; men hoeft daar niet dagelijks samen te leven. Een heilloze weg, aldus ds. Quist.
Prof. dr. G. E. Meuleman (gereformeerd, hd van Deputaten Oecumene Buitenland) raadde aan om een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop men het vraagstuk van de geografische gemeente in de Angelsaksische Kerk heeft opgelost.
Onderlinge mevr. G. Oorthuys (hervormd, 's-Gravenhage) gaf als haar mening dat de toekomstige classis over een vrijgestelde zal moeten kunnen beschikken. Het woord kerkgevoel wordt, naar de mening van mevr. Oorthuys, terecht tussen aanhalingstekens geplaatst. Zij stelde voor om het woord te vervangen door 'klimaat'.
Mevrouw Scholten was allereerst van mening dat de vervanging van het woord 'belofte' door 'verbintenis' (zie bijdrage dr. Weijland in eerste termijn) niets zal oplossen. Zij vroeg om een eigentijdse kerkordelijke vormgeving van de herenigde kerk en gaf in overweging om daarbij de resultaten van de wetenschap der bestuurskunde te betrekken. Ook zij vond het een probleem hoe de afgevaardigden van de gemeenten de pluriformiteit aldaar op classicaal niveau moeten vertalen.
Ouderling J. van der Brugge (hervormd. Kampen) meende dat de kerkorde van de Ned. Herv. Kerk slechts als raamwerk had gediend, terwijl het meubilair uit de toonkamers van de Geref. Kerken afkomstig is. Hij meende dat de organisatie van de Kerken der Afscheiding was overgenomen. Hij had gelezen dat verschil in geloofsbeleving moet kunnen. Hij vond echter dat de grenzen van het belijden bepalend zijn voor de ruimte.
Ds. P. Schravendeel (gereformeerd, Ferwerd) typeerde de oplossing van de pluraliteit als volgt: de kogel is door de kerk, maar de gemeente is aan flarden geschoten. Tegen de achtergrond van de veelheid en het geduld in de Ned. Herv. Kerk, vroeg hij hoe gegarandeerd kan woorden dat de aangedragen oplossing een noodoplossing blijft. Hij zag verstarring optreden in de classis als arena van de richtingen. De vraag is hoe men de positieve aspecten van de ander in de plurale gemeenten te horen zal krijgen.
Ds. J. A. van Boven (hervormd, Oisterwijk) wilde weten of ook de r.k.-parochie een plaats zou kunnen krijgen onder het 'open dak'. Tevens vroeg hij of hetmogelijk is om terug te komen op de afwijzing van de kerkgemeente in 1976. Ook de schakel tussen wijkgemeente en de classis wilde hij heroverwogen zien.
Ds. E. Overeem (gereformeerd, Haren) had in de Schets gelezen: 'Ter ondersteuning van zijn beleid kan de kerkeraad voor adviserende of uitvoerende taken commissies of groepen instellen, die geheel of gedeeltelijk uit niet-ambtsdragers kunnen bestaan en werken onder verantwoordelijkheid van de kerkeraad'. Hij wilde weten of de omgekeerde beweging mogelijk is.
Over de term 'dynamische binding' aan de belijdenis zei ds. Overeem dat deze misschien beter vervangen zou kunnen worden door 'levende binding'.
Namens de Raad van Deputaten wees drs. E. Hazelaar (gereformeerd, Leusden) erop dat het karakter van de Schets niet toelaat dat er amendementen op worden voorgesteld. Het stuk is niet beslissingsrijp en gaat ook nog niet naar de gemeenten.
Het amendement-Smit-Kruize bleek de Werkgroep aan te spreken. Men neemt het mee voor de volgende versie. Hazelaar herhaalde nog eens dat één vorm voor de nieuwe eenheid niet hanteerbaar is. Hij gaf toe dat de kwestie van de kerkvisitatie en het appèl nog niet goed duidelijk is. Wat de rechtspersoonlijkheid van geledingen van de kerk betreft, merkte hij op dat gekozen is voor het kerkmodel-van-onderop en dat men ruimte wenst te geven aan minderheden.
C. Vonk (hervormd, Olst) had bezwaren tegen een zinsnede in de inleiding van de Schets waar de vergeving door het geloof (zie interventie ds. Wieburga) geclaimd wordt. Hij wilde de woorden'door het geloof geschrapt zien. Verder vroeg hij in hoeverre de strijd om het reformatorisch belijden een blokkade kan vormen naar de rooms-kathoheken. Hij pleitte opnieuw voor het behoud van de ouderling-kerkvoogd.
Ds. B. J. F. Schoep (gereformeerd, Gouda) wilde de onstaansgeschiedenis van de kerk in rekening brengen. Het feit dat het lichaam van Christus vele leden kent, betekent dat men van de enkele persoon en vervolgens van groepen uitgaat. De gedachte van lid-kerken sprak hem aan.
Ds. J. E. van Veen (hervormd, Raad voor overheid en samenleving) verklaarde moeite te hebben met, zoals hij het uitdrukte, de hooggestemde, dierbare en weltfremde terminologie in het stuk. We worden alleen kerk in de oecumene, zo zei hij. Het ging volgens hem niet om de kerk en de samenleving, maar om de kerk in de samenleving. Hij verzocht om de uitdrukking 'Christus belijdende kerk voor het Nederlandse volk' te schrappen. Hij was het dan ook niet eens met de uitspraak in de Schets dat 'het spreken van de kerk in officiële zin is voorbehouden aan de generale synode, met mogelijkheid van delegatie naar het breed moderamen'. Hij vreesde een centraliserende tendens. De kerk is geen bedrijf, zo stelde hij.
Namens de Raad van Deputaten ging dr. C. P. van Andel in op het vraagstuk van de oecumene. Hij beklemtoonde dat we eerst het zelf goed moeten weten waar we staan, wat onze reformatorische identiteit is, om vervolgens een inbreng in de oecumene te kunnen hebben.
INTENTIEVERKLARING
Op de middag van de tweede dag kwam de zgn. Intentieverklaring aan de orde. De voorzitter van de Raad van Deputaten, ds. D. N. Wouters, leidde de discussie in door
op te merken diüt de inieiSfevel^lafiffe' het kortste van alle te behandelen stukken was, maar niet het minst belangrijke. De vraag was aan de orde hoe de synoden tegenover Samen op weg staan. Bij de Raad van Deputaten leefde de hoop dat er niet teveel aan het stuk gesleuteld zou worden en dat er niet over gestemd zou behoeven te worden. Men hoopte op een unanieme, eenparige verklaring.
Namens de Commissie van Rapport voerde opnieuw ds. H. C. Endedijk het woord. Hij beklemtoonde dat de intentieverklaring geen belijdenis is, maar een verklaring van de synoden, waarop ook geen goedkeuring door de kerken wordt gevraagd. De vraag was gerezen of alleen de calvinistische confessie grondslag voor de ene kerk zou moeten zijn en of er geen oproep aan alle reformatorische en eventueel ook niet-reformatorische kerken zou moeten worden gedaan. Hij stelde ook nog een tweetal kleine wijzigingen voor. De eerste zin van de verklaring luidde: 'Wij, de generale synoden van de Nederlandse Hervormde Kerk en Gereformeerde Kerken in Nederland, leggen getuigenis af van onze verbondenheid in Jezus Christus'. Achter het laatste woord wilde men toevoegen: 'gekruisigd én opgestaan'. En het woord 'Schriften' wilde men vervangen door 'Heilige Schrift'.
Ds. H. J. Ponsteen (hervormd, Oosterbeek) uitte waardering voor het stuk. Hij vroeg wat bedoeld werd met 'schuld' in de volgende zin: 'Wij zouden onze schuld tegenover God en de mensen groter maken, indien wij in de gescheidenheid zouden berusten'.
Ouderling G. J. Kaemingk (gereformeerde, Heerde) haakte aan bij een zin uit de verklaring, waar gesteld wordt dat onze verbondenheid boven onze verschillen uitgaat, en merkte op dat wij onze verbondenheid zowel als onze verschillen anders beleven dan de ander.
Ds. R. H. Kieskamp (hervormd. Leerdam) moest tot zijn spijt bekennen dat hij zich niet herkende in de zin 'Wij danken God voor de beweging van toenadering waarin wij betrokken zijn'. Hij zei deze verklaring niet te kunnen meemaken. Hij diende tenslotte een aantal amendementen in.
1) De ahnea: 'Wij weten ons in een wereld vol vragen en onrust verbonden met de kerk der eeuwen in een gelovig luisteren naar de Schriften en in een traditie die verwoord is in de belijdenissen der vroege kerk en in die van de Reformatie' wordt als volgt gelezen: 'Wij weten ons in een wereld vol vragen en onrust verbonden met de Kerk der eeuwen in een gelovig luisteren naar en gehoorzamen aan de Heilige Schrift en in een hartelijke betrokkenheid op bijbelse traditie die verwoord is in de belijdenis der vroege kerk en in die van de Reformatie'.
2) Aan de ahnea: 'Wij willen de verschillende vormen van kerk-zijn die gestalte kregen in de tijd waarin wij afzonderlijke wegen gingen, niet langer tegenover elkaar stellen, maar in gehoorzaamheid aan de Heer der Kerk, inbrengen in een proces van hereniging' wordt aan het eind toegevoegd: 'met het doel een zo zuiver mogelijk bijbelse kerk-zijn te creëren'.
3) Van de laatste alinea 'Wij bidden, dat onze kerken, geleid door de Geest, één kerk mogen worden, tot eer van God de Vader, in dienst van Zijn Koninkrijk' worden de beginwoorden als volgt gelezen: 'Wij bidden, dat onze kerken, geleid door Woord en Geest etc'.
's Middags, bij de besluitvorming, werden deze amendementen behandeld.
Dr. L. G. Wagenaar, (hervormd, Overveen) sprekend namens de Raad van Deputaten, herinnerde eraan dat ds. Kieskamp had verklaard geen dankbaarheid te kunnen opbrengen. Het derde amendement wilde men overnemen, de eerste twee niet en deze werden tenslotte verworpen met 4 resp. 5 stemmen vóór.
Dr. J. M. R. Diermanse (gereformeerd, Veenendaal) wilde in plaats van de Schriften c.q. Heilige Schrift lezen: 'naar de Schriften van het oude en nieuwe verbond'. De Heilige Schrift komt niet als een blok graniet uit de hemel tot ons, zo zei hij; de Schriften nemen ons mee, want ze staan boven ons, zo verklaarde hij zich nader, terwijl hij wees op de rapporten 'God met ons' en 'Klare wijn'. Hij goot zijn voorstel in de vorm van een amendement, dat hij evenwel weer introk toen bleek dat in een gewijzigde versie van de verklaring, opgesteld door de Raad van Deputaten, weer gesproken werd van 'Schriften' zonder meer.
Diaken A. W. de Ronde (hervormd, Stellendam) meende dat in de intentieverklaring de doelstellingen van Samen op weg werden blootgelegd, nl. dat er een nieuwe muur wordt opgetrokken, de muur rond Samen op weg. Hij stelde dat in die muur een poort gemaakt moet worden naar de andere reformatorische kerken. Via amendement stelde hij voor om aan de verklaring een zin toe te voegen, luidende als volgt: 'Daar dit proces de totale kerk aangaat, spreken wij de verwachting uit dat hierdoor tevens een dringende oproep uitgaat naar alle andere kerken uit de Reformatie, om in gemeenschappelijke verantwoordelijkheid niet langer in de afscheiding te berusten, maar mee te denken en te werken aan de eenwording van de kerk, in deze toch al zo verdeelde wereld'.
In zijn reactie herhaalde dr. Wagenaar nog eens dat het om een verklaring van de beide vergaderende synodes ging en niet om een verklaring van oecumenische gezindheid. Een stemming volgens de nieuwe spelregels bracht aan het hcht dat van de Hervormde synode zich 19 stemmen vóór en 25 stemmen tegen het voorstel verklaarden, zodat het werd verworpen. Een tweede amendement van de heer Vonk om aan de laatste zin van de verklaring (zie het 3e amendement van ds. Kieskamp) toe te voegen: 'verwachtend Zijn toekomst' werd via dezelfde stemmingsprocedure verworpen omdat 29 leden van de Hervormde synode zich daartegen verklaarden. Dr. Wagenaar had in zijn reactie op dit amendement gezegd dat het woord 'Koninkrijk' de verwachting impliceerde.
Mevr. ds. F. Smit-Kruize (gereformeerd, Breezand) wilde de in de hierboven aangehaalde zin in het Ie amendement-Kieskamp de woorden 'in een wereld vol vragen en onrust' schrappen. Het lijkt anders alsof wij de wereld als kerk iets te bieden hebben, zo zei ze. Ze wilde sterker in de verklaring beklemtoond zien dat de eenheid dienstig moet zijn aan de betrokkenheid op allen die in de wereld lijden. Het gaat om solidariteit met en openheid naar de wereld, stelde ze. Ook zij goot haar voorstellen in de vorm van amendementen, waarvan we de eerste reeds noemden. Tweede amendement: De alinea 'Wij beseffen dat wij op elkaar aangewezen zijn door de gemeenschappelijke ver antwoordelijkheid met betrekking tot onze opdracht in de wereld' door: 'Door dit alles beseffen wij dat wij niet alleen met elkaar verbonden zijn, maar ook betrokken zijn op allen die lijden en verdrukt worden in deze wereld en die ons uitdagen om met hen te komen tot het doen van evangelische gerechtigheid'.
Via het derde amendement wilde zij bewerkstelligen dat aan de hierna volgende zin uit de Verklaring het vet gedrukte gedeelte toegevoegd zou worden: 'Wij willen door onze verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar en met betrekking tot onze opdracht in de wereld de verschillende vormen van kerk zijn die gestalte kregen in de tijd waarin wij afzonderlijke wegen gingen, niet langer tegenover elkaar stellen, maar in gehoorzaamheid aan de Heer der kerk, inbrengen in een proces van hereniging'.
Het vierde amendement was erop gericht om aan het slot van de hiervóór geciteerde zin de woorden toe te voegen 'en vernieuwing'.
Namens de Raad van Deputaten verklaarde dr. Wagenaar dat men tegen het eerste amendement geen bezwaar had ('in een wereld vol vragen en onrust' klinkt te kreterig, zei hij), maar de overige van deze amendementen te veel specificaties aan de intentieverklaring toevoegen, hetgeen niet de bedoeling was.
Nadat de Raad van Deputaten zelf met een gewijzigde tekst van de intentieverklaring was gekomen, waarin tegemoet gekomen was aan intenties in de amendementen Smit-Kruize, trok deze haar amendementen in.
Ds. K. Bei (hervormd, Haarlem) stelde een drietal amendementen voor. Met het eerste wilde hij bereiken dat in de zinsnede 'Hij' (Jezus Christus, G.H.) is ons heil. Hij geeft ons Zijn opdracht' de woorden 'Zijn opdracht' vervangen zouden worden door 'Zijn bevrijdend gebod'. Dit voorstel werd afgewezen door de Raad van Deputaten en in meerderheid door de synodeleden verworpen .
Het tweede amendement wilde in de eerste zin van de concept-verklaring de achter de woorden 'Jezus Christus' toegevoegde woorden: 'gekruisigd en opgestaan' weer geschrapt zien, conform de oorspronkelijke tekst. (Zie ook interventie van ds. Endedijk.) Dit werd overgenomen door de Raad van Deputaten.
In de gewijzigde verse was de term 'Schriften' vervangen door 'Heilige Schrift'. Ds. Blei wilde dus terug-amenderen naar 'Schriften'. De Raad van Deputaten kwam hem tegemoet.
Drs. A. Borman (gereformeerd predikant van Assen) vond de intentieverklaring een prachtig stuk, waarin de conclusie van twee dagen vergaderen is verwoord. Hij verwachtte dat het getuigend karakter van het stuk de gemeente aan zou spreken.
Drs. J. van Drie (geref. predikant te 's-Hertogenbosch) herhaalde nog eens dat z.i het apostolaat vóórop diende te gaan (eerst 'artikel' VIII, dan 'artikel X'). Daartoe diende hij een amendement in dat ertoe strekte om direct na de zin, die begint mèt de woorden 'Wij danken God...' te laten volgen de zin, die begint met de woorden 'Wij beseffen, dat...' De Raad van Deputaten ontraadde dit voorstel. Desondanks handhaafde ds. Van Drie zijn amendement ('apostolaat is een wezenskenmerk van de kerk'). Ook over dit voorstel moesten de synodes afzon-
derlijk stemmen, omdat er in eerste instantie 29 tegenstemmers bleken te zijn. Bij de afzonderlijke stemming bleken 26 hervormden synodeleden tegen en 16 van hen vóór het amendement te zijn; van de gereformeerde synodeleden waren er eveneel vóór-als tegenstemmers, 35.
Als hekkesluiter van de sprekersronde drong prof. dr. G. H. ter Schegget (kerkelijk hoogleraar Ned. Herv. Kerk) erop aan de zinsnede 'een wereld vol vragen en onrust' weg te laten.
Tot besluit kreeg de voorzitter van de Raad van Deputaten, ds. D. N. Wouters, het woord. Hij deed het voorstel om niet in te gaan op suggesties tot wijziging. De Werkgroep was bereid alle opmerkingen mee te nemen, maar uitgebreide discussie zou tot terugneming van de verklaring tot de volgende synodevergadering leiden.
De herziene versie van de intentieverklaring (zie de tekst hiernaast) werd met een zeer grote meerderheid aangenomen (de tegenstemmers werden niet geteld).
BESLUITEN
Zoals in de eerste aflevering werd meegedeeld, zal ik niet afzonderlijk ingaan op het stuk 'Voorstellen voor de besluitvorming'. De inhoudelijke belangrijke besluiten werden in het verslag ingeweven. Allerlei procedurele besluiten t.a.v. de voortgang van het Samen op weg-proces, hoewel niet onbelangrijk, vragen om een nauwe betrokkenheid bij dat proces om de betekenis van verschillende besluiten te kunnen wegen, die weinig lezers bezitten. Een besluit licht ik eruit.
Ds. Kieskamp had, toen het stuk 'Voorlopige schets van de toekomstige vorrngeving der herenigde kerk' ter discussie stond, reeds een amendement ingediend dat mede besluitvorming betrof. Dat besluit was als volgt geformuleerd: 'De Raad van Deputaten wordt opgedragen de bezinning ten aanzien van de toekomstige vormgeving voort te zetten met de hoofdlijnen van de "Voorlopige schets" als uitgangspunt en onder verwerking van hetgeen in de gezamenlijke vergadering van synoden naar voren werd gebracht'. Dit besluit werd nog aangevuld met een zinsnede waarin opgedragen werd om het amendement Smit-Kruize te verwerken. Ds. Kieskamp wilde via een amendement de vetgedrukte woorden in het besluit geschrapt zien. Dr. Weijland had zich namens de Raad van Deputaten verzet tegen deze schrapping. Het amendement vond steun bij slechts acht synodeleden en werd dus verworpen.
Aan het slot van de tweede vergaderdag werd door de 'dienstdoende' voorzitter, ds. Roos, een verklaring van ir. Van der Graaf voorgelezen, die betrekking had op zijn discussie-bijdrage van de vorige dag. In hoofdzaak kwam de verklaring erop neer dat ir. Van der Graaf niemand persoonlijk had willen kwetsen. Wèl meende hij een algemeen gevoelen te hebben verwoord, waarop hij nog nader zou terugkomen (zie 'De Waarheidsvriend' van 15 november 1984, nr. 46, blz. 642).
Ds. Wouters reageerde op de voorgelezen verklaring door te zeggen dat hij blij was dat het incident, dat zozeer andere zaken had verdrongen, kon worden afgesloten. Hij bestempelde het indcident wèl als een signaal van iemand die het gevoel heeft onvoldoende gehoord te worden. Zowel hij persoonlijk als de Raad van Deputaten wil den dit signaal opvangen. Hij besloot met te zeggen dat de combi-synodevergadering een plaats van bereidsvoorbereiding, maar tevens een plaats van ontmoeting is. Hij constateerde dat de vervreemding door jarenlange gescheidenheid z'n tol gevraagd had. Echter, men had elkaar de hand gegeven.
SLOT
Reeds bij het begin van dit verslag heb ik verklaard mij van inhoudelijk commentaar op de discussies en besluiten te willen onthouden. Dat doe ik ook. Maar misschien is het toegestaan om één overheersende indruk, die is blijven hangen, neer te schrijven. Die indruk betreft dan de totale gang van zaken op deze combi-synode-vergadering. Het is een indruk, die niet afgewogen is tegenover andere synode-vergaderingen. Er was mijnerzijds sprake van een allereerste ervaring met het synode-gebeuren.
Die indruk is mij ontleend aan een andere ervaring. Dat is de ervaring met ons parlement, met name de Tweede Kamer. In menig opzicht constateerde ik een treffende parallel. Het ging er op de combi-synodevergadering zeer poHtiek toe (maar misschien is dat altijd wel het geval). Welke paralellen? -O.a. de lange sprekersronden (nog langer dan in de Kamer), als gevolg daarvan strakke spreektijdbeperking (die echter soepeler gehandeerd werd dan in de Kamer het geval is); het werken met moties en amendementen (en het daarmee gepaard gaande lobbyen); de reacties van de 'andere kant' (in dit geval de Raad van Deputaten); die zich beperken tot invloedrijke groeperingen of groeperingen die voor het behalen van een meerderheid onmisbaar zijn (vragen en opmerkingen van poHtiek-strategisch niet-interessante groeperingen worden niet beantwoord).
Hoewel de eenheid hét centrale thema van de vergadering was, heb ik van een hartelijke verbondenheid met elkaar niet veel gemerkt (maar misschien was dat gezichtsbedrog van een toeschouwer). Het blijft zowel verstandelijk als gevoelsmatig een 'onverteerbare' zaak om getuige te zijn van een éénwordingsproces, dat op existentiële ervaringen moet teruggaan (zo hóórt dat immers in de kerk), terwijl men tegelijkertijd ziet dat sommige leden, te beschouwen als representanten van delen van het kerkvolk, niet mee kunnen komen. Maar ook wat dit betreft moet misschien - helaas - gezegd worden dat dit niet alleen een verschijnsel is van een combi-synodevergadering, maar van elke, althans hervormde, synodevergadering.
INTENTIEVERKLARING
Wij, de generale synoden van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland, leggen getuigenis af van onze verbondenheid in Jezus Christus. Hij is ons heil, Hij geeft ons Zijn opdracht.
Deze verbondenheid gaat boven onze verschillen uit. Wij zouden onze schuld tegenover God en mensen groter maken, indien wij in de gescheidenheid zouden berusten. Wij danken God voor de beweging van toenadering, waarin wij betrokken zijn.
Wij weten ons verbonden met de Kerk der eeuwen in een gelovig luisteren naar de Schriften en in een traditie die verwoord is in de belijdenissen der vroege kerk en in die van de Reformatie. Wij beseffen, dat wij op elkaar aangewezen zijn door de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor onze opdracht tot getuigenis en de dienst der gerechtigheid in de wereld.
Wij willen de verschillende vormen van kerkzijn, die gestalte kregen in de tijd waarin wij afzonderlijke wegen gingen, niet langer tegenover elkaar stellen, maar in gehoorzaamheid aan de Heer der Kerk, inbrengen in een proces van hereniging en vernieuwing.
Wij bidden, dat onze kerken, geleid door Woord en Geest één kerk mogen worden, tot eer van God de Vader, in dienst van Zijn Koningrijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1984
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1984
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's