De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Ik haat de zondag' Hoe worden alle dagen goed? (1)

Bekijk het origineel

'Ik haat de zondag' Hoe worden alle dagen goed? (1)

8 minuten leestijd

In het voorname liberale dagblad, veelal vindplaats van goede journalistiek en betrouwbare berichtgeving heeft hij geschreven.

Enige tijd geleden begon zijn optreden voor de televisie, toen aangekondigd als succesvol vermaker van het publiek. Hij speelde vlot het vraag- en antwoordspel met mensen, die in het politieke- en geestesleven in ons land hun rol wilden spelen óf dit eens gedaan hadden.

Een Zondagstocht

En zo maakte hij ons - in de krant - deelgenoot van zijn gedachten over: 'Wat ons somber maakt op zondag de 15e'. Als dag voor zijn sombere stemming kiest hij een zondag van bijzonder karakter. Wat hij ervaart situeert hij blijkens zijn datering op de zondag, die voorafgaat aan het Paasfeest; de dag bekend als 'Palmzondag'. Op deze dag denkt de christelijke gemeente aan de intocht van de Heefe Jezus in Jeruzalem. Het toegestroomde volk roept Hem toe: 'Gezegend is Hij, die komt in de naam des Heeren', (Mt. 21 : 9). In het gebeuren van die dag geeft de Schrift ons een heenwijzing naar wat een week later zal plaats hebben. Hij, die bij deze intocht wordt herkend als Gezondene Gods, openbaart Zich dan als de Godszoon, die in Zijn opstanding de dood overwint, om ons deelgenoot te maken van het eeuwige leven in Hem. Van de dag waarop dit openbaringsgegeven overal in de wereld wordt herdacht zegt onze scribent: 'Grijs is de morgen en naargeestig de gracht'. Ja, dat brengt het jaargetijde met zich mee als het groen van de bomen nog in de knoppen besloten is. Er is het geluid 'van de toeslaande portieren van de auto's van het kerkvolk' en hij hoort 'het hijgen' van het orgel in de kerk. Hij ziet twee vrouwen, 'met dikke buiken, vol van nieuw leven' de kerk binnengaan. Daarbinnen, zegt hij 'zullen zij de handen vouwen en daar horen over dood en wederopstanding'.

Het beeld waarmee de schrijver zijn zondagsverhaal opent is negatief van tekening. Het orgelgeluid wordt smalend als hijgend omschreven en de vrouwen worden ons onelegant geschetst.

Als wij echter doordenken, dan blijkt dat de schrijver, zijns ondanks, zichzelf overtreft. Dood en opstanding brengt hij ter sprake. En, ook nieuw leven, dat geboren gaat worden is niet zonder de doodssmet der zonde die aan het natuurlijke eigen is. Maar, ook in het ongeboren leven kan door Gods genade de kracht van de Heilige Geest Gods werkzaam zijn. Gevouwen handen mogen in de samenkomst der ge­meente, dit heil over het leven, dat wordt gedragen, gelovig inroepen. Eigenlijk een heel goed begin van de dag.

Dan ziet hij kinderen aankomen. Zij houden hun Palmpasenstokken bekroond met broodhaantjes in de hand. Het doet hem denken aan zijn kindertijd, toen zijn broodhaantje het niet hield en van de stok viel. Voor hem geen prijs met Psalmpasen. En dan zegt hij: 'Dat is mijn uitzicht, vroege kerkgangers en kinderen. Ik haat de zondag'.

Hij gaat de kerk niet binnen.

Nu volgt er een beschrijving van de zwerftocht, die hij op deze zondag maakt. Wij volgen hem over betonnen autowegen en langs geasfalteerde parkeerplaatsen. Ook daar valt voor hem niets te beleven. Er zijn alleen de volle auto's van zondagsrijders en boerenzoons op brommers. Heel dit roezemoezig gedoe is in schrijvers verbeelding op weg naar de muf ruikende oude tantes waar hij in zijn jeugd met zijn ouders op zondag naar toeging.

Wat hem daarvan is bijgebleven is, dat de ene tante een scheefgegroeide nek had en de andere een paarse bobbel op haar onderlip. Je vraagt af welke tekenen van lichamelijke vervorming zal de nu nog jonge schrijver vertonen als hij de leeftijd van deze vrouwen heeft bereikt?

En dan komt op die visite natuurlijk het christelijk plaatjesboek voor de dag. Hij mag kijken in een kinderuitgave van Bunyan's 'Eens Christen's reis naar de eeuwigheid'.

Slingerpaden voeren omhoog en kinderen, die hun weg zoeken, dragen grote pakken aan zondelast op hun rug. En hem wordt gezegd, dat ook hij zo'n zondaar is. En, nu terugkijkend, schrijft hij uit de losse hand: 'Zondag komt van zonde'.

Wat de schrijver op deze zondag ziet en ervaart wordt tot een kaleidoscopisch beeld van volle straten, caféterrassen en autowegen. Dagjesmensen op stap. Botsingen in een rijdende stroom van auto's, en op de wegkruisingen blikschade en glassplinters. Patat en mayonaise vermengen zich met bloed. Er valt een dode. Een landerige zondag. Het werk voor de maandag kondigt zich al aan en dat is niet aanlokkelijk. Over de zondag gesproken; en dan roept hij uit:

'Ik haat die dag!'
Wat wordt er gehaat op deze dag?

Eenzijdig zondagsbeeld

In het artikel roepen erdienst en kerkgang reeds bij voorbaat weerstand op. En van het zondagse familiebezoek blijft alleen in herinnering een onvriendelijk beeld van kinderen, die zwoegen onder een zondepak. Waar op deze zondag sporen van een kerkelijk-christelijke levenspraktijk in het gezicht komen, wordt die met zekere spot afgewezen. En als de schrijver zich op pad begeeft om, waar mensen zijn, iets van een zondagssfeer te proeven, stuit hij op gewoon alledaags gebeuren. Mensen trekken schijnbaar ongericht her en der. Zij doen denken aan, wat de Schrift noemt: 'Schapen, die geen herder hebben'(Mk. 6 : 34).

Is dit het beeld van een zondag in onze samenleving? Is in dit dagje Nederland ook de gemeente van Jezus Christus begrepen? Zijn volle café-restaurants, overdrukke autowegen en geroezemoes op en om de sportvelden de beelden, die de viering van de dag des Heeren onder ons bepalen?

Waar is een norm voor de zondag?

Hier kan gevraagd worden: Is in ons volksleven de gang van zaken op de zondag - binnen de grenzen van recht en wet - verder geheel aan het toeval, en aan het goeddunken van individuele personen, overgelaten?

Voor wat de christelijke kerk betreft, zouden wij kunnen denken aan wat het gereformeerd kerkelijk leerboek de Heidelbergse Catechismus hierover zegt. Het leergeschrift verwijst in de Zondagsparagraaf 34 naar de Wet des Heeren, die geldt als regel van dankbaarheid.

De Sabbat

In het daar geciteerde vierde gebod wordt over de sabbatdag gezegd: 'Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Heere, uw God; dan zult gij geen werk doen...' (Ex. 20 : 8-10).

De Schrift motiveert dit gebod en zegt: 'Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt..., en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Heere de sabbatdag en heiligde die' (Ex. 20 : 11).

De Sabbat en de Schepping

Dit gebod is, wat zijn motivatie betreft, in overeenstemming met het Scheppingsbericht in Genesis. Dat zegt, dat als God Zijn scheppingswerk heeft voltooid, Hij daarvan op de zevende dag heeft gerust. Van een scheppingsvervolg, na deze rust, spreekt de Schrift niet. Wel wordt gezegd, dat vanwege Zijn rust God de menselijke rustdag, de zevende dag van de weekcyclus, zegent en heiligt.

Het sabbatsgebod aan Israël spreekt ons zowel van arbeid als van rust. Het zegt ons, dat wij ons werk zullen doen in navolging van het werkzaam zijn van de Schepper. Zoals God in zes dagen het heilswerk van de Schepping heeft volbracht, zo zal de mens in de cyclus van zijn werkweken de Schepping verzorgen en bewaren. Zowel in ons werk als in het rusten daarna ligt besloten een verband met het werk en het rusten van God.

De Sabbat en Israels verlossing

Elders in de Schrift, in het boek Deuteronomium, wordt van de sabbat gezegd, dat Israël deze wekelijkse rustdag zal houden om daarmee te denken aan zijn dienstbaarheid in Egypte. Door de Heere God verlost uit zijn slavernij, wordt het volk door Hem uitgeleid naar het land, dat Hij het heeft beloofd. Daar zal het rust vinden. En die rust voor Israël is teken van de rust, die God in Zijn genade in harten en levens van mensen doet indalen, als zij in Zijn wegen gaan.

Verlossing voor de wereld én zondagsviering

In Christus Jezus komt dit heil tot allen in de gehele wereld. Zoals God heeft gerust van Zijn Scheppingswerk, zo komen mensen in hun aards bestaan in Christus tot rust. En deze rust wijst naar het werk Gods in de Voleinding, waarin de sabbatsrust tot volle ontplooiing komt.

Van deze sabbatsrust, weggelegd voor het volk van God, én in de tijd én aan het eind der tijden, spreekt ook onze catechismus. Die gaat er daarbij van uit, dat er in de christelijke kerk een ontwikkeling is geweest waarin de joodse sabbat heeft plaatsgemaakt voor de viering van de eerste dag van een zevendaagse weekcyclus. Deze christelijke rustdag, de zon-dag, is met recht een zonnedag, een dies solis, omdat op die dag Jezus Christus de Heere, in Zijn verrijzenis uit de doden, als Zon der Gerechtigheid voor mens en wereld is opgegaan.

Daarom hoeveel zonde er met het oog op de zondagsheiliging zou zijn aan te wijzen: zondag komt niet van zonde; onze liberale scribent ten spijt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1984

De Waarheidsvriend | 15 Pagina's

'Ik haat de zondag' Hoe worden alle dagen goed? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1984

De Waarheidsvriend | 15 Pagina's