'Combisynode' overstemt Hervormde Synode
Op 7 en 8 december is de zitting van de gezamenlijke vergadering van de generale synoden van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland, die op 6 en 7 november was begonnen, voortgezet. Was er tijdens de eerste zitting nog een relatief grote mate van overeenstemming tussen de beide synoden, deze ontbrak op de afgelopen zittingsdagen enkele malen en verkeerde op sommige punten zelfs in een uitgesproken tegenstelling.
De eerste keer ging het over meer algemene, principiële zaken over belijden en kerkzijn, nu waren praktische kerkordelij ke zaken aan de orde.
Juist op dit punt kwamen verschillen aan de oppervlakte die bestaan tussen de wijze van kerk-zijn van hervormden en gereformeerden. En dit leidde ertoe, dat de gezamenlijke synode (ook wel combisynode genoemd) onderdelen van bepaalde regelingen verwierp, waar de Hervormde synode met een duidelijke meerderheid vóór had gestemd. Aangezien de Gereformeerde synodeleden en bloc tégen deze onderdelen waren, werd de meerderheid van de Hervormde synode daarmee overstemd.
Een stukje kerkrecht
Op de agenda van de vergadering stond een grote hoeveelheid zaken, die te maken hebben met de voortgaande samenwerking en federatie van hervormde en gereformeerde gemeenten, classes en provincies. Een flink deel van de vast te stellen regelingen bevatte allerlei onderdelen die afweken van bepalingen, zoals deze zijn opgenomen in de bij onze kerkorde behorende ordinanties. Ter verduidelijking: de Hervormde kerkorde telt dertig artikelen. Daarnaast zijn er uitvoeringsbepalingen, die alle mogelijke zaken tot in detail regelen. Deze, twintig in getal met elk weer vele artikelen, zijn de zgn. ordinanties.
Er is verschil in 'zwaarte' tussen de eigenlijke kerkorde en de ordinanties. Dit komt vooral tot uiting in de wijze waarop de bepalingen gewijzigd kunnen worden.
De procedure bij de kerkorde zelf is veel zwaarder dan die bij de ordinanties.
In beide gevallen is echter voorgeschreven dat de synode geen wijzigingen kan aanbrengen zónder de classicale vergaderingen om advies (consideratie genoemd) gevraagd te hebben. Op basis van deze ingewonnen adviezen besluit de synode of men de wijziging al of niet aanbrengt.
Alle Hervormde gemeenten, classes, provincies en afzonderlijke ambtsdragers moeten zich houden aan wat in de kerkorde en de ordinanties is bepaald. Dit geldt ook voor de Hervormde gemeenten enz. die samen willen gaan werken met gemeenten van een andere kerk, ook als dit in gefedereerde vorm geschiedt. Aangezien dit wel eens tot praktische problemen kan leiden en men daarop het samenwerken tussen met name Hervormde gemeenten en Gereformeerde kerken op plaatselijk vlak niet stuk wilde laten lopen, is in één van de ordinanties een bepaalde voorziening getroffen. Deze houdt in, dat de synode een algemene regeling kan treffen voor wat betreft de samenwerking met de Gereformeerde Kerken, die bepahngen bevat, welke afwijken van wat in de ordinanties is bepaald. Let wel: in de ordinanties, dus niet in de kerkorde zelf!
Maar voordat de synode zo'n algemene regeling kan maken, moet men weer eerst advies vragen aan de classicale vergaderingen! Dit advies vragen is er natuurlijk niet voor niet; het is de bedoeling dat de synode terdege rekening houdt met de ontvangen consideraties.
De agende van de combisynode bevatte dus een aantal algemene regelingen, waarover advies van de classes was gevraagd, overeenkomstig bovenstaande bepaling.
De algemene regelingen
De voornaamste op de synode te behandelen algemene regelingen waren de volgende:
- regeling voor de verkiezing van ambtsdragers in de gemeente;
- regeling voor het aangaan van een federatief verband tussen de provinciale ambtelijke vergadering van beide kerken;
- regeling voor het aangaan van een federatief verband tussen een Hervormde en Gereformeerde 'centrale gemeente' (d.w.z. wijkgemeenten);
- regeling voor de behandeling van bezwaren en geschillen;
- regeling voor de verzorging van de stoffelijke belangen in een gefedereerde gemeente.
Voorts kwamen o.m. aan de orde een studie over de afstemming van Hervormde en Gereformeerde predikantssalarissen en -pensioenen op elkaar en een studie over de ledenregistratie. De achter de streepjes vermelde regelingen zijn alle aan de Hervormde classes voorgelegd. Vele classes hebben hun commentaar ingezonden.
Daarnaast ontvingen de synodeleden kritische reacties op de regelingen van de zijde van de Hervormde synodale commissie, die zich speciaal met kerkordelijke aangelegenheden bezig houdt.
Alvorens daar nader op in te gaan wil ik erop wijzen, dat het dus steeds om regelingen gaat voor gemeenten en provincies die zelf, op geheel vrijwillige basis, in een federatief verband samengaan.
Voor alle andere blijft de situatie bij het oude.
Tot nu toe zijn er enkele tientallen (naar ik meen rond de 50) gemeenten die een volledig federatief verband vormen en géén classes of provincies met een dergelijke samenwerking.
Zelfs bij een federatief verband blijven de beide gemeenten echter formeel afzonderlijk bestaan! Dit zal pas dan niet meer het geval zijn, als beide kerken geheel samengevoegd worden. Van dit laatste is nu nog geen sprake, al lijken sommige regelingen daar wel eens wat te veel op vooruit te lopen.
Toch is het wel duidelijk dat de nu te nemen en genomen algemene regelingen tevens als 'blauwdruk' zullen dienen voor de nieuwe regelingen van de te vormen ene kerk. Daarom is het zeer belangrijk om deze hele 'regelvorming' heel oplettend te volgen; het is immers mogelijk dat ook gemeenten en classes die nu nog niet met 'Samen-op-Weg' bezig zijn toch in de toekomst met wat nu geregeld wordt te maken krijgen.
De consideraties en adviezen
Als eerste punt stond op de agenda de bespreking van de regehng voor de verkiezing van ambtsdragers. Voor wat de bovengenoemde algemene regelingen betreft, bleef het daarbij. De regeling bleek zo belangrijk en gecompliceerd, dat de behandeling veel tijd kostte.
Alleen over de 'stoffelijke belangen'-regeling werd verder nog een korte discussie gevoerd, zonder tot besluiten te komen, daar over dit onderdeel de adviezen van de classes nog niet binnen waren. Ik maak in het bijzonder de kerkvoogdijen en de diakonieën attent op deze zgn. beheersregeling en adviseer hen zeker hun commentaar in te leveren bij de classis. Als de beheersregeling aangenomen wordt verandert er nogal wat met betrekking tot het behartigen van de stoffelijke belangen.
Voor wat betreft de verkiezing van ambtsdragers, hadden zowel de classes als de commissie kerkordelijke aangelegenheden veel kritiek. Dit werd ter synode onder meer door mijzelf uitvoerig ter sprake gebracht. Overigens kwam deze kritiek bepaald niet alleen van de zijde van de Gereformeerde Bond, zoals in het verslag in 'Trouw' werd gesuggereerd.
Twee soorten klachten werden vooral gehoord:
Lopen verschillende zaken niet vooruit op een beslissing over de vereniging van beide kerken die nog genomen moet worden en worden bepaalde Hervormde regelingen niet te gemakkelijk overboord gezet.
Het eerste bezwaar betrof vooral de nu nog niet behandelde regelingen (zie boven).
Het tweede betrof in het bijzonder het weglaten van de zgn. zes-jaarlijkse stemming (ordinantie 2, artikelen 4 tot en met 8) en het laten verkiezen van een te beroepen predikant door de gemeente in plaats van door de kerkeraad (ordinantie 2, artikel 2). Dit laatste is vooral voor grotere gemeenten met meerdere predikanten van belang, omdat de kerkeraad dan rekening kan houden met modaliteitsverschillen, wat bij verkiezing door de gemeente natuurlijk veel minder of zelfs geheel niet kan gebeuren. Voor de betekenis van de zes-jaarlijkse stemming verwijs ik kortheidshalve naar de aangehaalde artikelen. Het is een goed middel om de gemeente eens per zes jaar te laten nadenken over de wijze waarop de ambtsdragers worden gekozen en deze eventueel te veranderen.
Nadat het voorstel over deze zaak op enkele punten was aangepast aan de kritiek, bleven toch de beide bovengenoemde Hervormde wensen onvervuld.
De combisynode
Zowel ds. Kieskamp (Leerdam) als ondergetekende dienden amendementen in om tot aanpassing op bovengenoemde punten te komen.
Deze bleken brede steun in de Hervormde synode te vinden. Beide synoden stemden namelijk afzonderlijk.
De zes-jaarlijkse stemming werd wel verworpen (24 vóór, 28 tégen), maar de verkiezing van de predikant door de kerkeraad haalde in de Hervormde synode 30 stemmen (22 tégen). Ook een aanvulling van de 'zakelijke' artikelen met het appellerend woord van ordinantie 2.1 werd door de Hervormde synode aanvaard. In alle drie gevallen stemde de Gereformeerde synode tégen (de eerste twee keer zelfs unaniem).
Toen gebeurde echter iets, wat eigenlijk in een 'Samen-op-Weg' proces verbazingwekkend is. In plaats van de voorstellen op deze punten terug te nemen en te kijken of er iets anders van te maken zou zijn, werden ze (door de Raad van Deputaten Samen-op-Weg) onverkort gehandhaafd; zónder de door de Hervormde synode gewenste wijzigingen dus.
En toen het gehele voorstel in één keer in stemming kwam, waren maar 13 Hervormde leden tegen. Blijkbaar wogen de gegronde bezwaren van de classes en eigen kerkordelijke commissie lichter dan een mogelijk verstoren van het S.O.W.-proces.
Niettemin is duidelijk dat de Hervormde synode onder een zekere druk is gezet. Men was tégen een bepaalde regeling, maar heeft die later toch maar geslikt. Overigens gebeurde op een onderdeeltje ook het omgekeerde. Vele synodeleden waren hier ongelukkig mee. In het samengaan van de twee kerken past het niet, dat een van beide kerken een regeling opgedrongen krijgt, die elementen bevat, die voor die kerk eigenlijk onaanvaardbaar zijn.
Ratificatie
Volgens artikel 4 van de regeling van de combisynode (welke dateert uit 1974) krijgen besluiten van de gemeenschappelijke synode-vergadering eerst kracht, als ze door de generale synode van beide kerken zijn bekrachtigd. Dan kan elke kerk zich nog bezinnen op de besluiten en kijken of deze achteraf gezien wel aanvaardbaar zijn. De bovenstaande regeling zal in maart 1985 weer door de Hervormde synode behandeld worden. Mochten classicale vergaderingen en kerkeraden bezwaren hebben tegen de nu aanvaarde regeling, kunnen ze dat uiteraard alsnog bekend maken bij de synode. Deze zal daar in maart dan alsnog terdege rekening mee dienen te houden.
Conclusie
Zo blijkt men elkaar op principiële punten wel te kunnen vinden, afgezien van Hervormde kritiek vanuit de Gereformeerde Bond juist op dit punt.
De problemen zijn gekozen en zullen nog komen bij het treffen van gemeenschapelijke regelingen, die de kerkelijke praktijk van alledag betreffen. Dan staat een Hervormde meerderheid ineens tegenover een soms massieve Gereformeerde oppositie. De nu gevolgde handelwijze is dan onjuist.
Dergelijke verschillen los je niet op met 'de meeste stemmen gelden'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1984
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1984
De Waarheidsvriend | 15 Pagina's