De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Toename van zelfdoding onder jongeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toename van zelfdoding onder jongeren

10 minuten leestijd

Het verschijnsel van zelfdoding is niet van vandaag. Het is er de eeuwen door geweest. De laatste tijd echter verschijnen regelmatig publicaties over de sterke stijging van het aantal gevallen van zelfdoding onder jongeren. Er wordt zelfs gesproken van een epidemische omvang, niet alleen in West-Europa, ook in Amerika. In Amerika hebben verontruste ouders zich zelfs georganiseerd vanwege de omvang van het verschijnsel.

Deze dagen stond in Trouw een artikel, dat grondige informatie biedt. Het behelst een vraaggesprek met prof. Diekstra, hoogleraar klinische psychologie in Leiden, die een boek geschreven heeft onder de veelzeggende titel 'De opgroeiende dood', dat deze week verschijnt. Uit één en ander blijkt dat het aantal gevallen van zelfdoding onder jongeren snel stijgt na de leeftijd van twaalf jaar. Liefst 65 procent van de jongeren - zo is uit een onderzoek gebleken - heeft geregeld 'doodswensen en min of meer ernstige gedachten aan zelfmoord'. In dertig jaar is het aantal zelfdodingen onder jongeren verdubbeld. In de landen van de E.G. deden in 1981 éénmiljoenvierhonderdduizend mensen een poging tot zelfdoding, van wie zestig procent jongeren. In ons land kan dit aantal - aldus genoemde publicatie - gesteld worden op 10.000 per jaar. Elke dag komen er 15 à 20 jonge mensen in een ziekenhuis terecht vanwege een poging tot beëindiging van het leven. En dan kan verder gevoegelijk worden aangenomen dat er nog de vele gevallen zijn, die naar buiten toe (buiten de kring van de intimi, of de artsen) niet bekend zijn.

Zelfdoding is de tweede doodsoorzaak bij jongeren, ná het verkeer.

Oorzaken

De publicatie volstaat niet met het verstrekken van deze getalsmatige gegevens maar geeft ook de oorzaken aan. Oorzaken, die we vaak wel intuïtief vermoeden, maar die nu door het onderzoek van Diekstra ook bevestigd zijn.

Samengevat gaat het om de volgende oorzaken.

Werkloosheid. Voor baanloze jongeren is er geen 'fatsoenlijk perspectief'; bovendien blijft men zich te afhankelijk voelen van thuis.

Echtscheiding. In de puberteitsfase heeft een echtscheiding van ouders diepe gevolgen voor de kinderen.

Moorden in de samenleving. 'Een vingerwijzing voor delinquent en crimineel gedrag.'

Werkende vrouwen. Daardoor verandert de gezinsstructuur, die gekenmerkt wordt door instabiliteit. Er is vaak geen ruimte meer voor kinderen om hun emoties kwijt te kunnen.

Verslavende middelen. Hier citeer ik letterlijk: 'Het toenemend gebruik van verslavende stoffen is mogelijk geworden door het verdwijnen van spirituele manieren om met negatieve gevoelens om te gaan. We leven in een tijd van massale afbreuk van spirituele zaken, geloof en collectieve religie. Gevoelens van zinvolheid, verbondenheid, solidariteit, gemeenschapsgevoel langs spirituele weg nemen af. Dat gat is opgevuld door het massaal produceren van chemische, perspectiefloze hier-en-nu stoffen'. Kort gezegd: verdwijning van de religie vraagt om vervanging door 'perspectiefloze' middelen.

Bezinning

Me dunkt dat al deze gegevens voldoende stof bieden tot grondige bezinning. Nu kan men zich daarbij afvragen welk effect zulk een bezinning sorteren kan. Het is als met de dreiging van het kernwapen. Persoonlijke bezinning lijkt geen enkele bijdrage te kunnen bieden aan dit gigantische wereldwijde probleem. En zo is het denk ik in feite ook met deze nieuwe 'epidemie', die over de samenleving slaat. Want genoemde oorzaken zijn evenzovele signalen van een tijdsbeeld, van de tijd waarin wij allen leven. En het gaat niet aan om te denken: als bovengenoemde oorzaken maar afwezig zijn in de privésfeer, dan zal het ook niet gebeuren.

Het gaat dus ook niet aan om te denken: daar waar zelfdoding bij jongeren voorkomt zal er wel sprake zijn van één van bovengenoemde oorzaken.

Want het gaat om de geest van onze tijd waar niemand aan ontkomt. Daar is sprake van onderlinge beïnvloeding, van een gezamenlijke levenssfeer, van een leefklimaat, van allerlei voorbeeldwerkingen en suggestieve werkingen (ook via de media).

En toch zullen we ook niet kunnen ontkennen dat persoonlijke bezinning op bovengenoemde oorzaken onder Gods zegen veel persoonlijk onheil verhoeden kan; terwijl anderzijds het aanwezig zijn van de genoemde oorzaken toch de poort open zet naar de gevolgen, in dit geval dan zelfdoding bij jongeren.

Maar tegelijk gaat het dan ook om de bezinning in bredere verbanden; in de organisaties, in de politieke partijen, in de organen voor maatschappelijke dienstverlening, in de kerken, in de gemeenten.

In de hoop en met de bede dat gezamenlijke bezinning ook nog een kentering mag brengen in onze tijd, die immers gekenmerkt wordt door angst en dreiging, stress en opgejaagdheid, verzakelijking en verkilling, eenzaamheid en verbroken relaties; al zijn deze negatieve zaken - de Heere zij geprezen! - gelukkig niet het enige wat te noemen is.

Het gezin

Wat ons het meest tot bezinning moet nopen is dat het gezin haar unieke functie in onze samenleving is kwijt geraakt. Het gezin als kleine samenleving in de samenleving, een schutse waar men wederzijds vertrouwen en wederzijdse liefde ontmoet en verantwoordelijkheid voor elkaar is meer en meer ontwricht. Het gezin is niet ten onrechte altijd de pijler van de samenleving genoemd. De geweldige toename van het aantal verbroken huwelijksbanden, het openlijk propageren van alternatieve samenlevingsvormen, het buitenshuis zijn - in het arbeidsproces - van man èn vrouw, het zijn evenzovele factoren, die de afbraak van het gezin hebben betekend. Dan is er geen plek meer waar mensen, ook jonge mensen, hun gevoelens, hun emoties kwijt kunnen, waar ze kunnen uitspreken wat hen beroert.

Daarom mag er wel nieuw ontwakend besef zijn, ook in kerk en gemeente, dat het gezin onopgeefbaar is en het functioneren van het gezin dubbele aandacht vraagt.

Laat ik een concrete toespitsing geven. Aanstaande zaterdag wordt op een CDA-congres gesproken over een ontwerp-resolutie inzake homofilie, dit in verband met de 'wet gelijke behandeling'. In die resolutie wordt gezegd: 'Het CDA hecht bijzondere betekenis aan het huwelijk en gezin, als uitdrukking van het in verantwoordelijkheid, in geborgenheid, liefde en onderlinge zorg willen leven'. Me dunkt dat dit sterker gezegd mag worden. 'Bijzondere betekenis' is te zwak. Het gezin is uniek en onopgeefbaar in de samenleving en heeft als zodanig een bijbels-gefundeerde betekenis. Het gezin mag dan ook niet op één lijn gezet worden - en het CDA doét dat helaas - met 'andere duurzame samenlevingsvormen, waarvoor (bovengenoemde) waarden evenzo kenmerkend zijn'. Al besef ik best, dat de Heere aan ongehuwden een plaats geeft, die gelijkwaardig is aan die van gehuwden. Maar de Heere wil langs de weg van huwelijk en gezinsvorming zijn steeds voortgaande Scheppingswerk gestalte geven. Het huwelijk is dan echter niet alleen nodig voor het voortbestaan der mensheid maar ook voor het vormen van een samenleving, die uniek is en waarin de fakkel van geslacht op geslacht mag worden doorgegeven.

Waarde van de religie

Dat brengt me op het tweede. Opvallend is de constatering van prof. Diekstra, dat het verdwijnen van de religie uit onze samenleving ook oorzaak is van uitzichtloosheid bij jongeren. Nu is er religie èn religie. Wat ons betreft moet dit worden toegespitst op het verdwijnen van de bijbelse religie en daarmee van bijbelse waarden uit de samenleving. En het gezin heeft juist in dit opzicht altijd nog een unieke, niet overdraagbare functie. De basis voor het leven wordt in het gezin gelegd. Ik weet best dat de Heere ook mensen uit de wereld kan trekken en ook metterdaad trekt en hen een plaats geeft in Zijn kerk, soms nog wel een bijzondere. Het is echter niet de gangbare weg van het Koninkrijk. De Heere werkt vooral verbondsmatig in de lijn der geslachten. Daarom moet anderzijds toch gezegd worden dat, als in de gezinnen niet de basis wordt gelegd voor het onderricht in de dienst des Heeren, de kerk dan - in catechese of ook in de verkondiging - slechts tot een bepaalde diepte door kan dringen. Het wezenlijke, waarom het in de Schrift gaat, wordt dan vaak niet verstaan. En al te gemakkelijk wordt onkunde of het niet-vatbaar-zijn voor de dieptedimensie van de Schrift - hoezeer wij daarin ook ons van leven, of zelfs een geheel afhaken van de gemeente.

Is er het gesprek over God en Zijn dienst in de gezinnen?

In Exodus 12, bij de instelling van het Pascha, als gedachtenis van uitleiding des Heeren uit Egypte, lezen we: 'En het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zullen zegen: wat hebt gij daarvoor een dienst? Zo zult gij zeggen: dit is de Heere een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaars sloeg en onze huizen bevrijdde' (vs. 26, 27).

In het gezin wordt de fakkel van geslacht op geslacht overgedragen en wordt het fundament gelegd, waarop ook de jongeren verder kunnen. Ook hier geldt dat de opvoeding op zich geen garantie is, dat de weg voor jongeren ook gegaan wordt. Maar er is geen ander fundament dan de daden des Heeren, waarop met gegronde verwachting geleefd kan worden.

Fundamenteel

Men hoort intussen temidden van alle vragen en spanningen en noden van onze tijd vaak de gedachte opperen dat 'met Jezus in het hart' alle problemen zijn opgelost. Zulk een gezegde kan niet alleen goedkoop overkomen, het is ook buiten de levensrealiteit. Kinderen van God kunnen vaak ook door diepe dalen, grote teleurstellingen en hevige aanvechtingen heen gaan. Maar door alles heen mag er het besef zijn 'God is goed'. En die goedheid Gods blijkt uit Zijn daden, Zijn heilsdaden. Daarom is het frappant dat wanneer de Schrift de taak van ouders t.o.v. kinderen typeert - zoals in Ex. 12 - dit wordt toegespitst op Gòds daden. Diè moeten worden doorverteld. Pascha was gedachtenis aan Gods bevrijding.

Als de prediking, het onderricht in de gemeente, de opvoeding in het gezin dáár niet aan geraakt dan wordt de jongeren geen echt uitzicht geboden, geen hoopvol leven voorgesteld, door alle teleurstellingen heen. Dat kan het geval zijn wanneer slechts oppervlakkig wordt uitgegaan van 'Jezus in het hart'. Het kan ook geschieden wanneer de heilsfeiten schuil gaan achter noodlotsgedachten. God is niet een God van lot maar van heil! Het uitzicht kan dan ook alleen liggen in Gods daden. Die zullen als vaste grond om op te staan aan jongeren moeten worden doorgegeven,

En tenslotte zal een samenleving, die zó gekenmerkt wordt door uitzichtloosheid (ook) bij jongeren en de daarmee samenhangende vlucht in zelfdoding van velen, niet een appèl op de kerk doen uitgaan: kom over en help ons?

Ik citeer tenslotte drs. K. Exalto in zijn leerzame en gefundeerde boekje 'Geen hand aan uzelf'.

'De christelijke hoop wortelt in de opstanding van Christus. Petrus, wel de apostel van de hoop genoemd, zegt: opdat uw geloof en hoop op God zijn zou (1 Petrus 1, 21) en dat zegt hij na eerst gesproken te hebben over Hem die opgewekt is uit de doden. Nu Chris­tus is opgestaan is er hoop.

Dat hoopvolle Woord heeft ook de wereld van nu nodig. De harten der mensen zijn vol, en toch ook leeg. De hoop ontbreekt. Geen wonder. Die kan immers nooit liggen binnen de horizont van het aardse bestaan. Wat binnen die horizont 'hoop' heet, ziet men steeds weer in rook vervliegen. Men snelt achter het gehoopte aan, en het blijft altijd mijlenver vooruit.

En juist op het moment dat wij mensen het gegrepen hebben, ontsnapt het ons voorgoed. Dat schept een gevoel, dat de Prediker overviel toen hij zei: IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid. Alleen aan gene zijde van de horizont kan liggen hetgeen het hopen waard is. Het straalt de christenen in de ogen als de zon in het verschiet.

Waar die hoop is, kan men veel aan. Ook moeite en verdriet. Zelfs aanvechtingen en depressies.'

Is de kerk zo nog 'ark des behouds als de oordelen Gods over de wereld slaan'? (Getuigenis, 1971).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1984

De Waarheidsvriend | 15 Pagina's

Toename van zelfdoding onder jongeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 1984

De Waarheidsvriend | 15 Pagina's