De grote dingen op het tweede plan
De stem van het water
Vele van onze dichters hebben uiting gegeven aan het karakteristieke waaraan ons land zijn naam ontleent: laag gelegen land, liggend aan de zee en doorsneden door grote rivieren. We spreken immers van Nederland en van de lage landen bij de zee, en de Fransen zeggen: les Pays-Bas. Toen de dichter Marsman in Frankrijk vertoefde schreef hij de bekende regels:
Denkend aan Holland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
En hij eindigde dit gedicht, 'Herinnering aan Holland' geheten, met de regels:
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.
***
Die verbondenheid met ons land vinden we ook bij de dichteres Inge Lievaart, die in 1917 te Oosterend op het eiland Texel werd geboren. Dit eiland, omspoeld door de zee, heeft haar geïnspireerd tot vele verzen. De zee en het water zijn uit haar poëzie niet weg te denken. Eén van haar bundels heeft de treffende titel Bodemwater. Daarin beschrijft ze onder meer hoe ze als kind in haar element was op het eiland, omringd door het 'alzijdig geruis' van het water, dat ze niet als een bedreiging heeft ervaren, maar waarin ze zich thuisvoelde:
op de grens van mijn horen
was alzijdig geruis
het gaf nog geen dreiging
ik was er in thuis
***
Het water en de zee hebben voor deze dichteres een bepaalde méérwaarde. Het zijn symbolen, diepzinnige tekenen. Zelf stelt ze de vraag:
Water dat aan mijn hart komt breken wat is uw teken?
Wie dieper doordringt in haar poëzie, komt te weten dat het water bij haar een 'teken' van leven is. Het water weerspiegelt de hemel, het paradijselijke, het goddelijke. En dit is een dimensie die in Marsmans gedicht niet aanwezig is. In de oer-Hollandse verzen van Inge Lievaart over water, regen, plassen, rivieren, planten, bomen en de zee klinkt op bepaalde momenten iets door van het besef dat er een ander bestaan is, een ander leven dan wat wij op déze aarde met vallen en opstaan proberen te realiseren. Inge Lievaart geeft er in een groot deel van haar werk duidelijk blijk van dat ze een christelijke dichteres is.
Belijdenis-poëzie
Het christelijk dichterschap van Inge Lievaart komt het duidelijkst naar voren in de gedichten die we het beste belijdenis-poëzie kunnen noemen. Dit is poëzie waarin ze verslag doet van haar relatie tot God en de relatie tot haar medemens. Ze doet dit in verzen die soms ongebonden of vrij zijn - zonder rijm, leestekens en regelmatige strofenbouw - , maar ook in regelmatige, gebonden verzen, vooral die gedichten die bedoeld zijn om te zingen, zoals de bundel Anno Domini.
Leven in deze gebroken wereld betekent zo vaak het ervaren van wanhoop, vereenzaming en vervreemding. Het kind, dat betrekkelijk zorgeloos op Texel leefde, is ouder geworden en heeft deze wereld leren zien als 'een wereld vol wanklank'. Maar in deze wereld wil ze getuigen, wil ze stem zijn van dé Stem:
Maar ik geloof in de Stem
die verdronkenen nieuwe oren geeft
Dat 'getuigen' veronderstelt een relatie met Hem die roept:
Gekend
Geroepen door het woord
van de Verborgene
worden wij oor:
o het geweld van donder
dat ons tot mens schrikt -
maar ook de fluisteringen -
mens die zich weet gekend
die kennen mag
beminde
die verbaasd bemint
Een 'gekende' is enerzijds een mens als iedereen, met alle fouten en gebreken, maar anderzijds een mens die veranderd is, 'anders' geworden. Prachtig beschrijft ze dit in de eerste strofe van het gedicht 'De christen':
Hij is een mens als iedereen:
zeer boos, zeer bitter en geschonden
en schendend anderen om zijn wonden,
en zeer verloren en alleen -
maar hij, door Christus' hart gevonden,
wórdt anders, door dit alles heen.
Tegenover de christen plaatst ze in de tweede strofe van dit gedicht Christus. Hoezeer Hij verschilt van een mens, ook al mag deze in diepe zin een christen zijn, laat ze uitkomen door vrijwel dezelfde woorden te gebruiken als in de eerste strofe, waardoor de tegenstellingen des te sterker worden:
Want Christus, mens als iedereen,
maar boos noch bitter, en geschonden
slechts om te helen door zijn wonden,
laat geen verloren, geen alleen:
wie tot Hem komt, hoe vol van zonden,
die maakt Hij nieuw, door alles heen.
Advent
Het Kerstfeest, het feest van Christus' geboorte, neemt in de poëzie van Inge Lie vaart een belangrijke plaats in. Hoe moet ik het Kind in de kribbe tegemoet treden? Kan ik iets meebrengen om aan te bieden? Het zijn deze vragen die de dichteres bezighoudt in het gedicht 'Advent'. Wie in zichzelf deugden meent te ontdekken, verspert de weg. Alleen wie niets anders heeft aan te bieden dan schuld, kan de kribbe naderen:
Advent
Ik wou mijn hart versieren
dat het Hem waardig werd:
met glinsterende deugden
vond Hij de deur versperd.
Toen wou ik het ontruimen
dat Hij het leeg aantrof:
vergeefs, de bezem van 't berouw
verdichtte slechts het stof.
Ten einde raad besloten
om dan maar niets te doen:
zag ik mijn deur-van-wacht-maar-af
voorbijgaan als toen.
Geen deugdelijk berouwen,
noch deugdelijke daad
of deugdelijk onthouden
gaf recht op zijn gelaat.
Maar toen ik moest erkennen:
'Ik heb voor U slechts schuld,
geen plaats, geen eer, geen liefde':
heeft Hij mijn hart vervuld.
De vreemde vrijspraak
Het Kind werd gelegd in een voerbak. Voor de dichteres is dit een teken van 'heel ons verworden bestaan'. Inge Lie vaart tekent de mens die God niet kent, als een gevangene binnen de cirkel van zijn eigen ik. Wie mag leven uit de reiniging van schuld, treedt uit die cirkel. Daarom luidt de titel van een van haar bundels: 'De cirkel gebroken '. Wie leeft uit de vergeving der zonden, door Christus alleen, mag één ding zeker weten:
dat hij niet langer is verloren
binnen de cirkel van zijn ik.
En dit zijn de 'grote dingen' die plaatsvinden 'op het tweede plan'. Wij mensen zien aan 'wat voor ogen is'. Wij plaatsen op het eerste plan zaken als: presidentsverkiezingen, oorlogen, uitvindingen, technische prestaties, de mens met zijn kennis en vernuft, de wereld met zijn gedruis en gewoel.
Tot dat eerste plan behoort ook keizer Augustus met zijn macht en bevelen, de keizer die een volkstelling oplegde, waaraan ook Maria en Jozef moesten voldoen. Maar voor de dichteres zijn er andere 'grote dingen', die in stilte gebeuren en waar de media over zwijgen. Dingen die voor wijzen en verstandigen verborgen zijn, maar die aan kinderen en kleinen geopenbaard worden. Zó was het 2000 jaar geleden, zó is het nu nog. Op treffende wijze heeft Inge Lievaart deze gedachten neergelegd in het volgende gedicht:
De grote dingen op het tweede plan
De grote dingen gebeuren
in stilte op het tweede plan:
als de hemel het duister doet scheuren
zijn slechts herders getuige daarvan,
en de machtige keizer van Rome
die de volkstelling heeft gelast,
heeft niet eens van het Godskind vernomen,
geteld was het, ingepast.
Die groot zijn in eigen ogen,
zien wat klein schijnt over het hoofd,
maar boven hen zal God verhogen
die verheugd in het Kind heeft geloofd.
Al lag Hij ook bij de beesten
inplaats van in een paleis,
deze minste, Hij was de meeste,
Zijn liefde gaf alles prijs.
De grote dingen gebeuren
ook vandaag op het tweede plan:
dat sluiers van heidendom scheuren,
hoevelen weten daarvan?
Dit teken dat zijn Rijk nadert,
waar wordt het nog onderkend?
Maar de kleinen die Hij vergadert
verwachten Hem, vieren advent.
***
Is dit niet het wezen van Kerst? God vergadert de 'kleinen', die weet hebben van schuld en gemis. Deze kleinen, op welke plaats zij ook staan op deze aarde, welke positie zij ook innemen in het dagelijks leven, déze kleinen mogen de 'vreemde vrijspraak' ontvangen:
De vreemde vrijspraak
Hier zwijgt het hoge denken:
God trad in ons gemis
om volheid ons te schenken,
zijn dorst bracht lafenis.
Die liefhad bovenmate,
die zich gevangen gaf,
bevrijdt ons uit ons haten,
breekt onze ikzucht af.
Zijn zwijgen voor de rechter
wordt nog door ons gehoord,
door schuldigen en slechten,
als zijn vrijsprekend Woord.
Die vol was van genade
is onze weg gegaan,
het spoor van onze daden
klaagt ons niet langer aan.
Het Kind in de kribbe ging ónze weg, de weg die wij hadden moeten gaan. Na Bethlehem volgde Golgotha. Dat is de weg van de 'vreemde vrijspraak', die deel uitmaakt van de 'grote dingen' die slechts schijnbaar behoren tot 'het tweede plan'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1984
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1984
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's