De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Laat de kinderen tot Mij komen...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Laat de kinderen tot Mij komen...

9 minuten leestijd

n.a.v. Markus 10 : 13-16

Moeders die brengen

Kerstfeest is het feest van het Kind. Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, kerstfeest is ook het feest voor het kind. De geboren Zaligmaker ziet aan de kinderen niet voorbij. Hij heeft ook hen op het oog. Daar kunnen wij het Evangelie op nalezen. Jaren later, toen Jezus in Israel rondwandelde, werden kinderen bij Hem gebracht. Door wie vertelt Markus niet, maar op de zondagsschool leerden wij al, dat het moeders waren en dat is niet onwaarschijnlijk. Waarom kwamen ze? Om hun kinderen door Jezus te laten aanraken. Blijkbaar wisten deze moeders wat dat betekende. Zoals zovelen in Israel dat wisten. Daarom zochten de zieken Hem aan te raken. De vrouw die twaalf jaar aan bloeding geleden had, zei: 'Als ik ook maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden'. Wanneer Jezus iemand aanraakte, gebeurde er wat. Daar ging kracht van uit. Genezende kracht, reddende kracht, bevrijdende kracht. Dat hebben deze moeders geweten. En dat hebben ze bovendien geloofd. Ze geloofden dat Jezus wat te geven had aan hun kinderen. Daarom zijn ze gekomen. Eens brachten de moeders...

En Jezus? Wat zegt Hij, wat doet Hij? Stoot Hij hen af, stuurt Hij hen weg? Integendeel. Jezus omarmt hen. Hij doet met deze kinderen wat de aartsvaders met hun kinderen deden. Hij legt hen de handen op en zegent hen. Is dat geen aansporing voor alle moeders vandaag? Om hun kinderen ook bij Jezus te brengen? Dat mag al beginnen bij de doop. Dan mogen ouders hun kinderen onder Jezus' handen leggen, opdat Hij hen zal aanraken, omhelzen, zegenen. Vanaf dat moment zijn ze getekend. Ze dragen Zijn merk- en veldteken. Ze behoren Hem toe. Maar zijn we er dan? Nee, de doop moet een vervolg hebben. Vraagt om een antwoord van onze kinderen. Om geloof en bekering. Daar staan de ouders niet buiten. Hen wil de Heere inschakelen.

Ouders zijn de handen van God. Hij wil dat wij onze kinderen elke dag bij Jezus brengen. Dagelijks hen bij de hand nemen en leiden tot de Zaligmaker der wereld. God vraagt moeders die brengen. En ook: vaders die brengen. Wat is dat eigenlijk? Hoe doe je dat: je kinderen bij Jezus brengen? In die tijd leefde Hij. Gewoon, zichtbaar, tastbaar, aanspreekbaar. Maar vandaag? Christus is toch ten hemel gevaren? Het was voor die moeders toch heel wat gemakkelijker dan voor ons? Dat lijkt misschien zo. Mag ik u wijzen op een prachtige uitspraak van Maarten Luther? Ergens schrijft de reformator: Christus is thans onder ons in het gewaad van de Heilige Schrift. Dat is het! Als u Jezus wilt vinden, moet u bij Zijn Woord zijn. En als u uw kinderen bij Jezus wilt brengen, moet u hen met dat Woord bekendmaken. Dat is de opdracht, die alle christen-ouders meekrijgen. Zij hebben fakkeldragers te zijn, die de toorts van het Woord doorgeven aan hun kinderen. Lezen wij dat niet van Timotheus? Van kindsbeen heeft hij de Schriften geweten. Zijn grootmoeder en moeder hebben hem opgevoed bij de open Bijbel. En zo is hij tot Jezus gebracht. Ik moet ook denken aan Kohlbrugge. Toen Kohlbrugge nog een kleuter was, zat hij vaak bij zijn grootmoeder op schoot. Zij vertelde dan de bijbelse geschiedenis aan de hand van taferelen op oud-hollandse haardtegels.

'Dat wat je niet begrijpt, laat je liggen', zei ze. 'En als je iedere dag vlijtig leest, ik bid voor je. En ik ben er zeker van dat de goede God je er zoveel van duidelijk maakt als je nodig hebt'. Kohlbrugge heeft zijn grote liefde voor Christus ontvangen door het onderwijs van zijn grootmoeder. Gezegend het gezin, waar zo geleefd wordt bij het Woord van God. Gezegend de ouders die niet zwijgen tegenover hun kinderen, maar spreken. Over de verdorvenheid van hun hart. Over de armoede en leegheid van een bestaan zonder God. Maar ook over de genade in Christus Jezus. Over de rijkdom en de vreugde van het leven met Hem. Zo'n gezin mag een kerkje in de kerk zijn (Calvijn). Daar wil de Heilige Geest wonen en werken. En Jezus wil daar in het midden zijn. Omarmend, zegenend.

Discipelen die hinderen

Niet iedereen is blij als er kinderen bij Jezus komen. De discipelen althans willen hen tegenhouden. Pardoes treden zij tussenbeide. Vinden zij kinderen te storend voor hun Meester? Mag Hij niet afgeleid worden in Zijn werk? In ieder geval: radikaal en resoluut weren zij de moeders af. En Jezus? Wat zegt Hij, wat doet Hij nu? Hij neemt het de discipelen zeer kwalijk. In de grondtekst wordt een bijzonder krachtig woord gebruikt. Slechts enkele keren komen we het tegen in de Evangeliën. Markus heeft het slechts drie keer opgetekend uit de mond van Jezus. Wonderlijk, dat het uitgerekend hier gebruikt wordt. Eerlijk gezegd had ik zo'n sterke uitdrukking eerder op andere momenten verwacht. Toen Jezus bespot werd bijvoorbeeld. Of toen Hij gegeseld werd. Of bij de kruisiging. Maar dan dan lezen we niet: Hij nam het zeer kwalijk. Hier wel! Blijkbaar vindt Jezus niets zo erg dan dat mensen elkaar verhinderen tot Hem te komen. Hij wil niet dat deze moeders met hun kinderen op een afstand gehouden worden.

Hij wil niet dat ouderen barrières opwerpen voor jongeren. Hij wil niet dat de ene mens een sta-in-de-weg is voor de ander. Hij wil dat de weg naar Hem open is, zodat ouderen en jongeren Hem bereiken kunnen. Daarom is Zijn verwijt zo scherp: 'Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert ze niet...'.

Dat is ondertussen wel opmerkelijk. Verontrustend ook. Dat mensen die zo dichtbij Jezus leven, toch zo weinig van hem begrepen hebben. Dat volgelingen die menen hun Meester van dienst te zijn. Hem toch zo volstrekt tegenwerken. Als het nu Farizeeërs geweest waren. Of Schriftgeleerden. Of Romeinse soldaten. Maar de discipelen. De kerk, om zo te zeggen. Uitgerekend zij staan Jezus vierkant in de weg.

Verhinderen. Zou het vandaag nog voorkomen? Helaas wel. De discipelen van Jezus zijn, naar ik vrees, nog niet veel veranderd. Wat kunnen ambtsdragers in de weg staan. Door hoogdravende gesprekken of onbegrijpelijke preken. Door een geringschattende houding omdat ze nog zoveel moeten leren. Door bij voorbaat al nee te zeggen tegen hun verlangens. Door hen geen ruimte te bieden in het gemeenteleven. Door hun geen aandacht te hebben voor de vragen waar jonge mensen mee zitten. Wat kunnen ouders een belemmering zijn voor hun kinderen. Door er zelf een godsdienst op na te houden die niet méér is dan sleur, dan dode gewoonte. Door avond aan avond achter de t.v. te zitten, zodat de kinderen aan hun lot worden overgelaten. Door na te laten met hen te spreken, te bidden, te zingen. Door geen begrip te tonen voor hun worsteling met de uitdagingen van onze tijd.

Iemand zei: Twaalf discipelen stonden tussen Jezus en de kinderen in. Maar er zijn wel twaalf keer twaalf hindernissen te bedenken, waardoor wij het zicht op Christus voor onze jonge mensen kunnen belemmeren, zodat ze geen zegenende handen meer zien, geen heiland van zondaren, maar enkel nog moeilijke, weerbarstige, op een afstand houdende discipelen. Geldt dat ook ons misschien? Ons gezin, onze gemeente? Laat het ons dan opnieuw gezegd zijn: verhindert ze niet, want de poorten van Gods Rijk staan ook voor kinderen open.

Kinderen die ingaan

Kinderen zijn niet alleen welkom bij de Zaligmaker. Hij stelt hen zelfs tot voorbeeld voor de ouderen. Dat is het laatste wat opvalt in dit Schriftgedeelte. Jezus zegt: 'Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kindeke, die zal in hetzelve geenszins ingaan'. Is het u weleens opgevallen? Nooit heeft Jezus een keizer, nooit een sterke man, nooit een wetsgeleerde, noch iemand anders tot voorbeeld gesteld. Maar wel een kind. Hoe komt dat? Wat is een kind? Toch niet bepaald het toonbeeld van onschuld en reinheid. Hoe klein ook nog, wat kan een kind eigenzinnig zijn en egoïstisch. Lastig en dwars. Ons doopformulier heeft gelijk: in zonden ontvangen en geboren en daarom kinderen des toorns. Jezus doelt hier niet op het wezen van het kind; 't gaat Hem om de houding van een kind. Waar­ mee die houding getekend is? Ik denk vooral door twee uitgestoken handjes. Vragende handjes. Een kind is afhankelijk. Het valt op doordat het bij alles geholpen moet worden. 't Is aangewezen op anderen en wil dat ook zijn. En wij, ouderen? Van huis uit zijn wij rasechte doe-het-zelvers, die alles op eigen houtje denken te kunnen klaren. Wij houden onszelf honderdmaal liever overeind in eigen kracht dan dat wij onze hand ophouden om te leven van het gegeef, van Gods gegeef, van Gods genade. En toch: wie het Koninkrijk God niet ontvangt als een kindeke...

Wat een kind ook typeert, is, dat het blindelings vertrouwt. Het plaatst niet overal vraagtekens achter. Het trekt niet alles in twijfel. Als een vader zijn kind voor zijn verjaardag een kado belooft, welk kind zegt dan: zou het wel waar zijn? Ik moet het eerst nog zien? Nee, zo'n antwoord is echt iets voor ouderen. Of niet soms? Als God met Zijn beloften tot ons komt, met Zijn nodiging, waarom aarzelen wij dan zo vaak? Waarom dan toch die vraagtekens? Is de Heere niet meér te vertrouwen dan een aardse vader? Is Hij niet een Man van Zijn Woord? Wat maken wij de dingen van het geloof soms nodeloos moeilijk en ingewikkeld. Wat hebben wij doorgaans veel te weinig van een kind. Zoals ik las van dat jongetje van vijf, dat geopereerd moest worden. Hij werd de operatiekamer opgereden en keek met grote verschrikte ogen naar de chirurg en de verpleegsters.

'Wat gaat er met me gebeuren ?', vroeg hij. 'We gaan de pijn in je buik beter maken', antwoordde de chirurg.

'Maar ik heb de laatste dagen helemaal geen pijn meer gehad.'

'Ja, dat kan wel, maar we gaan er voor zorgen dat de pijn helemaal niet meer terugkomt.'

'Hoe doet u dat dan?'

'Je gaat zo dadelijk een poosje slapen en als je wakker wordt ben je beter.'

'Oh, ga ik slapen, dan moet ik eerst bidden.' De jongen knielt spontaan voor de operatietafel neer en zegt zijn gebedje op:

Ik ga slapen, ik ben moe
'k Sluit mijn beide oogjes toe
Heere houdt ook deze nacht
Over mij getrouw de wacht.

't Boze dat ik heb gedaan
Zie het Heere toch niet aan
Schoon mijn zonden velen zijn
Maak om Jezus' wil mij rein. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Laat de kinderen tot Mij komen...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's