De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

't Zal je kind maar wezen!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

't Zal je kind maar wezen!

12 minuten leestijd

Het opschrift van dit artikel zal ons allen duidelijk zijn. Hoe vaak worden deze woorden uitgesproken, wanneer men hoort van een afwijkend gedragspatroon bij een jongere. Een zekere meewarigheid met de ouders van zo'n jongere schuilt dan in deze woorden. Soms met de onuitgesproken gedachte: 'gelukkig dat het mijn kind niet is'. Want opvallend is dat men deze woorden nooit van zijn eigen kinderen zal zeggen, maar altijd van die van een ander. Doorgaans weet men niet wat een verdriet er wordt toegevoegd aan het verdriet dat ouders reeds hebben, wanneer hun kind een weg gaat die niet in overeenstemming is met het Woord. Het is mijn bedoeling om in dit artikel een paar pastorale opmerkingen te maken die juist voor die ouders bestemd zijn die bepaalde zorgen en moeiten met hun kinderen hebben.

Met grote blijdschap

Of men nu geboortekaartjes uit 1964 of uit 1984 leest, veel verschil zit er niet in. Zij beginnen vrijwel alle met het cliché: 'met grote blijdschap delen wij u de geboorte van onze zoon óf dochter mee'. Meestal wordt ook Gods naam nog wel genoemd óf wordt het geheel gecompleteerd door een tekst. Maar hoe ook: er is blijdschap, zelfs grote blijdschap. Die mag er inderdaad zijn, want het is een geweldig iets als wij uit Gods hand een kind mogen ontvangen. Er wordt in onze tijd hierover weliswaar heel anders gedacht, doch daardoor laten wij ons niet van de wijs brengen. De Schrift zegt, dat kinderen een erfdeel des Heeren zijn en om die reden ontvangen wij ze met blijdschap, met grote blijdschap. Die blijdschap wordt steeds groter, wanneer wij bij het ouder worden van onze kinderen zien dat zij gaan in de wegen die wij ze naar de Schrift hebben uitgestippeld. En onze vreugde is wel zeer groot als wij als ouders opmerken dat onze kinderen niet alleen uitwendig de Heere dienen, maar vooral met hun hart. Dat is dan bepaald geen prestatie van ons óf omdat wij het zo goed hebben gedaan. Neen, dat is een werk des Heeren Die - ondanks onze fouten en zonden in de opvoeding van onze kinderen - Zijn genade aan onze kinderen heeft geschonken. En als wij in onze kinderen genade mogen bespeuren waardoor zij een bijbelse gang door het leven maken, laten wij dan de Heere maar dankbaar zijn.

Het kan ook anders

Dat het ook heel anders kan zijn dan ik in het bovenstaande heb geschreven, weet menig ouder. Men had bijzonder hoge verwachtingen van zijn kind. Jong zijnde wees niets erop, dat het kind later een tegengestelde weg zou gaan dan God in Zijn Woord voorschrijft. Trouw ging het mee naar de kerk. Nooit behoefde er drang te worden uitgeoefend als het ging om de catechisatie of de vereniging óf club. Ook thuis werd door het kind eerbiedig geluisterd als het ging om Gods woord, en werd naar goede vermaning (raadgeving) van vader en moeder geluisterd. Er was geen vuiltje aan de lucht, totdat donkere wolken zich samenpakten. Plotseling wilde het kind niet meer naar de kerk, omdat het met verkeerde vrienden in aanraking kwam of om andere oorzaken. Wat een teleurstelling en verdriet voor ouders die dit constateerden. Hun kind zei God en Zijn dienst vaarwel! Over deze smart moet zeker niet te licht of te oppervlakkig gedacht worden. Wie zal bovendien de smart peilen van een ouder, wiens kind aan de drugs verslaafd is? Denkt niet dat dit in onze gemeenten niet voorkomt. Wellicht meer dan wij willen weten, want het kwaad houdt niet voor onze gemeenten én gezinnen stil. Ik denk in dit verband ook aan ouders die uit de mond van hun kind hebben vernomen, dat hij of zij een andere sexuele geaardheid heeft en nu maar met een vriend of vriendin wil gaan samenwonen. En wat te denken van de smart die ouders hebben omdat hun zoon met een vriendin is gaan samenwonen of hun dochter met een vriend!

Spanningen

Het bovenstaande geeft niet alleen veel zorg en verdriet, maar veroorzaakt ook nogal eens spanningen. In het bijzonder komt het huwelijk onder spanning te staan, wanneer vader en moeder niet eenzelfde gedragslijn aanhouden. Grote problemen ontstaan, wanneer b.v. in het geval van een kind dat aan drugs verslaafd is vader niet wil dat hem óf haar geld wordt toegestopt en moeder dit heimelijk tóch doet. Wat de gevolgen zijn als de man ontdekt wat zijn vrouw doet, laat zich raden.

Evenwel ontstaan er doorgaans niet alleen spanning in het huwelijk, maar ook in het gezinsleven. Soms wordt aan een probleem-kind zoveel aandacht gegeven dat dit ten koste gaat van de andere kinderen. De goede sfeer in het gezin dreigt te verdwijnen doordat de andere kinderen in aandacht tekort komen. Het gevaar daarvan is, dat zij op andere plaatsen hun 'nestwarmte' gaan zoeken, omdat zij die thuis niet meer krijgen. Bij dit alles moeten wij ons wèl afvragen: 'hoe gaan wij om met onze probleem-kinderen?' Is het de weg om een probleem-kind de toegang tot ons huis te ontzeggen zoals die vader deed toen hij constateerde dat zijn dochter aan de drugs verslaafd was? Was het juist van die moeder die tegen haar zoon zei, dat hij nooit meer in huis mocht komen als hij met een vriendin ging samenwonen? Ondervangt men op die manier de spanningen in het huwelijk en gezin als men op deze wijze botweg te werk gaat? Ik meen van niet! Ik denk dat wij dan nog meer stuk maken dan er al stuk is. Daarom is een eerste vereiste dat er liefde en geduld bij ons is. Zeer veel liefde en zeer veel geduld zoals de Heere ons Zijn liefde en Zijn geduld toont.

Zelfverloochening

Het verbreken van relaties is niet zo moeilijk, maar om ze weer goed te krijgen is niet zo gemakkelijk. Het pastoraat heeft mij wel geleerd dat dit soms jaren kan duren. En soms worden relaties in het geheel niet meer geheeld, omdat zowel ouders als kinderen volharden in hun standpunten. Zelfs op de begrafenis van een vader of een moeder ontbreekt dan een kind. Maar ook het omgekeerde gebeurt, dat een vader of een moeder niet bij de begrafenis van hun kind is.

Met dit alles wil ik vanzelfsprekend niet zeggen, dat ouders de weg, die hun kind is opgegaan, moeten goedkeuren. Vanuit de Schrift zal zéker de verkeerde d.i. de zondige weg mogen en moeten aangewezen worden. Dat dit niet hooghartig, maar in alle liefde moet gebeuren, zal duidelijk zijn. Met hooghartigheid bereiken wij niet zoveel, zelfs niet als wij alle Schriftplaatsen aanwijzen waarin de verkeerde weg die ons kind gaat wordt aangetoond. Liefde en zelfverloochening is nodig in navolging van Hem Die Zichzelf totaal verloochend heeft: het Kind in de kribbe. Daarbij moeten wij niet vergeten, dat ons kind een kind van ons is d.w.z. van een zondige vader en moeder. Met dit te bedenken bedekken wij niet het kwaad van ons kind, maar worden er wel voor bewaard dat wij in hoogmoed dingen gaan zeggen die alleen ons kind raken en onszelf niet. De verkeerde weg van ons kind is schuld. Maar in die schuld gaan wij niet boven ons kind staan, maar juist naast ons kind nemen wij een plaats in. Op die wijze proberen wij een weg terug tot God en tot elkaar te vinden. En het allerlaatste dat wij moeten doen is ons kind de deur wijzen óf zeggen dat het nooit meer thuis behoeft te komen als het volhardt op een weg die afwijkt van het Woord Gods. Ik weet, dat dit moeilijk kan zijn. Want een deel van ons huwelijks- en gezinsleven kan daardoor verstoord worden. Onrust in plaats van rust kan ons deel worden. En toch... is het niet de bijbelse opdracht om elkaar te dragen en te verdragen? Het is toch waar wat er geschreven staat: 'de liefde zoekt zichzelf niet'?

En als de Heere met ons als ouders deed naar recht? Zouden wij dan als een verloren zoon of dochter nóg thuis mogen komen? De Heere doet Zijn deur niet dicht voor ons. Dat Hij Zijn deur voor ons heeft opengezet, niet op een kiertje, maar wijd opengezet, wordt in deze dagen ons voorgehouden. Kerst predikt ons immers dat er in het Kind in de kribbe een geopende deur is voor verloren zondaren. Voor óns en ónze kinderen. Ook voor de kinderen die een eigen weg gaan.

Het verbond

In dit kader wil ik ook wijzen op het Verbond waarvan het Kind in de kribbe de inhoud en de pleitgrond is. Eens hielden wij ons kind dat nu een eigen weg gaat ten doop. Dat is maar geen formaliteit geweest. Neen, de Heere heeft daarin o.a. gezegd, dat Hij recht op ons kind heeft. Niet de wereld, niet de duivel, niet de hel. Het Verbond is derhalve een machtige pleitgrond voor kinderen die in de weg gaan, maar niet minder voor die kinderen die tegen de Heere ingaan. Wijlen ds. G. Boer heeft eens in een preek gezegd tot ouders die gebukt gaan onder de moeite en het verdriet over een probleem-kind: 'Bidt maar en zegt maar: Heere, U hebt op grond van het Verbond recht op mijn kind. Als het naar U niet wil horen, sla het dan maar, sla het dan maar naar U toe, want U komt mijn kind toe en niet de duivel en niet de hel'. Als alles ons bij de handen is afgebroken, blijft de pleitgrond van het Verbond over. Daarvan mag én moet gebruik gemaakt geworden. En laten wij dan niet vergeten dat de Heere wonder op wonder doet. Ontzeg Hem Zijn vermogen niet, want Hij is groot van kracht en macht. Een kind dat nu briest van vijandschap tegen God en Zijn Woord, kan morgen als een gevelde vijand voor Gods troon liggen en smeken: 'Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?'

Het gebed

Wat in geen geval door ons vergeten mag worden - en ik wees in het bovenstaande reeds enigszins hierop - is het gebed. Laten wij nooit denken: aan ons kind is toch niets meer te doen. Neen, juist als het ons zorgen geeft, dient ons gebed voor ons kind meer en inniger te worden. Een mooi voorbeeld daarvan hebben wij in de moeder van Augustinus. Wat gaf laatstgenoemde zoon veel zorg en verdriet aan zijn moeder Monica. Wat heeft deze goede moeder geweend, wat heeft zij ook een gebeden opgezonden. Haar kind behoorde God toe. Haar kind behoorde niet op te gaan in de wereld. Haar gebed voor haar zoon was zó intensief dat het door anderen werd opgemerkt. En nog altijd zijn ons de vermaarde woorden bekend die zij uit de mond van één van haar kennissen hoorde: 'een kind van zoveel tranen en gebeden kan niet verloren gaan'.

Monica heeft inderdaad tijdens haar leven mogen zien, hoe de Heere haar gebed verhoorde en hoe haar zoon een grote plaats in de toenmalige kerk heeft mogen innemen. Ik schrijf opzettelijk: zij hééft het mogen zien. Want het kan ook zijn, dat de Heere het ons niet laat zien, maar dat er na onze dood toch een verandering in het leven van ons kind plaatsvindt: een hartsgrondige bekering waardoor ons kind de Heere in waarheid dient. Maar hoe ook, ons kind dient altijd een plaats in ons gebed te hebben en te houden, zelfs als het geen stap meer in ons huis doet. En dat niet omdat wij het de toegang ontzeggen, maar omdat het zelf niet meer wil thuiskomen. Laat het gebed met het Verbond daarin als pleitgrond veel bij ons gevonden worden.

De christelijke gemeente

Ik maakte enige pastorale opmerkingen voor die ouders die grote problemen met hun kinderen hebben. Maar hoe is het met het gebed voor hen en voor hun kinderen binnen de christelijke gemeente? Wordt er vaak inderdaad niet gezegd: "t Zal je kind maar wezen'? Ja, en dan verder? Is er wel oprechte belangstelling en gebed voor ouders en kinderen? Of denken wij: wij hebben niets met ze te maken; ze moeten het zelf maar uitzoeken. Dat is dan een houding die in de christelijke gemeente niet thuishoort. Wij dienen voor elkaar oprechte belangstelling en aandacht te hebben. Als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Belangstelling, aandacht en gebed voor de ouders, maar niet minder voor de afgedwaalde kinderen d.i. voor de afgedwaalde leden van de gemeente. Kerstfeest is het feest van het kind. Van Hem Die vol ontferming op de schare heeft neergezien. Van Hem Die Zich ontfermde over hoeren en tollenaars. Van Hem Die Zelfs heeft gebeden voor zijn vijanden. Laat iets van de grondhouding van onze Heere ook binnen de gemeente worden gevonden die zich naar Zijn Naam noemt.

't Zal je kind maar wezen!

Met eerbied gesproken kan men het ook van Gods Zoon zeggen! Ofschoon Hij enkel goed deed, heeft men Hem uiteindelijk aan het kruis geslagen. Hoe diep werd Hij vernederd. Tot in de krochten der hel moest Hij afdalen. Waartoe? Opdat Hij de diepstgezonkene zou kunnen redden en het eeuwige leven geven. Het Kind van de Vader werd uitgeworpen, , opdat verloren zonen en dochters thuisgehaald zouden kunnen worden. Wat een wonder! Als ik dat wonder vatten wil, staat mijn verstand eerbiedig stil. Dat geeft moed voor mijzelf, maar ook voor allen die in het duister ronddwalen. Dat mag ook moed geven aan een vader en een moeder die het met hun kind niet meer zien zitten. Hij, het Kind, ziet het met hun kind wél zitten. Daarom: roept Hem maar aan, want Hij heeft alle macht in de hemel en op de aarde. Brengt uw kind maar bij het Kind. Hij doet wonderen. Hij alléén. Want God heeft Zijn Zoon gegeven om verlorenen te redden. U weet geen raad? Hij weet raad, want Zijn naam is Raad!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

't Zal je kind maar wezen!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's