De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Kerstevangelie en het (ons) gehandicapte kind

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Kerstevangelie en het (ons) gehandicapte kind

9 minuten leestijd

Nergens komt Christus zo dicht bij de kinderen als in het Kerstevangelie...

Een onweersprekelijk verband

Nergens komt Christus zo dicht bij de kinderen als in het Kerstevangelie, merkt Luther ergens op. Deze treffende opmerking zou ook van toepassing kunnen zijn op onze gehandicapte kinderen; nérgens is Christus onze gehandicapte kinderen zo genaderd als in het Kerstevangelie! Daarom heeft het zin om in een serie artikelen over het verband tussen het Kerstevangelie en het kind, ook een artikel te wijden aan het verband tussen het Kerstevangelie en het gehandicapte kind. Vanuit de prediking en het pastoraat onder onze verstandelijk gehandicapten, zal de welwillende lezer het mij niet kwalijk nemen, dat bij het schrijven van dit artikel steeds weer aan hen gedacht is.

Zichtbare gebrokenheid van het bestaan

De gebrokenheid van ons bestaan komt op een zichtbare en vaak schrijnende wijze tot uiting in het diepe leed dat in ons leven kan komen. Tot dat leed behoort ook het krijgen van een kind dat niet 'goed' blijkt te zijn. In gesprekken met ouders bemerk ik met hoeveel spanningen dit gepaard kan gaan. Na een periode van onwetendheid en onzekerheid komt de onontkoombare waarheid op je af: je kind zal nooit als andere kinderen kunnen zijn. De vrucht van onze liefde blijkt een kind te zijn dat de diepe sporen zal dragen van de gebrokenheid van het bestaan voor God. We hebben het ouders horen zeggen: 'het leek wel alsof de hemel boven ons instortte...' of: 'het was, toen ik dat hoorde, alsof ik door de grond heenzakte...' Hoe kan ik dit verwerken? Hoe kunnen wij dit aanvaarden? Kort geleden hoorde ik van ouders dat zij na veel onderzoeken en observaties de einduitslag te horen kregen: uw kind (het tweede gehandicapte!) is idioot, spastisch en epileptisch.. . Gelukkig een netwerk van hulpverleners staat klaar om te helpen, waar dat maar kan: artsen, psychologen, paedagogen, maatschappelijk werksters (ers), pastores. Maar wie kan hen nabijkomen in de meest diepe existentiële zin? Wie gaat met hen mee door de diepten van deze zware beproeving? Wie geeft antwoord op de vraag waarom dit leed juist hen moest treffen? Wie ontwart de veelheid van vragen die dan op hen en ons afkomen? Vele ouders klagen over diepe eenzaamheid in de fase van het verdriet. Vrienden, ook kerkelijke vrienden en wij als pastores blijven vaak op een verre afstand. Vaak met de beste bedoelingen: om hen niet te veel in verlegenheid te brengen of uit angst verkeerde woorden te zeggen, woorden die als grote woorden langs hen heen schieten en het verdriet soms nog groter maken.

Een niet voor te stellen verzwaring van het leed van ouders met een gehandicapt kind is, wanneer het gevoel hen bekruipt dat zij op een afstand worden gehouden en hun kind eigenlijk er niet bij hoort, eigenlijk geen volwaardig lid van de gemeente van het Verbond Gods is. Dat hun kind een voorwerp van intense zorg dient te zijn, zal door niemand binnen de christelijke gemeente worden beweerd. Maar dat de gehandicapten ook ons wat te zeggen hebben, dat wij wat (heel wat!) van hen kunnen leren, wordt te weinig verstaan. In het vaak door ons vergeten hoofdstuk 1 Corinthe 12 lezen wij: 'veeleer de leden, die ons dunken de zwakste te zijn, die zijn nodig...' (vers 22). Nodig? Ja nodig, om af te komen van het griekse mensbeeld, van het gaafheidsmodel van de moderne samenleving, waar de sterken en de knappen het voor het zeggen hebben, om het betrekkelijke te leren inzien van het verstand, dat het Koninkrijk van God verborgen is voor de wijzen en de verstandigen. En zo zou nog meer te noemen zijn...

De geboortegeschiedenis van Het Kind

In een door de zonde gebroken en geschonden wereld vol lijden en dood, werd Het Kind geboren, het heilig Kind Jezus. Dit Kind is niet aan de rand van het menselijk bestaan geboren, maar er midden in, midden in de gruwelijkheid en geschondenheid van ons bestaan. Het Woord is voluit Vlees geworden. Niemand is ons zo dicht genaderd als Hij. Hij is afgedaald tot in de diepste diepten van verlatenheid en angst der hel. Wie zou zijn kind daar voor over hebben gehad? 'Gij kwaamt zonder vrezen, daar waar geen mens wil wezen...' (Guido Gezelle). Dit heilig Kind is ons in alles, in alles, gelijk geworden, behalve in de zonde. Welk een diepe weg moesten Jozef en Maria met dit Kind gaan. Hun privéomstandigheden wijzen er bepaald niet op, dat Maria de Messias, de Zoon van God ter wereld zal brengen. Met Jozef behoort zij tot de refuge's, voortgejaagd als zij worden op bevel van de keizer en de Zoon van God wordt geboren in de weg van een evacuatie. De Heere Jezus werd om zo te zeggen een 'displaced person' (een ontheemde). Er was geen plaats voor de Zoon van God toen Hij geboren moest worden. Er was geen plaats voor de Zoon van God tijdens Zijn leven op aarde. Er was geen plaats voor de Zoon van God in Zijn sterven... Zo is Hij ons van God tot een Middelaar geworden voor onze zonde, maar is Hij ook een Metgezel geworden voor allen, wier menselijkheid problematisch is geworden. Zo kan Hij te hulp komen allen die denken dat voor hen en voor hun kinderen geen plaats lijkt te zijn in samenleving en kerk. De geboren Koning van Bethlehem kan u te hulp komen, kan ons te hulp komen die op een gegeven ogenblik dachten dat de hemel boven hen instortte... Hij is nabij en komt door Zijn Woord en Geest nabij allen die dachten geen mens meer over te houden, die hen begreep en bijstond.

Is er een zingeving voor het gehandicapte leven?

Niet weinigen worstelen met de vraag van de zingeving voor hun gehandicapte leven of dat van hun kinderen. Vooral als de bereikbaarheid minimaal is geworden en er naar hun gevoel geen contact mogelijk is. In deze worsteling werkt het gaafheidsmodel van de moderne samenleving verlammend. Het allerergste is dat vaak ook in de christelijke gemeente een door en door onbijbels mensbeeld de toon aangeeft. Ook daar staan de sterken en de knappen vooraan en tellen de kleinen en de geringen zo weinig mee. In de bijbel zien we echter dat Gods voorkeur uitgaat naar het zwakke in geestelijk en lichamelijk opzicht, naar het verachte, het onedele (letterlijk 'wat van lage geboorte is') naar degenen die geen helper hebben. Als christelijke gemeente zijn we vaak de apostolische woorden uit 1 Corinthe 1 vergeten, waar we lezen dat God het zwakke der wereld heeft uitverkoren, opdat Hij het sterke beschamen zou. (1 Cor. 1 : 27 e.v.). In de profetie van het laatste oordeel (ook een vergeten hoofdstuk onder ons!) stelt Christus Zich op één lijn met de minste van de broeders. In de minste van de broeders, die de gezegenden van de Vader worden genoemd, ontmoeten wij nota bene Christus Zelf. (Matth. 25 : 31 e.v.). In een eenzijdig en verkeerd gebruik van dit hoofdstuk door anderen, mogen wij niet in de andere eenzijdigheid ver­vallen in de negering van dit bijbelgedeelte.

De band met Christus blijft doorslaggevend, maar alle nadruk wordt gelegd op de daad als vrucht van het geloof. Beslissend blijft wat wij met de minste van de broeders gedaan hebben. Het gaat in de bijbel niet om de meeste, maar om de minste. Christus heeft zich echter niet alleen op één lijn geplaatst met de minste van de broeders. Hij is ook zelfde minste van de broeders geworden. Hij heeft zichzelf vernietigd en heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen. Op deze weg heeft Hij ze ontmoet: de verlamden en de blinden, de 'maanzieken' en de melaatsen. Hij doorbrak alle reinigingvoorschriften en werd met de onreinen onrein. Daarbij stootte Hij in al de tekenen en wonderen die Hij deed, door tot de allergrootste nood van ons menselijk bestaan nl. in de vergeving van onze schuld. (vgl. Marcus 2 : 5). Dat blijft ook de diepste betekenis van het Kerstevangelie voor ons gehandicapte leven: dat er in alle onverlostheid het licht van Gods vergevende liefde blijft stralen. We ontvangen niet altijd een pasklaar antwoord op de zingeving van ons gehandicapte bestaan. Als we dat antwoord ontvangen is het een hoogst persoonlijk antwoord. Een antwoord uit het onweer, zoals Job eenmaal kreeg. Een antwoord zoals de ouders van de blindgeborene kregen (Joh. 9 : 3). Een antwoord zoals Paulus kreeg (2. Cor. 12 : 9). Merk op mijn ziel, wat antwoord God u geeft! Dat antwoord ontving een vader, toen hij na een lange worsteling, zijn gehandicapte kind mocht toevertrouwen aan de God van het Verbond en dat Verbond zijn laatste houvast werd.

Onbereikbaarheid?

Ook de onbereikbaarheid van onze gehandicapte kinderen is niet doorslaggevend. Er ligt een geweldige drempel in de evangelieverkondiging aan b.v. diep-zwakzinnigen.

Toch is het een diepe ontdekking in de Schriften als we merken dat de Heiland de kinderen - en onder hen waren ook zuigelingen (brèfos!) - niet wegstuurde of hen voorbijging. Nee. Hij omvatte hen met Zijn armen, raakte hen aan met Zijn handen, légde hen de handen op en zegende hen (zie Marcus 10 : 13-16, Luk. 18 : 15-17). We lezen nergens dat Christus hier een preek heeft uitgesproken, al zullen zeker wel enkele woorden gesproken zijn, zoals wij bij de zegening van de gemeente ook enkele schriftwoorden uitspreken. Maar in hoofdzaak is het een non-verbale verkondiging geweest, een woordeloze verkondiging, hoe tegenstrijdig dit ook lijkt. Jezus zegent onze gehandicapten, ook de gehandicapten die niet meer bereikbaar zijn door mensen, die hun handen in Zijn Naam uitstrekken. Dat betekent geen magisch ritueel, maar in het geloof mogen we weten dat Jezus Christus ook vandaag de gehandicapten zegent en dat er grote wonderen mogen gebeuren in de kracht van de Heilige Geest.

Het Kerstevangelie, evangelie van hoop en verwachting...

Het Kerstfeest is wel genoemd de éérste steenlegging van het Rijk dat komt. In de paviljoenen horen wij dankbare en blijde stemmen klinken. Ook dank zij de goede zorg van de verpleegkundigen, die daar mogen werken. We horen er ook het zuchten van de Schepping die in barensnood is (Romeinen 8). We horen en zien het! In het geloof mogen we echter weten dat deze Schepping niet in stervensnood is, maar in barensnood. We leven niet op het einde, de ondergang aan, zoals de doemdenkers vandaag beweren. De schepping is in barensnood: er komt wat nieuws, er komt nieuw leven! Het blijft niet zoals het is. In Christus mogen we door het geloof weten dat het vernederde lichaam, ook van onze gehandicapten, veranderen zal en gelijkvormig zal worden aan het heerlijk lichaam van Christus, naar de werking waardoor Hij alle dingen zichzelf kan onderwerpen (Filippenzen 3 : 21). Onvoorstelbaar! Hartontroerend!

OngelofelijK! En toch: ik geloof, Heere, kom mijn ongeloof te hulp... Die hoop moet al ons leed verzachten, ook het leed var gehandicapten en hun ouders. Daarom is het Kerstfeest ook het feest van hoop en verwachting in een gebroken en verloren wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Het Kerstevangelie en het (ons) gehandicapte kind

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's