Kerk in het papieren tijdperk
1984 Aandacht voor afscheiding en hereniging
Dezer dagen vertelde mij iemand, die zeer vertrouwd is met archiefzaken, dat archieven van verenigingen en organisaties steeds ingewikkelder en onoverzichtelijker en moeilijker beheerbaar worden. Dat is begrijpelijk. We leven in een tijd, waarin we bedolven worden onder de papieren. Stencilmachines, fotocopieerapparaten en computers zorgen voor snelle en goed leesbare produkties. Werden vroeger notulen met de hand geschreven in een notulenboek, thans ontvangen leden van besturen allen vaak exemplaren van notulen in gestencilde of gecopieerde vorm en krijgen ze alle stukken ter behandeling vooraf toegestuurd. Men zou eens bij elkaar moeten zien wat in één jaar aan papier nodig was voor vergaderingen alleen al. Als men dan daarbij voegt de hoeveelheid papier, die nodig was voor boeken, kranten, publikaties, folders dan waren daar letterlijk omvangrijke bossen mee gemoeid. Hoeveel bomen moesten er immers niet gekapt worden om alléén in 1985, alléén in Nederland aan de papier'behoefte' te kunnen voldoen!
Ook de kerk
Ook de kerk leeft in dit papieren tijdperk, ook kerkelijke vergaderingen en kerkelijke verbanden worden beheerst door de papieren. Leden b.v. van kerkeraden, classicale vergaderingen, synoden kunnen zuchten onder de hoeveelheid papier, die men door moet werken voor de kerkelijke vergaderingen. Om maar te zwijgen van functionarissen, die van alle kanten ook stukken toegestuurd krijgen. De status van allerlei verbanden schijnt in onze tijd wel afgemeten te moeten worden aan de hoeveelheid papier, die men ontvangt of zelf verzendt. En soms denkt men, hoeveel tijd wordt ook in de kerken niet besteed aan nota's en stukken, die beter besteed had kunnen worden, aan pastorale bezoeken of gesprekken, aan een brief, die echt nodig was voor die ene mens maar die al te lange tijd uitgesteld werd. De over-organisatie van ons papieren tijdperk gaat vaak ten koste van aandacht voor de enkele mens. Het is nog niet zo lang geleden dat er sprake was van uitgebreide briefwisseling tussen mensen, ten aanzien van belangrijke levensvragen. Die correspondenties worden spaarzamelijker. De tijd, die er toen voor was ontbreekt nu meer en meer. Helaas!
Het boek
Ook in 1984 bleven de uitgeverijen verder zorg dragen voor een lawine boeken, die van de persen kwamen. Onze tijd mag dan gekenmerkt zijn door ontkerkelijking en ontkerstening, de boeken over geestelijke, theologische, kerkelijke en levensbeschouwelijke onderwerpen zijn talrijk. De omvang wordt weliswaar de laatste jaren kleiner, om namelijk de boeken nog wat betaalbaar te laten blijven, maar het aantal boeken lijkt nog eerder toe dan af te nemen. Als we alleen al zien de hoeveelheid boeken, die we ook wel in 1984 ter recensie of aankondiging kregen toegezonden van de onder ons bekende uitgevers als Kok, Boekencentrum, Wever, de Banier, den Hertog, de Vuurbaak, Kool! Wie zou het allemaal lezen, denkt men soms. Het Spreukenboek zegt dat er drie dingen zijn, die niet verzadigd worden en vier, die nooit genoeg hebben. Daar kan in onze tijd gevoeglijk een vijfde aan worden toegevoegd: de drukpers. Het uitgeven van boeken móét doorgaan!
Hetzelfde geldt van tijdschriften, periodieken. Hoeveel bladen verschijnen er niet met hetzelfde nieuws; soms elkaar beconcurrerend in dezelfde groepen, soms ook in dezelfde kerk. Wat hebben ook in het afgelopen jaar weer vele scribenten in vele periodieken zich aan dezelfde onderwerpen gezet.
Ondanks de vlucht van de moderne media als radio en t.v. blijft het geschrevene intussen onmisbaar. Daardoor vindt nu eenmaal grondiger gedachtenvorming en gedachtenwisseling plaats dan via de genoemde media mogelijk is. Maar in een tijd van toenemende mondigheid, waarin ieder zijn of haar zegje moet doen, moeten óók kennelijk steeds meer periodieken verschijnen om stem te kunnen geven aan steeds meerderen. Zouden echt alle periodieken zo nodig zijn? Is er niet vaak ook sprake van een geweldig stuk eigenbelang, van economische of van ideële aard, bij alles wat verschijnt?
Afscheiding
Het jaar 1984 was het jaar, waarin op allerlei wijzen de Afscheiding van 1834 werd herdacht. Ik heb in dit verband al eerder het woord 'overdadig' gebruikt. Geen uitgever, die zichzelf respecteert, geen orgaan dat 'bij' wil zijn, was er of de Afscheiding kreeg brede aandacht. Vele boeken verschenen over de Afscheiding, met veelal dezelfde teneur, dezelfde historische beschrijvingen. Hoeveel tijd is niet gestoken in het produceren van al deze boeken en artikelen.
Maar... hoe weinig is er echt samen geworsteld om en geleden aan de grote verdeeldheid. We kunnen bepaald niet zeggen dat de herdenking van de Afscheiding - en voeg daar dan maar bij de schuld van de Hervormde Kerk aan de Afscheiding - veel gezamenlijke verootmoediging te zien gaf. Ieder schreef zijn bijdrage, poetste eigen kerkelijk straatje. Alles bleef verder zoals het was. Met boeken en artikelen wordt de kerkelijke eenheid geen millimeter naderbij gebracht.
Het ontbreekt aan echte ontmoetingen, waarbij we elkaar open en eerlijk tegemoet treden.
Het ontbreekt misschien zelfs wel aan het echte verlangen naar die ontmoeting.
Hereniging
En daar waar we bezig zijn en waren aan pogingen tot hereniging - ik bedoel uiteraard 'Samen op Weg' - blijft het ook vaak bij een papieren gebeuren. Het produktieapparaat van de commissies draaide op hoge toeren. Zó zelfs, dat leden van classicale vergaderingen en synoden de hoeveelheid papier nauwelijks konden bevatten. Maar waar was de échte, geestelijke ontmoeting? Was het proces van 'Samen op Weg' ook niet vaak gekenmerkt door organisatorische kwesties, door moties en amendementen op synodevergaderingen, door beleidsnota's en discussiestukken? Maar waar smolten echt harten samen voor het Aangezicht van de levende God, die onze verdeeldheid en gescheidenheid, maar ook onze ontrouw aan de Waarheid als zonde moet brandmerken! Voor Zijn Aangezicht konden we ook in 1984 niet bestaan, met al onze kerken en kerkjes, onze groepen en groepjes, onze afscheidingsherdenkingen en herenigingspogingen. De waarachtige ootmoed, de vernedering onder de krachtige hand Gods, het roepen uit de diepte om een uitweg uit onze geestelijke en kerkelijke malaise ontbrak maar al te veel.
We schreven teveel en baden te weinig. We maakten ons sterk in de verdediging van wat ons lief was en lieten na samen te smeken om hartgrondige bekering en vernieuwing van het geestelijke leven.
In dit jaar noemde ik 'Samen op Weg' op een bepaalde vergadering een Geestloze zaak. We zullen dat hebben te zeggen met insluiting van ons eigen bezig zijn. Want waar de Geest werkt daar is verootmoediging, ommekeer, het 'de één de ander uitnemender achten dan zichzelf', samen buigen onder de schuld der verdeeldheid, samen bidden om herstel van de kerk en volk, opdat de kerk ook weer zij een pilaar en kandelaar der Waarheid, een stad op een berg, een licht op de kandelaar. Zodat zij die buiten zijn kunnen zien dat de kerk een geheimenis kent, dat de wereld vreemd is en liefde betracht, die in de wereld niet gevonden wordt.
* * *
Nee, 1984 bracht ons geen geestelijk en kerkelijk reveil; in de herdenking van de Afscheiding niet, in onze pogingen tot hereniging niet.
De kerkeraden van Woerden (de hervormde wijkgemeente van ds. L. J. Geluk) en van Gorinchem (de chr. geref. gemeente van dr. T. Brienen) konden, na een jaar delibereren, óók zelf nog niet zien, dat het idee van kanselruil van hun predikanten gerealiseerd kon worden.
We praten veel, we schrijven veel, we confereren veel. Maar het blijft alles amechtig.
Het Boek
Ons werd intussen ook in 1984 hét Boek toevertrouwd. Het werd ons nog gelaten. Als we ook eens bijeen zouden zien alle Bijbels over de hele wereld. God heeft Zijn Woord Schrift doen worden en dank zij de boekdrukkunst kreeg het brede verspreiding. Ook in 1984 ging de Bijbelproduktie door. En het Boek zal gedrukt en gelezen blijven tot de jongste dag.
En dan weten we dat er óók een Boek is, dat voor Gods Aangezicht ligt. In de Openbaring van Johannes wordt ons in profetisch perspectief voorgesteld dat de doden 'klein en groot' voor God staan. De Boeken worden geopend. De doden worden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven is. (Openb. 20 : 12). Binnen komen niet die gruwelijke dingen doen, maar diegenen, die geschreven zijn in het Boek van het leven van het Lam. (Openb. 21 : 17). En wie afdoet van de woorden van het Boek van de profetie, die doet de Heere weg uit het Boek des Levens. (Openb. 22 : 19).
Wanneer we ook in kerk en gemeente meer indruk zouden hebben van de boeken, die opengaan en van het feit dat ònze boeken beoordeeld zullen worden in het licht van hèt Boek van Gods profetie, wat zou er allerwegen meer ingetogenheid zijn en terughoudendheid.
Ook 1984 bracht ons immers een veelheid van papier, waarvan de inhoud in het licht van het Boek niet kon bestaan! Maar de inhoud van het Boek kwam intussen, óók door menselijke inspanning en door middel van wat mensen aan het papier toevertrouwden, verder onder de mensen. De eeuwigheid zal openbaren wat ervan in het Boek des levens des Lams geschreven staat. Want God vergeet niet de arbeid der liefde aan Zijn Naam bewezen, als gij de heiligen gediend hebt en nog dient. (Hebr. 6 : 10).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's