De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tellen en vertellen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tellen en vertellen

6 minuten leestijd

Gaat rondom Sion en omringt haar torens. Zet uw hart op haar vesting, beschouwt onderscheidenlijk haar paleizen, opdat gij het vertelt aan het navolgende geslacht. (Psalm 48 : 12 en 13)

Rondom de stad Jeruzalem loopt een groep mensen. Ouderen en jongeren. Er lopen ook kinderen mee. Het is een hele stoet. Af en toe staan ze stil. Iemand zegt wat. Dan gaat het weer verder. Het is alsof ze tellen. Heel nauwkeurig één, twee... Ja, ze tellen en ze vertellen ook. Vertellen ze zich? Die kans zit erin.

Ze vertellen aan de kinderen. Tellen en vertellen. De stoet komt zojuist uit de tempel. De dienst was afgelopen. Voordat de stroom weer huiswaarts keert en de dagelijkse taak weer opvat lopen ze rondom Jeruzalem. Het zijn dus tempelgangers. En met die omgang rondom de stad geven ze gehoor aan de stem van God. In Zijn naam heeft de priester aan het slot opgeroepen om rond de hele stad te gaan om te tellen en te vertellen. Alle toren en paleizen. Ze moeten er dus de tijd voor nemen. Waarom?

Psalm 48 is één van de Sionsliederen. De verhevenheid van de Godsstad wordt in deze psalm bezongen. Op die luister moet de stoet tempelgangers letten voordat ze huiswaarts keren. Nee, niet uit toeristische belangstelling of trots. Maar om zicht te hebben op de trouw van God. De Godsstad is Zijn werk. De Heere bewaarde Zijn werk door de crisis van de bedreigingen heen. En daarom is het tellen van de torens en paleizen ten diepste het tellen van de zegeningen, het tellen van de daden Gods.

Het bestaan van Sion was geen vanzelfsprekende zaak. En zéker niet onaangevochten. Vele malen was de stad met verwoesting bedreigd. Soms was men de wanhoop nabij. In vers 8 is er sprake van schepen van Tharsis. Dat doet denken aan de geschiedenis van 2 Kronieken 20.

Het is de tijd waarin koning Josafat over Juda regeert. Sterke legers hebben Jeruzalem omsingeld. Moab en Ammon belagen de stad. Het is alles heel dreigend. Josafat beschikt wel over een sterk leger, maar hij durft het er niet mee te wagen.

Er wordt een bidstond gehouden. Alle inwoners van Juda komen samen. Met een beroep op de trouw van God bidt Josafat in het huis des Heeren. Mannen, vrouwen en kinderen hebben zich verzameld. Dan komt de Geest des Heeren op ene Jahaziël, een leviet. Vervuld met Gods Geest moet hij zeggen, dat de Heere voor hen zal strijden. Ze behoeven niet te vrezen. Als het leger van Juda ten strijde moet trekken moeten niet de zwaarst bewapende mannen voorop, maar de tempelzangers. Zij moeten de lof des Heeren aanheffen. De tempelzangers als stoottroepen. Lofzingend gaan ze de vijand tegemoet. En Moab en Ammon vernietigen elkaar.

De Heere bewaarde Sion. Hij streed voor hen. Hij bewaart Zijn werk door de crisis heen. Daar verwijst Psalm 48 naar. Daarom staat er 'Wij gedenken Uw weldadigheid in het midden van Uw tempel'. Gedenken is meer dan herinneringen ophalen. Gedenken is stilstaan bij de daden Gods, en weten dat deze God de trouw bewaart. Zijn daden worden in alle tijden vervoegd.

Er is alle reden om Gods weldadigheid te gedenken. Nadat de Heere Jeruzalem bewaard heeft wordt verteld, dat Josafat een verbond sluit met Ahazia, de goddeloze koning van het Tienstammenrijk. Samen sturen Josafat en Ahazia schepen naar Tharsis. God heeft die schepen verbroken. Waarom? Met het zenden van die schepen, met het verbond met Ahazia sloeg Josafat een goddeloze weg in. Daarvan riep de Heere hem terug. Dat was pijnlijk. De schepen werden verwoest. Maar ook daarin schittert Gods weldadigheid. In het bewaren van Zijn werk, in het bewaren voor de goddeloosheid. In het vertroosten en vermanen. Het is beide Gods weldadigheid. Het is beide ten leven. Nee, de Heere is dat niet verplicht. Zijn weldadigheid wordt niet opgroepen door wat Juda doet. Integendeel. Het is veelzeggend dat Gods weldadigheid in het midden van de tempel bezongen wordt. In het midden van de tempel, waar het altaar stond.

Gods weldadigheid is er om dat midden, om de Middelaar, de Heere Jezus Christus. Buiten Hem om is daar geen sprake van. Daarom is het weldadigheid tegenover misdadigheid, zonde van mensen. Gods weldadigheid laat zich alleen vanuit dat midden, vanuit de Middelaar verklaren. Niet vanuit ons, integendeel. Hoogmoed is echt misplaatst. Dan was er allang een einde gemaakt. Daarom begint het gedenken in Psalm 48 in het midden van Gods huis, rond het offer. Daar schittert het. Van daaruit gaat de stoet rondom de stad, om te tellen en te vertellen. Het tellen van de zegeningen. Zichtbare tekenen van Gods weldadigheid. Het vertellen, dat de Heere bewaarde door bedreiging en crisis heen. Vertellen aan het navolgende geslacht. Is het een geschiedenisles? Ja, dat ook. Maar het is meer.

Deze God is onze God voor eeuwig en altoos. Zelfs over dood en graf heen. De God die Zijn werk in het leven behoudt door bedreigingen en crises heen. Om dat het navolgende geslacht in te scherpen, is er heel wat te tellen en te vertellen.

Aanstonds is het de laatste dag van het jaar 1984. Dan worden mensen samengeroepen in Gods huis. Nee, niet wat wij brengen staat centraal. Gods weldadigheid in het geboren kind van Bethlehem. De Man van smarten. Gods genade tegenover zondige mensen. Hij maakte geen einde. In de midden, door de Middelaar mogen we Gods weldadigheid gedenken. Het begint in het midden. Zonder dat midden halen we alleen wat herinneringen op.

Misschien ging het in 1984 in uw leven wel door een crisis heen. Dat werk van God in uw leven. Was u de wanhoop nabij. Zou God Zijn genade vergeten? Een lange en bange tijd. Bewaard door de crisis heen. Wij gedenken Uw weldadigheid in het midden van Uw huis. Hij hield Zijn werk vast. Dat mijn geloof niet ophield is aan Hem te danken. Daar sloeg ik een weg in, die van God afleidde. Ik was er al een heel eind op gevorderd. Nog even en... Het was pijnlijk, mijn plannen werden verstoord. Teruggeroepen tot de dienst des Heeren. Wat een weldaad. Toch.

Ook dan 'Wij gedenken Uw weldadigheid'. Onverwacht en niet opgroepen door ons zondige mensen.

Hij droeg ons door de diepten heen.

Aanstonds is het oudejaarsavond. We halen herinneringen op. Neen, meer dan dat. Vanuit het midden van Gods huis gaan we tellen en vertellen. Het is een ootmoedige, dankbare gang.

Tellen die keren, dat Hij ons droeg door de diepten heen. Bewaarde in gevaren en voor dwalen. Voordat we onze taak in de dagelijkse gang weer opvatten. Gaat rond­ om. Neem er de tijd voor. Gehoor gevend aan de oproep des Heeren.

Tellen en vertellen aan de kinderen. Deze God is onze God voor eeuwig en altoos. Dat geeft moed voor het komende jaar.

Een stoet trekt rond de stad Jeruzalem. Het gaat persoonlijk toe. Verhaald wordt wat de Heere deed. Vanuit het midden tellen en vertellen. Tot eer van God. Tot bemoediging, omdat Hij Dezelfde blijft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tellen en vertellen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's