De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tolerantie neemt af

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tolerantie neemt af

1985 een vooruitblik

13 minuten leestijd

De jaren wisselen elkaar snel af. Opnieuw staan we aan het begin van een nieuwjaar, terwijl we denken dat het vorige jaar nog maar net begonnen was. Niet alleen de tijd gaat snel, ook de ontwikkelingen in de tijd gaan snel. Het heeft te maken met het feit dat we snel leven. Nieuwe ontwikkelingen worden door de moderne en efficiënte communicatie snel wereldwijd en daarom kunnen we de ontwikkelingen bijna niet bijhouden.

Een verschijnsel, dat ons zeker zorg mag geven, is dat in onze samenleving de tolerantie, de verdraagzaamheid de laatste jaren snel afneemt. Ik bedoel dan allereerst verdraagzaamheid ten opzichte van hen, die niet voetstoots bereid zijn met alle nieuwe ontwikkelingen mee te gaan. Ik bedoel met name tolerantie ten opzichte van de gereformeerde orthodoxie in dit land; waar nog het besef leeft dat er andere normen in het leven in het geding zijn, dan die vanuit de hedendaagse ontwikkelingen zelf opkomen. De laatste jaren is er immers ook sprake van een snelle afbraak van christelijke normen en waarden!

Discriminatie

Het woord discriminatie is vandaag niet van de lucht. Wie vandaag niet bereid is te buigen voor de moderne afgod van gelijkheid van mensen, hoe men ook leeft of is, of ook van mondigheid van mensen, die zelf bepalen hoe het leven - ook het publieke leven - ingericht moet worden, wordt in de hoek van de discriminatoiren geplaatst. Voorlopig is er hoogstens nog een zekere tolerantie, maar vooral voorlopig. De 'wet gelijke behandeling' of de zogeheten anti-discriminatiewet zal, als de voortekenen niet bedriegen, juist discriminatie mee brengen ten opzichte van hen, die de inzettingen des Heeren méér lief hebben dan de geboden der mensen. En zelfs christenen zullen er aan mee werken dat dit het geval is. Op de laatst gehouden partijraad van het CDA mag er dan weliswaar een op zich verheugende beslissing genomen zijn, dat scholen voor bijzonder onderwijs en andere christelijke instellingen de vrijheid behouden om personeel te werven, dat niet voldoet aan criteria op grond van de levensovertuiging van de betreffende organisatie of school, het moet toch twijfelachtig geacht worden of de nu aangenomen resolutie in de praktijk een lange levenskans zal hebben. Het mensbeeld achter de resolutie is namelijk intussen geheel gebaseerd op gelijkwaardigheid van mensen, ongeacht hun aard niet alleen, maar óók ongeacht hun leefwijze. Het CDA heeft dunkt me zelf al de poten doorgezaagd van de stoel, waarop men met deze resolutie zit. De tijd zal het leren!

***

Het feminisme - om een ander voorbeeld te noemen - heeft overal de strijd gewonnen. Tot in het belachelijke toe is men bezig de taal te zuiveren van sexistische uitdrukkingen (menskracht b.v. in plaats van mankracht). Een vrouwelijke predikant werd dezer dagen op het vestje getikt door een gemeentelid omdat ze had laten zingen het (overigens niet bepaald gereformeerde) lied 'God roept ons broeders tot de daad'. Ze zal er voortaan van maken 'God roept ons mensen tot de daad'. Nog even en mannelijk wordt menselijk, manhaftig wordt menshaftig. Misschien dat er nog eens iemand opstaat die op de klank afgaande roept dat mandaat mensdaat moet worden. Enfin, wat taalzuivering voor de één is, is taalvervuiling voor de ander. Maar we gaan er helemaal naar toe dat wie met die taalvervuiling niet mee doen in de hoek van de discriminatoiren geplaatst wordt, belangrijker nog (en nu afgezien van deze woorden): wie blijft uitgaan van een orde, die de Heere zelf aanbrengt in de man-vrouwverhouding - bij alle gelijkheid in Christus van man en vrouw, die de Schrift benadrukt - wordt in toenemende mate discriminatie verweten.

***

De anti-christelijke hetze zal rondom het thema (anti)discriminatie toenemen. Ver­pestende programma's als die van Sonja Barend voor de VARA-televisie zullen er het hunne toe bijdragen. En heeft drs. J. M. den Uyl de kleine rechtse partijen al niet discriminatie louter op grond van hun principiële uitgangspunten verweten?

Het zal de wereld wel nooit duidelijk te maken zijn dat het welzijn voor allen gelegen is in het onderhouden van het gebod Gods, van het leven naar de inzettingen en rechten des Heeren. We zijn van een christelijke samenleving naar een niet-christelijke samenleving gegaan, van meerderheid, minderheid geworden, en we zullen weten wat dit betekent. Op de noemer van anti-discriminatie zullen diegenen, die het gebod Gods willen honoreren, meer en meer worden gediscrimineerd.

Naar onszelf terug

Het lijkt allemaal aan het begin van een nieuw jaar weinig opwekkend, of weinig opgewekt. Maar ontwikkelingen houden nu eenmaal geen halt bij de jaargrenzen. We leven in deze tijd. We krijgen in een ontkerstenende samenleving steeds meer te maken met de spanning van het leven tussen het 'Vreest God' en 'Eert de koning'.

***

Intussen mag er ook zorg zijn om het feit dat afnemende tolerantie ook binnen het christelijk volksdeel zelf geconstateerd wordt. En dan bedoel ik niet dat er binnen de kerken vandaag ook grote groepen zijn, die op dezelfde lijn als de wereld zitten als het gaat om normen en waarden. Groepen, die ook zó door de, gelijkheids- of gelijkwaardigheidsideologie zijn besmet, dat ze zélf bereid zijn om mede-christenen te dwingen dingen te doen, die tegen hun overtuiging ingaan. Er moet maar ingeleverd worden op het punt van godsdienstvrijheid schreef kortgeleden iemand, die het christelijk onderwijs dient, in Trouw n.a.v. de CDA-resolutie i.v.m. de vrijheid van benoeming in het onderwijs. Nee, ook binnen die kerken en kringen, waar het gezag van het Woord Gods heet te gelden, is het gevaar levensgroot aanwezig dat een onverdraagzame houding tegenover de ander het levenspatroon mee gaat bepalen.

Ik behoef niet te zeggen dat in alle kerken en kringen de polarisatie groeit. En als ik me nu even tot de politiek beperk: als drs. Den Uyl klein-rechts discriminatie verwijt dan spreekt hij wel over drie partijen, met weer in elk van die partijen min of meer grote spanningen, die zelfs tot breuken kunnen leiden, en een toenemende onderlinge onverdraagzaamheid. We kunnen gezamenlijk naar buiten toe wel roepen dat het gaat om het (mogen) leven naar de inzettingen des Heeren, maar samen kan er zo weinig dat echt constructief mag heten en een getuigenis inhoudt naar buiten toe. De mondigheid, de rechten van de mens, de inspraak en het voor eigen rechten opkomen, het zijn allemaal zaken, die - al is het dan nog zo verhuld - ook in de gereformeerde gezindte toeslaan. Moeten we ook hier vaak niet spreken van een werelds, een aan-de-wereld-eigen patroon van omgaan met elkaar? We maken ons druk om de toenemende intolerantie 'van buiten' maar intussen opent de intolerantie naar binnen toe.

De kerken

We zeggen dat we in een tijd van toenemende ontkerstening en ontkerkelijking elkaar in toenemende mate nodig hebben. We zeggen het dunkt me te gemakkelijk. Want in de kerkelijke praktijk betwisten we elkaar vaak de koers, die gegaan wordt. Ik wil het - op gevaar af te veel op dit aambeeld te hameren - toespitsen op 'Samen op Weg'. Ik heb dezer dagen veel moeten denken aan de tijd van het Getuigenis, dat in 1971 vanuit de Hervormde Kerk verscheen. In brede kring was er instemming. Maar tegelijkertijd werd uit de kring van de gescheiden kerken van diverse zijden duidelijk gemaakt dat diegenen in de Hervormde Kerk, die achter het Getuigenis stonden, breken moesten met de Hervormde Kerk. Intussen werd geen weg aangewezen. Hoogstens die weg, dat er nog weer een keer een kerkgenootschap moest worden toegevoegd aan de bestaande.

Thans herhaalt zich dit verschijnsel. Het mag allerwegen bekend verondersteld worden hoezeer de gereformeerde flank binnen de Hervormde Kerk - maar het ligt breder - grote moeite heeft met het Samen op Weg gebeuren. De kerkelijke pers in de Gereformeerde Gezindte doet druk mee aan de discussies, die gaande zijn. En allerwegen wordt naar de Gereformeerde Bond gekeken. Maar één en ander maal hebben we de laatste tijd weer kunnen lezen hoe er heimelijk of openlijk gezegd wordt: hoe kan de Gereformeerde Bond nog bezig zijn in een kerk waar dit alles aan de orde is? Alsof er tot heden voor de Gereformeerde Bond, na al die tientallen jaren bezig zijn in de Hervormde Kerk, iets veranderd is. Mogen wij ook vandaag niet tot aan de grenzen meegaan met de kerk der vaderen, zoals ons beginsel ons dat gebiedt en zoals onze vaderen dat hebben gezien?

Ik constateer echter een toenemende korzeligheid in bepaalde persorganen binnen de Gereformeerde Gezindte. De Gereformeerde Bond heeft de strijd in feite al opgegeven, zo constateert met name de kerkelijke pers van de vrijgemaakt-gereformeerden de laatste maanden. Alsof we niet midden in de strijd zitten en in toenemende mate in die strijd gewikkeld worden. Maar in feite wordt bedoeld: scheid u af! En de toon wordt onwelwillender, onverdraagzamer. Men vergeve mij dat het zo overkomt. Wat niet gewezen wordt is: een weg! Hoe moet het dan wel? Toch - zoals ten tijde van het Getuigenis werd gesuggereerd - weer een nieuwe kerk? Stel dat men dit zou willen, kan dat nog in deze tijd? Zal nieuwe scheiding - in deze tijd van mondigheid ook binnen de gereformeerde Gezindte - niet in de kortste keren nieuwe scheidingen baren? Leert de geschiedenis van de Afscheiding, ook van afscheidingen van de laatste jaren anders? Men denke alleen al aan de verpulvering van de nalatenschap van de scheuring binnen de Gereformeerde Gemeenten na 1953, maar ook van de Vrijmaking van 1944!

***

Waar is de uitnodigende roep: kom over tot ons? Er is geen sprankje van toenadering tussen kerken van gereformeerde signatuur buiten de Hervormde Kerk. Wat moeten wij dan met al de broederlijke vermaningen die van buiten tot ons komen? We zien voorlopig geen andere weg dan het juk van Samen op Weg - want dat is het bepaaldelijk wel - te torsen.

De Heilige Geest

Zou de tolerantie - en daar sluit ik maar mee af - niet toenemen als we beseffen dat het Woord van God niet is gebonden en dat ook de Heilige Geest zich niet laat binden aan onze kerkelijke instituten?

Wie zal durven ontkennen, dat de Geest in afgescheiden kerken heeft gewerkt? Wie zal durven ontkennen, dat de Geest bleef werken in de kerk(en), die na afscheiding achter bleven? Laten we daarom - ook in 1985 - de eenheid des Geestes zoeken, door de band van de vrede (Ef. 4 : 3). Ik sluit af met een passage uit het kersvers verschenen boek van (over) ds. Bernardus Moorrees, een hervormd predikant, die in de tijd van Afscheiding de vaderlandse kerk trouw bleef. Dezer dagen is een verzameling van door hem uitgegeven geschriften verschenen in een boek getiteld 'Om de erve der vaderen', uitgegeven bij F. Bouwman te Wijk en Aalburg, de plaats waar ds. Moorrees in de dagen van de Afscheiding stond. Hij was één van hen, die beschreven worden in het boekje 'Zij die bleven'.

Hier volgt een deel van een geschrift getiteld 'Een eenvoudig doch ernstig woord aan al mijne geloofsgenooten in deze donkere en treurige dagen, zoo aan degenen die zich van de thans bestaande kerk hebben afgescheiden, als aan degenen, die nog in de kerk gebleven zijn.'

'Zien wij dan mensen, die opgewekt worden uit hun zorgeloosheid en goddeloosheid, hun vorige denkwijze en leven betreuren; met berouw en schaamte voor God en mensen belijdenis doen en getuigenis geven van hun begeerte naar Jezus Christus, om door het geloof met Hem gemeenschap te ontvangen, met God te worden verzoend, en als nieuwe schepselen in Christus te willen wandelen: dan hopen wij, dat dit een werk des Heiligen Geestes is. Horen wij berouwhebbende zondaars getuigen, dat zij in Christus Jezus, door het geloof aangenomen, vrede bij God vonden, zij zich aan de Heere hebben overgegeven, om door Hem gezaligd te worden, en nu roemen in Gods vrije genade en eeuwige liefde in Christus tot hen, terwijl zij niets vuriger wensen, dan ziel en lichaam tot een levend dankoffer Gode te offeren, dan hopen wij: hier woont en werkt Gods Geest. Zien wij het opwassen der gelovigen in ware geestelijke wijsheid, geloof, liefde, hoop, heiligmaking en goede werken, zodat zij, bij alle gebreken, die in deze staat der onvolkomenheid ons steeds tegen onze wil bijblijven, voorbeelden zijn van Godzaligheid, dan zeggen wij: de vrucht is goed, de boom is zeker ook goed. Horen wij uit hun mond de vertroostingen des Heiligen Geestes, dat de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, hun harten en zinnen bewaart in Christus Jezus, dat zij verlangen naar de zalige Hemel, met onderwerping aan Gods wil. Zien wij hen verenigd met Gods wil onder het zwaarste kruis, en standvastig in de geestelijke strijd tegen Satan, wereld en zonden, dan zeggen wij: de Geest des Heeren doet grote kracht. Ziet daar, mijn Broeders! slechts iets van de zegen en vrucht der Evangelieprediking. Ik moest dit noemen, opdat wij elkaar zouden verstaan, als ik zeg: de Geest Gods is niet uit de kerk geweken.

Ik mag hier geen personen noemen, mijn onvergetelijke gemeente van Nijkerk weet het en kan dit getuigen, mijn gemeente van Wijk getuige hier. Zij, die thans de Kerk verlaten hebben, gaven daarvan niet weinig getuigenis. Ja, hoevelen, die thans uit andere gemeenten afgescheiden zijn, hebben hier, volgens hun eigen getuigenis, of Christus recht leren kennen, of zijn opgebouwd in het geloof. Maar vooral moet ik hier wijzen op het laatst gehouden Avondmaal, toen juist in die week sommigen verklaard hadden zich te willen afscheiden. Aan dat Avondmaal was de Heere zo krachtig met Zijn Geest werkzaam, dat wij met grond mogen getuigen, dat zulk een Avondmaal in de gemeente nog niet gehouden was, gedurende mijn dienst als Leraar in dezelve. Het was alsof de Geest des Heeren de smaad Hem aangedaan, tot beschaming Zijner tegenstanders, openbaar wilde doen kennen. Neen! ofschoon wij treuren over het wijken van de Heilige Geest uit de Kerk in het algemeen, zo geloven wij, dat de Geest des Heeren niet geweken is daar, waar Zijn Woord zuiver verkondigd, en de Bondzegelen naar Christus' bevel bediend worden. Maar nog een woord hierover tot u, mijn afgescheiden geloofsgenoten! Gij zegt: de Geest Gods is uit de thans bestaande Kerk geweken, maar is dan de Geest Gods onder u? ! Ofschoon wij zo stout niet durven spreken als gij, dat onder u Gods Geest niet zijn zou, (want wij geloven, naar 's Heeren Woord: dat de wind blaast, waarheen hij wil, wij zijn geluid horen, doch niet weten vanwaar hij komt, noch waar hij henen gaat, en dat het alzo is met een iegelijk; die uit de Geest geboren is) zo kan toch de vraag, zonder onbescheiden te zijn, wel gedaan worden, of dan de Geest Gods van ons tot u is overgegaan? Indien dit bewezen kan worden, dan ben ik bereid om dadelijk tot u over te komen, want waar de Geest des Heeren is, daar is Christus, daar is de ware Kerk. Dit zou ik meer geneigd zijn om te doen, omdat in dit geval de Geest des Heeren en dus ook Christus en Zijn waarheid, niet meer onder ons zou zijn.'

Zijn de argumenten en de feiten na 1834 veranderd?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Tolerantie neemt af

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's