Kerkelijke discipline en ambtelijke praktijk (1)
Eén van de redenen waarom wij het genoemde onderwerp aan de orde willen stellen is het verschijnsel, dat binnen de ambtelijke praktijk 't meer en meer aan kerkelijk-gedisciplineerd handelen begint te ontbreken.
Vindt u dit uitgangspunt te negatief, dan ben ik bereid er onmiddellijk aan toe te voegen dat het een en ander bedoeld is als vingerwijzing om, hetzij in nabije of wat verderaf gelegen toekomst, u behulpzaam te zijn bij de praktische invulling van het kerkelijk-gedisciplineerd handelen. Als doel dient ons daarbij voor ogen te staan de opbouw van het lichaam van Christus. (Efeze, 4:12)
Ik zou deze inleiding willen samenvatten in de volgende gedachtengang:
1. Kerkelijke discipline in de Schrift.
2. Kerkelijke discipline binnen het — gereformeerd — protestantisme.
3. Enige kritische kanttekeningen bij de huidige ambtelijke praktijk met het oog op de kerkelijke discipline.
4. Een poging tot het aangeven van enkele richtlijnen voor de ambtelijke praktijk.
1. Kerkelijke discipline in de Schrift
Zonder op detailkwesties in te gaan, zullen we onze ogen er niet voor kunnen sluiten, dat het instellen en handhaven van een geestelijke orde ons in de eerste plaats door de Schrift zélf wordt aangereikt. Ik zeg met opzet: een geestelijke orde. Opdat we er ons van bewust zullen zijn, dat we binnen de ruimte van het kerkelijke leven geestelijk met die verordeningen hebben om te gaan. Laten we een paar korte en besliste lijnen trekken vanuit de Schriftgegevens zelf.
Om te beginnen herinner ik u eraan dat reeds in het Oude Testament de instelling van de oudsten in Mozes' tijd, en inrichting van de tabernakel, later de tempel, inclusief de hele eredienst, naar de door God zelf ingestelde orde diende te geschieden. In het Nieuwe Testament vinden we voorschriften omtrent de inrichting en regering van de gemeente van Christus.
Vanzelfsprekend vinden we slechts grote lijnen getrokken, die ons erop attenderen, zoals dr. Koopmans schrijft in zijn verklaring van de N.G.B., 'dat de rechte orde in de kerk niet buiten Gods gebod om tot stand komt, en niet een zuiver opportunistisch orde op zaken stellen is'. Want al heeft ons God geen kerkorde vanuit de hemel gedicteerd, er staat genoeg over de kerk in de Bijbel, waarmee zij haar weg vinden en de zijweg vermijden kan. Reeds in het vroegste stadium van de eerste christengemeente komt de ordelijke verkiezing van Matthias ter sprake. (Hand. 1 : 23 vv.)
Handelingen 6 vermeldt de verkiezing van zeven diakenen. Uit Hand. 11 : 30 wordt duidelijk dat er sprake is van ouderlingen of oudsten (presbuteroi) in Jeruzalems gemeente. Het apostelconvent (Hand. 15) spreekt van een ordelijk besluit, genomen door de apostelen, de ouderlingen, met de hele gemeente (vs. 22). Hand. 14 : 23 vermeldt dat in de gemeente van de heidenchristenen met opsteken der handen ouderlingen werden verkozen. Hand. 20 : 17 laat ons zien dat Paulus de ouderlingen uit Efeze ontbiedt.
En hoezeer men dit alles als een geestelijke zaak beschouwde blijkt uit de gebeden die met al deze handelingen gepaard gingen, de behoefte om de leiding van de H. Geest, de voorwaarden die gesteld werden om voor verkiezing in aanmerking te komen, nl. mannen vol van de H. Geest en voorzien van een goed getuigenis van de broeders. Paulus draagt het opzicht over de gehele kudde op aan de Efezische presbuteroi, met de vermelding dat de H. Geest hen tot episkopoi (opzieners) over de gemeente heeft gesteld. Voeg hieraan toe de gegevens uit vooral de Paulinische brieven als hij in Romeinen 12 : 4-8, waar gesproken wordt van profeteren, onderwijzen, vermanen, van leidinggeven of over anderen gesteld zijn en van dienen, uitdelen en barmhartigheid oefenen.
Verder is er sprake van onderricht in het Woord door bepaalde leraars, die daarvoor onderhouden moesten worden, van de verhoogde Christus, die sommigen heeft gegeven tot apostelen, sommigen tot profeten, sommigen tot herders en leraars, en sommigen tot evangelisten; waarbij dan ook het doel wordt vermeld, namelijk dat zij dienen tot volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus (Efeze 4 : 11, 12).
Ik wijs nog op voorschriften en voorwaarden tot verkiezing van allen die in de gemeente des Heeren leiding hebben te geven, met name in Paulus' pastorale brieven, die bedoeld zijn om aan te wijzen, hoe men in het Huis Gods, hetwelk is de gemeente van de levende God moet verkeren en met elkaar omgaan.
Ziehier enkele hoofdlijnen in het kort aangegeven en vergezeld van Paulus' vermaan: Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden. (1 Kor. 14 : 40)
Voldoende dunkt mij om ons ervan te doordringen dat kerkelijke discipline een voluit geestelijke aangelegenheid is, die onder ons behoort gehandhaafd te blijven. We gaan nu over tot het tweede onderdeel.
2. Kerkelijke discipline binnen het gereformeerd protestantisme
Het gaat me ook nu om een enkele grote lijn te trekken. 't Gaat niet aan om hierbij Luthers visie op de regering van de kerk buiten beschouwing te laten. Enkele citaten uit de lutherse kerkorden uit het begin van de Reformatie kunnen dat duidelijk maken. Ik ontleen ze aan dr. A. D. R. Polmans werk over de N.G.B. (dl. IV, blz. 8).
Een van de oudste kerkorden zet aldus in: 'Nadat wij door de genade van de almachtige God, uit de openbaringen van de christelijke, evangelische Schrift, niet alleen een bestendig geloof, maar ook een grondig weten ontvangen hebben, dat al het uiterlijk en innerlijk vermogen der Christgelovigen tot ere Gods en tot liefde van de naaste, naar de ordening en voorschrift der goddelijke waarheid en niet naar menselijk goeddunken, dienen en strekken moet' . . .
In de Würtemberger kerkorde van 1536 lezen we: 'Daar de heilige apostel Paulus niet ongegrond zo nadrukkelijk bevolen heeft, dat het ordelijk en behoorlijk in de kerk moet toegaan, hebben wij de volgende kerkorde naar de regel der goddelijke Schrift gesteld en ingericht'. Ik cursiveer de uitdrukkingen: 'naar voorschrift en ordening der goddelijke waarheid' en 'naar de regel der goddelijke Schrift'.
Polman beroept zich op J. T. Müllers 'Die symbolische Bücher der evangelisch-lutherische Kirche', die Sohms spiritualistisch kerkbegrip, als zou het kerkrecht in strijd zijn met het wezen van de Kerk, als een door Gods Woord gesticht en geleid organisme, heeft weerlegd. Muller zegt 'dat nergens door Luther of door lutherse belijdenisgeschriften het ius divinum in de kerk als zodanig bestreden wordt. De term "goddelijk recht" uit het oude canonieke recht overgenomen, komt in de lutherse confessies meer dan honderd maal voor. Het grote verschil met Rome ligt in de toepassing van het ius divinum, in de bron van het recht. De enige bron is Gods Woord en niet de instellingen van de paus of de geestelijkheid. Alle kerkelijke ordeningen, die met goddelijk recht gelden, moeten teruggaan op het Nieuwe Testament'.
Nadruk wordt er dan op gelegd dat zulk goddelijk recht in de kerk onveranderlijk is, en in de kerk behoort te gelden, en juist daarom geestelijke gehoorzaamheid vraagt. Onze conclusie kan dus zijn dat met die geestelijke gehoorzaamheid niet de hand gelicht mag worden. Al worden de roomse dwangmaatregelen afgewezen, elke ambtsdrager staat onder het gezag van Christus. Weigert hij deze gehoorzaamheid, dan zijn de gemeenteleden van elke plicht tot gehoorzaamheid ontheven.
Op dinsdag 11 december l.l. werd in Putten weer de jaarlijkse ontmoetingsdag voor studenten in de theologie met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond gehouden. Drs. K. Exalto refereerde over 'Theologische discipline in de ambtelijke praktijk'. Ds. H. Visser hield een lezing over 'Kerkelijke discipline in de ambtelijke praktijk'. Bijgaand treffen de lezers het eerste deel van het referaat van ds. Visser.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's