Geestelijke levensregels (10)
Echte Theologie is: stil te worden voor God.
Persoonlijkheid
De apostel Paulus gebruikt in één van zijn brieven het woord: 'wordt geen dienstknechten van mensen'. In het verband gezet betekenen deze woorden: Christus heeft de zijnen tot de prijs van zijn bloed gekocht. Daarom zijn ze slaven van Hem en mogen zij niet de mensen naar de ogen zien. Wij mogen deze gedachte niet op deze manier vertolken, dat een mens nu vrij is een vleugje hoogmoed aan zich te vertonen. Ja, alsof het nu geoorloofd zou zijn alle rangen en standen te bestrijden. Een knecht van mensen is niet degene die zonder tegenspraak in de voorgetekende banen gaat. Een vrij mens is niet degene, die overal zijn mening doorzet en zijn persoon handhaaft. Knechtschap van mensen in bijbelse zin is daar, waar een christen zijn levenskrachten, zijn inwendige beslissingen, zijn laatste doeleinden uit het wezen van andere mensen neemt, in plaats van uit de directe betrekking tot God, zoals het de verlosten betaamt. Wij leven dan uit het keurslijf van de massa in plaats van uit overtuiging voor de Heere. Wij kunnen in deze zin knechten worden niet alleen van degenen, die ons op een of andere wijze commanderen en gebieden. Er is óók knechtschap aan hen, die ons gehoorzamen of die aan ons, hoe dan ook, toevertrouwd zijn. Deze laatste binding is veruit de zwaarste. Wij kunnen knechten worden van hen, die wij vragen en van hen, die wij liefhebben; van hen die ons gunstig gezind zijn, maar ook van hen, die wij in een of andere zin hebben te dienen. Juist in de teerste relaties sluipt dit huiveringwekkende vergift naar binnen. Hoe persoonlijker, directer en echter een mens leeft, des te eerder loopt hij hier gevaar en brengt hij anderen in gevaar. Hoe menig ogenschijnlijk gelukkig huwelijk is niet een gelukkig levensverbond van vrije mensen, maar berust daarop, dat de ene echtgenoot aan de andere zijn gehele ziel heeft uitgeleverd en alleen maar in de ander leeft. U kent ze wel, soms wat wezen-. loze mannen, die leven in hun vrouw, of omgekeerd zielloze vrouwen, die alleen maar leven en spreken over hun mannen, als waren die kapitein op een zeeroversschip. 'Vrij' betekent aan de ene kant 'losgekocht', maar ook 'goed'. Goedheid bestaat alleen in de vrijheid, ware vrijheid is alleen daar waar ook goedheid is.
Binden
Het gaat hier om zaken, die ternauwernood begripsmatig zijn uiteen te zetten. Maar wanneer er slechts een klare wenk is, zo geeft het leven er de tekening bij. Er zijn mensen — ook binnen de christelijke gemeente — die misschien onbewust, anderen aan zich zoeken te binden; die in anderen, dóór anderen of van anderen willen leven. Wanneer wij in hun nabijheid komen, bemerken wij het al. Alles rondom hen raakt met stomheid geslagen. In hun omgeving zien wij hoe overal een ban op het gemoed zich neerlegt. Er werken daar allerlei krachten te zamen — geestelijke, spirituele, magnetische, zelfs erotische — en juist dit samenwerken is deamonisch. In zo'n toestand is maar één wachtwoord: strijdt, ja zo nodig: vlucht! Wanneer wij dat alles met zulke scherpe woorden zeggen, zou iemand heel angstig kunnen worden en zelfs helemaal niet meer durven een relatie met een ander mens op sympathieke wijze aan te gaan. Er bestaat zeker ook het gevaar van angstvalligheid op dit punt. Maar het is wel beter een tijdlang wat angstvallig te zijn, dan zonder kennis van het gevaar er plotseling aan ten offer te vallen. Maar juist de wetenschap van het gevaar heeft ook een keerzijde. Allen, die hebben te onderwijzen en te leiden, lopen niet alleen het gevaar aan anderen gebonden te worden, maar ook anderen aan zich te binden. Precies omdat wij soms met een mens een wezenlijk deel van de levensweg gemeenzaam mogen en moeten gaan, moeten wij ernstig daarom worstelen, dat wij steeds bereid zijn afstand te nemen en soms weg te gaan. Wij moeten er zorg voor dragen, dat wij niet een ander mens hinderen om voor God alleen zichzelf te zijn. In de jeugd van ons leven, wanneer wij met velen jong zijn en gelukkig of in perioden van grote gemeenschapszin is er plaats voor het gebed: Heere, behoed allen, die mij liefhebben, voor mijzelf! Deze instelling maakt ons leven niet armer. Je dwingt wel zo nu en dan tot een scherpe distantie, maar ze helpt veel ellende te voorkomen. Niet alsof het hier met ons doen en zorgen voor elkaar was. God is het, die bewaart, ons en anderen. Maar wij hebben de plicht, ook over al deze dingen trouw te zijn in waken en bidden. Ook hier geldt: zoekt eerst het Koninkrijk Gods en al deze dingen zullen u worden toegeworpen.
Blijvende liefde
Alleen waar het gevaar van knechten van mensen te zijn is overwonnen en telkens weer nieuw in de kracht van de Heilige Geest wordt overwonnen, kan een diepe, blijvende liefde wonen, sterk als de dood. Daar kan ook een vriendschap opbloeien, die in de jeugdperiode gesloten, alle strijd en storm van het leven ondergaat en de avond van het leven in een heerlijk licht doet glanzen. Waar wij vrij zijn in de edele zin van het woord, kunnen wij het hoge en edele bewonderen. Daar voegen wij ons gewis in de bestaande sporen, niet uit dorre gewoonte, zwakheid of murmurerende, maar in koninklijke zin. Wij bemerken dan dat ons vertrouwen ten deel valt als een wonder geschenk. Wij ontvangen vertrouwen en wij geven vertrouwen. Nog dieper, er is geestelijk gezag. Men gevoelt innerlijk aan, dat wij ons niet blindelings aan de gewoonte hebben overgegeven, maar er ook volkomen afstand van kunnen nemen, wanneer het om bepaalde redenen nodig is. Op geestelijk gebied hebben wij zo dringend nodig persoonlijkheden. Wij bedoelen niet persoonlijkheden, die met plompe voet al het overgeleverde vertreden en luidop verklaren dat het met dat oude maar niets is. Ook behoeven wij niet mensen, die tot in de mallotigheden toe aan het oude vasthouden. Maar wij hebben leidslieden nodig, die groeien in die diepte van het geloof om de gemeente te kunnen voorgaan. Het ontbreekt ons zozeer aan spankracht van denken, aan geestdrift en élan, aan geloofsbezieling. De oplossing ligt niet in een wilde vernieuwingszucht, evenmin in een dwaze behoudzucht — de weg ligt in de diepe vernieuwing, in persoonlijk doorleven der dingen. Een wijsgeer uit het begin van de vorige eeuw, die diep heeft nagedacht over de krachten van conservatisme en progressiviteit heeft eens een eigenaardig beeld gebruikt. Het gaat geenszins om de conservering van een mummie en een historische antiquiteit, maar om de winst en de bewaring van het eeuwige als de blijvende vrucht van het vergankelijk gewas der tijd.
Vergoddelijking
Maar dat is maar één kant. De andere kant is dit: laat ons ook oppassen voor een vergoddelijking van het nieuwe. Naar beide zijden worden dwaasheden begaan. Deze groep zweert enkel bij de oude tijd, de andere groep enkel bij de nieuwe tijd. Beider dwaasheid zou men gevoegelijk onder het beeld van reizigers kunnen weergeven, waarvan de ene partij om toch maar wagen en bagage te behouden, liever de paarden uitspant. De andere partij wil, om vooral maar niet achter te blijven, de paarden van het gareel bevrijden en met hen in 't vrije veld ervandoor gaan, intussen de wagen achterlatend op de weg. In dit diepzinnige beeld kan het geestesleven van Nederland van na de oorlog uitnemend worden geschetst. Het geldt op kerkelijk gebied, evenzo ook op politiek terrein. Het wemelt van personen die allerhande kleine zaken mateloos opblazen; ze nemen datgene tragisch wat met een lach kan worden afgedaan. Wie inzonderheid het geestesleven van Nederland gadeslaat, moet zo dikwijls denken aan de fabel van la Fontaine. Op een hellende zandweg gaat moeizaam een karos met zes paarden. De dieren trekken uit alle macht de koets voort. Daar komt opeens een vlieg aanzoemen. Prikt de een, dan weer de ander en verbeeldt zich als toppunt van dwaasheid, dat zij de oorzaak is van alle energie aan de wagen besteed. Eindelijk heeft de koets de heuveltop bereikt. 'Eerst even uitblazen' zegt ze, als ze nederstrijkt. Het is mij dus gelukt. De koets is aangekomen. De fabeldichter maakt dan deze conclusie: Zo houden heden, die bedrijvig zijn in schijn, zich bezig met andermans zaken. Menend, onmisbaar zich te maken, moesten ze alom als hinderlijk verdreven zijn. Met één woord — het ontbreekt ons allen aan innerlijk, harmonisch evenwicht. Wij hunkeren naar grote persoonlijkheden, die in innerlijke geloofsverbondenheid met Christus de wegen weten aan te geven waarlangs wij moeten gaan. Mensen behoeven wij, die hoge en grote normen weten te hanteren.
Niet alleen tegen
Wat is daartoe de weg? Wij moeten in de confrontatie met de machten van onze tijd telkens weer daarvan uitgaan, dat iedere strijd innerlijk verloren is, die zich alleen tégen iets richt, zonder allereerst vóór iets te worden gevoerd. Wij roepen vooral nu om personen van wezenlijk gezag. Geen maskers, maar mensen. Dat zullen mensen moeten zijn die in de ontmoeting met God doorlouterd werden. Vooral het overdadigkritische dat de gemeenten verteert zal op zijn minst dienen te worden gecorrigeerd. Betekent dat, dat wij afstand moeten nemen van alle kritiek? In genen dele. Maar wij moeten proberen kritiek te oefenen door het beste in hem allereerst op te zoeken. Wat bedoelen wij daarmee? Wie overal kwaad ziet, wordt zelf kwaad. Er is een zuurheid, die nimmer opbouwt. Stelt u zich eens voor, dat de mens onder wie u lijdt, op zijn doodsbed lag en u zelf daarnaast zou staan? Mij dunkt: wat worden de maatstaven dan anders! En voorts — wij zouden ons eens als gewoonte dienen aan te nemen elke kritiek in een gelofte om te vormen. Hoeveel grootheid in de wereld is uit een teleurstelling geboren. Een heilig voornemen, een gelofte werd daartegen als het ware in het veld gebracht. En — zou datgene wat ons aan anderen niet bevalt, ook niet een directe vermaning van God aan ons zijn om bepaalde fouten in ons leven te veranderen? Wij kunnen ook van anderer gebreken leren.
Voor Gods Aangezicht
Echte personen, persoonlijkheden nemen het levensleed voor Gods aangezicht. Hebben wij het niet allen ervaren? Menigeen, voelt zich op een verloren post. Hier is een onherstelbaar verlies geboekt. Daar een gevoelige mislukking gebleven. Elders een verloren strijd. Wij hebben hier geen andere oplossing dan door het dal heen te gaan. Wordt veel ons ontnomen, - moeten wij veel achterlaten, — wij gaan door onvoorstelbare eenzaamheid heen. Leven door de woestijn heen. Welnu — geen andere oplossing is er dan te volharden op deze standplaats. Het is de plaats van Elia. Allen die geloven moeten door zulke noden heen. Overwinning is niet na deze noden, maar in hen. God geeft ons soms midden in de beproeving een geheime zegen. Door diep te buigen vinden wij grote schatten. In de ontlediging van het onze de ontmoeting met God. In zulke omstandigheden wordt de laatste zondag van onze Heidelbergse Catechismus wonderschoon. Daar is immers sprake van de verzoeking. Welnu, wij behoren niet tot hen, die menen dat wij 'noodzakelijk' het leed moeten oproepen om gelouterd te worden. Maar het is wel waar, dat lijden ons schoolt in Gods omgang. In dit punt moeten wij denken aan die passage van Ilting, de klokkenluider uit Oosthoorn. De klokkenluider was van mening dat de diepte in het klokkenluiden pas kwam door het lijden. Dan kwam er ziel in de klok. Welnu, grote persoonlijkheden worden gevormd in de school van de levensonthechting. In de school van de levensloutering. Wanneer wij in persoonlijke omgang met God de drie stukken van onze catechismus leren, o, dan gaat er diepte komen. Augustinus, Kohlbrügge, Luther hebben met bloedspatten de theologie geleerd. Het gaat niet en nooit buiten het leven om. Echte Theologie is: stil te worden voor God. Misschien, zo denken wij wel eens, is één der grootste noden van de kerk dat ze teveel praat en praat . . .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's