De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

Op de laatst gehouden combi-synode is besloten een waarnemer van de Evangelisch Lutherse Kerk toe te laten tot de Raad van Deputaten Samen op Weg. Tijdens het beraad daarover heeft drs. R. H. Kieskamp (Leerdam) het volgende gezegd:

'Inzake het waarnemerschap bij de Raad van Deputaten Samen op Weg, van de Evangelisch Lutherse Kerk, heb ik er geen behoefte aan om tegen te stemmen. Mijn ja is erop gebaseerd dat ik genoemde kerk daarbij aanspreek op het goede van de Augsburgse Confessie.

Wel heb ik er behoefte aan enkele opmerkingen te maken over de achtergronden die tot dit waarnemerschap mede aanleiding hebben gegeven nl. — zoals ook staat in het werkverslag van de Raad van Deputaten Samen op weg — de zg. Konkordie van Leuenberg. Over deze konkordie, zoals afgedrukt op blz. 25 en 26 van genoemd werkverslag wil ik twee opmerkingen maken:

1. De manier waarop het verschil tussen luthersen en gereformeerden inzake de aanwezigheid van Christus in het Heilig Avondmaal is afgewerkt, is naar mijn gevoelen beneden de maat. Geïnteresseerd zijn in de wijze van tegenwoordigheid van Christus in het Avondmaal is een zeer wezenlijk iets dat alles te maken heeft met de Heilige Geest om zijn werk, tevens ook met het verstaan van de aard van de hemelvaart van Christus. Mogen dan allerlei diepere achtergrondvragen toegedekt worden?

2. Dat de zg. dubbele predestinatie wordt opgeofferd is onaanvaardbaar, met name als het eeuwig raadsbesluit Gods tot uiteindelijke verwerping wordt losgelaten "omdat het getuigenis der Schrift aangaande Christus" het handhaven ervan onmogelijk maakt. Dit riekt naar Barth en ook naar fundamentalisme. Naar fundamentalisme omdat - gesteld dat er geen bijbelteksten te noemen zijn die de verwerping van eeuwigheid leren (iets waar ik zelf het niet mee eens ben) - de zaak zelf toch zodanig in het hele schriftgetuigenis verankerd ligt dat men er niet omheen kan. Immers, als men de leer van de verwerping loslaat, dan heeft de leer van de verkiezing ook geen waarde meer en komen we ten diepste uit bij Pelagius en Erasmus, de vrije wil van de natuurlijke mens ten goede.

Uiteraard is mij bekend dat de leer van verkiezing en verwerping een zeer gevoelige materie is waar spoedig ongelukken kunnen gebeuren wanneer er fout mee wordt omgesprongen. Maar toch klopt hier naar mijn gevoelen het diepste hart van de kerk en dient het ter verankering van het sola gratia nl. het genadekarakter van de genade. Iets wat Samen op Weg toch ook zelf wil vasthouden, getuige het stuk over de rechtvaardiging van de goddeloze in de Verklaring van Overeenstemming. Reden waarom ik deze ontboezeming kwijt wilde.'

***

In een vorige Globaal bekeken namen we enkele stukjes over uit een aangekondigde autobiografie van Spurgeon (te verschijnen bij T. Wever te Franeker). Hier volgt nog een stukje van zijn hand:

'Mijn eigen ervaring is een dagelijks worstelen met het kwaad van binnen. Ik wenste wel iets in mijzelf te kunnen vinden, dat vriendelijk gezind is voor genade, maar ik heb mijn hart doorzocht, en tot nu toe heb ik bevonden, dat alles in opstand is tegen God. Nu eens komt er een ongevoeligheid en traagheid, wanneer men ieder ogenblik werkzaam behoorde te zijn, daar er toch zoveel te doen is voor God en voor de zielen der mensen, en zo weinig tijd om het te doen. Een andermaal komt er de levendigheid van de hartstocht, wanneer men kalm en koel behoorde te wezen en zich als christen behoorde te gedragen, geduldig dragende wat gedragen moet worden, en dan is er het onbedachte woord en de roekeloze uiting. En dan weer word ik gekweld door verwaandheid, door de duivelse fluistering — ik kan het niet anders noemen: — "Hoe goed hebt gij dit gedaan! Hoe edel hebt gij uw plicht betracht!". En dan komt wantrouwen haar buiten kruipen — schandelijk en trouweloos — het denkbeeld opwerpende, dat God geen acht slaat op de zaken der mensen, en te mijnen behoeve niet tussenbeide zal treden. En toch! Wat zou ik er niet om geven om volmaakt te zijn! Soms denk ik, dat ik, indien de kinderen Gods, van wie in het Oude en Nieuwe Testament melding wordt gemaakt, allen volmaakt waren geweest, tot wanhoop zou zijn gekomen. Omdat zij echter juist dezelfde soort van fouten en gebreken hadden, die ik in mijzelf betreur, ben ik wel niet zachtmoediger of toegevender gestemd voor de fouten en gebreken, maar ik verblijd mij, dat ik met ieder hunner mag zeggen: "De Heere zal het voor mij voleinden". Hij zal gewisselijk en buiten enige twijfel mijn geloof, mijn liefde, mijn hoop en elke andere genadegave tot volkomenheid brengen. Hij zal Zijn eigen voornemens volbrengen; Hij zal Zijn beloften volbrengen; Hij zal mijn lichaam en mijn ziel tot volkomenheid brengen. Terwijl ik er ten volle van overtuigd ben, dat voor enig mens volmaaktheid hier op aarde onmogelijk is, ben ik er evenzeer van overtuigd, dat toekomstige volmaaktheid voor ieder gelovige ontwijfelbaar zeker is. De dag zal komen, wanneer de Heere ons niet alleen beter, maar volkómen rein en heilig zal maken; wanneer Hij niet slechts onze lusten en begeerlijkheden ten onder zal houden, maar de duivelen volkomen uit zal werpen, en ons heilig, onberispelijk en onbeschuldiglijk voor zich zal stellen. Maar die dag zal, geloof ik, niet komen voordat wij ingegaan zijn in de vreugde onzes Heeren en te zamen met Christus verheerlijkt zullen zijn in de Hemel. Dan, maar niet eerder, zal Hij ons onstraffelijk stellen voor Zijne heerlijkheid in vreugde.'

***

'Met de beste wensen voor het nieuwe jaar', dat is de titel van een bij Ambo, Baarn, verschenen boek over en met 'Utrechtse nieuwjaarsteksten uit vroegere eeuwen'. Bij de aanvang van dit nieuwe jaar uit dit boek enkele stukjes.

Placcaat van 31 december 1583 tegen de heidense manier om te zingen en te trommelen op nieuwjaarsavond:

De Vroetschip dezer Stad, overwegende dat het hoogtyt van Corsmisse ende het Nieuwejaar zyn aanstaande, ende dat als dan diversche soorten van menschen, de eene onder titule zyner diensten, de andere onder een ander dekmantel, hun weder zullen meynen te onderstaan de goede luyden langs de straten, aan hare huysingen ende elders, Corsavond ende Nieuwjaar te eysschen, ende andersints onbeschaamdelyk af te vorderen, het welke door de meenigte groote penningen importeert, het welke myn Heeren voornoemt geresolveert zyn langer niet te gedogen, maar volkomentlyk af te schaffen, te meer, om de tegenwoordigen kostelyken ende duuren tyd , interdiceert ende verbiet alsulks allen ende eenen yder, hy zy oud ofte jong, mans ofte vrouwen, onder deksel van eenige diensten of ampten, die sy souden mogen hebben, nog onder geene andere oorsaaken, die ymand soude mogen weten voor te wenden, van nu voortaan binnen dese Stad, nog ook in de Vryheyt van dien, eenige Corsavond ofte Nieuwejaaren meer te eysschen of halen, van wie het ook zy, op arbitraile correctie; gelyk ook allen burgers ende inwoonders deeser Stad ende der selver Vryheyt, by desen ook wel expresselyken verboden word, geene Corsavond ofte Nieuwejaar in sulker voegen te geven, op poene van by yder te verbeuren eene gulden, tot behoef van den Officier ende den armen, elks de helfte; dog om de diensten ende lasten, die de sakkedragers, by tyde van brand (dat God verhoeden wil) onderworpen ende sut zyn, word henluyden by de Vroedschap voorsz geaccordeert ende toegelaten haren ommegang op Vastenavond , aIs van ouds.

***

• Het jaar 1866 was gewoonweg een rampjaar. Toen heerste een der zwaarste, maar ook een der laatste cholera-epidemieën in Utrecht. Er vielen 1725 slachtoffers, dat was meer dan 2, 5% van de bevolking.

In 1866 heerste niet alleen de 'cholera aziatica', zoals de ziekte officieel heette, maar ook de runderpest. In de provincie Utrecht stierven toen niet minder dan 34.000 runderen!

Geregeld kwam ziekte onder het vee voor, al was dat niet altijd in die massale mate als in 1866.

Verdryft de Runder Pest is een van de wensen van de askarlieden in 1763. Ook in 1785 heerste runderpest, maar dat niet alleen. De askarlieden weten ook dan waar dat vandaan komt:

'Wy mogen ook wel eens ons tyd met ernst besteeden,
Terwyl men van rondom niet hoort dan bitterheeden.
Wat woed'nu in deez' Stad de Kinderziektestraf,
Waar door ook meenig Kind gesleept wordt in het graf.
De Sterfte onder 't Vee geduurt zoo lange tijd,
Ach! dat ons Nederland daar van eens wierd bevryd.
Ziet Nederlandren ziet, dit zyn de bange vruchten,
Der Zonden die ons Land zoo deerlyk nu doen zuchten. ..'

In de nieuwjaarswens van de torenwachters van 1781 lezen we:

'Wijl Godes Roede blijft noch door zijn geduchte Hand,
Om 't Rundervee te slaan, noch in ons Vaderland,
Hoe meenig Beest is door die Plaage al overrompeld,
Hoe meenig Mens daar door in d'Armoede gedompeld...'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's