Dienen in het ambt
Ambt is allereerst en vooral dienst. Dienst aan God en van God uit, met volmacht dus, dienst aan de gemeente.
Aan het begin van elk nieuw jaar worden in vele gemeenten weer ambtsdragers bevestigd of her-bevestigd. Het is altijd weer een bemoedigende zaak om te mogen bemerken, dat de ambtelijke dienst in de gemeente voort mag gaan. Want wat is een gemeente zonder de ambten! Er zijn gemeensehappen, waar men slechts het ambt aller gelovigen kent. Maar het is een grootse greep van de Reformatie geweest om uit de bijbelse gegevens voor het ambt de ambtelijke dienst van de gemeente toe te vertrouwen aan ouderlingen, predikanten en diakenen.
Intussen is het opmerkelijk - hoewel begrijpelijk - hoevele malen in de onderscheiden bevestigingsformulieren de uitdrukking dienen en dienst voorkomt. Ambt is allereerst en vooral dienst. Dienst aan God en van God uit, met volmacht dus, dienst aan de gemeente. Wanneer we vergeten dat het bekleden van welk ambt dan ook in de gemeente dienen is dan liggen ontsporingen voor de hand.
Dienaren
Predikanten zijn dienaren. Ze zijn dienaren vàn het Woord en zó mogen ze dienstbaar zijn aan de gemeente. Predikanten zijn niet in de eerste plaats (vak)theologen. In hun gemeentelijke arbeid, in prediking, pastoraat en catechese mogen ze de kudde weiden in de grazige weiden van het Woord. Een predikant, die slechts theologie brengt aan de gemeente, miskent zijn roeping.
Al wat hij doet zal theologisch verantwoord moeten zijn. Maar zodra hij theologische stokpaardjes berijdt is hij geen echte dienaar meer. Hij is dienaar van alléén het Woord. Hij is dus ook geen dienaar van de gemeente, in die zin dat hij het de gemeente naar de zin moet maken. Ook de gemeente dient hij slechts in het Woord des Heeren. En hoe eenvoudiger dan de vertolking, hoe meer hij echt dienst des Woords aan de gemeente verricht.
Met eenvoud moeten we intussen ook wel voorzichtig zijn. Het moet verantwoorde, bijbels verantwoorde eenvoud zijn.
Kortgeleden hield drs. K. Exalto studenten in de theologie voor dat elke dienaar des Woords zich de gereformeerde theologie moet eigen maken om verantwoord te kunnen arbeiden in de gemeente. Het Reformatorisch Dagblad gaf daarvan later een vertekend beeld door in een aparte commentaar daarop te suggereren, dat drs. Exalto zich gekeerd had tegen het predikant worden van 'boerenknechten'.
Men vergat er gemakshalve bij te vermelden, dat hij daarbij stelde 'zonder theologische vorming', zonder gereformeerde theologische vorming. Wie zou durven ontkennen, dat bekende dienaren des Woords, die met veel vrucht de gemeente hebben gediend, uit alle lagen der bevolking kwamen, en dat ook 'boerenknechten' het tot een geachte staat van dienst in de kerk hebben gebracht. Maar opleiding is gewenst om de gemeente ook echt in de samenhangen van de Schrift te onderwijzen. De gemeente wordt niet gediend met theologische praatjes, maar ook niet met praatjes uit de gemeentetheologie. De gemeente wordt gediend vanuit een bijbelse theologie, die de prediking doortrekt.
Jammer intussen dat de afstand tussen de opleiding van de dienaren des Woords aan de universiteiten en de gemeenten vaak zo groot geworden is. Jammer bijv. dat de proefpreek aan de universiteit is afgeschaft, waar de gemeente de gelegenheid kreeg om mee te leven met een aanstaande dienaar des Woords, die uit de gemeente mocht voortkomen. Nu de zaken zo liggen doen gemeenten er dunkt me goed aan candidaten uit hun gemeente de eerste preek te laten verrichten in de gemeente zèlf. Dienaren komen uit de gemeenten voort, gaan de gemeenten dienen. Waarom zouden ze hun eerste stap op het preekpad ook niet zetten in de eigen gemeente! Met uitnodiging aan de hoogleraren!
Ouderlingen
Ouderlingen zitten op de leer. Ze bekleden een regeerambt. Predikanten zijn in feite lerende ouderlingen. Het bevestigingsformulier zegt ook dat er in de apostolische kerk twee soorten ouderlingen waren, namelijk die arbeiden in het Woord en de leer (de dienaren van het Woord) en degenen die opzicht hadden (over leer en leven). Maar al hebben ouderlingen dan een regeerambt, al is hen het toezicht toevertrouwd, ook hùn arbeid is dienen en niet heersen. Heel treffend zegt het bevestigingsformulier voor ouderlingen dat zulke mensen gekozen moeten worden, dat daardoor uit de gemeente Gods geweerd worde 'alle tirannie en heerschappij'. Er wordt dan direkt aan toegevoegd dat van het laatste sprake is wanneer 'bij één alleen of bij zeer weinigen de regering staat'. Me dunkt dat hier op niet mis te verstane wijze geoordeeld wordt over grote gemeenten, die menen zich een kleine tot zeer kleine kerkeraad te kunnen permitteren, bestaande uit enkele mensen, die jarenlang zichzelf waardig achten om de gemeente te leiden met uitsluiting van anderen. Kerkeraden zèlf kunnen de gemeenten, in plaats van die te dienen, ook overheersen. Dan brengen ze zelf in praktijk wat ze behoren te weren. Dan is ambt geen dienst maar macht.
Zullen verder juist ook kerkeraden de gemeenten niet zo moeten dienen, dat de gemeenteleden in hun onderscheiden gaven ook tot hun recht kunnen komen? Er zijn ook de charismata, de bijzondere gaven in de gemeente. Het ligt op de weg van de kerkeraad om zodanig leiding te geven aan de gemeente, dat de gemeente niet alleen hóórgemeente is ('s zondags) maar ook werkzame gemeente in de dagen van de week.
En verder, de ouderlingen hebben ervoor te zorgen dat alles in de gemeente 'betamelijk en met goede orde zal toegaan'. Ze hebben er voor te waken dat niemand anders in de gemeente voorgaat dan die 'door wettige beroeping de kerk van Christus dient'. Kerkeraden mogen ook in onze tijd wel ambtelijk optreden tegen hen, die zich wederrechtelijk in de gemeente indringen, zonder daartoe door de gemeente geroepen te zijn. Moeten we echter niet constateren dat in onze tijd door ouderlingen en predikanten ook soms maar wat wordt aangerommeld met hun jawoord op wat hen in het bevestigingsformulier werd voorgehouden?
Ambt is dienst aan God en daarna aan de gemeente. Dat betekent verantwoording aan God en de gemeente. Opdat de gemeente gebouwd wordt op het fundament van apostelen en profeten en niet op de inzichten en voorkeuren van mensen, ook niet van mensen, die tot een ambt geroepen werden.
Diakenen
Als we over een dienend ambt spreken dan denken we vaak vooral aan de diakenen. Maar - als gezegd - alle ambtelijke arbeid is dienende arbeid en behoort ook in dienende liefde te geschieden.
Intussen hebben diakenen een specifieke dienende taak in de gemeente en naar buiten. Ze hebben - zegt het bevestigingsformulier - tot taak de be-diening der armen. Ze zullen 'met blijmoedigheid en eenvoudigheid', met een 'bewogen hart en toegenegen gemoed' de armen helpen, niet alleen met 'uiterlijke gift' maar ook met 'troostelijke redenen'.
Van diakenen wordt 'onderscheidingsgave en voorzichtigheid' gevraagd, teneinde geen diensten te verlenen dan waar het nodig is. Wat dit betreft is het diakenambt in de praktische uitoefening het meest tijdgebonden. De leer - waarop de ouderlingen hebben toe te zien - is in feite wat we belijden met de kerk van alle tijden en alle plaatsen. Maar diakenen staan voor de vraag wat en wáár vandaag armoede is. Diakenen hebben altijd een creatief invoelings- en onderscheidingsvermogen nodig bij het onderkennen van de nood in de gemeente en in de samenleving er omheen. Het laatste óók, want al zegt de Schrift dat allereerst wel moet worden gedaan aan de huisgenoten des geloofs, allereerst wordt gezegd: doe wel aan alle mensen! Materiële armoede binnen de gemeente was in onze samenleving jarenlang sterk op retour maar komt vandaag weer terug. Materiële armoede ver weg wordt dicht bij onze deur gebracht, dus na aan ons hart gelegd. Andere armoede, waarin troostelijke redenen nodig zijn, kwam in onze samenleving op: werkloosheid, eenzaamheid, verslavingen, relatieproblemen. Ga er maar aanstaan, diakenen! Diakonaat is specifiek dienstbetoon aan armen en ellendigen. Het is helpen waar geen helper is.
Intussen gaat het er om dat de gemeente in haar geheel, door de ambtelijke dienst der diakenen, ook diakonale gemeente is. In het oude bevestigingsformulier voor de diakenen staat dat rijken weldadig, mild en gaarne mededeelzaam moeten zijn. Armen wordt voorgehouden arm van geest te zijn en zich jegens verzorgers in alle eerbied te gedragen. Christus moet gevolgd worden 'om de spijs der ziel en niet om het brood'. En dan staat er de befaamde zin: 'die gestolen heeft stele niet meer, maar arbeide liever, werkende met zijn handen dat goed is, opdat hij hebbe mee te delen degene die nood heeft'. Het stelen wordt hier wel direct in verband gebracht met de armen. Het is goed, dat het dienstboek voor de Hervormde Kerk - andere kerken deden dit trouwens ook - deze tekst gewijzigd heeft. Want rijken kunnen zich ook rijk gestolen hebben. En vandaag kan lang niet ieder werk vinden. Toch had dunkt me het woord stelen mogen blijven staan, namelijk in die zin dat waar wij als gemeente in haar geheel nalatig zijn om dienst te betonen aan de armen en ellendigen in deze wereld we het rentmeesterschap verzaken; we inhouden van de goederen, die de Heere ons heeft toevertrouwd om er ook anderen in te laten delen. De geschiedenis van Ananias en Saffira (Hand. 5) is van blijvende actualiteit in het diakonaat.
Loon
De Heere belooft intussen loon op getrouwe arbeid. Ook op alle ambtelijke arbeid. Het beloftevolle Schriftwoord luidt: 'wel gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten; ga in in de vreugde van uw Heer'. Maar het gaat dan wel om dienen. Paulus schrijft aan Timotheus dat hij Hem dankt, die hem bekrachtigd heeft, namelijk Christus, die hem getrouw geacht heeft, hem in de be-diening stellende. Als Paulus Christus dankt, die zelf dienende Hogepriester is, die gekomen is om te dienen en niet om gediend te worden, hoe zal ambtelijke arbeid dan anders vruchtbaar kunnen zijn dan wanneer het in dienst bestaat.
Nieuwe ambtsdragers, welkom in de dienst!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's