De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De praktijk van de diakonia (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De praktijk van de diakonia (1)

Diakenen en sociale zekerheid

11 minuten leestijd

De praktijk van het dienen begint met de ogen open. Omzien naar, zoeken en kijken, naar grote dingen? 

Daar was belangstelling voor! Oriëntatieavonden voor ouderlingen, ouderlingkerkvoogden, kerkvoogden en diakenen, georganiseerd door de commissie voor Diakonaat en Maatschappelijke Aktivering in de classes Harderwijk en Ede. Doel van deze avonden?

- Ambtsdragers wegwijs maken, oriënterend op weg helpen in het licht van gemeente-zijn;

- Ter bemoediging;

- Het eigen maken van de informatie door onderling gesprek;

- Het ontdekken van de eigen plaats in het geheel in: a. eigen ambt; b. samenwerking. De eerste avond was voor alle ambtsdragers theologisch-inspiratief gericht. Voor de classis Ede (daar waren er de eerste avond 70 aanwezig) hield dr. A. Noordegraaf uit Ede te Barneveld een lezing over 'Ambt en gemeente'. In groepen werd hierna gesproken over de vraag: 'Wat vindt u het vreugdevolle en wat het moeilijke in de vervulling van uw ambt? '

En daar kwam het een en ander uit:

Vreugdevolle:
samen gemeente-zijn;
kracht en leiding ervaren;
verbondenheid;
kloppende begroting;
instrument mogen zijn;
omgaan met het Woord van God;
bezig zijn met mensen;
ontmoeting en gesprek met mede-broeders en zusters;
samen bidden en weten, dat ook anderen voor jou bidden.

Moeilijke:

de ontmoeting in het gesprek op huisbezoek;
bidden;
zieken begeleiden;
mensen motiveren;
constateren, dat er veel zijn, die weinig over hebben voor de dienst;
eigen tekortkomingen;
ploegen op rotsen;
aktiveren op diakonaal gebied;
hoeveelheid werk.

Uit de lezing van dr. Noordegraaf enkele aandachtspunten:

1. Ambtsdragers zijn geen functionarissen of uitvoerende organen van de besluiten van de gemeente, maar spreken en handelen van Christuswege ten dienste van de gemeente.

2. De onderscheiding in drie ambten betekent geen onderschikking. Met name het diakenambt is in het verleden schromelijk onderschat tot schade van gemeente en samenleving.

3. Zijn de ambten er terwille van de gemeente, dan betekent de rechtse ambtsvervulling dat de gemeente toegerust wordt tot mondig geloven, dat de gaven onderkend en ten nutte gemaakt worden, en dat de dialoog met gemeenteleden onderhouden wordt.

De eerste avond voor de classis Harderwijk (ook hier ruim 70 aanwezigen) werd ingeleid door ds. C. Snoei uit Scherpenzeel (toerustingspredikant voor de GZB en de IZB). Een inleiding over de ambten in de kerk, naar aanleiding van Efeze 4.

Ook uit zijn Syllabus enkele opmerkingen:

1. 'Indien iemand het ambt van opziener begeert, begeert hij een voortreffelijk werk' (aldus Paulus in 1 Tim. 3:1);

2. Vaak horen we de klacht dat ambtsdragers overal voor moeten zorgen en dat de gemeente niet veel doet. Duidelijk is, dat die manier van gemeente-zijn niet naar de Schriften is (Ex. 19 : 6 en 1 Pet. 2 : 1-10 e.d.)

Wat kunnen wij daar tegen doen?

a. aan de gemeenteleden op bezoek, in kringen e.d. deze zaken voorhouden;

b. niet verwijten, maar dienen en wegwijzer zijn;

c. in de prediking naar voren halen;

d. samen bidden om de gaven en de vrucht van de Geest (vgl. 1 Kor. 13 liefde na 1 Kor. 12 gaven van de Geest);

e. aandacht voor toerusting door de gehele gemeente heen (vereniging, ouderen, jongeren e.d.);

f. zoeken naar evenwicht (opbouw naar binnen en toerusting naar buiten dienen gelijk op te gaan);

g. leren van anderen, bijv. kerken overzee (gemeenschap, werk van de Geest, leven onder druk en in armoede);

h. bij bevestiging van ambtsdragers een en ander hierover zeggen in kerkdienst en schrijven in kerkblad;

i. er dient dus een over en weer tussen gemeente en ambtsdragers te zijn, niet alleen (geoorloofde, opbouwende) kritiek, maar ook uitwisseling van geloof, vragen naar en aangeven van de weg, e.d.

Vragen:

Een vraag, die in de gespreksgroepen aan de orde kwam was: 'Op welke wijze kunnen ouderlingen, diakenen en ouderling-kerkvoogden dienend en opbouwend bezig zijn in onze tijd?'

Uit de groepen kwam o.a. het volgende naar voren:

- samenwerking tussen de ambten bevorderen, van elkaar op de hoogte zijn en elkaar informeren;

- aandacht schenken aan toerusting in kleine groepen of via een gemeente-avond;

- vanuit het liefdegebod oproepen tot een levend geloof, waarbij er aandacht is voor elkaar en de ander;

- het bevorderen van persoonlijk kontakt met gemeenteleden, om de gemeente als ambtsdrager te leren kennen en vertrouwen te krijgen;

- leren luisteren naar elkaar; omzien naar de noden in de gemeente zowel onder jongeren alsook onder de ouderen;

- via het groot-huisbezoek met elkaar in kontakt komen;

- nagaan op welke manier je als gemeente naar buiten treedt;

- aandacht voor maatschappelijke problemen in de gemeente bij gemeenteleden.

Aan het eind van de eerste avond werd aan iedere ambtsdrager een informatiebrochure uitgereikt met informatie over de organisatiestruktuur van de kerk, informatie over het takenpakket van de ouderling, de ouderling-kerkvoogd, de diaken en de kerkvoogd. Tevens werd de vraag meegegeven, of men in de eigen situatie eens zou nagaan, welke praktische problemen er bij de uitvoering van het ambt zijn.

De tweede avond stond in het teken van de praktjk van het dienen. Welke vragen zijn er in onze gemeente en hoe gaan wij met deze vragen om. De ambten werden op de tweede avond uitgesplitst, zodat men echt taakgericht met het 'eigen' ambt aan het werk kon. Onderstaand geef ik een korte impressie van het gesprek met de diakenen. Hierbij ben ik zelf betrokken geweest. In de classis Ede waren wij met 26 diakenen en in de classis Harderwijk met 16. Allereerst werd een korte inleiding gehouden over de praktijk van het dienen.

Dienen:

Als wij spreken over de praktijk van het dienen, dan zal eerst duidelijk moeten zijn, waar dat dienen vandaan komt. Van waaruit dienen wij en hoe dienen wij dan? (praktijk).

Dienen staat niet zo maar ergens tussen, het is niet maar een 'zwevend' begrip, zo van, je kunt er alle kanten mee op!

Wat is dienen? Wie is de diaken, die dient?

Spreken over het woord dienen is vaak veel gemakkelijker, dan het begrip handen en voeten geven. Dat je er ook echt wat mee kunt, in de konkrete situatie ook kunnen toepassen wanneer het gaat om b.v. Werelddiakonaat, jeugddiakonaat, omgaan met eenzamen, gehandicapten, verslaafden, baanlozen, vluchtelingen, vreemdelingen, zij die leven aan de rand van de samenleving. Ja, die aspekten nu handen en voeten geven, daarmee aan de slag gaan, je daarvoor inzetten als diakenen.

Dienen, wat is dat eigenlijk? Hoe vul ik dat, nu? voor mezelf, als dienaar, diakonos, staande in het ambt, in de diakonie van de gemeente, de dienst? Heeft u die vraag voor uzelf al eens beantwoord? Welke dimensie, welke diepte geeft u daaraan voor uzelf?

De diaken staat in de dienst, d.w.z. het dienen in de diakonia van de gemeente. Dat is niet ik-gericht, maar gericht op het andere, het dienen van de naaste, de naaste in nood, de naaste dat is je zuster, je broeder, waar je je als het goed is verwant mee weet, waar je ook verantwoordelijk voor bent. Immers, anders komt het dienen niet tot z'n recht. Toegespitst: dienen is barmhartigheid betonen, de gerechtigheid betrachten, de ander tot recht laten komen, immers de mens is uniek, is Gods schepsel! Dienen is ook het dienen in de gemeent, als onderdeel van het geheel, de gehele gemeente, waarin pastoraat, diakonaat en apostolaat niet los staan van elkaar, maar een eenheid vormen. Zij vullen elkaar aan! Waar plaatsen wij het dienen dan? Daar, achter de grote Diakonos, Jezus Christus, Die gekomen is om te dienen, gediend heeft en Zijn leven gaf tot een losprijs voor velen. Dienen achter Jezus aan, achter de Opdrachtgever aan. Wat is die opdracht? Het minst, niet het meest, nee het minst wat je aan Mijn broeder doet, dat heb je aan Mij gedaan! Wat zegt dat ons: Toon Mij uw werken... waaruit, of zij uit God, vanuit de opdracht gedaan zijn. Daar ligt ons antwoord! Onze verantwoordelijkheid! De dienst wijst naar mezelf, hoe ga ik met de opdracht om! Wijst dan naar opzij, de naaste en naar boven! Geven wij verantwoording aan de Opdrachtgever!

In die cirkel van de diakonie als diaken, staan wij in de lichtkring. Immers dan krijgen we ook iets terug! Wat? Levensvreugde. Ons leven beantwoordt dan aan ons scheppingsdoel, namelijk dienen. Vervolgens liefde en harmonie, eensgezindheid en bescherming. Wie zichzelf geeft in het geven , wordt van geven niet armer, maar veel rijker.

De praktijk van het dienen begint met de ogen open. Omzien naar, zoeken en kijken, naar grote dingen? Naar het effekt van ons werk? Naar alles wat zo geweldig zichtbaar van de grond komt? Neen, het gaat om het minste! Het minste moet de belangrijkste schakel zijn van de opbouw van de gemeente van Christus!

Maak je je voor het kleine, het geringste nou zo druk? Ja zeker! Wie zou kunnen denken, dat er een klein onopvallend mannetje als een Zacheüs in die boom zat en dat nou Jezus net bij die boom moest stil staan en moest zeggen: 'Zacheüs kom uit die boom. Ik moet je spreken!' Daar dacht toch geen mens aan! Er waren immers veel belangrijker zaken! We moeten zelf leren zien en omzien naar het kleine, verachte, het voor het aanzien minderwaardige! En wat gebeurt er nou, het verachte, minderwaardige bij Jezus wordt meerderwaardig! Dat is wat! Daar kunnen wij van leren in de praktijk van ons dienen! Het minderwaardige, meerwaardig laten worden! Zijn wij bereid als diakenen, zijn we bereid als gemeente ons daar eens voor op te offeren? Ja, ook de gemeente! De gemeenteleden, staande in het ambt aller gelovigen? Ook geroepen tot de dienst! Ook gemeenteleden wordt opgeroepen, met alleen hoorders van het Woord te zijn, maar ook daders! Zij horen erbij! Wie? Jongeren en ouderen! Geven wij ze de kans? Of buiten zij de kansen uit in situaties buiten de gemeente? Het dienen in de gemeente is niet een eenmalige zaak. Met één steen is nog geen huis gebouwd. Er zullen meer stenen aangedragen moeten worden. Is het huis klaar dan vraagt het om blijvende aandacht, van een timmerman, een metselaar, een schilder, een loodgieter, zij allen onderhouden het huis! Zo ook met onze aktiviteiten. We kunnen een mooi projekt hebben in de gemeente, waar ieder aan mee werkt. En als het afgelopen is, wat dan? Onderhouden we het? Schenken we er blijvend onze aandacht aan - hoeft niet altijd aan het projekt zelf - maar wel het geheel waarin zo'n projekt staat b.v. het hele Werelddiakonaat. Moet daar één man aan blijven werken? Er kunnen er verschillende zijn, vanuit verschillende invalshoeken, die het samen blijven dragen, samen blijven onderhouden, met eigen talenten en capaciteiten? Waarom? En nu kom ik tot de kern van de zaak! Waarom onderhoud, waarom blijvende aandacht? Ja, waarom onderhoud ik mijn huis? Dat huis is mijn bezit, het is mijn huis, daar voel ik mij thuis, mij mee verwant, daar heb ik alle liefde voor! Liefde, daar gaat het dus om! Is het dienen ons lief, dat we er alles voor over hebben! Bezitten wij die liefde, dan komt het dienen tot volle ontplooiing in blijvende aandacht voor datgene wat ons vanuit het hart lief is! Wat is dan liefde hebben voor? Liefde, die van boven komt! Aan ons in Christus pro deo geschonken en die liefde zoekt zich zelf niet maar uit zich in de liefdedienst naar de ander. Past dat maar toe op de praktijk van de diakonia, op datgene wat genoemd is en waarvoor - vanuit die liefde - de ogen opengaan, de handen worden uitgestoken en de voeten in beweging komen.

Waar wordt de gemeente gebouwd, waar is de diakonia het grootst? Daar waar de liefde woont, daar is immers ook de zegen! Daar ligt in ons voorbeeld van ons huis de hoeksteen, Jezus Christus zelf, op wie wij als diakenen, gemeenteleden verder kunnen bouwen en ons 'eigen' steentje kunnen bijdragen! Waar komen die stenen vandaan? Kijk, merk op, geef de ogen de kosten, in de wijk, in de straat bij de jongeren, bij de ouderen! Stenen genoeg! Het is maar dat we ze ontdekken! Wie zien ze niet zegt er één! Graaf maar, zoek ze maar onder het deksel van de vooroordelen vandaan, onder de etiketten vandaan, onder het wetticisme vandaan! En laat maar blijken: 'Ook u, ook jij hoort erbij!' De diakonia, een zaak die ons allen aangaat!

Hierna worden de diakenen uitgenodigd om in groepjes met elkaar een praktijkvoorbeeld te bespreken. Aan de hand van dit praktijkvoorbeeld vervolgens drie vragen bespreken.

A. Peters, diakonaal consulent Gelderland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De praktijk van de diakonia (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's