Boekbespreking
D. Vogelaar en C. Bregman, Mensen kindbeeld in bijbels-reformatorische zin (bijdrage tot de bezinning op het mens-en kindbeeld ten dienste van de schoolwerkplanontwikkeling op de reformatorische school), uitgave Begeleidingscentrum Gereformeerd Schoolonderwijs, Hendrik-Ido-Ambacht, 1983, 125 biz., ƒ 20, — excl portokosten (besteladres: Postbus 317 H. I. A.).
In deel 1 (Vogelaar) worden enkele moderne mens-en kindvisies kritisch beoordeeld. Hedendaagse antropologische visies leggen een zwaar accent op de funktionele mens, de mens die werkt, handelt, funtioneert. De wezensvragen (wie is de mens in het oog van God, Die hem het leven gaf en tot Wie hij ook weerkeert? ) verdwijnen daarbij naar de achtergrond. Vanuit evolutionaire visie is er veel aandacht voor het mens-zijn in wording. Achter allerlei publikaties op onderwijskundig terrein schuilt, al of niet uitgesproken, een bepaalde mensvisie. Deze moet worden onderkend en kritisch getoetst. Overigens sluit de sterk antithetische benadering van moderne mensvisies niet uit dat er ook oog is voor de soms verrassende waarheidselementen, waarvan dan ook dankbaar gebruik wordt gemaakt. Zo passeren drie visies de revue: de positivistische visie met de neo-positivistische variant, de marxistische mensvisie en de neo-marxistische variant en tenslotte de mensvisie van de existentiële fenomenologie. Men late zich niet afschrikken door deze moeilijke termen. Vogelaar geeft op leesbare wijze de hoofdlijnen van elk van deze benaderingen aan, vergelijkt ze met elkaar een spitst een en ander toe op het kindbeeld. De eigen keuze is: de pedagogische en ontwikkelings psychologische lijnen van Waterink c.s. door te trekken naar deze tijd, overigens niet zonder kritische herwaardering. Maar deze laatste wordt in dit boek nog niet geboden. C. Bregman geeft op gedegen wijze een schets van een bijbels-reformatorisch menskindbeeld. De mens is beeld Gods naar ziel én lichaam. Het criterium voor ons mens-zijn ligt in de mens zoals hij - zeer goed - uit Gods scheppende hand is voortgekomen. In het pedagogisch handelen is de mens, dus ook het kind, aanspreekbaar op wat hij moet zijn. Van belang is dat afstand wordt genomen van grieks-dualistisch denken dat in de traditie invloed heeft gehad. De mens hééft maar niet een lichaam - hij is een lichaam met leven (=ziel) erin. Zijn lichamelijkheid bindt hem aan de aarde. Er wordt een heldere samenvatting gegeven van het bij belse en gereformeerde zicht op het mens-zijn vóór en na de val, alsook op het herstel van het beeld Gods in de verlossing van de mens. Op blz. 93 spreekt Bregman te negatief over 'eros' als egocentrische liefde. Er is ook het element van natuurlijke liefde, de bekoring, in. Wel is volkomen juist dat christelijk gezien de agapèliefde de eros-liefde dient te doortrekken en beheersen. Na een evenwichtig hoofdstuk over 'verbond en kindvisie' volgt een samenvatting van het gehele boek in tien bladzijden. Zeer aanbevolen materiaal.
J. Hoek
A. Janse, Van Dordt tot '34, tweede druk, J. H. Kok, Kampen 1984, 190 blz., ƒ 19, 90.
De sinds lang overleden heer A. Janse was schoolhoofd te Biggekerke. Het heet dat zijn 'publicaties in de dertiger jaren veel invloed hebben gehad'. Ik wil dat niet betwisten, maar vind wel, dat zij nu in elk geval hun tijd hebben gehad. Het is mij dan ook een raadsel waarom dit boek van Janse over de Afscheiding, hetwelk 50 jaar geleden voor het eerst verscheen, opnieuw gedrukt moest worden. Dan was er, naar mijn mening, waarlijk nog wel wat anders in de 'oude doos' te vinden geweest, wat er meer voor in aanmerking kwam. Wat heeft de heer Janse meer gedaan dan het plunderen van het veel grotere werk over de Afscheiding van dr. Keizer, die hij dan ook herhaaldelijk citeert? Iets eigens kon ik in dit boek niet vinden, of het zou moeten zijn, dat hij nog meer dan dr. Keizer Hendrik de Cock van alle 'Schortinghuisianisme' heeft willen vrijpleiten. Het boek dient zich aan als een historisch werk (zie de titel), maar het is dat maar zeer betrekkelijk. Het verhaal is doorspekt met stichtelijkheden; en de schrijver keuvelt het een aan het ander vast. Om van het tendentieuze van zijn verhaal, b. v. in de weergave van de figuur van ds. Molenaar (blz. 115) maar te zwijgen. Neen, dergelijke 'historische' boeken behoef ik niet!
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's