De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heil voor deze wereld (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heil voor deze wereld (2)

9 minuten leestijd

We zagen de vorige keer hoe ons spreken over heil alles te maken heeft met de visie op het Koninkrijk van God. De aandacht voor dit centrale thema van de Schrift in de theologie van de twintigste eeuw is verheugend en met name voor zending en evangelisatie van eminent belang. Tegelijk ontdekken we hoe in het verstaan van de inhoud en de consequenties van dit gegeven de wegen nogal eens uiteen lopen.

Koninkrijk en kruis

Ook in de bundel die het onderwerp voor deze artikelen aangeeft komt deze problematiek expliciet ter sprake en ligt ze impliciet ten grondslag aan allerlei concepties over heil voor mens en samenleving.

Prof. dr. E. Jansen Schoonhoven wijst er in zijn bijdrage 'Koninkrijk en kruis' op dat de missionaire boodschap van het Nieuwe Testament pregnant wordt samengevat in een tweetal formuleringen: 'dit evangelie van het Koninkrijk' (Matth. 24 : 14) en 'Het woord van het kruis' (1 Kor. 1 : 18). Ten aanzien van de eerste formulering attendeert de auteur ons er op dat het woordje 'dit' terugslaat op het gehele evangelieverhaal dat Mattheus ons in zijn boek geeft: Het is het verhaal van Jezus' woorden en daden, Zijn lijden, sterven en opstanding. Het is de prediking van het Koninkrijk dat zich reeds nu manifesteert en dat er tegelijk nog niet in volheid is. Het is tevens een boodschap die heel ons leven, in al zijn verhoudingen, onder een sterke spanning zet: Burgers van dit Koninkrijk zijn roept tot omkeer, tot strijd, tot een nieuwe, bij dit Rijk passende stijl van leven.

Wenden we ons tot die andere formulering, het woord van het kruis, dan komen we op de voor Paulus zo centrale gedachte van de verzoening door het kruis van Christus en de rechtvaardiging door het geloof alleen. Moeten we nu kiezen tussen de wereldwijde perspectieven van het evangelie van het Rijk of de persoonlijke oproep: Laat u met God verzoenen? Jansen Schoonhoven wijst die keus af. Paulus weet, ook in de Romeinenbrief, van wereldwijde perspectieven en de oudste gemeente die Jezus als Koning beleed wist van de zegen van het voor ons gebrachte offer tot verzoening. Beide kernwoorden, aldus Jansen Schoonhoven, mogen niet voeren tot twee tegengestelde opvattingen van zending, maar vullen elkaar aan en moeten de hedendaagse tegengestelde opvattingen corrigeren.

Men kan hierbij de exegetische vraag stellen of de auteur helemaal recht doet aan de nieuwtestamentische gegevens door hier te spreken van tweeërlei gedachtenklimaat. Is de eenheid tussen Mattheus en Paulus toch niet groter dan het accentsverschil wat samenhangt met situatie, context en aard van hun geschriften (evangelieverhaal en brief)? De weergave van de Avondmaalswoorden bij Mattheus - ook Jansen Schoonhoven wijst daarop - brengt ons toch in de buurt van 1 Kor, 11. Maar ik denk ook aan de zaligsprekingen, aan de gelijkenis van de twee schuldenaars, aan het woord over de losprijs in Matth. 20 : 28 die allen het onverdiende, genadekarakter van het heil onderstrepen, of aan de woorden die heel persoonlijk spreken over de ingang in het Koninkrijk.

Polarisatie

Niettemin is de tegenstelling die Jansen Schoonhoven signaleert duidelijk aanwezig. Enerzijds horen we soms geluiden waarbij zending en evangelisatie opgaan in de persoonlijke bekeringsprediking en men van verbindingen met diakonaat, sociale aktie enz. niet weten wil, anderzijds stuiten we op visies en praktijk waarbij zending en evangelisatie opgaan in maatschappij-kritiek, sociale-politieke activiteiten en de gemeente in haar missionaire gestalte alleen nog maar bezig is met samenlevingsvraagstukken.

Soms bekruipt je het moedeloze gevoel dat de zaak zo gepolariseerd is, dat we over en weer niet mee willen luisteren naar elkanders argumenten en ons verschansen in de bunkers van onze eigen positie. Verwijten en verdachtmaking over en weer vertroebelen dan het klimaat en dreigen de gemeente te verlammen in haar missionaire activiteit. Het blijkt kennelijk altijd weer moeilijk te zijn om niet in eenzijdigheden te vervallen maar op de alzijdigheid en volheid van het Evangelie ook te antwoorden met een antwoord dat zich onderwerpt aan alle aspecten van het Evangelie en de gehele Schrift laat spreken in plaats van geliefkoosde ideeën of theologoumena die dan verabsoluteerd worden als dè waarheid. Gebiedt de eerlijkheid niet om te zeggen dat wij onder ons vaak erg sterk zijn in het aanwijzen van wat bij de anderen ontbreekt, terwijl we vaak weinig geneigd zijn ons te laten corrigeren in ons verstaan van de Schrift door de anderen?

Het doet weldadig aan als je dan stuit op pogingen die de polarisatie te boven willen komen, niet door een gulden middenweg te gaan of kunstmatig posities aan elkaar te 'lijmen' maar door gehoorzaam te luisteren naar het geheel van de Schrift. Ik vat de slotalinea's als volgt samen: Het hart van de boodschap is de rechtvaardiging door het geloof alleen. Christus is onze gerechtigheid. Maar de spits van dit woord is gericht op de gehele wereld, alle volken en rassen. Centraal blijft de verkondiging, maar woorden zonder daden zijn lege klinkklank.

Kunnen we vanuit deze bijbelse optiek de polarisatie te boven komen? Die vraag is ook aan de orde in de bijdrage van prof. dr. J. Verkuyl over de verhouding tussen de ontmoeting van 'Evangelicals' en 'Ecumenicals'. Verkuyl noemt zijn bijdrage een cri de coeur, een hartekreet. Zijn artikel is een bewogen pleidooi onbijbelse polarisatie te boven te komen.

Er was een tijd, zo betoogt hij, dat evangelisch en oecumenisch bij elkaar hoorden. De evangelische stroming in de Engelse kerk bijvoorbeeld uit de vorige eeuw was ook oecumenisch gericht. Nu blijken er ten aanzien van de visie op de aard van het Schriftgezag, de kerk, de fundering en de methoden van de zending, de ethische vragen diepgaande verschillen te zijn tussen hen die zich rekenen tot de evangelische bewegingen en de Wereldraad van Kerken, waarbij dient aangetekend te worden, dat 'evangelisch' en 'oecumenisch' namen zijn die een veelheid van stromingen elk in zich bergen. Hoewel het niet eenvoudig is de verschillen op een formule te brengen, kan men zeggen dat ze toch wel samenhangen met de twee door Jansen Schoonhoven geschetste benaderingen. Daarbij dreigt heel snel vertekening en versimpeling van het beeld.

Verkuyl is evenwel van mening, dat de polarisatie door persoonlijke contacten en open discussies overwonnen kan worden. Het document over zending en evangelisatie dat te Vancouver aanvaard werd ziet hij als vrucht van gezamenlijke bezinning en samenwerking.

Heil en heiliging

Al kan men de vraag stellen of Verkuyl in zijn enthousiasme niet te optimistisch spreekt over de samenwerking, - Balke is m.i. in een artikel in Kerk en Theologie ten aanzien van de samenwerking wat genuanceerder omdat de positieve bijdrage van de Evangelicals z.i. ook een zeer kritische was - wij zullen dankbaar mogen zijn voor elk document dat het geheel van de Schriftgegevens probeert vast te houden: Woord en daad, getuigenis en dienst, het wereldwijde en het persoonlijke, het centrum van het heil in de vergeving en de verzoening en de tekenen van dit heil op het aardse, en sociale vlak.

Maar werken deze stemmen ook door? Ik meen dat er in de door Jansen Schoonhoven aangegeven bijbelse noties wel een weg loopt van het hart van het Evangelie (verzoening en rechtvaardiging) naar de sociale en politieke consequenties van dit Evangelie. Maar moeilijker lijkt mij om de aansluiting aan het bijbels getuigenis te vinden wanneer men eerst zending nagenoeg laat opgaan in sociaal-politieke activiteiten.

Hier is mijns inziens de relatie tussen heil en heiliging, de verhouding ook van geloof en werken, het genadekarakter van het heil in het geding. Ook is van beslissende betekenis, of men uitgaat van de Woordopenbaring of zijn startpunt neemt in de moderne wereld en de samenlevingsvragen. Van Niftrik heeft jaren geleden de discussie rondom verticalisten en horizontalisten eens gebracht op de noemer van de tegenstelling Wet en Evangelie, die samen toch het ene Woord Gods vormen. Ook hij wijst onvruchtbare polarisaties en onbijbelse eenzijdigheden af. We hebben en het verticale en het horizontale nodig, willen we bijbels evenwichtig spreken. Maar zo vervolgt Van Niftrik dan, we komen niet klaar met een uitgebalanceerde verhouding. De kern van het conflict is, of het Evangelie nog het Evangelie blijft. Het heil in Christus komt van God, niet van de mens. En het gaat aan al ons handelen vooraf. En hij verwijt de moderne theologie van de zestiger jaren dat ze grotendeels vervallen is aan een verwettelijking van het Evangelie.

In allerlei discussies rondom zending en evangelisatie, rondom de reikwijdte van het heil keren deze vragen terug. Stellig zullen we het serieus moeten nemen, wanneer tot hen, die het belijden van de rechtvaardiging van de goddeloze hoog in het vaandel hebben staan, gezegd wordt: 'Maar wat doen jullie met de wereldwijde aspecten van de Boodschap, waar is de bewogenheid met hen die vernederd en vertrapt zijn, hebben jullie er oog voor dat Gods Koninkrijk over alle dingen gaat, ook over volken en overheden, politieke verbanden en structuren?'

We kunnen ook op rechtzinnige, conservatieve wijze het Evangelie versmallen en aanpassen aan onze politieke overtuiging.

Maar ik meen dat juist de reformatorische theologie, die zijn uitgangspunt neemt in het hart van het Evangelie: Gods genade in Christus, met zijn aandacht voor de vragen van persoonlijk geloof en omkeer, heilszekerheid en heilstoeëigening, geweten heeft van het theocratische dat heel de wereld omspant. Daarom vormen de artikelen van Jansen Schoonhoven en Verkuyl mijns inziens een uitdaging om in prediking en in kerk-zijn, in missionaire aanpak en in diakonaat ernst te maken met de door hen genoemde aspecten: met het zeer persoonlijke en met het universele. Anders gezegd: Wij zullen niets af mogen doen van de universaliteit van het heil (God heeft de wereld lief) en de consequenties daarvan hebben te doordenken, maar tegelijk kunnen we onmogelijk opgeven de centrale bijbelse notie dat dit heil niet in het verlengde ligt van menselijke aspiraties, maar vreemd en te­gendraads is en ons alleen ten deel valt in de weg van geloof en bekering. En dat betekent toch, dat we vanuit een positieve benadering toch kritische vragen moeten stellen aan allerlei concepties in de hedendaagse bezinning. De bundel Heil voor de wereld daagt ons daartoe uit. Ik hoop er in een derde artikel op terug te komen.

A.N.

 

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Heil voor deze wereld (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's