De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De eigen weg van de gereformeerde Hervormden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De eigen weg van de gereformeerde Hervormden

17 minuten leestijd

De bekende historicus H. Algra heeft destijds een serie lezingen door hem in een gijzelaarskamp gehouden, in het licht gegeven onder de titel: De eigen weg van het Nederlandse volk.

Naar analogie daarvan wil ik thans enkele gedachten in uw midden neerleggen over 'de eigen weg van de gereformeerde Hervormden'. Daarbij is het niet mijn bedoeling een beschouwing te wijden aan onze afkomst, die ik voor dit ogenblik als genoegzaam bekend veronderstel, maar liever met u na te denken over onze positie thans en daarvandaan wellicht in de nabije toekomst.

Gereformeerd-hervormd

Het zal u niet ontgaan zijn, dat voor deze gelegenheid niet de bekende wending 'hervormd-gereformeerden' werd gebezigd, maar werd uitgegaan van Hervormd als eerste bepaling, terwijl het 'gereformeerd' een nadere omschrijving bevat. Daarmee beklemtoon ik dat wij tot de Nederlandse Hervormde Kerk behoren, dat deze kerk ónze kerk is. En tevens, dat wij in haar op een gereformeerde wijze begeren te leven en te handelen, gereformeerd, dat wil zeggen, zoals de drie nederlandse belijdenisgeschriften dat omschrijven. Wij - dat slaat dan nu en voorlopig niet op ons die hier als predikanten bijeen zijn, ook niet op de organisatie van de Ger. Bond, maar op het gereformeerde volk in de vaderlandse kerk. Ten aanzien van de Godsleer, de Christologie en Pneumatologie, de Heilige Schrift, schepping en voleinding, verzoening en verlossing, verkiezing en verwerping, roeping en wedergeboorte, de kerk en de sacramenten oriënteert zich ons geloven en denken aan de confessie, die naar onze innige overtuiging de Heilige Schrift betrouwbaar vertolkt. Voor het leven en spreken van de kerk achten wij in deze confessie een weg gewezen en een afbakening gegeven. Zeker is de confessie revisabel, maar dan in een kerkelijke weg, waarbij de Heilige Schrift het eerste en het laatste woord zal dienen te hebben.

In dit ons aan de Schrift als norma normans en aan de belijdenis als norma normata ons gebonden weten, staan en gaan wij wel anders dan de meerderheid in onze kerk. Er zijn er die wel een heel stuk waardering voor de belijdenis hebben, maar toch niet met alles van haar uit de voeten kunnen. Anderen beschouwen haar in feite als een museumstuk, waar je nu niets meer mee kunt beginnen en dat je voor het heden geen enkele verplichting oplegt. Deze situatie, die van een gereformeerde minderheid in een meer in naam dan feitelijk gereformeerde kerk, een kerk, die gemakkelijk openstaat voor alle mogelijke leringen en leefwijzen van elke nieuwe tijd, een kerk die er nauwelijks of geen weerstand aan kan bieden wanneer het Evangelie wordt horig gemaakt aan de tijdgeest, een kerk die haar gereformeerde belijdenis o zo gemakkelijk laat overspelen en overspoelen door meningen van de dag, moderniteiten die o zo spoedig weer hebben afgedaan - deze situatie duurt nu al, laten wij zeggen, zo'n twee eeuwen. Dat er dan, ondanks Afscheiding en Doleantie, ondanks alle geruisloos of rumoerig afscheid uit de kring der gereformeerden nog altijd een gereformeerd deel in de Hervormde Kerk te vinden is, moet elk die daarover nadenkt toch wel verwonderen. Want deze eigen weg van de gereformeerden betekent, dat wij nee moeten zeggen tegen vele zaken in onze kerk en ja tegen onze kerk als huis waarin wij wonen en willen blijven wonen. En tevens, dat wij ja kunnen zeggen tegen vele zaken in de kerken der scheiding, maar even beslist nee tegen hun kerkelijke behuizing.

In het gaan van deze weg ondervinden wij de nodige bestrijding. Dat behoeft ons niet te verbazen, want het is een moeilijke weg, moeilijk voor ons zelf, lastig voor anderen. Er wordt ook wel gezegd een inconsequente en kromme weg. Voor de één zijn wij te veel Hervormd en te weinig gereformeerd. Voor de ander te weinig Hervormd en te veel gereformeerd.

Organisaties

In deze weg zijn wij verstoken van veel hulpmiddelen, waarover anderen wel de beschikking hebben. Daar staat tegenover dat wij onze eigen organen hebben voor zending en evangelisatie, jeugd- en zondagsschoolwerk, mannen- en vrouwenvormingswerk, een eigen orgaan voor hulpwerk in Oost-Europa en een eigen vereniging van en voor gehandicapten. En deze hebben alle weer hun eigen periodiek. Hier liggen enorme mogelijkheden. Maar een zwakke kant eraan is toch wel dat onze stem niet veel verder klinkt dan eigen kring, terwijl informatie van buitenaf soms niet tot ons doordringt. Maar daarnaast is er niets dat een herv.-gereformeerd stempel draagt. Ik denk aan de omroep. Vanouds waren wij aangewezen op de N.C.R.V. Natuurlijk zijn er in elke organisatie dingen die men voor lief moet nemen. Maar ik denk, dat 'onze mensen' vaak loyale leden van de N.C.R.V. zijn geweest. Sommigen steunen haar nog. Maar velen zijn zich daar minder thuis gaan voelen toen de moderne geest meer en meer bepalend werd voor het beleid en de programma's. En dezen zijn overgegaan naar de E.O., hoewel wij ons niet kunnen ontveinzen dat daar heel wat niet-gereformeerde invloeden zijn die ons bepaald niet kunnen bekoren.

Wie een landelijk dagblad las, was in de naoorlogse jaren in de regel geabonneerd op 'Trouw' of één van de bladen uit het Diemer kwartet. Maar de laatste groep is door de eerste opgeslokt, 'Trouw' werd echter inhoudelijk, principieel bezien nog magerder dan het al was. Velen hebben van deze helaas ontrouwe krant afscheid genomen. In veel van onze gezinnen komt sindsdien het 'Reformatorisch Dagblad'. Maar dat is ook niet alles en het brengt onder deze vlag heel wat binnen wat ons niet goed smaakt. Het is niet te verwonderen dat de een na de ander het niet meer op kan brengen voortdurend op zaken onthaald te worden, die hem extreem en bepaald niet als reformatorisch voorkomen. In elk geval kan niet ontkend worden dat vele dingen die tot voor kort zich beperkten tot de oudgereformeerde kring nu binnenkomen in onze gezinnen en dat met de mogelijk zelfs onbedoelde pretentie, dat deze dingen nu het echt reformatorische kenmerk vormen. Vergis ik mij, dat daar het redactioneel beleid in elk geval iedere kritische opmerking in de richting van de synodale en buiten verbandse Gereformeerde Gemeenten en de Oud-gereformeerden voorkomt, terwijl de slagen op de hervormde gereformeerden rustig kunnen neerdalen? Dat laatste is niet zó erg, daar word je groot van, maar als mijn vermoeden juist is, is het wel de vraag of dit beleid eerlijk is. In elk geval vraag ik me, het R.D. inziend dikwijls af: Moet dat nu zo?

Ten aanzien van het onderwijs kunnen soortgelijke dingen gezegd worden. Onze kinderen gingen in het verleden zonder grote problemen naar het gangbare christelijke onderwijs. Maar ook daar zijn de dingen veranderd. Een heel moderne geest is door dit onderwijs gaan waaien. Als wij eraan denken hoe de voortrekkers in de schoolstrijd zich daarvoor hebben ingezet, dat er onderwijs zou komen dat de kinderen het Evangelie zou doorgeven en dat in zijn geheel aan het gezag van de Heilige Schrift zou onderworpen zijn, onderwijs dat de kinderen zou leren naar de geboden en beloften des Heeren te leven, dan kunnen ons alleen maar de tranen in de ogen springen. Het geestelijk verval van de kerken werkt ogenblikkelijk door in het onderwijs. Maar zijn wij er nu altijd met de reformatorische scholen? Mogen we zo gemakkelijk het christelijk onderwijs loslaten? Hoe gul is men bij het reformatorisch onderwijs met posten voor bestuur en onderwijzend personeel voor de gereformeerde Hervormden? Eigen onderwijs bezitten wij niet, terwijl toch de factor van de overdracht aan de komende generatie zo'n gewichtige is. Ten aanzien van de partij-politieke keuze geldt ook al weer een situatie die lang niet ieder van de gereformeerden in de Hervormde Kerk bevredigt. De recente verschijning van het boekje 'Christelijke politiek vandaag' is er een illustratie van hoe divers het hervormd-gereformeerde volk zijn stem uitbrengt.

In elk van die verbanden heeft men zijn mogelijkheden zijn politieke verantwoordelijkheid enigszins gestalte te geven, maar bij geen van deze voelen wij ons volkomen thuis.

Er zouden nog wel meer terreinen te bedenken zijn, maar dit viertal acht ik voldoende om aan te geven, dat onze eigen positie in onze kerk met zich meebrengt een eigen positie in andere verbanden. Wij gaan onze eigen weg, daarbij gebruik makend van N.C.R.V. én E.O., van 'Trouw' én het R.D., van het christelijk onderwijs én reformatorische scholen, C.D.A. én S.G.P. en R.P.F., bij welke volgorde ik de anciënniteit in acht heb genomen (ook t.a.v. het C.D.A., als opvolger van zowel A.R.P. en C.H.U.).

Het gaan van deze eigen weg is niet zonder mogelijkheden én gevaren. Wij zitten niet in één van de genoemde organisaties 'opgesloten', maar kunnen in wijdere kring onze invloed laten gelden, waarbij het niet om ónze invloed en ónze macht gaat, maar om het beginsel dat wij voorstaan. Maar wij kunnen daarbij ook invloeden ondergaan, die onze eigen identiteit aantasten.

Theologische opleiding

Wat mij in dit opzicht bepaald zorgen geeft is de omstandigheid van de theologische opleiding. Aan geen der rijksuniversiteiten wordt de theologie gedoceerd in gereformeerde zin. En daar, alsmede van de universiteit van Amsterdam, terwijl nu ook Brussel genoemd kan worden, komen toch de dienaren des Woords vandaan. Maar met een heel beperkt aantal lessen in gereformeerde geest gegeven moeten wij ons tevreden stellen. Deze stand van zaken maakt een gereformeerde bezinning op de verschillende onderdelen van de theologische wetenschap onmogelijk. Ik vrees dat hier een manco onder ons ligt, waarvan de negatieve gevolgen zich in toenemende mate zullen openbaren. Zou hier soms een taak liggen voor de Ger. Bond, die daar mogelijk meer aan zou kunnen doen dan hij doet?

Nu kom ik tot de vraag: wat is ten aanzien van deze eigen weg de speciale verantwoordelijkheid van ons als predikanten?

Deze 'eigen weg' - dat betekent dus: gereformeerd in een kerk die in belangrijke mate niet gereformeerd is; daarin wat steun vindend in diverse gereformeerde organisaties binnen onze kerk, maar op andere terreinen 'inwonend' in verbanden, die een heel samengesteld karakter dragen. Laten wij wel bedenken, dat de gereformeerde leer voortdurend wordt belaagd. In de ons omringende landen is er weinig van over gebleven. Wanneer deze leer ons lief is geworden, wanneer zij ons diep in het hart is gezonken, wanneer zij - om zo te zeggen - vlees van ons vlees en been van ons gebeente is geworden, dan zien wij haar ook graag verder gaan, naar komende generaties toe.

Als vertrekpunt voor het antwoord op de zoëven gestelde vraag kies ik een zinsnede uit de Heidelberger Catechismus, en wel één uit zondag 48, waar gesteld wordt dat de bede 'Uw Koninkrijk kome' onder meer betekent: bewaar en vermeerder Uw kerk.

Bij dit bewaren en vermeerderen nemen wij als predikanten een bijzondere plaats in, die ook een heel verantwoordelijke plaats is. Wij worden immers wekelijks geroepen tot de bediening van het Goddelijk Woord, dat hét middel is dat de Heilige Geest als het Hem behaagt wil gebruiken tot behoud van mensen, maar ook tot hun onderwijs en versterking van het geloof. Daarnaast zijn wij dagelijks in de weer in andere gestalten van de bediening van het Woord. Als wij deze dienst grondig verkeerd verrichten, werpen wij een blokkade op voor de Heilige Geest en vervalt de kerk.

'Bewaar en vermeerder Uw kerk'. Zij dient stand te houden en zelfs in omvang toe te nemen.

Toespitsingen

Staat mij toe hieraan enkele toespitsingen te ontlenen voor ons als predikanten in het huidig tijdsgewricht.

1. Laten wij vlijtig aan de studie blijven. Dat behoeft niet persé te zijn die gericht is op doctoraal examen of promotie. Wel zullen wij een stimulans kunnen vinden in het zich samen met een ander of enkele anderen op een bepaald onderwerp te richten, dan het ene, dan het andere. Laten wij ons bezighouden met de klassieken der kerk, dat stelt onze geest in de wijde verbanden van Gods Una Sancta. Laten wij de gereformeerde theologie bestuderen, die ons zo geweldig kan verdiepen, opdat wij weten wat gereformeerd is. Als gereformeerde predikanten in de Hervormde Kerk hebben wij de roeping de gereformeerde theologie te kennen én tegelijkertijd op de hoogte te zijn van de grote lijnen van de heersende theologie.

2. Maar de bron van alle theologie is de Heilige Schrift. Laten wij vooral haar bestuderen. Wat is zij een goudmijn, waarin wij nooit uitgedolven raken! Wat zijn er vele prachtige hulpmiddelen die ons ten dienste staan! Wij beseffen nog niet half hoe bevoorrecht wij zijn ook met onze eigen bibliotheek, die voor zo veel collega's in zo veel andere landen uiterst gering is. Zij hebben veelal maar over heel weinig hulpmiddelen de beschikking. Maar laten wij de onze wel gebruiken. Hoe meer wij studeren in de Heilige Schrift en hoe meer wij de theologie beoefenen, hoe meer gemak wij zullen hebben bij voorbereiding en uitvoering van onze verschillende taken, de prediking voorop. Maar des te meer zullen wij ook toegerust zijn voor de toerusting van de gemeenteleden.

Bij onze studie zullen we heel kritisch moeten omgaan met de tijd, maar als wij dit doen is dat niet voor ons zelf alleen, maar zal de gemeente mét de kerk daar rijpe vruchten van plukken.

3. Hoe zullen wij in deze kritieke tijd staande en gaande blijven als wij als dienaren van het Woord niet tevens zijn mensen van gebed? Hoe staat het met het gebed in de pastorie? Het gebed in onze binnenkamer? Is de gemeente misschien soms zo dor omdat onze eigen ziel zo dor is? Zijn wij misschien soms zo ontgoocheld of verbitterd, omdat wij te weinig de Heere hebben gezocht om voor Hem ons hart uit te storten? Geloven wij nog in de kracht van het gebed? Hoe zullen wij onze weg kunnen gaan, als wij niet veel overleg plegen met de Heere onze zender? Hoe zullen wij vruchtbaar in onze dienst kunnen zijn als wij niet in een voortdurend kontakt staan met Hem die de bron van troost en licht is? Is er niet alle reden, dat wij ons dagelijks voor Hem verootmoedigen. Hem onze zonden belijden en dagelijks Zijn barmhartigheid prijzen? Laten wij mannen van gebed zijn.

4. Bij al onze zorg voor de gemeente, Gods gemeente, mag er wel wat extra aandacht zijn voor de jeugd. Er komt enorm veel op haar af. Het geestelijk klimaat is voor haar veel ruwer dan toen wij tieners waren. De discrepantie tussen enerzijds thuis en de kerk en anderszijds het moderne leven is veel groter dan enkele decennia terug. De H.G.J.B, die dit jaar jubileert en juist ook in dit kader de plaats van de jongeren in de gemeente wil benadrukken kan ons en de kerkeraden daar erg bij behulpzaam zijn. Er moet ons heel veel aan gelegen zijn dat de jongeren bij de gemeente bewaard blijven. Het is voor hen zelf van hoog belang. Maar zij zijn ook de leidinggevenden, de ouderlingen en diakenen van morgen.

5. Als wij geroepen worden tot het innemen van plaatsen in meerdere vergaderingen, in raden en commissies van onze kerk, laten wij daarin dan onze verantwoordelijkheid verstaan. Ik heb de indruk - maar ik kan mij vergissen en ik hoop dat ik mij vergis - dat er op de classicale vergaderingen een verontrustend absentisme is. Laten wij toch trouw zijn op de plaats waar God ons heeft gesteld, ook in het geheel van de kerk. Laten wij op onze hoede zijn voor lauwheid, maar toegewijd en met een brandend hart de Heere dienen, overal waarheen Hij ons leidt. Als wij lauw zijn, hoe kunnen wij dan verwachten, dat gemeente en kerk warm zijn? Zijn wij niet voor-gangers, kop-lopers, weg-baners? Laten wij dat zijn met de blik gericht op de grote Voorganger, de Leidsman en Voleinder van het geloof, Jezus Christus, trouw en met een beetje moed en zonder al te veel vrees voor de mensen.

6. 'Bewaar en vermeerder uw kerk'. Als zij in deze tijd bewaard mag blijven is dat al 'heel wat - zou zij in Nederland (om daar maar bij te blijven) in deze jaren van afval en saecularisatie nog vermeerdering te wachten hebben? Het is ons gebed wel. En als wij waarlijk geloven in God die een God van wonderen is, een God die het licht roept uit de nacht, een God die leven schept uit de dood, kunnen wij dan zonder hoop zijn?

Tenslotte

Wij hebben het niet in de hand, maar kunnen als predikant, kerkeraad en gemeente ons daarvoor wel beijveren. In dit verband nog enkele zaken, heel in het kort. Ik denk namelijk, dat wij als predikanten en gemeenten meer kunnen doen en meer behoren te doen dan gedaan wordt.

a. Onze tijd is er een van veel eenzaamheid, die steeds meer mensen tot een onherroepelijke wanhoopsdaad brengt. Het is onze roeping te bevorderen dat de gemeente meer een gemeenschap is, waar het ene lid met het andere lijdt. Dat daar meer warmte is, in een zo kille, materialistische en egoïstische wereld. Zou van een gemeente waar liefde van uitstraalt, geen werfkracht uitgaan, ook vandaag?

b. Laten wij de moed hebben zaken van de 'kleine traditie' bespreekbaar te maken. Traditie is goed. Maar traditionalisme is het voorstadium van de dood. Laten wij vrezen voor dorre vormen, die bevorderen, dat meelevenden het stilletjes laten afweten en verijdelen dat iemand van buiten getrokken wordt. Ik ben ervan overtuigd, dat een hartelijke Christus-prediking omrankt door een eenvoudige, hartelijke liturgie het beste medicijn is tegen de geestelijke kwalen van deze tijd. Geloven wij nog in de levendmakende kracht van de levende Heiland?

c. Het lijkt me van belang voor het gaan van onze eigen weg, dat de kerkeraden meer gaan doen aan het beleid op de langere duur. Op onze kerkeraadsvergaderingen zijn we waarschijnlijk veel te veel met andere zaken bezig. Laten we meer beleidsmatig bezig zijn, als predikanten en kerkeraden. Wat staat ons voor de geest? Welke prioriteiten stellen we in het gemeentewerk? Waar koersen we op aan? Is het niet de hoogste tijd, dat wij kontakt zoeken met kerkeraden van gemeenten van dezelfde belijdenis, om onze gemeenschappelijke zorgen én roeping te bespreken. Ik denk daarbij aan onderwerpen als: evangelisatie, hulp aan verslaafden en andere mensen in noodsituaties, zorg voor jongeren. Wie weet wat er gaat gebeuren als gemeenten van dezelfde belijdenis elkaar eens gaan zoeken!

d. Laten we als predikanten geen onnodige ergernissen oproepen. Ik denk dan aan meerdere dingen, maar noem er slechts één. Wij hebben wekelijks of om de veertien dagen te schrijven in onze kerkbode. Maar laten wij toch eens een beetje kritisch zijn op hetgeen wij daar schrijven. Soms komen mij wijkberichten en meditaties onder het oog die mij met verbazing vervullen. Wat een rammelende stijl, wat een zalvende toon, wat een onzin soms. Een ontwikkeld gemeentelid kan zich in sommige gevallen niet voorstellen met een academisch gevormd predikant, maar eerder met een oefenaar te maken te hebben.

Kan dat niet anders?

Het zij onze vurige begeerte Christus te prediken, wiens kruis dwaasheid en ergernis voor ongelovigen is, maar een kracht van God tot zaligheid.

Laten wij in deze dienst alles geven en het beste geven wat wij hebben, wat wij ontvangen hebben. En laat dat zijn met het gebed, dat de Heere deze dienst gebruike opdat Zijn gemeente haar eigen weg mag gaan door deze wereld naar de voleinding en het Rijk der heerlijkheid. Met het gebed ook, dat de Heere nu Zijn kerk wil bewaren en vermeerderen.

Bij Hem zijn altijd nieuwe mogelijkheden. Hij geve u moed en krachten, geloof en volharding om in Zijn dienst bezig te zijn en zijn weg te gaan.

Openingswoord op de predikantenvergadering van de Gereformeerde Bond op woensdag 9 januari 1985 te Zeist.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De eigen weg van de gereformeerde Hervormden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's