De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

15 minuten leestijd

Euthanasie - ethiek en politiek

Het studierapport 'Euthanasie en Pastoraat' van de sectie Pastoraat van het deputaatschap Gemeenteopbouw van de Geref. Kerken, dat op de synode van deze Kerken aanvaard is als een bijdrage aan de meningsvorming om te komen tot een standpuntbepaling, heeft nogal wat pennen in beweging gebracht. Een afwijzende reactie kwam van de politicus F. Borgman, lid van de Tweede Kamer voor het CDA. Borgman is voorzitter van een commissie vanuit de fractie van het CDA die binnenkort met een standpuntbepaling hoopt te komen. Terwijl in het rapport van de Geref. Kerken voorzichtig enige openingen gemaakt worden naar de kant van de actieve euthanasie, acht Borgman dit een buitengewoon gevaarlijke weg. De redactie van het Centraal Weekblad bracht dhr. Borgman in gesprek met drs. A. Verkuyl, voorzitter van de gereformeerde werkgroep. Een weergave van dit gesprek is te lezen in het nummer van 4 januari. Uit dit uitvoerige gesprek stippen we enkele punten aan. Terwijl Verkuyl vooral uitgaat van de medisch-ethische en pastorale kant is Borgman van mening dat we de politieke consequenties, in concreto de vraag, of de wet op dit punt gewijzigd moet worden, niet buiten de discussie kunnen houden. Onder meer komen in dit gesprek ter sprake de voorwaarden, waaronder euthanasie zou mogen plaatsvinden.

'Wanneer in het rapport gezegd wordt dat euthanasie "onder bepaalde voorwaarden" verantwoord kan zijn, dan is uw moeite juist gelegen in die voorwaarden?

De heer Borgman: "Welke zijn dan die voorwaarden? Hoe maak ik dat hard? Hoe omschrijf ik dat? Zijn het zorgvuldigheidseisen? "

Drs. Verkuyl: "Ik heb er wat opgeschreven, op grond van alle mogelijke gesprekken en publicaties. De eerste voorwaarde is: op verzoek!"

De heer Borgman: "Hoe toetsen we die vrijwilligheid in de praktijk? Bent u het met mij eens dat er, op het moment dat euthanasie toelaatbaar is, op ouderen, op hoogbejaarde mensen een psycho-sociale druk kan komen om er dan maar uit te stappen. Maar is het dan ook echt onder alle omstandigheden volstrekt vrijwillig?"

Drs. Verkuyl: "Ik ben het met u eens, er kunnen omstandigheden zijn waarbij die vrijwilligheid bijzonder moeilijk te bereiken is. En zelfs zijn er omstandigheden waaronder die niet te bereiken is, bij coma of iets dergelijks. Maar ik ga uit van het verzoek dat gekomen is van de patiënt. En waarbij je naar best medisch oordeel, en naar het oordeel van het team dat er over gaat, tot de conclusie bent gekomen dat dit in vrijheid is besloten. Ik ken m'n collega's heel goed, meneer Borgman - niet iedereen, maar ik ken de mentaliteit... Een doodenkele die ik niet vertrouwen zal...".

De heer Borgman: "Mijn zorg ligt ook niet bij de medische stand. Ja, die doodenkele, maar los daarvan. Ik ben het met u eens dat men mag uitgaan van een volstrekte integriteit van de Nederlandse artsen. Mijn zorg zit bij de mensen zelf. Het aantal bejaarden in Nederland zal sterk toenemen: En de leeftijd van de Nederlandse bejaarden stijgt ook nog steeds. Als je de demografische ontwikkeling (in de samenstelling van de bevolking) ziet, neemt dat grootse vormen aan. Als mensen oud zijn en ziekelijk, en weten dat euthanasie toelaatbaar is verklaard, óók door hun kerk, dan kan dat toch licht een druk op die mensen leggen om er dan zelf maar om te gaan vragen. Gelet ook op de grote moeite waarin hun kinderen verkeren - het voortdurend komen opzoeken; de last die zij menen te veroorzaken. Voor artsen ben ik niet benauwd. Maar voor die ontwikkeling ben ik erg benauwd. Hoe kun je die vrijwilligheid ooit toetsen? "

Drs. Verkuyl: "Ik heb natuurlijk nogal wat situaties meegemaakt. Voor die vrijwilligheid ben ik wel een beetje beducht, maar lang niet in uw mate. Dat hangt ook totaal af van het klimaat in een bejaardencentrum en in een verpleeghuis (gelukkig sterft men ook nog voor een deel thuis, waar een vertrouwensrelatie is). Maar je kunt je daarin vergissen, dat ben ik met u eens.

Maar waar ik me echt aan gestoten heb, dat is aan een woord dat volgens de berichten door u gebruikt is in een radio-interview: "Maar ik mag niet een wet helpen maken waarin aan het lijden door een ander mens zomaar een einde wordt gemaakt". Dat woordje "zomaar", dat neem ik u kwalijk".

De heer Borgman: "Dat kan ik me voorstellen. Maar u gaat uit van de groep mensen die u kent, van de situatie waarin u verkeert, van de verantwoordelijkheid die u hebt. Ik heb willen aangeven dat mijn verantwoordelijkheid als medewetgever toch een andere is. Ik heb uit te gaan van situaties waarin moeilijkheden kunnen ontstaan".

Drs. Verkuyl: "Maar als u de uitdrukking "zomaar" gebruikt, dan geeft dat de suggestie: Die jongens doen maar wat. En dat vind ik een belediging van de medische stand".

De heer Borgman: "U kent ongetwijfeld het standpunt van het KNMG (Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst). Die beperkt zich niet tot de stervensfase, als het gaat over euthanasie. Die stelt in feite maar drie voorwaarden: De zorgvuldigheid - in die zin dat van tevoren het geval moet worden gemeld bij een tweetal collega's, zonder naam of toenaam; de vraag om de dood moet duurzaam zijn en men moet zich ervan overtuigen dat het op vrijwilligheid geschiedt. In principe kan dus een jong persoon die niet fysiek maar wel geestelijk lijdt, om euthanasie vragen en krachtens het KNMG-standpunt kan dit dan ook worden gegeven. Er kunnen zich dan situaties voordoen dat de ene mens de andere dood - hoezeer ook op verzoek, hoezeer ook door barmhartigheid ingegeven. Voor zo'n wet zou ik geen verantwoordelijkheid willen nemen. Dat heb ik tot uitdrukking willen brengen. Zonder de artsen te willen beledigen. Integendeel. Aan de integriteit van de Nederlandse arts twijfel ik niet''.'

Verkuyl meent dat een arts naar eer en geweten moet handelen, naar beste bevindingen en naar z'n beste intentie. Actieve euthanasie mag z.i. alleen in extreme gevallen.

"'Mag ik u eens een paar voorbeelden noemen? Je hebt iemand wiens longweefsel voor een heel groot deel is verdwenen en die dreigt te stikken. Maar ik laat toch mijn patiënt niet voor m'n ogen stikken! Iemand die in een extreme situatie alsnog een maagperforatie krijgt. Moet je die gaan opereren? Moet je die kronkelend van de pijn laten doodgaan onder je ogen? Dan zeg ik dat het ook christelijk is en naar mijn eerlijke overtuiging geoorloofd om het verlossende spuitje te geven. En dat zeg ik niet gauw, want ik weet wel waar ik over praat. En ik weet ook de gevaren wel. Ik heb veel te maken gehad met kinderen die met een open rugje zijn geboren en waarbij het dubieus was of ze wel of niet voor een operatie in aanmerking kwamen: Opereerde men niet, dan dachten de ouders: Het kind sterft toch. Maar nu zijn er al kinderen van 13, 14 jaar. Door de voortreffelijke medische en vooral verpleegkundige behandeling blijven die kinderen in leven. Maar je moet niet vragen wat voor verschrikkelijk leed er dan gebeurd is, én aan de kinderen én aan die ouders. Ik zeg niet: Spuit maar dood! Maar we moeten wel weten waar we het over hebben, als we zo duidelijk zeggen: Nooit actieve euthanasie.

In ons stuk zeggen we ook niet anders. We vinden alleen dat er extreme situaties kunnen zijn waarbij je zegt: Nu kunnen we niet anders. Naar béste medisch-ethische en béste medisch-deskundige overtuiging dat je niet terugkunt.

Een volgende voorwaarde: Vanzelfsprekend de bereidheid tot toetsing door de rechter. Daarnaast heeft natuurlijk de patient het recht om een behandeling te weigeren".'

Verkuyl wijst het onderscheid tussen passieve en actieve euthanasie af. Borman is van mening dat dit onderscheid ter zake en zinvol is.

'"Bij passieve euthanasie geef je een oordeel over de zinvolheid van het medisch handelen. Bij actieve euthanasie is er mede een oordeel van de zinvolheid van het nog resterende leven in betrokken. Er is dus een groot ethisch verschil.

Ten tweede beperkt de discussie zich natuurlijk niet tot de Gereformeerde Kerken. Ik mag wijzen op de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE), die ook dat verschil ontkennen. Hier komen we inderdaad op het spoor waarbij euthanasie mogelijk wordt in alle stadia van het leven - los van de vraag of er sprake is van ernstig lichamelijk lijden. Als nu de weg wordt gevolgd die de gereformeerde werkgroep wijst, komt men in principe in het zelfde vaarwater terecht als de NVVE. Dan gaat het niet alleen om de extreme gevallen die dokter Verkuyl noemt, maar ook om mensen die levensmoe zijn. Als ze dan maar voortdurend - want dat staat er: duurzaam - om de dood vragen dan zal die dood ook worden gebracht. Dat vind ik een hele enge ontwikkeling".

Drs. Verkuyl: "Maar dat vindt u toch helemaal niet in ons rapport? "

De heer Borgman: "Nee, maar u kunt toch uw ogen niet sluiten voor de discussie die in het land gaande is? U hebt nu een pastoraal stuk op tafel gelegd. Dat gaat z'n werk doen. Maar straks moeten wij op het scherpst van de snede met de PvdA en de VVD in gevecht, die het standpunt van de NVVE gaan verdedigen, gesteund door nogal wat christenen - als ik dat er bijna cynisch nog eens op mag laten volgen, maar dat doet me zeer.

En mij slaan ze vervolgens met het rapport van m'n eigen kerk, wat toch zegt dat het onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar kan zijn. Die voorwaarden worden dan zodanig opgerekt dat er geen houden meer aan is.

Dat brengt mij tot het volgende punt: Erkent u, dokter Verkuyl, dat u toch principieel een grens overgaat? "

Drs. Verkuyl: "Ik ben het met iedereen eens die zegt dat wij de dingen wel wat aangescherpt hebben. Maar de kern van ons rapport vind ik niet terug in wat u in dat radio-interview gezegd hebt. Ik vind ons daarin echt miskend.

U had het over het beoordelen of leven zinvol is. Daarbij moet u wel de vraag die gerezen is, in acht nemen. En dat hangt dan weer samen met het door u moeilijk te accepteren niet-onderscheid tussen passieve en actieve euthanasie. U moet niet denken dat wij dat verschil niet zien! Maar het gaat er bij ons om dat je bij passieve euthanasie bewust een behandeling nalaat die wèl het leven zou kunnen verlengen. Actieve euthanasie geeft natuurlijk wel een schokeffect, maar ethisch is er naar mijn mening geen verschil. Pastoraal natuurlijk wèl, in zoverre dat er een totaal andere situatie is.

De heer Borgman: "Daarover blijven we dan van mening verschillen".'

Het is duidelijk waar de bezwaren van Borgman tegen het pastoraal schrijven liggen. Hij twijfelt niet aan de zorgvuldigheid en integriteit van een arts als Verkuyl, maar is van mening dat ondanks alle zorgvuldigheid het gereformeerde rapport toch een wissel heeft omgehaald, en dat in een moment waarop de discussie hoog is opgelopen. Heeft men zich op die wijze niet uitgeleverd aan een ontwikkeling die gezien de normverschuiving in de samenleving door zal gaan? Wetswijziging in de zin van toelaatbaarheid van actieve euthanasie onder bepaalde voorwaarden zal z.i. betekenen, dat het hek toch min of meer van de dam is. Ook hij is niet blind voor het verschrikkelijke lijden dat mensen soms moeten meemaken, maar wil toch niet de weg op van het rapport.

'"Ik erken dat er van afschuwelijk lijden sprake is. En toch geloof ik dat het dan aan ons zou moeten zijn om echt mede te lijden - en dat in de goede betekenis van het woord; anders dan een injectie toedienen. Want die grens over, daar til ik zelf heel zwaar aan. Als je nu deze grens over bent, en als men dan later een stap verder wil, welke principiële dam werpen wij dan met elkaar nog op om te zeggen: Maar dit kan niet; dat hebben wij in ieder geval nooit gewild. Dat u dat nooit wilt, staat voor mij als een rots in de branding. Ik vraag me af of dat van alle mensen geldt en of dat altijd zal blijven gelden. Of er niet situaties kunnen ontstaan waarin men zegt: Kennelijk is ten principale geaccepteerd - onder voorwaarden... - dat het mogelijk is dat de ene mens de andere doodt, waarom in deze situatie niet? We hebben ons front dan een streep teruggetrokken. En waar blijven we dan? Wat is dan de volgende stap? Ik ben daar echt bang voor".'

In de ethiek is nogal eens sprake van het 'gebod van het uur' d.w.z. het gebod dat in die situatie naar voren gebracht moet worden als evangelisch richtsnoer. Zonder in te gaan op alle complicaties van die uitdrukking zou ik er hier op willen wijzen, dat men met Borgman terecht de vraag kan stellen of het in het huidig geseculariseerd denkklimaat niet het gebod van het uur is een krachtig 'neen' te laten horen tegen de actieve euthanasie, een 'neen' dat opkomt uit een positief getuigenis aangaande Hem die de Heere van het leven is.

Duidelijk zal moeten zijn dat dit 'neen' niet ingegeven wordt door een medisch fanatisme, dat van geen wijken weet, maar wel door eerbied voor de God van het leven, aan wie alle machten, ook leven en dood, zijn onderworpen. De geruchtmakende publicatie van Klazien Sybrandy en Rob Bakker, Zorg jij dat ik niet meer wakker wordt, de pleidooien van de Ned. Ver. voor vrijwillige Euthanasie voor de euthanasieverklaringen etc. laten zien, hoe een deel van ons volk, en te vrezen is dat het een aanzienlijk deel is, uitgaat van een zelfbeschikkingsrecht dat als hoogste norm kent het autonome 'ik', dat zich niet wenst te buigen voor de normen van Gods wet. Nu is duidelijk, dat noch Verkuyl noch het rapport als zodanig dit zelfbeschikkingsrecht verdedigen, maar het is even duidelijk dat juist pleitbezorgers van het zelfbeschikkingsrecht het standpunt van dit rapport met vreugde zullen begroeten als een welkome bondgenoot. Daarbij blijft staan, dat de vragen rondom lijden en dood ingrijpend zijn en dat afwijzing van de euthanasie onze uiterste inzet vraagt ten aanzien van goede zorg en begeleiding in de situaties van ziekte, lijden, veroudering en met name de laatste levensfase.

***

Troost of tegenspraak

Is de prediking primair gericht op de persoonlijke heilstoeëigening of richt ze zich als tegenspraak tegen onrecht-structuren? Op die vraag gaat ds. P. v. d. Heuvel in in Woord en Dienst van 5 jan. Hij schrijft o.m.:

'Het lijkt me dat het voor ieder van ons bij voorbaat duidelijk is, dat in de verkondiging de noodzaak van de persoonlijke toeëigening van het heil een belangrijke plaats inneemt. Wanneer dit element in de verkondiging geheel zou ontbreken, is ze mijns inziens ver van haar bijbelse en reformatorische wortels vervreemd.

Maar evenmin zouden we willen prijsgeven dat de verkondiging iets te zeggen heeft over de structuren van onze samenleving. Ik vrees echter, dat we in de gereformeerde gezindte in dit opzicht nauwelijks boven deze theoretische uitspraak uitkomen, en dat in de wekelijkse praktijk van de zondagse eredienst daar niet of onvoldoende van terug te vinden is. Ik denk dat daar minstens drie factoren van invloed zijn: a. allereerst de invloed van het piëtisme, waardoor het persoonlijke niet zelden versmald is tot het individuele. Daarbij is het reformatorisch accent op de heiliging van het leven nogal eens verinnerlijkt tot de nadruk op een bevindelijk leven van de ziel.

b. ik vermoed dat we geneigd zijn de zonde zozeer te tekenen in het persoonlijke, dat we de macht van de zonde in zijn structurele verbanden zijn gaan onderschatten. Al te licht zijn we geneigd de zin uit de catechismus, dat wie in Christus is ingeplant onmogelijk zonder de vruchten der dankbaarheid kan zijn, als een automatisme op te vatten. De strijd tegen de zonde is ook een strijd tegen de structurele zonde in ons eigen leven en van onze samenleving.

c. dat de structuurvragen in de prediking weinig tot hun recht komen zal ook wel samenhangen met een begrijpelijke vrees voor een nieuw type wettische prediking die de verzoening als een pro memoriepost beschouwt en het zwaartepunt verlegt naar het oordeel over allerlei mensen en machten (waarbij niet zelden de hoorder buiten schot blijft en zich in een nieuw type eigengerechtigheid veilig kan voelen). We mogen terecht beducht zijn voor een modern moralisme, waarbij het zwaartepunt wordt gelegd in onze daden waarmee wij aan het Rijk Gods op deze aarde gestalte zullen geven.'

Is er een 'compromis' mogelijk tussen beide typen prediking? Van den Heuvel meent - en m.i. terecht - dat we het dilemma alleen te boven komen als we het Woord van God werkelijk uit laten spreken. Onze systemen schuiven vaak over het Woord heen. Het Woord Gods raakt én de diepte én de breedte. Terecht! Miskotte zou zeggen: De kern ziet wijd'. In deze weken is nogal eens de lofzang van Simeon gelezen: De vertroosting van Israël blijkt wereldwijde dimensies te hebben!. Zie Luc. 2 : 30-32!

Van den Heuvels bijdrage is de eerste van een drietal dat in 'Woord en Dienst' verschijnt. De overname van een gedeelte uit zijn artikel is bedoeld om u met nadruk op deze bijdrage te attenderen. Niet alleen voor het geheel van de kerk, maar vooral ook voor een stukje gezonde zelfkritiek zijn ze belangrijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's