De weg die toch niet gewezen wordt
Met belangstelling las en herlas ik het artikel van de heer J. P. de Vries 'de weg van de Gereformeerde Bond', waarin hij reageert op datgene wat ik in de Waarheidsvriend van 3 januari ll. schreef onder de titel 'tolerantie neemt af'. Op zich mag het tot dankbaarheid stemmen dat men in kerken buiten de Nederlandse Hervormde Kerk bezig is met datgene wat de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk beoogt en de weg, die deze daarin gaat. Het mag tot eer van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt worden gezegd dat men zich daar een eerlijk beeld tracht te vormen van de wezenlijke motieven van de Gereformeerde Bond. Met name ook het Nederlands Dagblad draagt erin bij om zulk een eerlijk beeld te vormen. Anderzijds wordt ook op eveneens niet onduidelijke wijze de weg, die de Gereformeerde Bond gaat, aangevochten om niet te zeggen bestreden. Juist omdat ik meen dat de vrijgemaakt gereformeerde pers de Gereformeerde Bond in de berichtgeving en de daaruit voortkomende beeldvorming recht doet had ik de behoefte om op een aantal zaken, die de heer De Vries aan de orde stelt, in te gaan. Ik ben de redactie van het Nederlands Dagblad dankbaar dat het daarvoor ruimte wilde geven.
Verloren
De heer De Vries reageert allereerst op mijn opmerking dat er in kringen buiten de Hervormde Kerk een zekere korzeligheid valt waar te nemen als het gaat om de positie van de Gereformeerde Bond ten opzichte van Samen op Weg. Uit wat ik in (ook) de vrijgemaakte pers las (een artikel van P. Schelling in de Reformatie; de oudejaarsbijlage van het N.D.) concludeerde ik dat men daar in feite stelt dat de Gereformeerde Bond de strijd al heeft opgegeven. Hoe merkwaardig het ook klinken moge, ik ben de heer De Vries erkentelijk voor het feit dat hij liever ervan spreekt dat de Gereformeerde Bond de strijd al verloren heeft. Wij voeren namelijk al vanaf 1906 in de vaderlandse kerk een verloren strijd. Wij hebben ook niets te winnen. Sterker nog, als wij zwak zijn zijn we machtig. Ook de kerkelijke strijd voert door nulpunten en nederlagen, die heilzaam zijn, die kort houden, gebonden aan de Heere en Zijn Woord.
Met de komst van het Samen op Weg proces is er intussen voor gereformeerden in de Hervormde Kerk ten principale nog niets veranderd. Zeker, de strijd wordt moeilijker, misschien wel heel erg veel moeilijker, maar de strijd is er niet minder beslist om. We zeggen ook vandaag met Groen van Prinsterer: 'voor de waarheid uitkomen is altijd plicht, zelfs als men haar miskent. De uitkomst gaat de mens niet aan, wanneer zijn plicht hem voorgetekend is'.
Ik weet het, de heer De Vries bestrijdt ons de plaats wáár we die strijd voeren, wáár we voor die waarheid uitkomen en opkomen. Maar - voor alle duidelijkheid - bij de keuze voor die kerkelijk plaats, voor die kerkelijke weg is er méér aan de hand dan dat gereformeerde hervormden constateren dat scheidingen binnen de kortste keren nieuwe scheidingen baren. Hier is in het geding - moet ik het nog herhalen? - het zicht op het verbond (ook binnen het verbond gaat het om bekering, is er sprake van tweeërlei verbondskinderen), de interpretatie van artikel 27 t/m 29 van de N.G.B. (waar is de ware kerk, waar is de valse kerk?) en van het trekken van de lijn, die de Reformatie trok (wèl uitzuivering, géén scheiding).
De keus van de Gereformeerde Bond is er één ten-principale, is een kwestie van gekozen zíjn. De lijn der geslachten weegt ons zwaar.
Toch geen weg
Ik besef heel wel dat gereformeerde hervormden en gereformeerde niet-hervormden, waaronder de vrijgemaakte gereformeerden, elkaar de jaren door niet hebben kunnen overtuigen ten aanzien van de weg, die elk meende te moeten gaan. Maar ik kom nu op de titel, die ik boven dit artikel heb gezet: 'de weg die toch niet gewezen wordt'. Niet zonder een zekere geraaktheid zegt de heer De Vries dat van vrijgemaakte zijde al zo lang gezegd is - tot irriterens toe - 'kom over tot ons!' Ik betwijfel dat in hoge mate. Wat we telkens voorgehouden krijgen is de noodzaak tot afscheiding, maar niet de weg waarheen die scheiding voeren moet. Bedoelt de heer De Vries echt dat, wanneer vandaag gereformeerde hervormden zich afscheiden van de Nederlandse Hervormde Kerk, zij met al hun ambtsdragers (zeg complete kerkeraden) en voorgangers en alle gemeenteleden opgenomen worden in de schoot der vrijgemaakte kerk? Waaraan zouden de hervormd-gereformeerden zulk een voorkeursbejegening verdienen, als we zien dat vrij gemaakt-gereformeerden en nederlandse gereformeerden elkaar verre zijn en dat samensprekingen tussen vrijgemaakten en christelijke gereformeerden geen kerkelijke eenheid hebben opgeleverd? We moeten toch eerlijk constateren dat de loutere bereidheid tot afscheiding nog niet betekent een weg, die uitloopt op eenheid van gereformeerde belijders? Er zijn dan kennelijk heel wat meer zaken in het spel.
Wat is gereformeerd?
Zodra wij de vraag stellen 'wat is gereformeerd?' stuiten we op overeenkomsten, maar niet minder op verschillen bij de beantwoording. We zeggen allen, dat gereformeerd zijn betekent gebondenheid aan de Schrift en (daaraan ondergeschikt) en belijdenis van de kerk der Reformatie, die gekenmerkt wordt door het sola Scriptura, sola gratia, sola fide. Maar in de uitwerking lijken mij - als ik het scherp mag zeggen - vrijgemaakt gereformeerden monomaan in hun telkens weer benadrukken van hun interpretatie van art. 27 t/m 29 van de N.G.B. Zodra het gaat om de religie van de belijdenis blijken er namelijk ook weer wezenlijke verschillen boven te komen tussen hervormd en gereformeerden en vrijgemaakte gereformeerden. Het betreft dan de bevinding, die dan wel geen locus in de dogmatiek is, geen nauwkeurig te definiëren confessioneel begrip, maar die wel de bloedsomloop van de gereformeerde religie vormt. Zeg ik teveel als ik stel dat de nazaten van de Doleantie met name - en het geldt dunkt me in belangrijke mate ook de Vrijgemaakten - de Nadere Reformatie hebben overgeslagen? Er ontbreekt een stuk gereformeerde kerkgeschiedenis. Ik weet best dat de Nadere Reformatie onderscheiden benadering vraagt. Maar de Nadere Reformatie heeft wezenlijke punten van de Reformatie aangescherpt en in de voortgang van het kerkelijke leven ook verdiept. Daartoe behoorde het element van de bevinding, van de verborgen omgang met God. Nu is het best zo dat gezegd mag worden dat in een al te sterke verinnerlijkig het gevaar van ontsporing lag, maar anderzijds is het de vraag of vrijgemaakten die bevinding, door een te sterke nadruk op het objectieve gegeven van het verbond, niet zozeer zijn kwijt geraakt, dat men ook allergisch reageert zodra de dingen bevindelijk getoonzet zijn. Ik wil hiermee maar zeggen dat ik nog niet zie, dat hervormd-gereformeerden en vrijgemaakt-gereformeerden in de kortste keren, nadat zich een scheiding voltrokken heeft, bij elkaar in de kerk zitten. Het gereformeerde omvat meer dan art. 27 t/m 29 van de N.G.B. En moet het ten aanzien van de vragen rondom het kerk-zijn niet veel zeggen dat ook de mannen van de Nadere Reformatie de kerk, die ook toen al een vervallen kerk was, trouw bleven? Bevinding en lijden aan de kerk en bewenen van de breuk hebben alles met elkaar te maken. En reorganisatie betekent nog niet zonder meer reformatie. Dat heeft de kerkelijke strijd (om reorganisatie) binnen de Hervormde Kerk bewezen en ook de kerkelijke strijd buiten de hervormde kerk na de Afscheiding. Reformatie hangt meer samen met réveil dan met reorganisatie. Misschien is het dáárom wel dat de Gereformeerde Bond het door de jaren heen ook minder van organisatie heeft verwacht en er - om de woorden van de heer De Vries te gebruiken, zonder ze geheel te onderschrijven - sprake was van 'een zekere lijdelijkheid'. Niet door kracht, niet door geweld - ook niet door organisaorisch geweld - maar door Mijn Geest zal het geschieden! Het is zelfs een verzoeking van deze tijd, óók voor de Gereformeerde ond, om het wèl van organisatie te gaan erwachten.
Opleiding
Dit brengt me op het laatste, de theologische opleiding. De heer de Vries haakt in op wat ds. L. J. Geluk hierover op de predikantenvergadering van de Gereformeerde Bond heeft gezegd. Laat ik voorop mogen stellen dat het dagblad Trouw in deze misleidende informatie bracht door als kop boven het verslag te plaatsen 'Gereformeerde Bond denkt aan eigen theologische opleiding'. Dit is niet gezegd, noch bedoeld. Er is grote zorg uitgesproken over de theologische opleiding en ook dié zorg is niet van vandaag of gister. Reden waarom de Gereformeerde Bond door de jaren heen aanvullend één en ander deed en ook nu doet, misschien ook in toenemende mate zal moeten doen voor hen die theologie studeren.
Maar, weet de heer De Vries de vraag te beantwoorden hoe het komt dat telkens weer nog zovelen na hun studie aan de rijksuniversiteiten in volstrekt gereformeerde zin de vaderlandse kerk zijn gaan dienen? En hoe komt het dat een Vrije Universiteit, die toch zo helemaal gereformeerd wilde zijn in het onderwijs ook aan studenten in de theologie, thans zo gederailleerd is dat nauwelijks nog gereformeerde cadidaten van deze opleiding komen? Ik denk dat er parallellen zijn met enerzijds het blijven van een gereformeerde stroming binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en anderzijds het zo snelle proces van de confessionalisering binnen de Gereformeerde Kerken. Ook hier geldt dat de organisatie van het theologisch wetenschappelijk onderwijs (in gereformeerde zin) op zich nog geen garantie is voor het blijvende gereformeerde karakter. In feite wijst de heer De Vries hier intussen wel een weg. Hij zegt: laten studenten van gereformeerde confessie, die thans aan een rijksuniversiteit studeren, de hulp inroepen 'van een bestaande kerkelijke hogeschool, wier gereformeerd karakter uit haar publicaties onomstreden is'. Ik neem aan dat hij met hulp inroepen bedoelt: ga er studeren en dat hij met die Hogeschool bedoelt die van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt te Kampen en dat hij dus bedoelt: kòm er studeren. Dat klinkt sympathiek, al weet ik niet hoe doordacht zo'n oproep is. Of de Nederlandse Hervormde kerk zulke afgestudeerde toe zal laten tot het ambt kan ik moeilijk zeggen. Maar afgezien daarvan, naar mijn vaste overtuiging zullen er niet méér gereformeerde predikanten door komen dan thans via de rijksuniversiteiten het geval is. God dank nog steeds het geval is. Want uiteindelijk is het ook nog een keer zo dat wie de Heere tot het ambt roept ook door Hem bekwaamd wordt en ook van Hem zal leren dezelfde geesten te onderscheiden bij de theologische opleiding, die hij later in zijn ambtelijke dienst moet leren onderscheiden.
Tenslotte
Tenslotte nog één opmerking. De heer De Vries raakt bij ons een gevoelige snaar als hij zegt dat, nu Samen op Weg zo onafwendbaar lijkt, de Gereformeerde Bond eigenlijk de afgescheidenen niet meer durft op te roepen om terug te keren tot 'de kerk der vaderen'. Ik wijst erop dat ds. L. J. Geluk het recent nog wel deed in een artikel getiteld 'Keer terug tot de kerk die uw voorouders verlieten'. Maar er moet ook iets bij gezegd worden: keer zó tot die kerk terug zoals uw voorouders die verlieten. Dat maakt namelijk onze zorg over Samen op Weg uit. Daarom valt het ons moeilijk om het vandaag tot de gereformeerden te zeggen. Maar we durven het aan te vragen 'kom ga met ons en doe als wij' zolang de Heere ons naar onze diepste overtuiging nog een weg wijst in de vaderlandse kerk en we ons geroepen weten tot aan de grenzen mee te gaan.
Intussen blijken we elkaar niet te kunnen overtuigen van de juistheid van de gekozen weg. Laten we elkaar op onze wegen wel blijven zien en met belangstelling en wederzijds respect meereizen.
In de Waarheidsvriend van 5 januari jl. schreef ondergetekende een artikel, getiteld 'Tolerantie neemt af'. In het Neder lands Dagblad gaf hoofdredacteur J. P. de Vries daarop een reactie 'De weg van de Gereformeerde Bond'. Door de redactie van het N.D. werd ruimte geboden voor een weerwoord, dat deze week is geplaatst. Zowel het artikel van de heer De Vries, als het antwoord daarop zijn bijgaand in ons blad geplaatst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's