Kerkelijke discipline en ambtelijke praktijk (3)
In het licht van wat ons nu duidelijk geworden is mag ik overgaan tot een aantal kritische vragen.
Slordig omgaan met de orde in de kerk leidt immers tot chaotische toestanden. Is het niet in hoge mate ongeestelijk als men zich op allerlei zijsporen begeeft, die afwijken van wat men eens plechtig beloofde?
Is dat Christus verkondigen als er in een gemeente X een cabaretgroep optreedt in de cabaretrevue 'Maarten Luther Superstar of Zwaan Kleef aan, met gelegenheid tot dansen na de voorstelling?'
Het komt voor dat een predikant samen met de pastoor de Heilige Doop bedient. Houdt de erkenning van elkaars Doop ook in dat men met elkaar doopdiensten kan houden. En als de pastoor doopt en met zijn ambtelijke volmacht de erfzonde afwast, tot welke kerk behoort het kind dan? Het antwoord is voor de hand liggend. Dominees begaan de ene dwaasheid na de andere om maar voor vol aangezien te worden.
Anderen verwijten de Kerkorde niet ingespeeld te zijn op allerlei voorlopige vormen van gemeente-zijn.
En de bewuste predikant ontwierp voor bevestiging van ambtsdragers 'een plaatselijke dienstregeling en wel zodanig, dat we desgewenst op het landelijk hervormde spoorboekje kunnen overschakelen'. Ik geef u weer hoe dat er aan toeging.
'Wij vormen een kring, zodat we dat ook doen bij de doop en het avondmaal. Het gebed waarmee de bevestiging begint heeft dan ook de vorm van een doop- en tafelgebed. Vervolgens het lied van bevestiging "over en weer", dat al dan niet in beurtzang gezongen wordt. Waar we zo nadrukkelijk spreken over het ambt als een rollenspel ligt het voor de hand dat het hele lijf meedoet. Bij de derde strofe van het lied doen de ambtsdragers enkele stappen naar voren. Zij draaien zich om, reiken elkaar de hand en vormen een tegenkring. De kring die niet zingt voert telkens een rondedans uit'; en dat zou dan moeten heten 'van de gemeente en mitsdien van Godswege geroepen'. Mag die predikant aan zijn belofte herinnerd worden? Ergens in Nederland is er een predikant die als disk-jockey optreedt en zijn gemeente 'The Swinging Church' noemt.
Belijdenis en Avondmaal
We leven in een experimenteer-kerk. We weten dat het verband tussen belijdenis en avondmaal in de Kerkorde aan duidelijkheid niets te wensen over laat. Maar kerkeraden besluiten (tegen de kerkorde in) kinderen toe te laten tot het Avondmaal. En om mensen die hiermee in gewetensconflict raken tegemoet te komen grijpt men naar de onkerkelijke oplossing van een avondmaalsviering mét, en één zonder kinderen. Weer vraag ik, waar blijft men met zijn belofte.
In de Tussenorde voor Samen-op-weg-gemeenten wordt gesproken over nodiging tot de Maaltijd des Heeren. Waar blijft het gedachtenis vieren van het verzoenend lijden en sterven van Christus? Het Heilig Avondmaal wordt steeds vaker aangeduid als 'dienst van Schrift en Tafel', met als achtergrond de moderne rijk-Gods-gedachte. Kan men kerkdiensten houden samen met Roomsen? Kan dat, mag dat? We hebben toch geen consensus met de R.K.-Kerk betreffende kerkdiensten? Hoogstens t.a.v. huwelijksinzegeningen.1)
Ik heb maar enkele dingen op een rij gezet om u duidelijk te maken hoezeer de anarchie zich over de kerk uitbreidt.
Eigen spoorboekje?
En, vrienden, laten we tot onszelf inkeren. Sommige dominees zeggen hardop: 'De kerkorde lap ik aan mijn laars'. Of: 'de kerk mag een kerkorde hebben, wij hebben hier ons eigen spoorboekje'. Anderen zeggen het niet hardop, maar komt het niet practisch op hetzelfde neer?
Strookt het met onze belofte als men de hele week door zijn gemeente herderloos achterlaat om zijn sporen te verdienen op het preekpad, zijn sporen, en wellicht meer?
Is dat van harte trouw en ijverig arbeiden in de Nederlandse Hervormde Kerk als men tegenover de plaatselijke gemeente, waar predikanten en kerkeraden zich geroepen weten tot handhaving van bijbelsgereformeerde prediking, zelf kerkdiensten gaat beleggen en hetzij zonder ambten, hetzij in gesitueerde Oud.-Ger. gemeenten voorgaat? Kan dat, mag dat?
Moeten we niet meer waakzaam zijn op het punt van allerlei groepsvorming binnen de gemeente, waar maar al te dikwijls de ambten miskend en onderuit gehaald worden? Dragen we werkelijk geestelijke zorg en verantwoordelijkheid als men het broodnodige dooppastoraat zonder scrupules veronachtzaamt (en dus verzuimt), en zonder meer tot de bediening van de Heilige Doop overgaat, ook als ouders beweren zelf niet meer in God te geloven?
Wordt er wel broederlijk gehandeld als men ambtsdragers zonder meer aanklaagt omdat zij niet aan het Heilig Avondmaal deel (kunnen) nemen? Of is het wel juist dat men er specifiek op uit is om gemeenteleden tot het ambt te roepen, waarvan men van te voren weet dat ze het een vorm van hoogste vroomheid vinden niet aan het Heilig Avondmaal deel te nemen? Als kerkeraden en predikanten bewust de avondmaalsmijding naar voren schuiven? Hoe minder hoe vromer?
Is het juist als men om onbenullige redenen de catechisatie strijk en zet verzuimt, en nalaat de gemeente haar op haar verantwoordelijkheid te wijzen?
Moet het zo nodig in de krant als een kerkeraad wijst op de discrepantie tussen een kerkelijke huwelijksbevestiging en vaak de bruiloft daarna?
Is het niet een stimuleren van de kerkelijke anarchie als men zich niet aan de kerkordelijke maatregelen van tucht onderwerpt en niet het recht van die maatregel erkent, maar zijn eigen gelijk zoekt, desnoods bij de burgerlijke rechter?
Of als men onbevoegde voorgangers laat optreden die altijd beter preken dan lieden uit wat men smalend noemt: 'de domineesfabriek?' Is het in overeenstemming met de orde der Kerk als ouderlingen deelnemen aan de handoplegging bij de eerste bevestiging het 'wondere ambt?' Maakt men dan van het wondere dan niet iets wonderlijks? Het een en ander zou gemakkelijk uit te breiden zijn, maar duidelijk is wel: het anarchisme heerst óók onder ons.
Beschouw het bovengenoemde niet als verwijten, maar als verontrustende signalen van een onordelijk en daarom ongeestelijk ambtelijk leven en denken, die tot ons komen.
Handhaving discipline
Mag ik tenslotte nog enkele richtlijnen geven voor de handhaving van de kerkelijke discipline in de ambtelijke praktijk? Althans een poging er toe wagen?
1. De wortels van ongedisciplineerd handelen liggen daar waar de ambtsdrager, wie hij ook zij, de nauwgezette omgang met het Woord van God in binnen- en studeerkamer achterwege laat. Men kan zich niet ongestraft aan de discipline van het biddend onderzoek der Schrift onttrekken.
Kerkelijke discipline begint bij zelftucht.
2. De bron van de orde in de Kerk is Gods Woord en de verkondiging daarvan naar uitwijzen van het Heilig Evangelie.
3. Het doel navolgen dat aan de orde van het leven en werken der Kerk ten grondslag ligt. Door Calvijn aangegeven als 'de voornaamste zenuw, waardoor de gelovigen in één lichaam verbonden zijn'. Door Paulus geduid met de woorden: Een ieder zie niet op het zijne, maar ook op hetgeen der anderen is (Fil. 2:4). Daartoe behoort ook de gemeenschap der heiligen te bevorderen, elkaar niet op kleinzielige en ondergeschikte meningen of inzichten te bestrij den. Zorg dragen voor een broederlijke sfeer op kerkeraadsvergaderingen. Het bevorderen van goede collegiale verhoudingen; en waar mogelijk voorkeurpastoraat óf tegen te gaan, door niet in elkaars wijk te grasduinen, óf waar het gaat om modaliteitenverschil, goede afspraken te maken op collegiale basis, d.w.z. je collegae op de hoogte stellen van geval tot geval.
4. Het is reeds genoemd, maar ik zou graag willen onderstrepen dat het zich houden aan de eens gegeven belofte een ereschuld is tegenover God, de gemeente en de collegae-ambtsdragers. Eén is uw Meester en gij zijt allen broeders.
5. Het naleven van de orde der Kerk als een voluit geestelijke gehoorzaamheid te zien. Calvijn waarschuwt voortdurend tegen Doperse tendenzen als velen zich zomaar tot leraar opwerpen, grotere of kleinere conventikels rondom zich vergaderen, en zo de eenheid der kerk verscheuren.
6. Je ambtelijke verantwoordelijkheid verstaan als men geroepen wordt tot afgevaardigde naar een kerkelijke meerdere vergadering.
7. Kerkorde is geen politieverordening en hoeft als zodanig niet gehanteerd te worden, maar ze dient wel gehandhaafd in de geest van broederlijke liefde. 't Gaat om geestelijke gehoorzaamheid, zonder geestelijke vrijbuiterij.
8. 'Het kan niet de bedoeling zijn dat er op de kerk geen kritiek geoefend mag worden. Er bestaat wel ernstig bezwaar tegen de steriele kritiek, tegen die kritiek die niet tegelijk zelfkritiek is, tegen de kritiek van hen die zich op grond van hun kritiek al te gemakkelijk aan de kerk onttrekken of stoer tegen haar aanschoppen.' We dienen het bijna uitgesleten kerkelijk besef onder ons, dat als onkruid welig tiert weer opnieuw in de gemeente in te dragen.
9. Als we zeggen graag voluit bijbels en gereformeerd te willen preken en verder ook ambtelijk te handelen, dan mogen we noch met het bijbelse, noch met het gereformeerde de hand lichten, door te doen wat goed is in onze ogen.
10. En met een variant op wat dr. Koopmans schrijft op blz. 148 van zijn eerder genoemd boekje: 'als er ergens op een kerkelijke vergadering, of in de gemeente een pausje opstaat' - en waar staat hij nooit op, en waar niet het eerst in eigen hart? - 'dan zal dat pausje echter weer moeten gaan zitten, want het Woord moet regeren'. En dat kan alleen wanneer men zich gezamenlijk daaronder voegt. Heil de gemeente waar Christus door Zijn Woord en Geest regeert.
1) De voorbeelden zijn ontleend aan 'Het Hervormd Weekblad', het wekelijks orgaan van de Confessionele Vereniging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's