Heil voor deze wereld (3)
Openbaring en heil
Wat verstaan we onder heil en is de context waarin we leven en werken van invloed op ons verstaan van de inhoud van het heil? Op allerlei wijze komt deze vraag in het boek, waarvoor we in deze artikelen uw aandacht vragen, aan de orde. Op allerlei wijze! En dat betekent dat niet alle schrijvers een eenduidig antwoord geven op die vragen.
Zo bepleit dr. S. Schoon in zijn bijdrage 'Het heil is uit de Joden' dat we in zending en zendingsbezinning ernst maken met het feit dat de kerk geworteld is in Israël. Dat is met name voor de ontmoeting met de kerken in de Derde Wereld een belangrijk gegeven. Immers velen in Azië en Afrika bepleiten een inheemse theologie en een contextualisering van het Evangelie. Voorzover men daaronder verstaat, dat men zich wil bevrijden uit de banden van de westerse theologie en wil onderzoeken wat het Evangelie in de eigen situatie en context betekent, zal men deze ontwikkeling moeten toejuichen. Maar anders wordt het als er - en Schoon geeft daar ook voorbeelden van - een ontkoppeling plaats vindt van de bijbelse boodschap uit de Israëlitische context. Kan men nog spreken van heil in bijbelse zin als er niet meer sprake is van heil uit de Joden, als de bijzondere openbaring van God aan Israël haar normatief karakter verliest en men stelt dat Gods openbaring ook in Aziatisch gewaad tot ons komt? Schoon stelt hier terecht vragen. Ik zou alleen nog een stap verder willen gaan en in de lijn van Jansen Schoonhoven toch ook willen wijzen op de beslissende vervulling door Jezus Christus. Het heil is weliswaar uit de Joden, maar de Joden staan daarmee niet als zodanig in het heil. Juist het vierde Evangelie laat ons zien hoe zeer dit heil in de gekruisigde Christus ook voor de Jood een ergernis is geweest.
Maar duidelijk zal mogen zijn, dat aandacht voor de context niet mag betekenen dat we daarmee de boven-contextuele plaats van de openbaring van God zouden ontkennen. Met andere woorden: wat heil is, moet ik me ten principale toch door het Evangelie zelf laten zeggen. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de wijze van benadering van de andere religies. Het Evangelie knoopt maar niet aan bij wat aan heilsverwachtingen of onheilservaringen leeft bij de mens, ook niet de Aziatische of Afrikaanse mens. Rooms-katholieke theologen zijn vrijwel geneigd die positieve relaties naar boeddhistische of islamietische religiositeit te leggen. Illustratief is in dit opzicht het artikel van prof. Camps over de op Sri Lanka werkende jezuïtische theoloog Aloysius Pieris. Pieris wil contextueel denken en leven en werken. De kerk moet zich volgens hem in Azië in de rivier van de Aziatische godsdiensten laten dopen, en evenzeer door het kruis van de Aziatische armoeden. Je krijgt de indruk dat de zending moet aanknopen bij de godsdiensten van Azië en bij de sociale context. Dreigt hier het Boeddhisme toch niet een soort 'Vorstufe' te worden voor het christelijk geloof? Kan men spreken van Godsopenbaring in de boeddhistische wijsheid?
Pieris' benadering is typerend voor de rooms-katholieke synthese van natuur en genade. Mensen wandelen reeds op het pad van het volledig mens-zijn. De taak van het christendom is deze mensen te helpen dit ideaal helemaal te bereiken, zo vat Camps Pieris samen. Het Christelijk geloof sluit aan bij de heilsleer van de Aziatische godsdiensten. De Reformatie heeft een dergelijke benadering waarbij de religies voorportaal zijn tot het heil afgewezen. God knoopt niet aan bij de religies der volken, wel bij wat Hij van Zichzelf geopenbaard heeft.
Ook in de zending zal bij alle erkenning van de context toch bedacht moeten worden dat het heil van de Heere is, en niet in een mensenhart is opgeklommen. Stellig mogen we niet gering denken over de problemen die er verbonden zijn de bijbelse heilsboodschap te vertalen in de context van een geheel andere cultuur en religieuze omgeving. Zo te vertalen, dat het landt in de leefwereld en dat tegelijk toch de boodschap niet 'verraden' wordt.
Een Cubaanse belijdenis
Hoe problematisch dat ligt bleek me uit het opstel van dr. L. Schuurman 'Ervaringen van en reflecties op heil in Latijns-Amerika en Europa'. Schuurman gaat daarbij in op de geloofsbelijdenis die de Presbyteriaans-Hervormde Kerk van Cuba in 1977 opstelde, de zgn. 'confessio cubana'. Opvallend is de nauwe aansluiting aan de situatie van Cuba onder Fidel Castro. Met dankbaarheid spreekt de geloofsbelijdenis uit dat Marx en het marxisme-leninisme de kerk herinnerd hebben aan het feit dat het economisch aspect van de werkelijkheid fundamenteel is. De mens is voor alles een maatschappelijk wezen, bepaald door economische relaties, waarbij het beeld van God zijn wordt uitgelegd in economische categorieën en men de socialistische productiewijze, die Castro beoogde, begroet als een wijze van maatschappelijke relaties, die in overeenstemming zou zijn met het bijbels beeld aangaande mens. Zonde is dan niet de indviduele vergissing of aanduiding van een persoonlijk kwaad. Ook het begrip 'zonde' wordt maatschappelijk ingevuld: kiezen voor de kapitalistische productiewijze en de daarmee verbonden egoïstische neigingen, en zich niet inzetten voor het socialisme naar Cubaans model.
Ook het heil wordt in de maatschappelijke categorieën gevangen. Heil, door Jezus teweeggebracht, wordt zichtbaar in het feit dat mensen mededeelzaam gaan leven en in de maatschappij een levenswijze en patroon voorstaan, dat uitgaat van de socialisering van bezit en eigendom. Heil is: er maatschappelijk van uitgaan, dat de particuliere eigendom van de productiemiddelen geen heilige koe is. De geloofsbelijdenis ziet een spanningsvolle relatie tussen de geschiedenis en de komst van het Rijk van God, in die zin dat men gelovig erkent dat de Cubaanse revolutie een stap dichterbij is in de verwerkelijking van het Rijk.
Ik laat nu rusten de wijze waarop Schuurman dit Cubaans model vergelijkt met een passage uit de dogmatiek van Barth. Het is me niet duidelijk op grond waarvan Schuurman deze keus maakt. Liever had ik gezien dat de auteur teruggegaan was naar de Schrift en de visie van deze geloofsbelijdenis geconfronteerd had met de bijbelse visie op schepping, zonde en heil.
Vragen
Ook Schuurman stelt vragen aan deze Cubaanse kerk, vragen die cirkelen om de vraag of de cubaanse geloofsbelijdenis niet te argeloos is ten aanzien van het marxistisch-socialistisch systeem. Maar tegelijk neemt hij deze confessio in bescherming.
Hij wijst er op dat we dit document niet moeten meten met onze westerse kijk op de relatie tussen christendom en marxisme. De geloofsbelijdenis wil contextueel belijden zijn en dient gelezen te worden tegen de achtergrond van de situatie op Cuba voor de revolutie. Doet de geloofsbelijdenis geen recht aan de politieke dimensies van het heil? Zitten we bovendien ook in West-Europa niet gevangen in ideologieën en systemen die ons verhinderen honger en armoede effectief te bestrijden.
Nu is stellig waar, dat we altijd weer onszelf kritisch onder de loep moeten nemen. Wanneer christenen uit de Latijns-Amerikaanse landen ons kritische vragen stellen ten aanzien van ons omgaan met geld en goed, eigendom en bezit, ons verslingend zijn aan de macht van de Mammon, zullen we dat niet naast ons neer mogen leggen. De revoluties in de derde wereld landen zijn ook een schrijnende aanklacht tegen wanbeheer en wanverhoudingen in de westerse wereld.
En al weer, dat het heil in Christus ook maatschappij-structuren raakt en sociale en politieke dimensies heeft zal niemand kunnen ontkennen. Wij belijden immers Christus' heerschappij over alle terreinen van het leven. En dat raakt ook de verhouding rijk-armoede, ook de vraag naar de sociale gerechtigheid.
En toch heb ik me al lezend afgevraagd of deze vorm van contextueel belijden niet betekent de horigheid aan de tijdgeest en de situatie. Nog afgezien van het feit dat men zijn voorkeur uitspreekt voor een socialistische productiewijze - ik meen dat én het kapitalisme én het socialisme als systeem niet beantwoorden aan Gods bedoeling met mens en wereld - , dreigt hier niet een kolossale vereenzelviging van heil en politiek-maatschappelijke werkelijkheid?
Dr. Hebly, kenner van de situatie van de kerken onder Marxistische regeringen, is van oordeel dat de presbyteriaanse kerk van Cuba een knieval gemaakt heeft voor de ideologie van het Marxisme-leninisme. Hij betreurt het, dat door de wijze waarop de kerk op Cuba gesproken heeft ze niet meer in staat is het profetisch ambt op zich te nemen ten overstaan van regering en volk. Zo er al profetische woorden zijn, zijn die eenzijdig gericht tegen de kapitalisten.
Nu gaat het me in dit artikel er niet om vanuit een veilige afstand te oordelen over een kerk, die in een heel andere situatie moet leven en werken. Maar wel in deze confessie van de Cubaanse kerk een duidelijke illustratie voor de ontsporingen die op kunnen treden wanneer men theologie bedrijft in de context op een dusdanige wijze, dat de maatschappelijke context bepalend wordt voor de invulling van onheil en heil. Wanneer gezegd wordt: waar menselijkheid meer kansen krijgt, geschiedt heil van Godswege, moet toch de vraag gesteld worden of het eigensoortige van wat de Bijbel heil noemt hier niet verward wordt met wat te maken heeft met menselijk welzijn, dogmatisch gezegd: Kan men wat doorgaans gewaardeerd wordt als bewijs van Gods algemene genade zo maar interpreteren vanuit de bijzonderheid van het heil? Het heil van God wordt ontvangen in een bepaalde context. Maar het komt niet uit die context op. De heilsboodschap van het Evangelie zal altijd weer kritische staan ten opzichte van wat wij mensen in onze geschiedenis doen of laten, en dat betekent dat onze maatschappelijke verhoudingen altijd weer onder de kritiek van het Evangelie doorgaan.
'k Meen dat de kritiek van Hebly op deze belijdenis juist is, maar ik zeg er bij: Deze kritiek raakt ons allen voorzover we onze aardse geschiedenis vereenzelvigen met de komst van het Rijk. Heil en context: Op de achtergrond van deze relatie staan de vragen naar de verhouding van openbaring en ervaring, alsmede die naar de relatie tussen heil en welzijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's