De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De weg van de Gereformeerde Bond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De weg van de Gereformeerde Bond

7 minuten leestijd

Met enige verbazing lazen we vorige week een ontboezeming van ir. J. van der Graaf, de secretaris-generaal van de Gereformeerde Bond in de Ned. Hervormde Kerk, over de positie van zijn organisatie in het Samen-op-Weg-proces. 

Met enige verbazing lazen we vorige week een ontboezeming van ir. J. van der Graaf, de secretaris-generaal van de Gereformeerde Bond in de Ned. Hervormde Kerk, over de positie van zijn organisatie in het Samen-op-Weg-proces. Via onze rubriek Signalement hebben onze lezers ervan kunnen kennisnemen. Ir. Van der Graaf beklaagde zich in het orgaan van zijn Bond, De Waarheidsvriend, over een onwelwillende en onverdraagzame bejegening. Dat verwijt gold niet de leidende figuren van 'Samen-op-Weg', die over de rol van ir. Van der Graaf tamelijk onaangename dingen hebben gezegd tijdens de combi-synode. Nee, dit verwijt was gericht aan de 'kleine reformatorische kerken', die de Bond maar tot afscheiding van de Hervormde Kerk blijven oproepen.

Met name moet 'de kerkelijke pers van de vrijgemaakt-gereformeerden' het ontgelden. Deze zou het voorstellen alsof de Gereformeerde Bond de strijd in feite al heeft opgegeven. We weten niet of dit een letterlijk citaat is; zelf zouden we de situatie zo niet onder woorden willen brengen. Het is anders: gezien de besluiten van de combisynode en het onstuitbaar voortrollen van het samen-op-weg-proces heeft de Gereformeerde Bond de strijd in feite al verloren, hoe hard ze verder ook nog vecht.

De critici wordt ook verweten dat ze nalaten de verontruste hervormden een weg te wijzen. Maar dat verwijt is niet billijk. Het probleem is dat de Bond van de weg van 'scheiding' niet wil weten. Het argument daartegen is dat een scheiding binnen de kortste keren nieuwe scheidingen baart. Op dit punt moet inderdaad een grote schuld beleden worden van de nazaten der Afscheiding. Van de begintijd tot heden toe is door de zonden van mensen voedsel gegeven aan dit verwijt. Maar laat ir. Van der Graaf van zijn kant bedenken, dat de Satan juist zijn pijlen richt daar waar het voor hem het meest gevaarlijk is.

Ir. Van der Graaf schrijft in hetzelfde stuk ook: 'Waar is de uitnodigende roep: kom over tot ons?' Die zinsnede heeft ons nog het meest verbaasd. Onze indruk was dat woorden van deze strekking van 'vrijgemaakte' zijde al zo vaak geuit zijn, dat het anderen wel eens heeft geïrriteerd, zeker als dezen zelf niet de noodzaak zien hun huidige kerkelijke positie te verlaten. Om die reden hebben wij onze argumentatie vooral op het laatste gericht. Maar de begeerte tot eenheid met alle ware christgelovigen stond al in de Acte van Afscheiding en geldt tot vandaag toe. Dat zal elke hervormde gemeente van Geref. Bondssignatuur merken, die zich losmaakt van de heerschappij van de synode, zoals 99 jaar geleden in Kootwijk, Amsterdam en vele andere plaatsen gebeurde. Wij hebben - misschien ook ten onrechte - wel eens de omgekeerde gedachte gehad: durven de leiders van de Geref. Bond, die zo'n zware strijd voeren in hun eigen kerk, nog wel de gescheidenen op te roepen om terug te keren tot 'de kerk der vaderen' in haar huidige toestand? Als men consequent staat voor de eigen zaak, zou dat moeten.

Maar we zijn het bij de herdenking van de Afscheiding zelden tegengekomen. Maar als men meent dat zo'n oproep nu niet verantwoord is, hoe kan dan de weg naar eenheid gevonden worden?

Omroep, pers, enz.

Hoe klemmend deze vraag is, drong zich weer aan ons op na lezing van de verslagen van de predikantenconferentie van de Geref. Bond, die deze week gehouden is. De voorzitter, ds. L. J. Geluk, schetste op rake wijze hoe moeilijk hervormden die zich aan de gereformeerde belijdenisgeschriften verbonden weten, een plaats kunnen vinden in de wereld van omroep, pers, politiek, onderwijs, theologische opleiding.

De 'oude' organisaties: NCRV, Trouw, CDA, veel christelijke scholen, de theologische faculteiten van de openbare universiteiten kunnen niet gereformeerd (meer) genoemd worden. Maar bij wat daarnaast is opgekomen, kunnen hervormd-gereformeerden zich ook niet onverdeeld thuisvoelen, hetzij door aanwezigheid van niet-gereformeerde (piëtistische) invloeden (EO, RPF), hetzij door het overheersen van de bevindelijk-theologische lijn van de Gereformeerde Gemeenten (Reformatorisch Dagblad, SGP, reformatorische scholen). Vooral sinds dr. Woelderink is onder theologen van de Geref. Bond veel meer oog gekomen voor het specifieke van het genadeverbond, dat niet mag opgaan in de uitverkiezing. De rede van dr. Exalto deze week gaf daar nog weer blijk van. Het moet opvallen dat de hiermee aangegeven kritiek in belangrijke mate parallel loopt met die er leeft in (vrijg.) gereformeerde kring. Om precies dezelfde redenen is men daar al vanaf het eind van de jaren veertig met alternatieven gekomen op het terrein van pers, politiek, onderwijs en omroep. Door formulering en handhaving van een confessioneel-gereformeerde grondslag heeft men die willen afschermen tegen invloeden waartegen de Geref. Bond bij andere, later opgekomen instellingen bezwaar heeft.

Het valt op dat ds. Geluk, althans volgens de persverslagen, het Nederlands Dagblad, het GPV en de Gereformeerde scholen niet genoemd heeft. Heeft/had hij dat wel gedaan, dan is niet moeilijk te raden in welke zin: veel goeds van te zeggen, maar door hun exclusief-gereformeerde karakter voor hervormden niet in aanmerking komend. Resultaat van dit alles is dat hervormd-gereformeerden in al deze zaken uiteenlopende keuzes maken zonder ergens echt voldaan mee te zijn. Niettemin hebben we wel begrip voor de waarschuwing van de Bondsvoorzitter om niet tot het oprichten van 'eigen' instellingen over te gaan. Los van kerkreformatie heeft dat weinig zin en met kerkreformatie komen ook oplossingen voor deze problemen. Beter is wanneer men nagaat hoe het zover heeft kunnen komen. Getalsmatig zijn de Geref. Bonders met een geschatte aanhang van vier-tot vijfhonderdduizend immers talrijker dan alle nazaten van de Afscheiding (buiten de (syn.) Geref. Kerken) tezamen. Hoe komt het dan, dat er na het verval in de algemeen-christelijke instellingen nieuwe in het leven zijn geroepen waar de invloed van de Geref. Bond zo gering is? Zou dat niet mee komen door een zekere lijdelijkheid, althans gebrek aan aktiviteit? Zou dat ook niet te maken hebben met het feit dat de 'Bonders' kerkelijk samenleven met velen die aan geen enkele christelijke organisatie behoefte (meer) hebben, maar zich voldoende vertegenwoordigd achten door IKON, IKV en Raad van Kerken? Dat is geen milieu dat tot 'doorgaande reformatie' stimuleert.

Theologie

Het komt ons voor, dat van dit alles de situatie van de predikantsopleiding voor de Geref. Bond wel het meest moet knellen. Daar heeft men in feite maar één keus: de openbare universiteiten, waar slechts mogelijkheden zijn voor een heel beperkt aantal lessen in gereformeerde geest. Bovendien betreft dit direct de ambtelijk-kerkelijke arbeid. 'Trouw' meldde dat binnen de Geref. Bond wordt gebroed op een plan om daar meer aan te doen, maar dat daarover nu nog geen mededelingen konden worden gedaan.

Ervan uitgaande dat men herstel van het gezag van de gereformeerde belijdenis ergens moet beginnen, zou het theologisch onderwijs een goed beginpunt zijn. Dat kan door zelf een opleiding in het leven te roepen, maar dat is een kostbare aangelegenheid; het kan ook door de hulp in te roepen van een bestaande kerkelijke theologische hogeschool, wier gereformeerd karakter uit haar publikaties onomstreden is. Wanneer dan een hervormde die aan zo'n hogeschool afgestudeerd is, predikant in de Hervormde Kerk zou willen worden, zal wel blijken of men daar bereid is het monopolie van de niet-gereformeerde openbare opleidingen prijs te geven.

Dr. A. Kuyper besefte al meteen na de nieuwe Hoger-Onderwijswet van 1876, dat de openbare faculteiten geen gereformeerde predikantsopleiding meer konden bieden. Het was zijn voornaamste drijfveer tot oprichting van de Vrije Universiteit. Toen de eerste afgestudeerde theoloog daarvan door de Hervormde Kerk geweerd werd, besloot de kerkeraad die hem had beroepen, zich van de synodeheerschappij los te maken. Misschien is dat de weg waarnaar ir. Van der Graaf zijn critici vroeg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De weg van de Gereformeerde Bond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's